Advertentie
Geschiedenis
Ellen Debackere

‘Antwerpen stond in de 19e eeuw niet wantrouwig tegenover politieke vluchtelingen’

‘In tegenstelling tot de centrale overheid, maakte Antwerpen zich in de negentiende eeuw geen zorgen over politieke vluchtelingen. Zolang nieuwkomers zich in hun eigen levensbehoeften konden voorzien, waren ze welkom. Het stedelijk beleid strookte dus niet altijd met de beleidslijnen in Brussel’, stelt historica Ellen Debackere vast in haar onderzoek naar het migratiebeleid in het negentiende-eeuwse Antwerpen. Ze doctoreerde in 2016 aan de Universiteit Antwerpen/Vrije Universiteit Brussel (VUB)/ haalde dit jaar de finale van de Vlaamse PhD Cup, die fysicus Ben Van Duppen (Universiteit Antwerpen) in oktober won met zijn onderzoek over een nieuw soort lichttelefoons.

De Vlaamse PhD Cup wil doctoraten bekender maken bij het grote publiek, en dat is bij Debackere gelukt. ‘Zelf had ik me ingeschreven omdat de bijbehorende mediatraining wel van pas zou komen. De impact van de PhD-cup is niet te onderschatten: er belden en mailden me nog nooit zoveel mensen voor mijn doctoraat als tijdens de aanloop naar de finale.’

Winnen kon ze niet, want het bleek moeilijk om op te boksen tegen de exacte wetenschappen, omdat haar historisch onderzoek minder tastbaar is. ‘Ik vond geen medicijn tegen kanker uit. Het is niet altijd gemakkelijk om in één zin uit te leggen hoe mijn doctoraat tot een pasklare oplossing leidt. Wel zorgt onderzoek naar geschiedenis voor een beter begrip van het heden. En daarmee ook voor meer verdraagzaamheid. Het doet ons beseffen dat een historisch feit niet weg te rukken valt uit een vaak extreem complexe context en dat er niet zoiets bestaat als “één waarheid”. Maar dat is niet zo eenvoudig om in drie minuten uit te leggen.’

Debackere bestudeerde niet het nationale maar stedelijk migratiebeleid, want het viel haar op dat in het verleden enkel “de nationale kant” onder de loep werd genomen. ‘Steden zijn de eerste overheid waarmee nieuwkomers in contact komen. Bovendien moeten zij het nationale beleid implementeren. Om voorbij die “nationale retoriek” te geraken leek het heel interessant om de praktijk van het migratiebeleid in één bepaalde stad te onderzoeken.’

Doorbraak: Waarom koos u voor Antwerpen en specifiek voor de periode 1830-1880 om het migratiebeleid te onderzoeken?

 Debackere: ‘Antwerpen was een heel interessante casestudy omdat de stad zich in de loop van de negentiende eeuw ontpopte tot een van de belangrijkste havens van Europa. De migratiestromen naar, van en door de stad werden ongetwijfeld sterk beïnvloed door de werkgelegenheid en de verbeterde toegangswegen via land en zee die deze stad te bieden had. Daarnaast werd Antwerpen in het negentiende-eeuwse België beschouwd als een belangrijke grensstad, waardoor zij niet alleen bepaalde verantwoordelijkheden had inzake de uitvoering van het immigratiebeleid, maar vooral ook bereikbaarder was voor buitenlanders dan steden in het binnenland. Daarnaast is Antwerpen natuurlijk een bijzonder interessante casus vanwege de specifieke nationale politieke context, en meer specifiek vanwege haar positie in het jonge België. Niet enkel stond Antwerpen soms op gespannen voet met de hoofdstad, Belgische steden konden traditioneel ook rekenen op een grote autonomie.’

 ‘En alleen al door de enorme schaalvergroting die migratiebewegingen ondergingen tijdens de negentiende eeuw, is de periode 1830-1880 heel interessant om het vreemdelingenbeleid in Antwerpen te onderzoeken. De onafhankelijkheid van België in 1830, en de verschuiving van de aandacht van de bewindsvoerders naar buitenlandse nieuwkomers, is daarbinnen een interessant startpunt. België moest vanaf dan met een eigen migratiebeleid op de proppen komen. Mijn onderzoek liep over een periode van 50 jaar, omdat je zo het vreemdelingenbeleid in verschillende politieke en sociaaleconomische contexten met elkaar kan vergelijken. De introductie van het nationaliteitsprincipe in de late jaren 1880, 1880 was de eindgrens van mijn onderzoek,betekende bovendien een breuk met het verleden. Voorheen was iemands domicilie nog de basis voor diens burgerrechten en -plichten.’

Wat waren de voornaamste vaststellingen van uw onderzoek?

Antwerpen nam tijdens de negentiende eeuw geen andere maatregelen dan de centrale overheid toeliet. Wat de stad wel deed, was het migratiebeleid en de maatregelen die bestonden inkleuren naargelang de eigen noden en behoeften.’

‘Waar de centrale overheid van meet af aan bijzonder wantrouwig stond tegenover politieke vluchtelingen, leek Antwerpen zich daar geen zorgen over te maken. Voor Antwerpen volstond het als iemand in zijn/haar eigen levensbehoeften kon voorzien. Hoe iemands politieke achtergrond er voor de rest uitzag, maakte voor Antwerpen – in tegenstelling tot de nationale staat – niets uit.’

‘In geen enkel beleidsdocument in die periode ben ik trouwens discussies tegengekomen over hoe het migratiebeleid gevoerd moest worden. Eerder was migratie iets wat Antwerpen weinig zorgen baarde zolang de buitenlanders in kwestie voor zichzelf konden zorgen. Zo paste Antwerpen het vreemdelingenbeleid soms bewust selectief toe. Het was bijvoorbeeld makkelijker voor rijke buitenlanders zonder paspoort dan voor arme buitenlanders zonder paspoort om toegang te krijgen tot de stad. Ook in het onderstandsbeleid zien we die selectiviteit enigszins opduiken. Buitenlanders konden recht krijgen op steun, mits dat tijdelijk was. Toch zien we dat oude Nederlanders die al ettelijke jaren in de stad woonden, veel makkelijker toegang kregen tot permanente vormen van steun in vergelijking met andere buitenlanders. Wellicht speelde hier het idee van “belonging”; het gevoel dat deze mensen tot de stad behoorden en daarom recht hadden op langdurige steun, hoewel de wet en de centrale staat het anders voorschreven.’

Verschilde het Antwerpse migratiebeleid met andere steden?

 ‘Mijn collega Alexander Coppens deed aan de VUB vergelijkbaar onderzoek voor de stad Brussel. Daaruit bleek dat in Brussel wel degelijk buitenlanders op basis van politieke motieven werden uitgewezen. Vooral na de Commune van Parijs in 1870 had men schrik van de politieke vluchtelingen die er de orde zouden kunnen verstoren. Van een selectief migratiebeleid was er in Brussel wel geen sprake.’

Binnen de periode 1830-1880 veranderde het Antwerpse migratiebeleid. Hoe kwam dat en was dat mede onder druk van het nationale niveau?

‘In tegenstelling tot de literatuur werd het migratiebeleid er na 1860 niet minder strikt op. Registraties leverden minder klachten op bij de centrale overheid, het paspoortbeleid werd meer en meer naar de letter toegepast en vooral het aantal uitwijzingen uit de stad nam exponentieel toe. Ook de verblijfsduur van uitgezette buitenlanders in de stad werd ingekort, wat suggereert dat de lokale politie sneller optrad tegen “verdachte” nieuwkomers.’

‘Volgens mij gebeurde dit niet omwille van druk vanuit het nationale niveau. Het lijkt me eerder een samenspel van factoren. Het profiel van de buitenlanders was veranderd. Naarmate de negentiende eeuw vorderde, democratiseerde migratie: meer mensen en minder begoede mensen begonnen over langere afstanden te reizen. Er kwamen bovendien meer buitenlanders toe dan aan het begin van de tweede helft van de negentiende eeuw, de economische omstandigheden waren in die periode ook slechter. Daarnaast ontwikkelde het politieapparaat in Antwerpen zich ook meer en meer, waardoor het ook beter in staat was om een migratiebeleid uit te voeren.’

Wat was de wettelijkheid van zulke autonome stedelijke maatregelen?

 ‘In de negentiende eeuw bestond er effectief een Belgische vreemdelingenwet, maar die was ruim vatbaar voor interpretatie. De centrale staat probeerde om met omzendbrieven korter op de bal te spelen en de steden en gemeenten instructies mee te geven. Als Antwerpen die niet naar behoren uitvoerde, kwam daar al eens reactie op, maar er werden nooit drastische maatregelen genomen.’

Was er toen ook een soort samenspel tussen beide niveaus? Als N-VA een streng migratiebeleid in Antwerpen voert, gaat ze daar op Vlaams en federaal niveau geen commentaar op geven, want ze zit zelf in de regering en kan moeilijk haar voorstellen eigen afschieten. Hoe ging dat vroeger?

 ‘Voor Antwerpen heb ik daar weinig tot niets over teruggevonden. Voor Brussel vond mijn collega Coppens dat er wel degelijk fricties konden ontstaan als de Brusselse burgemeester niet van dezelfde politieke signatuur was als het hoofd van de toenmalige Staatsveiligheid.’

In hoeverre kon men toen spreken van een multiculturele samenleving? Een Nederlander die naar Antwerpen migreert is namelijk nog iets anders dan een Marokkaan.

 ‘Het merendeel van de buitenlanders dat naar Antwerpen migreerde, was inderdaad van Nederlandse afkomst, gevolgd door Duitsers. Op de derde plaats stonden de Fransen. Overzeese migratie speelde in die periode een minieme rol. Cultuurverschillen speelden dus niet zo’n grote rol.’

Nu heeft men schrik van de islam. In hoeverre speelde godsdienst toen een rol? Wat schrikte toen het meeste af?

‘Godsdienst speelde zo goed als geen rol. Zelfs op het registratieformulier dat voor buitenlanders moest worden ingevuld bij aankomst in de stad, werd niet gevraagd naar godsdienst. Wel werd er gevraagd naar een eventueel (politiek) verleden en gedrag, al werden deze rubrieken ook amper ingevuld door de lokale politie. Wat de centrale staat in die periode het meeste zorgen baarde, waren politieke oproerkraaiers, en dan vooral die van socialistische strekking, die mogelijk de publieke orde in het land zouden kunnen verstoren.’

Is het eigenlijk goed dat steden autonoom beslissingen kunnen nemen op vlak van migratie?

‘Daar zijn de meningen over verdeeld. Er zijn onderzoekers, zoals Benjamin Barber, die menen dat steden het best zijn uitgerust om met migratie om te gaan: ze zouden slagvaardiger zijn dan nationale staten of supranationale verbonden. Anderen denken dan weer dat migratie het best overgelaten wordt aan hogere niveaus, zoals de Europese Unie. Vaak hangt het niveau waarop een migratiebeleid gevoerd wordt samen met het niveau waarop sociale zekerheid wordt georganiseerd. Want het is vaak net die sociale zekerheid die bestuurders onder andere willen beschermen. Er moet in ieder geval een duidelijke keuze gemaakt worden. Vergelijk het met een winkelketen die beslist dat alle filialen tot 21u open moeten blijven. Als één winkel gewoon zijn zin doet en toch om 19u blijft sluiten, zorgt dit voor problemen. Zowel met de klanten voor wie het verwarrend wordt, als voor problemen met andere filialen.’

U haalt de vreemdelingentaks als eigentijds voorbeeld aan van eigen Antwerps migratiebeleid. Is zo’n maatregel effectief?

 ‘Het hangt ervan af wat beoogd wordt met die vreemdelingentaks. Nadat Liesbeth Homans als Antwerps OCMW-voorzitter haar wens voor deze vreemdelingentaks had uitgesproken, spraken andere partijen van het optrekken van een tolmuur rond de stad. Als slechts één stad een dure taks heeft, lijkt het me niet onlogisch dat minder welstellende nieuwkomers het dan eerst in andere steden zullen proberen. Als het doel is om die armere nieuwkomers buiten te houden, kan zo’n taks wellicht effectief zijn.’

Burgemeester Bart De Wever zei ook amokmakers desnoods het land uit te zetten. Is hij daar als burgemeester bevoegd voor?

‘Bij mijn weten heeft een burgemeester niet de bevoegdheid om op eigen houtje iemand het land uit te zetten. Hij kan dit wel aanvragen, maar uiteindelijk is het de Dienst Vreemdelingenzaken die een uitwijzing kan opleggen; de burgemeester is dan wel verplicht hem uit te voeren volgens de procedure.’

Zouden steden met een hoge werkloosheid niet kunnen weigeren om nieuwkomers op te vangen?

 ‘Alles hangt af van het niveau waarop je beslist dat een migratiebeleid gevoerd moet worden. Als dat op nationaal niveau is, dan moeten steden uitvoeren wat op dat niveau beslist werd, ondanks een eventuele hoge werkloosheidsgraad.’

Pas kwam in het nieuws dat veel leefloners nieuwkomers zijn. In de negentiende eeuw was er nog geen sociale zekerheidssysteem zoals nu. Maar was er toen ook een bepaald ongenoegen over vreemdelingen?

 ‘De situatie toen was enigszins verschillend. De negentiende-eeuwse overheden probeerden landloperij wel aan banden te leggen – of die nu van Belgen of van buitenlanders afkomstig was –, en ook in de wet was opgenomen dat behoeftigheid grond voor uitzetting kon zijn. Maar hoe verder men reisde, hoe rijker men meestal was. De meeste buitenlanders in België waren dus vaak niet de allerarmsten.’

‘Er bestond in de negentiende eeuw wel een onderstandssysteem waarin het werd toegelaten dat er steun aan buitenlanders werd verstrekt, zij het op tijdelijke basis. In deze regel werd ook gesteld dat er nooit meer gegeven mocht worden aan buitenlanders dan aan Belgen omdat dit niet eerlijk zou zijn.’

In de negentiende eeuw ontwikkelde het Antwerps migratiebeleid zich omwille van economische redenen en maakte politieke overtuiging niets uit. Liggen vandaag die verhoudingen niet anders?

‘Het huidig gevoerde migratiebeleid is vaak eerder politiek getint dan economisch, hoewel we er baat bij kunnen hebben indien de economische invalshoek iets vaker belicht zou worden. Migranten kunnen zonder twijfel zorgen voor economische groei, zeker in een regio waar de bevolking tegen een recordtempo aan het vergrijzen is en waar bepaalde sectoren dringend werkkrachten nodig hebben.’

Hoe is het migratiebeleid van Antwerpen na 1880 eigenlijk verder geëvolueerd?

‘Dat is een heel interessante vraag. Tot op heden heeft niemand onderzoek gedaan naar het stedelijk migratiebeleid in Antwerpen na deze periode, dus ik kan er moeilijk een antwoord op geven. Wie weet vind ik ooit de tijd om het zelf verder te onderzoeken.’

Steden worden gezien als de toekomst, vindt politicoloog Benjamin Barber. Welke bevoegdheden op vlak van migratie zouden interessant zijn?

 ‘Barber geeft zelf het voorbeeld van steden waarin de bevolking verouderd is en waarin nood is aan werkkrachten. Zulke steden zouden dan zelf kunnen beslissen om meer migranten aan te trekken. In deze context biedt Barber het idee van “city visas”’ aan om het probleem op te lossen. Met die “city visas”, die door de steden worden afgeleverd, zouden steden dan specifieke nieuwkomers kunnen aantrekken om bepaalde jobs in te vullen. Maar in mijn ogen blijft er in dit geval nog steeds een “superviserend orgaan” nodig om sommige steden tot meer solidariteit aan te zetten en ervoor te zorgen dat ze niet enkel mensen ontvangen die op dat specifieke moment nuttig kunnen zijn voor de lokale arbeidsmarkt.’

Heeft u ten slotte nog nieuw onderzoek over migratie op het oog?

‘Ik blijf in ieder geval met onderzoek naar migratie aan de slag, omdat ik bezig ben met het omwerken van mijn doctoraat naar een publieksboek. Momenteel verblijf ik in Colombia en van hieruit wil ik ook de migratie van Venezuela naar Colombia van dichtbij volgen. Daarnaast zal ik vanaf januari aan de Odisee hogeschool meehelpen aan het onderzoek naar honderdjarige familiebedrijven. En als freelancer hoop ik regelmatig onderzoek te kunnen doen naar diverse thema’s. Recent gaf ik mijn vaste job op om als zelfstandige zowel aan onderzoek als copywriting en journalistiek te kunnen doen. Het statuut laat me toe om in alle vrijheid de dingen te doen die ik het liefst doe, namelijk onderzoek voeren en schrijven.’

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans