Advertentie
Binnenland, Geschiedenis

Adviescommissie voor politiek-correcte monumenten

Twee keer per dag fiets ik voorbij het oorlogsmonument van Heverlee, vlak voor de kerk. Het werd in 1919 opgericht om de gesneuvelden uit het dorp te eren. Aan de ene kant van het monument prijkt de tekst ‘Heverlee aan zijne glorierijke kinderen gestorven voor het Vaderland’, aan de andere kant ‘Héverlé à ces glorieux enfants morts pour la Patrie’. Het monument herinnert er ons aan dat de publieke ruimte in het Leuvense vlak na de Eerste Wereldoorlog nog tweetalig was. Dat vind ik boeiend. Er is dan ook geen haar op mijn hoofd dat eraan zou denken om te ageren tegen dat Franstalige opschrift. Sterker nog, ik zou er tegen protesteren mocht men dat willen verwijderen.

Van Goethemdoctrine

Tot ik vorige donderdag historicus Herman Van Goethem hoorde op Terzake, naar aanleiding van de kwestie Verschaeve. Straatnamen en monumenten moet je voortdurend aanpassen aan voortschrijdend inzicht, zo zei hij. Dat is geen statisch gegeven, maar het resultaat van een continue menselijke activiteit. Want met straten en monumenten geef je aan van welke wereld je droomt, en dat wisselt voortdurend.

Tijdens de voorbije eeuw heeft het voortschrijdend inzicht er inderdaad toe geleid dat we het normaal en ook wenselijk vinden dat de publieke ruimte in Heverlee eentalig Nederlands is. Volgens van Goethem’s logica zou de Stad Leuven (waar Heverlee nu deel van uitmaakt) dan ook moeten beslissen om de Franstalige tekst weg te halen van het monument. En als de stad dat niet doet, dan zou het zelfs legitiem zijn dat TAK die tekst overschildert. Net zoals velen er geen graten inzien dat de monumenten van Leopold II worden beklad met rode verf, om zo uitdrukking te geven aan het ‘voortschrijdend inzicht’ dat de man een massamoordenaar was. In afwachting van de verwijdering van die monumenten.

Verschaevestraat

Als je Van Goethem volgt, dan verdwijnt er heel wat historisch sediment uit de publieke ruimte. De historische leesbaarheid van die ruimte zal er enorm bij inboeten. Neem nu de fameuze Verschaeve-straten. Wat leren we uit het feit dat er zulke straten bestaan ? Dat een aantal gemeentebesturen in de naoorlogse periode vonden dat Verschaeve’s nochtans zware collaboratie niet opwoog tegen zijn literaire en flamingantische verdiensten van daarvoor. Dat de publieke opinie dat blijkbaar ook vond. De straten herinneren er ons aan dat er ooit genuanceerder over de priester-dichter werd geoordeeld dan vandaag bon ton is. Waarom moet dat interessante historische gegeven worden weggewist ?

Natuurlijk zijn er altijd radicale breukmomenten waardoor een hele laag geschiedenis in één klap wordt weggeveegd uit het straatbeeld. De plotse afkeer van of schaamte voor een bepaald verleden kan zo intens en wijdverspreid zijn dat het argument van de erfgoedwaarde totaal irrelevant wordt, of zou botsen op een spontane volkswoede.

Totalitaire zuivering

Maar een kunstmatig opgedrongen en daardoor totalitair aandoende zuivering van de publieke ruimte is uiteraard iets totaal anders. Het is bevreemdend dat vooral historici daarop lijken aan te sturen. Je zou integendeel verwachten dat uitgerekend zij de talloze sporen van de geschiedenis scrupuleus in situ zouden willen bewaren. In de plaats daarvan willen ze die weg gommen in functie van een tijdsgebonden ‘voortschrijdend inzicht’.

Misschien komt dat omdat zij het zijn die dit superieure inzicht aanleveren en vorm geven, of dat toch zouden willen. Hun natte droom is een adviescommissie van historici die elk monument en elke straatnaam toetst aan het eigen politiek correcte inzicht. Alles wat daarbij in ongenade valt wordt verbannen naar het museum dat Herman Van Goethem voor ogen heeft. Maar dat zal dan wel een gigantisch museum moeten zijn. Wellicht zal het meer lijken op het steriele depot van antiquiteiten in de slotscene van Raiders of the Lost Ark.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans