Zonder categorie
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Mark Geleyn

Abortus: wat met de rechten van het ongeboren kind?

Abortus

Op 28 september zal in Brussel een internationale betoging doorgaan voor het recht op abortus. Dat initiatief gaat uit van feministische organisaties die hun discours militant links en antikapitalistisch inkleuren. Onder de actiegroepen vind je ook vakbonden, politieke partijen en allerlei gesubsidieerde ngo’s, tot Oxfam en Amnesty International toe. Hun eisen zijn krachtig: abortus is een recht en een puur persoonlijke keuze. Mijn lichaam behoort mij toe en ik kies mijn leven. Abortus moet integraal deel uitmaken van de vorming van medisch personeel. De gewetensclausule voor datzelfde medisch personeel moet verdwijnen. De staat moet abortuscentra financieren. En de wetgeving in de EU moet aangepast worden aan de meest ‘progressieve’ landen.

Liberale steun voor abortus

Voor abortus vinden diezelfde radicale linkse militanten geestesverwanten bij de liberalen. Die willen als regeringspartij van de regering verkrijgen dat de Belgische abortuswet van 1990 verder geliberaliseerd wordt, precies zoals het eisenpakket van de komende betoging het formuleert: ‘De wet is 27 jaar oud en het is tijd om hem aan de tijdgeest aan te passen’.

Het gaat hier om de wet die destijds met een wisselmeerderheid goedgekeurd werd omdat de christelijke partij niet meestemde. Ook koning Boudewijn had gewetensbezwaren. Om de wet er door te krijgen werd de koning voor korte tijd in de onmogelijkheid tot regeren verklaard. De ministerraad bekrachtigde zelf de wet ‘in naam van het Belgische volk’.

Abortus als noodsituatie

Die wet laat abortus toe als de ingreep gebeurt in de eerste 12 weken en de zwangere vrouw verklaart dat er een ‘noodsituatie’ is. De ingreep moet gebeuren door een arts die de vrouw inlicht over de wet en de medische risico’s; en de arts voert de ingreep slechts 6 dagen na de consultatie uit. Na de 12de week is abortus toegelaten indien de zwangerschap een ‘ernstig gevaar’ inhoudt voor de vrouw of indien het kind lijdt aan een ‘uiterst zware kwaal’, en advies gevraagd werd aan een tweede arts. Een arts  kan niet verplicht worden om een abortus uit te voeren. Hij of zij is niet gehouden de vrouw door te verwijzen naar een andere arts.

Al bij al bracht die wet een rechtssituatie tot stand die rekening houdt met de belangen van de zwangere vrouw, maar ook met de belangen van het ongeboren kind én met de ethische standaarden van de samenleving. Abortus blijft echter een dramatisch gebeuren en een delicaat en moeilijk afwegen.

Maximale individuele vrijheid

De abortus-actiegroepen zien het zo niet. Voor hen is abortus een deel van ‘de strijd van feministen om meester over het eigen lichaam’ te zijn. Gedaan met consultaties, wachttijden, inspraak van anderen en zogenaamde noodsituaties. De deadline moet naar 18 weken, ‘zoals in het progressieve Zweden’. Sommigen willen hoegenaamd geen deadline. Ze willen dat artsen met gewetensbezwaren verplicht worden door te verwijzen. En tenslotte: abortus moet een gewone medische ingreep worden en een recht.

Klare radicale taal, in de lijn van de doctrine van maximale individuele vrijheid die geen inspraak van de samenleving duldt. De zwangere vrouw heeft geen consultatie nodig: ‘vrouwen die abortus overwegen, weten dat dit een ingrijpende ingreep is. De subjectieve term noodsituatie moet uit de wet’.

Gewetensbezwaren tellen niet

Klare taal ook voor artsen en verpleegkundigen met gewetensbezwaren. Voor hen geldt de veelgeprezen vrijheid dan toch niet, want zij zouden verplicht worden iemand aan te duiden om een daad uit te voeren die zij zelf in geweten verwerpen. De Zweedse vroedvrouw Ellinor Grimmark kan ervan meespreken. Drie hospitalen weigerden haar aan te werven omdat zij als christen gelooft in het redden van levens, en geen abortussen wil uitvoeren. Ze begon een rechtsprocedure. Zweden erkent de gewetensvrijheid en nam de resolutie over van de Raad van Europa die bepaalde dat medisch personeel gewetensvrijheid mag inroepen in kwesties van levensbeëindiging. Toch verloor Grimmark haar zaak voor de rechtbank van Jönköping. Zij verloor een tweede maal in beroep. Nu moet zij beslissen of zij de zaak aanhangig wil maken voor het Europees Hof van de Rechten van de Mensen. Intussen betaalde zij al 100.000 euro aan gerechtskosten.

Ook België stemde in 2010 voor die resolutie.

Bedenktijd heeft nut

Hoe leg je aan actiegroepen, die abortus als een aspect van een edele strijd tegen het kapitalisme zien, of als een uiting van maximale individuele vrijheid, hoe leg je die uit dat een bescheiden bedenktijd in zo’n ingrijpend gebeuren zijn nut heeft, dat begripsvol overleg met de arts of met een adviesinstanties de vrouw kan helpen? Helpt het erop te wijzen dat een embryo van 12 weken een ongeboren kind van 3 maand is, letterlijk ‘alive and kicking’? Heeft het nut eraan te herinneren dat de evaluatiecommissie, die samen met de wet van 1990 ingericht werd, moest meedelen dat 95 % van de aangehaalde ‘noodsituaties’ zijn: momenteel geen kinderwens, de vrouw voelt zich te jong, voltooid gezin, ‘ideaal’ kindertal bereikt. Noodsituaties?

Roe versus Wade

En wat dat absolute ‘meester zijn over het eigen lichaam’ betreft, is het leerrijk te kijken naar de uitspraak van het Amerikaanse Oppergerechtshof van 1973 in de zaak ‘Roe versus Wade’. Die uitspraak maakt de basis uit van de huidige Amerikaanse wetgeving, en de Pro Choice-liberalen beschouwen ze nog steeds als de referentie in hun culturele oorlog met de Pro Lifers. Het Hof verdeelde de zwangerschap in drie trimesters. In de eerste 3 maand beslist de moeder. Vanaf de tweede trimester kan abortus enkel als de gezondheid van de moeder in gevaar is. In het laatste trimester moeten de abortuswet het leven van de foetus beschermen. In deze uitspraak, die door de Pro Lifers nog steeds wordt bestreden, is dus al sprake van een geleidelijke afbouw van de beslissingsvrijheid van de moeder. Van het recht op privacy in het aanvangsstadium, krijgt in het tweede trimester de samenleving meer inspraak en naar het einde van de zwangerschap geldt ook het recht van het ongeboren kind. Men kan deze uitspraak te libertijns vinden, maar er is in elk geval erkenning van een groeiend recht van het ongeboren kind.

En zo zijn we bij de kern van de zaak.

Rechten van het ongeboren kind

We hebben in Europa de mensenrechten tot het hoogste goed verheven. Onze wetten en rechtbanken komen op voor de bescherming van de mensenrechten van de eerste, tweede en derde generatie (ook daar heerst de tijdgeest). Steeds verfijnder en denkend aan groepen en subgroepen en minderheden. We zijn bezorgd over gelijke behandeling van ras, geslacht, intelligentie, lichaamshandicap, afkomst. We denken aan iedereen. Behalve aan het nog niet geboren kind. We spreken over het recht van de moeder, het recht van de samenleving, we denken zelfs na over naamgeven aan doodgeborenen, maar we hebben het nooit over het ongeboren kind, waar alles om draait.

Een beschaving die eerlijk is met zichzelf, moet bezorgd zijn over het welzijn van de aanstaande moeder, maar ook over het welzijn van het ongeboren kind. Die bezorgdheid komt tot uiting in overleg, begeleiding, nadenken, uitstel van beslissing en in een wetgevend kader dat zulke zorgfunctie mogelijk maakt.

Abortus is een traumatische ervaring, voor de moeder, maar nog veel meer voor het ongeboren kind. We weten het, maar we zwijgen erover. Abortus is zowat het enige gebeuren dat libertijnen te gewelddadig en te obsceen vinden om op tv te brengen. Niet omdat ze teergevoelig of preuts zijn. Wel omdat ze weten dat als de mensen zien hoe een abortus echt verloopt, niemand nog kan beweren dat dit een beschaafd antwoord is voor het echte probleem: wat aan te vangen met ongewenste kinderen.

En hoe leggen we aan een Marsman, of aan een tienjarig kind, uit dat we ongeboren kinderen onverdoofd verwijderen, maar dat we streng gekant zijn tegen de doodstraf?

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans