fbpx


Media

Achter de schermen van de constructieve journalistiek (3)

Afl. 3 - Verhalenvertellers grijpen de (vierde) macht


Lees zeker ook deel 1 en deel 2

Komt dat zien: ‘gijzelingen met zichtbare ontknoping’

Niet toevallig stak de controverse over constructieve journalistiek de kop op naar aanleiding van de beslissing van het VRT-journaal om geen fragmenten uit IS-propagandavideo’s uit te zenden.

Dat een omroep zulke beelden ‘om principiële redenen’ weert is vandaag nauwelijks nog een punt. Voor diegenen die, net als VRT-journalist Rudi Vrancx, willen ‘aanvoelen waar we mee te maken hebben’ volstaat de overschakeling naar VTM of een internetverbinding, Google en een druk op de knop.

Vele malen problematischer is het motief waarmee hoofdredacteur Björn Soenens zijn redactionele beslissing verantwoordde: ‘VRT-nieuws wil niet meedoen aan het verspreiden van haat en angst in de wereld.’ (deredactie.be, 20.08.2014). Behalve een sneer naar ‘bangmakende’ concurrent VTM – die wél beeldfragmenten uit IS-propagandavideo’s, inclusief context en achtergronden, in de berichtgeving verwerkte – sluit Soenens overweging potentieel de deur voor talloze nieuwsfeiten.

Overigens plaatste de VRT-redactie het IS-filmpje waarin de Amerikaanse journalist James Foley werd onthoofd op 19 augustus 2014 wel degelijk op de website van de redactie.be, nog voor de authenticiteit ervan onafhankelijk was bevestigd. Pas na massale oproepen via de sociale media – ‘bol van bitter cynisme’, aldus Rudi Vranckx – verwijderde de VRT het filmpje van de website met de mededeling dat ‘VRT Nieuws de onthoofdingsvideo niet toont’.

Verder is er geen enkele nieuwsredactie die de verspreiding van haat en angst in haar mission statement vermeldt. Het al dan niet stimuleren of vermijden van bepaalde emoties mag dan al een belangrijke therapeutische doelstelling zijn voor positieve psychologen; in de journalistiek beantwoordt het aan geen enkel nieuwsselectiecriterium. Niet wat nieuwsgebruikers al dan niet mogen voelen, maar wat nieuwsgebruikers moeten weten, moet immers de redactionele leiddraad vormen. Niet echter in de constructieve journalistiek: voor de constructieve journalist is uitgerekend het vermijden van negatieve stemmingen en het opwekken van positieve emoties normbepalend.

Overigens kan er worden getwijfeld aan Soenens’ reële bekommernis om angstvermijding bij kijkers. Ook in de constructieve journalistiek gaan kijkcijfers voor principes. Op 9 januari 2015, tijdens de beklemmende uren voor de ontknoping van de klopjacht op de broers Kouachi in Dammertin-en-Goël en de gijzeling in een Joodse supermarkt in Parijs, was de VRT-hoofdredacteur via Twitter driftig kijkers  aan het recruteren voor een extra portie terreur in de extra VRT-journaals: ‘Extra VRT-journaal om 15u30 op één over gijzelingen en terreur in Frankrijk’ (13u23); ‘NU extra VRT-journaal over gijzelingen in Frankrijk, met Goedele Wachters op één’ (14u36); ‘Extra VRT-journaal over gijzelingen en terreuracties in Frankrijk om 16u30’ (15:12); ‘Zo meteen live op één extra over gijzelingen en zichtbare ontknoping’ (16u03)’.

Nog op Twitter toonde Soenens trots hoe zijn ‘bangmakende journaal’ van 7 januari 2015 – de dag waarop de moordende aanslag op het kantoor van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs had plaatsgevonden – met 1.276.927 kijkers op het ereschavot van de kijkcijferhitparade was beland.

Constructieve journalistiek tijdens het bezoek van Obama aan Brussel (25.03.2014): ‘Gezwind stapt ie naar beneden’


Het Journaal wordt verhaal

Soenens voegde er later in Terzake (06.02.2015) aan toe dat hij ‘geen megafoon wil zijn voor geörchesteerde beelden’. Maar wat anders dan ensceneringen zagen we voortdurend voorbij komen in reportages zoals bijvoorbeeld; ‘Een dag in het kielzog van misschien de beste burgemeester ter wereld’ (Terzake, 02.02.2015), ‘Blik achter de schermen bij koning Filip: de koninklijke familie zoals u ze nog nooit zag’ (Koppen, 03.12.2014) of ‘Een jaar in het spoor van Herman Van Rompuy’ (Koppen, 27.11.2014)?

Stuk voor stuk schaamteloze orchestraties, weliswaar niet aangeleverd door extremistische propagandisten, maar bereidwillig in scène gezet door redacties van de openbare omroep. Verhelderend bij dat laatstgenoemde portret was overigens het commentaar van reportagemaker Bart Aerts: ‘Ik heb Van Rompuy een jaar gevolgd, niet als Wetstraatjournalist of Europawatcher, eerder als verhalenverteller.’ (deredactie.be, 27.11.2014).

Dat zinnetje brengt ons een stap dichter bij de essentie van constructieve journalistiek. Sterk geïnspireerd door de positieve psychologie, wil constructieve journalstiek negatieve nieuwservaringen zoveel mogelijk vermijden en vervangen door berichten die positieve emoties uitlokken, een warme sfeer creëren en positief denken stimuleren. Relevantie komt daarbij niet langer op de eerste plaats, wel de affectieve reacties en emotionele beleving van een nieuwsverhaal.

Constructieve journalistiek veegt daarmee zowat elk journalistiek criterium van tafel: onderwerpen worden niet langer geselecteerd of behandeld in functie van hun nieuwswaarde, maar in eerste instantie beoordeeld op hun positief verhalende merite. Voor Soenens moet dan ook ‘elk journaalstuk een verhaal zijn’, vertelde hij aan De Morgen (22.11.2013). En hij zou dat in datzelfde interview nog tien keer herhalen. Daarbij is het noodzakelijk dat journalisten zich omscholen tot verhalenvertellers zodat de nieuwsberichtgeving kan worden omgesmeed in een dagelijks terugkerend therapeutische sessie tegen de ‘heersende angstcultuur’ (Reyers Laat, 14.01.2015).

‘Er staan ons (politici, FT) gouden tijden te wachten’, gniffelde Hilde Crevits (CD&V), aan het einde van Soenens journalistieke bespiegelingen in Reyers Laat. (14.01.2015). Dat een politica zich vrolijk maakt over de constructief journalistieke koers die Soenens wil uittekenen, was alvast geen goed nieuws voor de journalistiek. Het verbaasde dan ook niet dat een gewaardeerd politiek journalist en commentator het rommelig exposé van Soenens over constructieve journalistiek op Twitter kort en bondig wegzette als ‘gewauwel’.


Apocalyps

Het valt trouwens op hoezeer de pleitbezorgers van de constructieve journalistiek, paradoxaal, telkens opnieuw een gechargeerd, eenzijdig en neerslachtig wereldbeeld ophangen, om er vervolgens hun positief journalistiek alternatief op los te laten.

‘Pessimisme’, ‘verzuring’, ‘antipolitiek’ – ook ‘kritisch’ schuurt vaak dicht tegen datzelfde negatieve woordenlijstje – zijn typerend voor het taalregister waarmee de constructieve journalistiek zich tracht te onderscheiden van en afzet tegen de gangbare journalistiek.

In Knack (29.10.2014) kwam de VRT-hoofdredacteur woorden tekort om zijn apocalyptisch beeld van de huidige samenleving te schetsen. Alomtegenwoordig ‘wantrouwen’ en ‘pessimisme’ voeren in dat discours de boventoon. In die smeltkroes van ‘negativiteit’, ‘wantrouwen’, ‘onbehagen’, ‘angstcultuur‘, ‘ellende’, ‘destructiviteit’ floreert ‘miseriejournalistiek’, aldus Soenens. ‘Onze samenleving lijdt aan een kanker van wantrouwen in journalistiek en politiek.’ (deredactie.be, 29.10.2014).

Waarop Soenens’ diagnose van een veralgemeende ‘angstcultuur’ steunt, komen we nergens te weten. Het is evenwel tegen dit zwartgallig decor dat Soenens in de hoedanigheid van gids (Reyers Laat, 14.01.2015) zijn kijkers wil behoeden voor ‘bangmakende content’ door er zijn ‘oplossingsgericht’ journalistiek alternatief tegenover te stellen.

In datzelfde interview kregen we meteen een concrete illustratie van de constructieve journalist in de rol van oplossingenbedenker: voor rolstoelgebruikster die door een te smalle deuropening niet tot in het stemlokaal geraakte, hees een VRT-reporter de deur uit hengsels zodat de dame vooralsnog haar stem kon uitbrengen. Hoe een opgelossingsgericht oorlogsverslag van Rudi Vranckx er in de toekomst zal uitzien? Dat blijft bang afwachten. Journalisten die gepassioneerd oplossingen willen bedenken, schrijven zich misschien toch maar beter in voor het uitvinderssalon.

Hoe de VRT-hoofdredacteur zijn neerslachtige kijk op de heersende ‘miseriejournalistiek’ verzoent met de talloze momenten van zelfbewieroking of de verdedigingslinie die wordt opzet telkens wanneer er kritisch wordt gesproken over tanende kwaliteit, oppervlakkigheid, irrelevantie en verkleutering van de journalistiek bij de openbare omroep, blijft een raadsel. ‘De nieuwsberichtgeving en de nieuwscommentaar (…) is van zo een hoog niveau. Het gaat dus goed met de journalistiek in Vlaanderen, dank u’, betoogde algemeen hoofdredacteur Luc Rademakers een tijd geleden nog (deredactie.be, 06.05.2013): ‘Vlaanderen mag fier zijn over zijn media en de media trots op hun werk en hun trouwe publiek.’


Gifbeker

De constructieve redactionele filosofie roept sterke herinneringen op aan het project van de G1000. Ook in 2011 stond er in Vlaanderen een gids en redder van de democratie op die de bevolking wilde behoeden voor de nakende tenondergang van de representatieve democratie. De aangekondigde heruitvinding van de democratie werd met vrachtladingen slaafsheid en kritiekloos gecopieerde persberichten en interviews maandenlang aan de burger gesleten.

Ook de G1000 zette vooraf een uitgesproken cynisch angstbeeld neer over verkiezingen (‘het moment waarop we de gifbeker van de democratie ledigen’) in Westerse democratieën (‘de boel staat op ontploffen’) om vervolgens door middel van een schaamteloos gemanipuleerde  online-bevraging, de innovatieve operatie wetenschappelijk in te kleden als ‘professioneel gestructureerde wetenschappelijk representatieve deliberatieve democratie’.

We weten ondertussen hoe het sluitstuk van dit langgerokken, gezwollen ‘baanbrekend laboratorium’ (De Standaard, 12.11.2011) als remedie tegen het ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’ eind 2012 als vertikaal geclasseerd aanbevelingsrapport sneuvelde.

Was de G1000 het falende antwoord op ‘dé falende politiek’, dan is constructieve journalistiek vandaag het falende antwoord op de vele punten waarop journalistiek vandaag faalt of tekort schiet.

C. Gyldensted, Constructive Journalism or How to Innovate the News Through the Science of Positive Psychology, 2015.

 

Gezocht: achterdocht

Constructieve journalistiek blijkt behalve een moreel-paternalistische en gemakzuchtige uitvlucht om te verzaken aan de controlerende opdracht van de vierde macht, een goedkoop middel waarmee de promotoren van de constructieve journalistieke school mikken op hogere kijkcijfers, betere verkoopcijfers en hogere winstmarges.

Aangezien echter de nieuwe constructieve nieuwsreligie alle kenmerken heeft van een dogmatische, vooringenomen leer zal ze hopelijk geen school maken. Als remedie tegen de ‘trust meltdown’ die Soenens bij het publiek tegenover dé media vaststelt (deredactie.be, 29.10.2014), is constructieve journalistiek alvast gedoemd tot mislukken. Feelgood journalistiek verkwanselt journalistiek, ondermijnt de journalistieke geloofwaardigheid, wakkert wantrouwen aan en vooral: onderschat mediagebruikers.

Gezien de sterke neiging tot verbloeming en angst- en probleemvermijding, de huiverachtigheid tegenover controverse, de worsteling met ongemakkelijke informatie en de obsessieve focus op positieve nieuwsbeleving, is er een flinke dosis achterdocht nodig tegenover hoofdredacteuren die angst uitsluitend zien als een negatieve, te bannen, emotie en bang zijn om (vermeende) angstgevoelens bij kijkers te veroorzaken. Elke nieuwsgebruiker zou zich best bang afvragen welke relevante, ongemakkelijke informatie er bij het dwangmatig stimuleren van positieve emoties wordt ingeleverd.

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Frank Thevissen

Frank Thevissen is doctor in de communicatiewetenschappen en auteur van o.a. 'Het is maar een peiling'.