fbpx


Geen categorie

11 juli, dit is de tijd

11 juli, moet/kan/mag dat wel nog?


Aanloop

‘Wij hebben lang gestreden, gebedeld en geklaagd en nog zijn wij verschopten, de knechten in de staat,’ of ‘Wat meldt u de wacht op de toren? “Nog immer blijft Vlaanderen verschopt!”’ In sommige Vlaamse – al dan niet strijd- – liederen die dezer dagen op 11 juli nog eens worden gezongen klinkt nog de Vlaemsche kommer en kwel van de vervlogen dagen. De dagen die doorklonken in de woorden van mijn grootouders die me voorhielden dat ik ‘goed mijn Frans moest kennen’ om vooruit te kunnen in het leven. Een realiteit die ik in mijn leven nooit heb ervaren. Ik heb me ook nooit de knecht in deze staat gevoeld.

Die liedjes herinneren aan een tijd dat 11 juli een echte strijddag was. Ik denk op 11 juli met genegenheid aan de generatie van mijn grootouders. Zij hebben door hard werken Vlaanderen enkele trapjes hoger gezet op de welvaartsladder. (Mijn grootvader heeft – met zijn handen – gewerkt van zijn 13de tot zijn 65ste; wie zijn wij eigenlijk dat we durven klagen?)

Vlaanderen was een dikke eeuw geleden een land met een grote ongelijkheid, uitbuiting, ongeletterdheid, armoede tot zelfs hongersnood. Denk aan Daens of lees het boek Door arm Vlaanderen, een journalistieke reportage van de Waalse socialist August De Winne in 1900 (en heruitgegeven in 2000). Vlaanderen was een emigratieland: wie kon, ontvluchtte de uitzichtloosheid en nam de boot naar ‘Amerika’. De vorige generaties hebben Vlaanderen een zelfbewustzijn en identiteit (terug)gegeven. Door volgehouden politiek strijd in moeilijke omstandigheden en met de nodige, niet altijd even goede beslissingen, hebben ze Vlaanderen gevrijwaard van volledige verfransing en verpaupering. De Vlaamse Beweging was een strijd voor gelijke rechten.

De weg naar het Vlaanderen en België van vandaag was lang. Ik interviewde ooit Jan Verroken die vertelde hoe tot in de jaren vijftig het de gewoonte was dat Franstaligen onderling luid begonnen te praten als iemand van de parlementsleden op het spreekgestoelte Nederlands sprak. Wat een verschil met vandaag. Een Franstalige premier die niet goed Nederlands spreekt, is een groot probleem in Vlaanderen. Franstalige toppolitici spreken vaak beter Nederlands dan Vlaamse Frans.

Ik ben opgegroeid in Gent en heb me als Vlaming nooit gediscrimineerd gevoeld. Dat kan dus ook niet de reden of drijfveer zijn van mijn Vlaams bewegen. Dat is anders voor wie in Vlaams-Brabant opgroeide, dat besef ik zeer goed. Die grensconflicten (zoals Eric Defoort dat steeds noemde) zijn wel een oorzaak van mijn ergernissen. Waarom willen Franstaligen de grenzen, die na lang onderhandelen zijn getrokken, niet aanvaarden? Waarom worden die altijd in vraag gesteld?

Afzet

Je kan daaruit besluiten dat we ‘er’ zijn. Vlaanderen vandaag is een zelfbewuste deelstaat. Op dit moment besturen de Vlamingen België, amper een kleine minderheid van Franstaligen maakt deel uit van de meerderheid. We zijn dus zeker niet de knechten in de staat. De zes staatshervormingen zijn ons niet als een dictaat door Franstaligen opgelegd, ze zijn onderhandeld met Vlaamse verkozenen. Het kaakslagflamingatisme is verleden tijd, in die zin dat wij, als Vlamingen zelf mee verantwoordelijk zijn voor de staat waarin we leven. En wat we zelf gedaan hebben, was niet altijd beter.

Sinds de jaren 70 wordt er alles aan gedaan om het politieke huwelijk, de dubbeldemocratie België, te lijmen. De staatsstructuur wordt mondjesmaat aangepast aan de realiteit die men niet onder ogen wil zien. Het gevolg is een eeuwig geschipper, zonder duidelijke keuzes en zo is onze staatsstructuur een koterij, een opeenvolgingen van aan- en verbouwen zonder duidelijk plan. De zes staatshervormingen hebben hervormd zonder duidelijk doel, een compromis tussen meer bevoegdheden en minder bevoegdheden heeft geleid tot een onverstandige versnippering. Dat hopeloos ingewikkelde staatsapparaat is ook duur. Als elk ministerieel kabinet op elk niveau een jurist in dienst heeft om uit te zoeken of het beleid dat het uitstippelt wel past binnen zijn bevoegdheden, dan zijn we niet goed bezig. Wat een verspilling van tijd en geld. Dat wordt nu verweten aan wie meer Vlaanderen wil, maar leidt ons af van de ware oorzaak.

Sprong

Voor mij blijft 11 juli een strijddag. België is een luxe die we ons als Vlamingen niet meer kunnen permitteren. Mijn overtuiging dat Vlaanderen best zo snel mogelijk onafhankelijk wordt, is ingegeven door een gevoel van politiek efficiëntie. Als Vlaanderen en Wallonië hun welvaart en welzijn veilig willen stellen, dan laten ze elkaar best los. Dan kunnen ze elk in hun deel van de dubbeldemocratie het beleid uitstippelen waarvoor in die democratie gekozen wordt. De limieten van het Belgische federale systeem zijn bereikt en de zesde staatshervorming zal dat niet oplossen. In tegendeel, nu wordt zelfs de dotaties berekenen zo moeilijk dat er fouten gemaakt worden, zelf belastingen heffen voor de eigen begroting was te moeilijk? Politiek wel, want dit België zit op slot en zelfs moesten de V-partijen samen nog een meerderheid hebben in Vlaanderen, dan nog is er geen garantie op verandering. 11 juli blijft nodig om onze mede-Vlamingen ervan te overtuigen dat we ‘er’ nog niet zijn. Dat ‘de miserie’ zal blijven duren zolang België bestaat.

(Die miserie, dat is dat eeuwig vermoeiende gedoe dat we communautaire problemen noemen, BMG, faciliteitengemeenten die de wet niet willen toepassen, een Brussels voetbalstadion in Vlaanderen, het systematisch niet naleven van de taalwetten in Brussel, de begrotingstekorten van de andere deelstaten die de armslag van de Vlaamse regering beperken, de transfers, taalkaders die niet nageleefd worden, … )

Landing

11 juli is dus bij uitstek de dag om een onafhankelijk Vlaanderen als realistische politieke oplossing naar voren te schuiven. Het is ook een dag om ons te bezinnen over doel en middelen.

We moeten met de Vlaamse Beweging weg van de paradigma’s van de vorige generaties Vlaamse bewegers. Het onrecht van (soldaten) honderd jaar geleden zal vandaag niemand overtuigen om te kiezen voor een onafhankelijk Vlaanderen. Daarnaast moeten we de nieuwe Vlamingen ervan overtuigen dat ook zij te winnen hebben bij Vlaamse onafhankelijkheid. We hebben allemaal last van de veel te zware structuur, de grote kost en kunnen allemaal baat hebben bij een toekomstproject.

Misschien moeten we toch eens een referendum organiseren. De vraag is simpel: keren we terug naar de unitaire staat België (zonder grendels, alarmbellen of andere grendels) of splitsen we België op? Gedaan met tussenoplossingen. Enkel al de discussie zal onze democratie deugd doen.

En in plaats van elk jaar veel tijd en energie te steken in het herdenken van onrecht van honderd jaar geleden zou de Vlaamse Beweging, beter investeren in een jaarlijkse gezamenlijke 11 juliviering die de brede Vlaamse Beweging kan verzamelen rond onafhankelijkheid.

11 juli moet: kan/mag dus zeker nog en dan zing ik dit jaar graag: ‘Dit is de tijd dat de zekerheid groeit dat ’t ergste is geleden … Dat jonge handen nieuwe maten ijken. Die morgen de meters zijn voor armen en voor rijken.’

Foto © Reporters

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Pieter Bauwens

Pieter Bauwens is sinds 2010 hoofdredacteur van Doorbraak