fbpx


Brussel
tweetaligheid

Aanpassing taalwetgeving nodig

Brusselse Nederlandstalige meerderheidspartijen denken 'constructief' na over tweetaligheid van diensten



Het aantal Nederlandsonkundige ambtenaren bij Brusselse gemeentebesturen is nog nooit zo hoog geweest als in 2019. Dat blijkt uit het recentste rapport van de Brusselse vicegouverneur. Voor enkele Nederlandstalige meerderheidspartijen in Brussel is dat het sein dat er meer over ‘pragmatische’ oplossingen moet worden nagedacht. Lees: tweetaligheid van de dienst in plaats van tweetaligheid van de ambtenaar. Met die instelling wordt er dan ook de komende staatshervorming ingegaan. Inbreuken op taalwetten 3123 benoemingen, 1829 schorsingen. In 2019 ligt het aantal…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Het aantal Nederlandsonkundige ambtenaren bij Brusselse gemeentebesturen is nog nooit zo hoog geweest als in 2019. Dat blijkt uit het recentste rapport van de Brusselse vicegouverneur. Voor enkele Nederlandstalige meerderheidspartijen in Brussel is dat het sein dat er meer over ‘pragmatische’ oplossingen moet worden nagedacht. Lees: tweetaligheid van de dienst in plaats van tweetaligheid van de ambtenaar. Met die instelling wordt er dan ook de komende staatshervorming ingegaan.

Inbreuken op taalwetten

3123 benoemingen, 1829 schorsingen. In 2019 ligt het aantal schorsingen door de Brusselse vicegouverneur historisch hoog. Dat staat te lezen in het recentste rapport van vicegouverneur Jozef Ostyn. De ‘vicegouverneur’ is eigenlijk een controlefunctie voor de naleving van de taalwetten in Brussel. Een gouverneur heeft Brussel niet, want het is geen provincie.

Concreet gaat het in het rapport om inbreuken tegen de bestuurstaalwet van 1966. Die stelt dat gemeentepersoneel van de Brusselse gemeenten tweetalig moet zijn om de burger een goede dienstverlening te bieden. Vooral bij de Brusselse OCMW’s is de situatie problematisch: 1030 schorsingen op 1630 benoemingen. Benoemingen moeten hier in ruime zin worden geïnterpreteerd. Zo gaat het niet noodzakelijk om 3123 individuen, maar om wijzigingen aan tewerkstellingsovereenkomsten, promoties, stages, enzovoort, en kunnen meerdere ‘benoemingen’ op eenzelfde persoon van toepassing zijn. Toch geven de cijfers aan dat er met de Nederlandskundigheid van Brusselse gemeenten een ernstig probleem is.

Verschillende oplossingen

Begin januari 2021 houdt vicegouverneur Jozef Ostyn over dit rapport een uiteenzetting voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie — zeg maar het ‘parlement’ van de Brusselse Vlamingen — en de commissie Brussel van het Vlaams parlement.

Bij die toelichting blijkt dat de Nederlandstalige partijen in Brussel zich bewust zijn van het probleem. Het wordt echter ook al duidelijk dat er erg verschillende oplossingen naar voren worden geschoven voor dit taalprobleem. Vooruit-raadslid Hannelore Goeman zegt bijvoorbeeld dat ‘het niet evident is om tweetalige mensen te vinden. We moeten het probleem blijven benoemen. Maar schorsingen mogen ook niet tot gevolg hebben dat lokale besturen in het gedrang komen. Het is tijd om na te denken over pragmatische oplossingen. Misschien moeten we evolueren naar een tweetaligheid van dienst, met een goede controlegarantie.’ Goeman vraagt daarop aan Ostyn wat zijn standpunt hierover is.

Geen echte schorsing

Schorsingen door de vicegouverneur worden wel aan het gemeentebestuur gemeld. In de praktijk leiden ze echter zelden tot een daadwerkelijke schorsing van het betrokken individu. Tweetaligheid van dienst betekent dan weer dat bepaalde personen op een gemeentedienst tweetalig zijn. En dat een Nederlandstalige (mits het nodig geduld) wel in zijn taal kan geholpen worden, maar dat anderen niet aan deze tweetaligheidsvereiste moeten beantwoorden.

Partijen zoals Groen en Open Vld zitten op dezelfde pragmatische lijn. Ze ontkennen het probleem niet, maar zien vooral de moeilijkheden die Brusselse gemeentebesturen tegenkomen bij aanwervingen. Er zijn gewoonweg te weinig tweetalige kandidaten. Voor Groen en Open Vld moet er dus vooral worden ingezet op beter onderwijs.

Reageren na de feiten

Dat onderwijs belangrijk is, geeft Ostyn tijdens de toelichting in januari ook toe. ‘Maar nu reageren we na de feiten. Dat we dit probleem op de agenda plaatsen, wil niet zeggen dat we erin moeten berusten. Alleen benoemingen schorsen is niet voldoende om een tweetalige dienstverlening af te dwingen. Je hebt daarvoor ook gewoon genoeg effectief tweetalig personeel nodig. Het onderwijs is daartoe de sleutel.’

Ostyn geeft ook mee dat er geen wonderoplossing bestaat. Dat de Brusselse gemeentebesturen moeten evolueren naar een tweetaligheid van dienst, zoals Goeman suggereert, daarover zegt hij echter ‘dat hij daar niet over te beslissen heeft’ omdat zulks een wettelijke zaak is. Ergo: dan moeten de federale politici hierover maar nieuwe wetten maken.

Maar Ostyn zegt ook dat ‘ik persoonlijk denk dat om nauwe contacten tussen ambtenaren en burgers te garanderen, de individuele tweetaligheid belangrijk is. Kijken we naar de Brusselse gewestadministratie — waar tweetaligheid van dienst geldt, in tegenstelling tot de gemeenten —, dan zien we ook dat door een positief beleid mensen die hun carrière begonnen als Nederlandsonkundig, nu wel Nederlands hebben geleerd.’ Waarmee Ostyn natuurlijk zegt dat het ene het andere niet uitsluit, maar dat waar er een wil is om Nederlands te leren, ook een weg is.

Controlerecht beter uitoefenen

De N-VA bespreekt begin maart dan hun eigen resolutie in de VGC-raad. Daarin stellen ze voor om dat het College van de VGC zal aandringen bij de Brusselse regering om haar controlerecht op de taalwetgeving bij Brusselse gemeenten en OCMW’s beter uit te oefenen. Dat wil zeggen dat de Brusselse regering eentalige aanwervingen bij de gemeenten of OCMW’s zou kunnen vernietigen. Dat gebeurt vandaag niet.

De resolutie wordt door de overige VGC’ers echter niet aangenomen. Volgens raadslid Guy Vanhengel (Open Vld) is ‘de taalwetgeving verouderd en zijn er aanpassingen nodig. Maar daar kan alleen aan gesleuteld worden op federaal niveau en op basis van een gesprek tussen beide Gemeenschappen. Een unilaterale positie innemen, is altijd een slecht begin van zo een gesprek.’

Groen-raadslid Arnaud Verstraete is er een voorstander van dat de discussie tezamen met de Franstaligen gevoerd wordt op het federale niveau. ‘De reflectie mag echter niet tot dat niveau beperkt blijven, en moet ook in Brussel samen met de Franstaligen gevoerd worden,’ zo zegt Verstraete. Het N-VA-voorstel is voor Verstraete echter niet constructief.

‘Vijandige en agressieve toon’

Ook VGC-raadslid Fouad Ahidar (Vooruit) wil de discussie constructief voeren. Hij ondervraagt de bevoegde Brusselse minister Bernard Clerfayt (Défi) erover begin april in het Brussels parlement, voor Ahidar het meest geschikte niveau. Collega Mathias Vanden Borre van N-VA —die het resolutievoorstel dus verdedigde in de VGC — vraagt Ahidar er ook waarom hij zijn VGC-resolutie niet mee heeft aangenomen. ‘Mijn partij is niet per se tegen de resolutie van uw partij gekant. Wel hadden we problemen met de vijandige en agressieve toon van die tekst. Zonder een positieve en constructieve houding kan er geen vooruitgang worden geboekt. Bovendien is de VGC ter zake totaal niet bevoegd. Als er een nieuwe tekst zou komen, die constructiever is geformuleerd, zullen we die graag bekijken en eventueel zelfs goedkeuren,’ zo zegt Ahidar.

Ontoerijkende taalvaardigheid middelbare scholieren

Bernard Clerfayt zelf blijft hoffelijk, ook al probeert diens partijgenoot Christophe Magdalijns het debat te verbreden door te benadrukken dat het Nederlands een minderheidstaal in Brussel is. In goed Nederlands geeft Clerfayt aan dat ‘het echte probleem in Brussel de ontoereikende taalvaardigheid van de leerlingen is die de middelbare school verlaten. De Brusselse bevolking is over het algemeen onvoldoende tweetalig. Tweetaligheid van lokale ambtenaren wordt echter door iedereen terecht verwacht.’

Maar voor Clerfayt is het gezien de eerdere vermelde discussie in de Vlaams-Brusselse assemblee dan ook een open doelkans wanneer hij zegt: ‘Mijnheer Ahidar, ik herinner me dat uw partij een overheveling van de bevoegdheden van de gemeenten naar het gewest voorstelt. Lokale ambtenaren zouden in dat geval gewestelijke ambtenaren worden. We stellen vast dat er tegen de gewestelijke overheid maar een paar klachten zijn ingediend bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Dat zijn er minder dan op gemeentelijk niveau.’

‘Slechts 10% Nederlandstaligen’

‘Daarom is het legitiem om de vraag te stellen waarom we het taalregime van het gewest, namelijk de tweetaligheid van de diensten, niet zouden toepassen op de gemeenten. Daar wordt van de personeelsleden momenteel nog altijd tweetaligheid vereist. Waarom taalpariteit opleggen in de gemeenten, als slechts 10% van de bevolking in Brussel Nederlandstalig is? En er geen Nederlandstalige personeelsleden zijn die in Brussel willen komen werken?’

‘Het lijkt mij de logica zelve dat we de taalwetten aanpassen aan de werkelijkheid, omdat het onmogelijk is en zal zijn om de werkelijkheid aan te passen aan de taalwetten die momenteel van kracht zijn. De werkelijkheid is wat ze is. We doen alles wat we kunnen om de taalvaardigheid van de bevolking en van de lokale ambtenaren te verbeteren, maar we moeten ons intussen wel afvragen of het huidige taalregime volstaat om overal in Brussel de juiste dienstverlening te leveren.’

Waarop de voorzitter van de Brusselse parlementscommissie binnenlandse aangelegenheden — Guy Vanhengel — besluit: ‘Hervormingen van de taalwetgeving zijn een federale bevoegdheid. Misschien kunnen uw suggesties (van Clerfayt en Ahidar, red.) worden opgenomen in de gesprekken over de nieuwe staatshervorming die her en der worden aangekondigd.’

[ARForms id=103]

Christophe Degreef