fbpx


Binnenland
Kathleen Depoorter

19 mei is Dag van de huisarts



huisarts

De oudere dame knikt dankbaar. Alles is oké met haar nadat ze met haar fiets gevallen was op de dijk en een snelle medische check onderging van een passant.

‘Maar welke dokter bent u dan meneer?’ vraagt ze.

‘Ah, docteur hé madame, voor iedereen.’ Hij knipoogt, geeft de vrouw nog een schouderklopje en stapt verder met zijn hond. Natuurlijk had hij begrepen dat de oude vrouw vroeg wat zijn specialiteit is. Hij glimlacht. Huisarts in hart en nieren, trots op zijn algemene medische kennis. Nog altijd even overtuigd van zijn keuze voor huisartsengeneeskunde van zoveel jaren geleden toen hij de knoop doorhakte en bedankte voor een loopbaan als specialist in de interne geneeskunde. Verknocht aan zijn innige band met zijn patiënten die nu al met meerdere generaties in zijn 2 stoelen plaatsnemen. Teveel woorden om die dame duidelijk te maken dat wat hij al bijna 30 jaar doet veel meer is dan een stempel zetten op een voorschrift.

Centrale rol

19 mei is het de werelddag van de huisarts. In volle corona-exit is deze dag dit jaar nog symbolischer dan anders. Volksgezondheid staat centraal: in het beleid, in de maatschappij en ook bij de patiënt.

In pre-coronatijden werd dat extra voorschrift of die zoveelste check-up soms als verloren tijd of pest-je-patiënt gezien. Nu staan we met z’n allen te applaudisseren en noemen we hen zelfs helden. We beseffen dat onze gezondheid een dierbaar goed is en dat zij er mee voor zorgen. Nog nooit stonden er zoveel leuke en creatieve spreekwoordelijke schouderklopjes aan de deur van de Vlaamse consultaties. Dat doet echt wel deugd.

De centrale rol die de huisarts in ons gezondheidsstelsel speelt wordt al jaren erkend. Hij is poortwachter van het globaal medisch dossier (GMD) van de patiënt. Toch wordt deze taak van de huisarts als spil in de eerste lijn soms nog onderschat. Als apotheker werk ik nauw samen met de huisartsen. Voor mij staat vast dat de patiënt optimaal omringd is in zijn of haar zorg met het GMD bij de huisarts en het gedeeld farmaceutisch dossier bij de huisapotheker.

Digitaal is de toekomst

De coronacrisis leerde ons dat de elektronische vooruitgang net op tijd in de volksgezondheid is binnengeslopen. Online consultaties en elektronische voorschriften gaven een antwoord op de fysieke barrière die corona met zich meebracht. Uiteraard waren alle kinderziektes nog niet opgelost en was voor het artsenkorps de aanpassing niet altijd evident. Toch aanvaardden ze deze kanalen, als de beste garantie voor de zorg. Niettemin blijft de administratieve last in de huisartsenpraktijk groot.

Het is dan ook onbegrijpelijk hoe het GMD, dat elk jaar hernieuwd wordt, niet automatisch toegekend wordt. De efficiëntie van het systeem dat in Vlaanderen consequent wordt toegepast door huisartsen en patiënten spreekt voor zich. Het brengt minder overbelasting van spoeddiensten met zich mee. Ook creëert het minder ‘dubbele’ consultaties en onderzoeken bij diverse specialisten door een goede afstemming tussen de eerste en tweede lijn. Een nauwere patiënt-arts relatie die op een volwassen manier de patiënt meeneemt in een begrijpelijke mensentaal doorheen zijn of haar GMD, verhoogt bovendien de betrokkenheid en bijgevolg de algemene gezondheidsstatus.

Dat het wetsvoorstel voor de automatische verlenging van het GMD in de vorige legislatuur geen meerderheid haalde is in de huidige coronacontext een pijnlijke vaststelling. Het belang van anonieme medische gegevens die via de GMD op macroniveau het beleid, de bepaling van risicogroepen en andere epidemiologische analyses mogelijk maken kan in deze tijden maar moeilijk onderschat worden. De automatische vergoeding van de huisarts die het GMD beheert is dan ook de evidentie zelve.

Eerste linie tegen najaarscorona

Epidemiologische analyses zullen we bovendien in de exitfase waarin we ons nu bevinden absoluut nodig hebben in het voorkomen van een tweede besmettingsgolf in het najaar. Net als in alle andere preventieve medische aktes zal ook hier de rol van de huisarts niet te onderschatten zijn. Dat brengt mij tot het volgende verschrikkelijke pijnpunt dat een grondig beleid inzake volksgezondheid in de weg staat.

De huisartsengeneeskunde en de centrale rol die ze speelt in de begeleiding van de patiënt naar een optimaal gezondheidsdossier is cruciaal voor een goed preventief beleid. Preventie is een regionale materie, het zou perfect geïncorporeerd kunnen worden in het GMD, ten voordele van de patiënt en de ziekteverzekering.

Indien een patiënt wordt opgeroepen voor een preventief bevolkingsonderzoek dan wordt de huisarts hierover geïnformeerd. Hij volgt het op. Indien de patiënt in het voorbije jaar geen nood had aan een consultatie, dan is het GMD niet verlengd en doet de huisarts dat gratis. Een automatische verlening van het GMD zou dus niet enkel die administratieve overlast van de huisarts zelf verminderen, maar ook aan de basis kunnen staan van een nog meer doorgedreven preventief beleid. De huisarts is dan de spil van de preventie. Daaronder verstaan we zowel medische preventie als het begeleiden naar een gezonde levensstijl én het bepalen van gezondheidsindicatoren bij patiënten. En dat leidt dan weer naar een gezonde, weerbare maatschappij.

Versnippering tegengaan

De aanpak van de coronacrisis zal op later tijdstip geëvalueerd worden. Echter, dat de versnippering van de bevoegdheden in deze crisis een hallucinante fout is, staat nu al als een paal boven water. Ook bewijst de eerste lijn opnieuw hoeveel respect ze van ons verdient, dankzij een enorme volharding en een snelle, adequate organisatie van triagecentra en begeleiding van de patiënten.

De Vlaamse huisartsen die voor drie vierden van de patiënten een GMD hebben, staan in schril contrast met hun Waalse en Brusselse tegenhangers. Die moeten wat het GMD betreft een echte inhaalbeweging maken. De Vlaamse ziekenhuizen die dankzij hun doorgedreven organisatie van netwerken klaar waren om de toeloop van patiënten op intensive care op te vangen en konden rekenen op de transfer van het nodige personeel binnen het netwerk, toverden bij gebrek aan een globaal federaal hospitaalplan hun eigen netwerkplan dat perfect bleek te verlopen. Onze Vlaamse patiënten kwamen geen zuurstof tekort in de hospitalen. Dat is een prestatie op zich.

Om een integraal, doortastend en wetenschappelijk beleid te kunnen voeren is nu hét moment om te pleiten voor een Vlaamse gezondheidszorg. De eerste lijn kan hand in hand met de academici en ziekenhuisnetwerken kordaat verder werken op de al ingeslagen weg van de Vlaamse zorgzones. Want zeg nu zelf: zes federale ministers, aangevuld door hun regionale evenknieën, die op zoek gaan naar mondmaskers, testen op prevalentie en immuniteit of medicatie? Dat is weinig efficiënt.

En voor de huisartsen: 19 mei is jullie dag. Petje af!

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Kathleen Depoorter

Kathleen Depoorter is apotheker en volksvertegenwoordiger en schepen in Evergem voor N-VA.