JavaScript is required for this website to work.
Media

Zijn Syriëgangers naïef geweest?

Doet Rudi Vranckx aan 'framing'? (2)

Paul Hekkens1/12/2019Leestijd 3 minuten
Framing van daders als slachtoffers

Framing van daders als slachtoffers

foto © Reporters / Photoshot

Eerder werd besproken hoe Vranckx framing gebruikt. Ook wat Syriëgangers betreft, trekt hij (weer) de kaart van kinderlijke onschuld.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

In een eerder artikel over Jemen heb ik aangetoond hoe Rudi Vranckx de werkelijkheid framet door in te zoomen op moederliefde en kinderlijke onschuld. Dit artikel gaat erover dat Vranckx zelfs bij de Syriëgangers de kaart van kinderlijke onschuld weet te trekken. Ook laat hij de uitspraken van IS’ers voor zich spreken. De kijker denkt dan: blijkbaar onderschrijft Vranckx deze uitspraken.

Daders zijn ook maar slachtoffers

In het vraaggesprek met Vranckx in Maastricht ging het behalve over Jemen ook over Syrië. Eerst laat hij een filmfragment zien van twee ogenschijnlijke spijtoptanten van nog geen twintig jaar oud, een jonge man en een jonge vrouw. Ze moeten ongeveer veertien jaar zijn geweest toen ze naar Syrië vertrokken. De keuze voor uitermate jonge Syriëgangers dient een doel. Zo weet Vranckx hun kinderlijke onschuld in stelling te brengen. Geheel volgens zijn methode laat Vranckx het aan de kijker over om uit maken of de spijtbetuigingen oprecht zijn. Zo vertelt de jongen dat IS’ers zijn geest in hun macht hadden. Zulk een uitspraak past geheel in de denkwereld van Vranckx, waarin het uiteindelijk de omstandigheden zijn die mensen drijft tot slechte daden. Ook de jonge strijder is dus slachtoffer.

Mij gaat het evenwel niet om de eventuele kinderlijke onschuld van een veertienjarige, maar om de daaropvolgende vijf jaar waarin hij gevormd is tot een bijzonder meedogenloos persoon. De jonge leeftijd spreekt welbeschouwd eerder in zijn nadeel: juist als je opgroeit met gewelddadig gedrag, dan geraak je daarmee dermate vergroeid dat je het geleerde nadien niet meer van je kunt afschudden.

Dat is ook wat het fenomeen kindsoldaten zo tragisch maakt. De jongen keerde zich pas van IS af toen hij zag hoe andere IS-strijders met de afgehakte hoofden van zijn strijdmakkers voetbalden. Komt hij tot inkeer omdat wat hem betreft nu een morele grens is gepasseerd? Wordt die morele grens soms niet overschreden zolang de afgehakte hoofden niet van zijn strijdmakkers zijn? Is het niet gewoonweg zo dat hij zich pas van IS afkeerde, toen hij de reële mogelijkheid onder ogen zag, dat ook zíjn hoofd wel eens afgehakt zou kunnen worden?

Spijt na de feiten: Plat opportunisme

Is het niet zo dat heel wat IS-strijders pas spijt betuigen als de strijd toch al verloren is, en juist op het moment dat ze beseffen dat spijt betuigen wel eens in hun voordeel kan werken, omdat het ertoe kan leiden dat ze naar Europa kunnen terugkeren? Vranckx vertelt over Syriëgangers in kampen in Syrië die eerst spijt betuigen, maar later toch weer geradicaliseerd zijn. Hij concludeert dat je Syriëgangers mogelijk snel moet laten terugkeren, omdat ze anders wederom radicaliseren. Het zou dus veiliger zijn hen zo snel mogelijk te laten terugkeren.

Mijn conclusie is dat de spijtbetuigingen niet voortkomen uit oprecht berouw, maar uit opportunisme. Ze zien de mogelijkheden die spijtbetuigingen kunnen bieden: terugkeer naar België, wellicht een korte straf (omdat het vanuit België moeilijk te achterhalen is wat ze in Syrië precies hebben uitgespookt) en een mild gevangenisregime. Zodra die voordelen uit het oog verdwijnen, verdwijnt ook de gimmick  van spijt en keert men terug tot de default  van ingesleten fundamentalisme en jihadisme. Mijn voorspelling is dat de gimmick  van spijt ook verdwijnt zodra de voordelen van spijt geïncasseerd zijn. Vranckx vindt het normaal dat Syriëgangers berecht worden in het Europese land dat ze achter zich gelaten hebben. Regel is echter dat mensen dáár berecht worden waar ze hun misdrijven gepleegd hebben. Normaal zou dus zijn dat Syriëgangers worden berecht in Syrië.

Framing als moeder en minnaressen

Vrouwelijke Syriëgangers worden door Vranckx nog gemakkelijker verontschuldigd door ze uitdrukkelijk als minnaressen en als moeders te framen. Wat kunnen zij eraan doen dat ze vallen op een foto van een stoere jihadi met hagelwitte tanden en een kalasjnikov? En het baren van kinderen in Syrië is op zich toch geen misdrijf? Meer nog als bij mannen doet zich bij vrouwen het probleem voor dat vanuit België moeilijk is na te gaan wat hun bijdrage aan de strijd precies was. Het is niet denkbeeldig dat ze na een korte straf weer worden losgelaten op de maatschappij. Dan bestaat ook de kans dat ze hun jihadistische strijd voortzetten in de vorm van terroristische acties. De vraag is daarom: hebben we wel zin om de bevolking aan het risico van terroristisch onrecht bloot te stellen?

Ik leg Vranckx het geval voor van Hardi N., een man die in Nederland veroordeeld is voor uitreizen naar Syrië, maar na drie maanden vervroegd vrijkomt. Later is hij wederom opgepakt toen onder zijn leiding een grote aanslag werd voorbereid. De aanslag is gelukkig op het laatste moment verijdeld. Vranckx zegt dat voorval niet te kennen. Hij verzekert mij wel dat Syriëgangers in België minstens vijf jaar vastgezet worden. Ik kan op internet echter niets vinden over minimumstraffen voor terrorisme in België.

Eerder heb ik gepleit voor een TBS speciaal voor terroristen. Dat bestaat noch in Nederland, noch in België. Ook worden terrorismeverdachten in beide landen niet voorgeleid aan de krijgsraad, maar gewoon aan de burgerrechter. Tot slot is er nog maar weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid het staatsburgerschap te ontnemen. Mijn oordeel is daarom dat de juridische middelen om terrorisme te bestrijden zowel in België als in Nederland onvoldoende ontwikkeld zijn om Syriëgangers te laten terugkeren.

Dit is deel twee van een driedelig essay. Lees hier deel 1.

Paul Hekkens is cultureel antropoloog en algemeen econoom. Hij woont in Maastricht. Zijn publicaties zijn terug te vinden te vinden via The Post Online, De Limburger, de Volkskrant en Trouw.

Meer van externe auteurs
Commentaren en reacties