fbpx


Cultuur

Afscheid van voormalig Humo- en Knack-icoon Karel Anthierens




Terwijl ik deze woorden tik, ze in zinnen giet zodat er een leesbaar verhaal uit volgt, telt Karel Anthierens (°1935) zijn laatste uren. De geest nog helder maar het lichaam door en door versleten, heeft hij gekozen om met doktershulp een einde aan zijn lijden te maken. In duidelijke overeenstemming met zijn vrouw, hun zonen en de kleinkinderen.

De voorbije dagen hebben een aantal vrienden afscheid van hem genomen. Ze werden gebeld, afwisselend door de zonen Frank en Mark, bijgestaan door de kleinkinderen. ‘Karel zou je graag  zien verschijnen aan zijn laatste bed. Het staat in de woonkamer.’ De invitatie typeerde Karel ten voeten uit. Als je er bewust tussenuit muist, doe je dat in stijl. Het werd een gaan en komen van mensen. Terwijl de ene Karel een laatste knuffel gaf, belde de andere aan. Van Rik Van Cauwelaert, over Ever Meulen tot ondergetekende. Het deed mij denken aan de wijze hoe je op rapport moest verschijnen in het leger, bij de prefect van de Latijnse en Moderne Humaniora (ASO).

Een kruik jenever

Cadeaus hoefden niet meer. Toch kon ik het niet laten een kruik graanjenever van Filliers, minstens vijf jaar oud zijnde, mee te nemen en hem plechtig te overhandigen zoals telkens ik hem bezocht, dit en de voorbije jaren. Hij lachte voorzichtig, toen ik hem de kruik overhandigde, want een al te gul uiten van blijdschap zou de pijn voorbij de pijnstillers doen hollen. Of hij die avond nog een druppel gedronken heeft, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat hij de dag voordien nog een paar whisky’s van naam en faam dronk. Iemand die enkel nog vooruit kan, met het hiernamaals in zicht, weiger je zijn geliefde pleziertjes niet.

Het woord ‘hiernamaals’ tikkend, zou Karel, indien hij het nog had gekund, mij hebben gesuggereerd wat anders te bedenken, want een hiernamaals, een leven na de dood bestond volgens hem niet. Net als dat voor Willem Elsschot niet bestond, getuige zijn gedicht Spijt, vijfde vers: ‘Priesters zalven en beloven, / maar ik kan het niet geloven. / Neen, er is geen wenden aan: / als wij dood zijn is ’t gedaan. / Ja, gedaan. …’.

Jongenshumor

Poëzie was niet meteen Karels dada, al kon hij een lekker klinkend gedicht van Karel van de Woestijne wel smaken. Meer naar zijn smaak was een roman, een essayistisch of historisch boek.

En strips, natuurlijk. Reeds als jonge journalist, vertaalde of fatsoeneerde hij de dialogen en korte situatieschetsen van menig stripverhaal. Zijn meest geliefde striphelden waren niet Kuifje en kapitein Haddock maar Robbedoes en Piet Kwabbernoot, en… uiteraard… Guust Flater. Een flater in een artikel was hem een gruwel, maar had Guust werkelijk bestaan, dan zouden diens flaters hem een warm hart hebben bezorgd. Hij zou ze zelfs, achter de rug van wie het slachtoffer was van Guusts geklooi, aangemoedigd hebben. Het lag in de lijn van Karels karakter. Hij was enerzijds een strenge eindredacteur, anderzijds iemand met een niet kapot te krijgen jongenshumor.

Strenge eindredacteur

Een strenge eindredacteur, inderdaad. Dat is hij zijn hele journalistieke leven geweest. Streng, zonder enige vorm van leedvermaak, wat een zeldzaamheid was in de tweede helft van de 20ste eeuw. Zelfs broer Johan kon met duivels plezier wijzen op een fout in een tekst, liefst van al onder het oog van de pleger ervan.

Het wijzen op fouten door Karel daarentegen, had een pedagogische trek. Hij was een niet voor de klas staande onderwijzer. Ten bate van zijn, bij wijze van spreken, leerlingen, maar ook uit respect voor het Nederlands. Was vader (van twaalf kinderen) Anthierens een rabiaat flamingant, Vlaanderen en Brabant lagen Karel na aan het hart, zonder groeten die boven het oog liggen, zo typisch aan militairen. Een correct taalgebruik was, vanuit die blik bekeken, een hoofste groet aan het West-Germaans.

Bekende en beruchte namen

Leerlingen, in schoolverband, heeft Karel Anthierens nooit gehad. Op journalistiek gebied daarentegen, wel. Heel wat bekende en beruchte namen heeft Karel blad en pen gegeven, onder meer Piet Piryns, Herman de Coninck (+), Hugo Matthysen, Johan Struye (+), Guy Mortier, broer Johan Anthierens (+), maar ook een prominente doka voor fotograaf Herman Selleslags, die, tot zijn pensionering, de huisfotograaf van Humo werd. Vaak volgden journalisten Karel naar een krant of magazine waar dringend orde op redactionele zaken moest worden gesteld. Mooie voorbeelden zijn De Zwijger en Knack. Broer Johan had een geestige en stijlvolle pen, maar bleek geen greintje organisatorisch talent te hebben.

Hetzelfde geldt voor Knack. Frans (Sus, in de wandelgangen) Verleyen heeft van het weekblad de Vlaamse kruising van Der Spiegel, The Observer en The Sunday Times gemaakt. Helaas, oog voor journalistieke orde had hij niet. Niet zelden zat de drukkerij in Roeselare tot diep in de nacht te wachten op artikels die – indertijd per moto – ’s anderendaags moesten verschijnen. Karel werd door Rik De Nolf gevraagd om als tweede in bevel op de brug van het schip te staan. En jawel, Karel heeft van het productieproces een geoliede machine gemaakt. Ging bovendien in elk artikel op jacht naar luis en zetfout, zodat de steller na verschijnen niet overvallen werd door schaamte en jeuk.

Gedane zaken

Het rijtje bladen waar Karel de kachel stookte is lang. Wie hieromtrent meer wil weten, schaft zich Gedane zaken/ Hink-stap door de Vlaamse pers aan, onlangs verschenen bij Uitgeverij EPO. Het boek is een boeiende reis door het media-parcours van Karel Anthierens. De hoofdstukken bevatten heel wat lekkere info over het reilen en zeilen van een dag-, weekblad. Daar komt bij dat ze luchtig zijn, wat het lezen veraangenaamt.

Het voorwoord is van Herman Brusselmans. Zijn eerste penvruchten in de media heeft hij, net als Tom Lanoye, aan Karel te danken. Al tikkend denk ik aan twee andere ontdekkingen van Karel, namelijk Kamagurka en ZAK. Tot slot van dit item dient vermeld dat het boek is opgedragen aan zijn vrouw. Een korte zin waaruit Karels grandioos vermogen tot relativiteit blijkt: ‘Voor Annie, die het altijd allemaal wel goed vond’.

Een korte ode

Tussen de invitatie en mijn laatste bezoek schreef ik een korte ode aan Karel. Na overleg met zijn vrouw en zonen, heb ik het voorgelezen aan de voet van zijn bed. Hij was er zeer door gecharmeerd. Toen ik, als uitsmijter, vroeg of hij geen taalfout had gehoord, lachten alle aanwezigen, inclusief Karel. Zij het matig, om de pijngoden niet wakker te schudden.

Dag Karel… Dank voor de meer dan een halve eeuw steun en vertrouwen in, zoals u mij de steller van dit geschrift ooit noemde, ‘de laatste Picaro van Vlaanderen’. Het verzinnen van dit soort typeringen voor iemands doen en niet laten, daar was jij een grootmeester in.

—————————————————————–

Ridder met de rode pen
(denkend aan Karel Anthierens)

Nu hij zijn laatste dag kent
van de laatste     het laatste uur
het verlaten van het reële
zullen verwanten & vrienden
hem eren in hemelse harmonie

ook ik zal de kring betreden
in West-Germaans zoeken
naar het juiste woord
om wie hij was in te lijsten
zijn faam extra te moduleren

hij      een heer van stand
die ’t vuur van vlerken brandend hield
vloog hoog     dook diep
was een ridder met de rode pen
cultiveerde menig medium

Envoi:

adieu   adieu    jij temde mijn taal
zonder te raken aan zijn grond
vond in de vertaling van mijn vaandels
de lamme lettertekens
nooit zal je naam tot stof vergaan.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Guido Lauwaert

Guido Lauwaert is regisseur, acteur, auteur, columnist en recensent voor o.a. Het Laatste Nieuws, NRC Handelsblad, Knack en Doorbraak.