fbpx


Brussel, Politiek

Alexia Bertrand (MR): ‘Ik ben geen fan van een België met vier’




In november oordeelde het Belgische Rekenhof dat de Brusselse begroting een rommeltje was, en dat ze er niet meer borg voor zou staan. Brussels Financiënminister Sven Gatz (Open Vld) liep daardoor een blamage op. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stevent bij ongewijzigd beleid op ernstige financiële problemen af, waarop niemand een antwoord weet. Die situatie verhindert Brussels parlementslid Alexia Bertrand (MR) niet om oog te hebben voor de moeilijkheid van Gatz’ functie, zonder haar kritiek op het beleid te verzachten. Bertrand…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


In november oordeelde het Belgische Rekenhof dat de Brusselse begroting een rommeltje was, en dat ze er niet meer borg voor zou staan. Brussels Financiënminister Sven Gatz (Open Vld) liep daardoor een blamage op. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stevent bij ongewijzigd beleid op ernstige financiële problemen af, waarop niemand een antwoord weet.

Die situatie verhindert Brussels parlementslid Alexia Bertrand (MR) niet om oog te hebben voor de moeilijkheid van Gatz’ functie, zonder haar kritiek op het beleid te verzachten. Bertrand zit in de oppositie, en ziet met lede ogen aan hoe de Vlaamse liberalen in een regeerpositie zitten waaruit het moeilijk ontsnappen is.

‘De PS heeft meer schuld aan de huidige situatie dan de Open Vld. Volgende keer moeten we als liberalen kiezen voor “samen uit, samen thuis”. Alleen zo maken we werk van een aantrekkelijk beleid voor de middenklasse, dat ook de rekeningen zal doen kloppen.’

En de N-VA? ‘Die partij moet eerst klaarheid scheppen over haar Brussel-positie.’

Inperking van uitgaven

Tegen 2022 bedraagt de Brusselse schuld 8,6 miljard euro. In 2020 was dat 3,4 miljard, en dit jaar al 5,8 miljard euro. Sven Gatz voorziet optimistisch genoeg voor 2025 opnieuw een begrotingsoverschot. Dat is zeer onzeker, want gebaseerd op aannames van vandaag. Een ernstige inperking van de uitgaven is ondenkbaar, want dat zou betekenen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vandaag nog moet beginnen met zwaar besparen. En sinds 2016 heeft de Brusselse regering gewoonweg nooit bespaard. De uitgaven zijn voor de Covidcrisis telkens blijven stijgen met 800 miljoen euro per jaar.

Alexia Bertrand:Het is zeer reëel dat het bedrag van de Brusselse schuld hoger wordt dan het bedrag van de jaarlijkse begroting. Gatz denkt immers ook dat het Brusselse bbp (bruto binnenlands product) zal blijven groeien tegen 2025 en dat de rentevoeten laag zullen blijven. In 2025 dreigt de schuld groter te worden dan 11 miljard euro. Komende van 3 miljard dus, in 2019. Dat is enorm. De jaarlijkse inkomsten bedragen nu slechts 4 miljard euro.’

‘De ratio “brutoschuld” bedroeg in 2020 140% van de inkomsten. Tegen 2025 dreigt die ratio meer dan 200% te zijn. Met andere woorden: de schuld kan dan theoretisch niet meer terugbetaald worden door alle inkomsten gedurende twee jaar te innen. Vooropgesteld dat je alle inkomsten integraal laat afvloeien naar het afbetalen van de schulden, dan nog duurt het twee jaar om alles af te betalen. Ondertussen moet je dus wel een deelstaat besturen en beleid voeren. In de praktijk moet je dus altijd gaan bijlenen. Dat is een gevaarlijke financiële spiraal.’

‘Ofwel moeten de uitgaven nú beperkt worden, ofwel moeten de ontvangsten nú stijgen. De Brusselse regering trap het blikje altijd maar verder, zonder het op te rapen. Er is geen sense of urgency, en men wil geen pijnmoment, geen harde beslissing nemen. Het Brusselse antwoord is steevast: we maken nog meer schulden. Zolang de rentevoeten laag zijn, gaat dat. Maar dat gegeven is niet vaststaand. Het ratingbureau Standard&Poor’s oordeelde onlangs dat de Brusselse schuld momenteel goed beheerd wordt, maar dat de budgettaire performantie afneemt. Dat kan je onmogelijk jarenlang volhouden.’

Lage emissiezone

Het Rekenhof oordeelde ook streng dat de Covidsteun die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorziet, niet duidelijk wordt omschreven als Covidsteun in de begroting. Het geld kan met andere woorden voor eender welke uitgave worden gebruikt?

Bertrand: ‘Het is zelfs erger. Het geld dat het Brussels gewest krijgt van de Europese Commissie, is zelfs niet duidelijk voorbehouden voor economische relance. Er is zeer weinig transparantie over die fondsen, en er is in Brussel geen enkel parlementair debat gehouden over de aanwending van die middelen. Neem nu de bewuste 51 miljoen euro die Brussel krijgt voor SmartMove, de kilometerheffing die de Brusselse regering wil invoeren. Officieel heet het dat dat geld gebruikt zal worden voor de aankoop van ANPR-camera’s. Maar die camera’s zijn er nu al voor de lage- emissiezone van het gewest. Het is dus een mysterie waarvoor dat geld wordt aangewend. Mij maak je niet wijs dat die 51 miljoen euro gebruikt zal worden om een internetapplicatie te laten maken voor die kilometerheffing, zoals het verhaal nu nog gaat.’

Brussel kan ook niet zomaar eenzijdig een kilometerheffing invoeren zonder overleg met de andere gewesten. Ik heb niet de indruk dat men dat overleg serieus neemt. In Wallonië en Vlaanderen is er weinig enthousiasme over zo’n heffing in de Belgische hoofdstad.’

De uitdagingen in Brussel zijn ernstig. Er is dus geld nodig om te investeren, bijvoorbeeld in de uitbouw van de metro. Waar zou u besparen, of op zoek gaan naar nieuwe inkomsten?

Bertrand: ‘Om te beginnen moeten we alle noden in Brussel in kaart brengen en opnieuw bepalen hoeveel geld daaraan mag vasthangen. Begrotingen worden nu gemaakt op basis van bedragen van het jaar voordien. Wij zouden nu een inventaris maken en van nul beginnen, en op basis van de nieuwe in kaart gebrachte noden een visie ontwikkelen tot 2030.’

‘We zouden ook kritisch kijken naar de uitgaven die gekoppeld zijn aan de verschillende Brusselse administraties. De voorbije jaren zijn er enkele administraties hervormd, zoals die van de fiscaliteit. Maar volgens een studie van de ULB zijn evenredig daarmee ook de uitgaven gestegen, terwijl de hervorming de burger minder mag kosten. De top van die administraties is steevast een voormalige kabinetschef. Hervormde Brusselse administraties zijn dus plekken waar men een politiek mannetje of vrouwtje dropt. Sommige administraties zijn ook erg groot, zoals bijvoorbeeld Net Brussel, verantwoordelijk voor de vuilnisophaling. Audit na audit blijkt dat die administratie grondig hervormd moet worden. Er is daar werk aan de winkel. Op die manier vallen er volgens ons flink wat uitgaven te besparen.’

‘En de ontvangsten? Wel, er is een grotere middenklasse in Brussel nodig. Anders belast je een relatief kleine groep mensen veel te zwaar, terwijl de begroting verder ontspoort. De belastingen die het Brussels gewest int, zijn hoofdzakelijk belastingen die de middenklasse treffen, zoals successie- en registratierechten en schenkingen. Daar vallen inkomsten te halen, maar alleen op voorwaarde dat de poel groter wordt. Want het is voornamelijk de middenklasse die volgens het boekje investeert in huizen, geld schenkt, of geld doorgeeft aan een volgende generatie na overlijden. In Brussel zijn die belastingen de hoogste van het land: 12,5% registratierechten. Dat kan – net als in Vlaanderen – lager. Ik ben ervan overtuigd dat als de registratierechten iets lager zijn, de middenklasse meer aangetrokken wordt tot de stad, waardoor de inkomsten zullen stijgen.’

‘Om de middenklasse aan te trekken, zijn er ook prioritaire investeringen nodig voor netheid en veiligheid. Brussel moet veel netter zijn, en aantrekkelijk voor kleine ondernemers. Dat is een mentale ommeslag, want vandaag vindt de Brusselse regering dat de overheid alle voorwaarden voor ondernemen, wonen en leven strak in de hand moet houden. Dat werkt niet. De logica moet omgedraaid: de Brusselse overheid moet voor enkele aspecten de voorwaarden creëren voor de middenklasse en moet voorts het vrije initiatief zo aantrekkelijk mogelijk maken. Neem nu sociale woningen: nu wil de Brusselse overheid alle woningen zelf bouwen. Maar de overheid kan dat niet alleen, zeker niet als er 48.000 families op een wachtlijst staan. De privésector kan daar helpen. Dat gaat sneller, en is meestal ook goedkoper.’

‘Om dus meer inkomsten te genereren, moeten we eerst weten waar we in Brussel naartoe willen. Prioriteit nummer één is de stad aantrekkelijker maken voor ondernemers. De jongste vijftien jaar zijn er echter keuzes gemaakt die net niet dat soort mensen aantrekken. Voor elke twee ondernemingen die zich vestigen in Brussel, vertrekken er drie. Daar kan geen stad op steunen. Vlaanderen en Wallonië doen beter, en trekken uiteindelijk meer ondernemers aan.’

De middenklasse aantrekken, dat was lange tijd ook een speerpunt van de Brusselse Open Vld. “Stadslucht maakt vrij”, klonk het bij de Vlaamse liberalen meermaals de voorbije 15 jaar. Volgens u is echter het omgekeerde gebeurd. Dat moet pijnlijk zijn voor de MR, die nu ziet dat diezelfde VLD in de Brusselse regering zit, daar waar u oppositie moet voeren.

Bertrand: ‘In alle eerlijkheid: het beleid van de voorbije vijftien jaar is vooral te danken aan de PS, die gedurende die tijd de minister-president leverde. Een Financiënminister heeft daarin weinig inspraak. Ik heb meer kritiek op de minister-president dan op de minister van Financiën, want het is toch de minister-president die de koers uitzet.’

‘Het grote gevaar is gewenning aan het beleid van de PS. Mijn partij zit in Brussel dan wel in de oppositie, maar in de Franse gemeenschap is de PS mijn regeringspartner. Dat is de schizofrenie van het Belgische systeem. De volgende keer zouden we als liberale partijen beter zeggen: samen uit, samen thuis.’

‘Ik ben dan nog blij dat iemand als Sven Gatz minister van Financiën is. Het zou veel erger zijn als er op die positie iemand van de linkse partijen zit. Sven Gatz is eerlijk genoeg om toe te geven wanneer wij goede liberale punten scoren. Ik apprecieer zijn openheid en zijn drang naar transparantie. Onder Gatz wordt er jaarlijks bijvoorbeeld een commissie georganiseerd waarbij iemand van het Brusselse agentschap voor de schuld hem flankeert. Alles wordt dan openlijk bediscussieerd, en dat helpt hem als minister ook. Ik twijfel eraan of zoiets met een minister van een andere partij mogelijk zou zijn.’

Het probleem met de Brusselse PS, is ook dat zij geen politiek degelijke nieuwe generatie hebben opgeleid in de hoofdstad. De MR heeft dat wel gedaan. In 2011 nog was er sprake van dat Didier Reynders in Ukkel zou gaan wonen om Brussels minister-president te worden. Uw partij heeft er echter nadrukkelijk voor gekozen om meer kansen aan jongeren te geven. Uzelf en uw oppositiecollega David Weytsman zijn daar voorbeelden van. Dat is wat anders dan uit armoede een cynisch figuur als Rudi Vervoort minister-president maken.

Bertrand: ‘We zijn niet zomaar de grootste oppositiepartij in Brussel, maar ook de partij die in het parlement het meeste aantal voorstellen heeft ingediend, zoals een nieuw taxiplan voor Brussel dat rekening houdt met Über, en een renovatieplan om de Brusselaar te helpen met de renovatie van zijn woning. Naast de nieuwe generatie die u beschrijft, zijn er dan nog de ouderen, zoals Vincent De Wolf, die al meer dan twintig jaar burgemeester van Etterbeek is. Op die ervaring kunnen we bouwen. Een partij als Ecolo – die vijftien parlementsleden heeft – heeft geen enkele ouderdomsdeken. Dat wreekt zich in de kwaliteit van het parlementaire werk.’

‘Het goede aan onze generatiemix, is dat er zich een stedelijke generatie heeft ontwikkeld naast de oude krokodillen van onze partij. Er zijn bijvoorbeeld heel wat fietsers in onze fractie, en we zijn ook de fractie met het hoogste aantal vrouwen. Dat associeer je niet zo snel met de MR. Wat we zeker wel aan de ouderen te danken hebben, is het feit dat we veruit de enigen zijn onder de Franstaligen die nog een vrijzinnig model durven verdedigen in Brussel.’

Verborgen agenda

De Brusselse N-VA voert scherper oppositie dan de MR. Toch zijn er grote gelijkenissen over de behandelde onderwerpen. Is de N-VA voor u een gedroomde Nederlandstalige coalitiepartner in Brussel?

Bertrand: ‘De drie parlementsleden van de N-VA in Brussel zijn alle drie ernstige en hardwerkende parlementsleden, die vaak met relevante onderwerpen oppositie voeren. Dat is niet alleen mijn mening, maar ook de mening van vele andere Franstalige parlementsleden. De N-VA voert in Brussel een serieuze oppositie.’

‘Het enige moeilijke, is natuurlijk wat de partij op nationaal vlak doet en zegt. Wat wil de N-VA-top met Brussel? Dat is ons niet duidelijk. Hun officiële lijn is nog altijd dat men voor de gemeenschapskeuze is, hoewel Bart De Wever vorig jaar bereid leek om Brussel op te geven in ruil voor een goede confederale deal met de PS. Dat moet eerst uitgeklaard worden. Want nu leeft bij de MR te veel het gevoel dat de N-VA een verborgen agenda heeft. Zonder een duidelijk project voor Brussel, kan er van toenadering tussen onze partijen geen sprake zijn.’

Wat is voor uw partij de institutionele toekomstvisie voor Brussel? Een volwaardig vierde gewest?

Bertrand: ‘Als Brusselaar ben ik geen fan van een België met vier gewesten. Brussel overleeft niet zonder dat Franstaligen en Vlamingen hier iets te zeggen hebben. De investeringen van de Vlaamse gemeenschap zijn ook van goudwaarde voor Brussel. Ik zou niet goed inzien hoe Brussel het zonder kan doen. Brussel kan niet op zichzelf bestaan.’

‘Voor de Franse gemeenschap, zou ik – in plaats van een afzonderlijke regering te hebben voor Brussel – de bevoegdheden herverdelen tussen de huidige Brusselse en Waalse ministers, die samen zouden zetelen voor de Franse gemeenschap. Onderwijs moet beheerd worden door ofwel een Brusselse ofwel een Waalse minister. Dat zou een regering besparen, zoals in Vlaanderen.’

‘Ook kan wat mij betreft de GGC en het Brussels Gewest samengevoegd worden. De GGC wordt vandaag op dezelfde manier geleid als het Brussels gewest, bijvoorbeeld voor gezondheid. Zowel Elke Van den Brandt als Alain Maron zijn het allebei eens over het gezondheidszorgbeleid voor Brussel. Volgens de wet zijn beide bevoegd, maar in de praktijk treedt Maron naar voor als Brussels “gezondheidsminister”. Het lijkt me niet relevant meer om die tweedeling nog langer aan te houden. Maar let op: dat wil niet zeggen dat ik de Vlaamse en Franse gemeenschap in Brussel wil afschaffen. Brussel heeft nog altijd voordelen bij gemeenschapsbanden met de twee grote taalgemeenschappen.’

Fusie van gemeenten

Is uw partij voorstander van een fusie van de Brusselse gemeenten?

Bertrand: ‘De fusie van Brusselse gemeenten is een Vlaamse idee-fixe, maar ik ben daar geen voorstander van. Sommige zaken zoals parkeerbeleid en vuilnisbeleid worden a priori beter door het gewest beheerd, daarover waren we het als MR eens. We hebben dat dus door het gewest laten uitvoeren. Maar wat merken we? Dat beide bevoegdheden minder goed beheerd worden door het gewest dan door de gemeenten. Het Rekenhof zegt dat trouwens ook: de nieuwe gewestelijke parkeeradministratie is ontransparant en het Rekenhof begrijpt ook niet hoe de tekorten van die administratie tot stand komen en hoe de berekening exact gebeurt.’

‘Er is structureel ook geen visie op het aantal parkeerplaatsen per wijk en er zijn continu conflicten met het gewest omdat zowel woon- als handelszones hun eigen noden niet gereflecteerd zien in de beleidskeuzes van het gewest. Nogmaals: principieel waren we het eens om van parkeerbeleid een gewestbevoegdheid te maken. In de praktijk stellen we nu vast dat het onder gewestelijk beheer een soep is geworden.’

Maar pleit u dan voor een teruggave van die bevoegdheid, of voor een verbetering op gewestniveau?

Bertrand: ‘Een verbetering van het gewestniveau. Ik roep gewoon op om van een fusie geen heilige graal te maken. Politiek en maatschappelijk liggen de zaken complexer. Een centraal beheer van de vele demonstraties in Brussel door de politie, is wat mij betreft bijvoorbeeld beter dan wanneer alleen de Brusselse politiezone Hoofdstad-Elsene dit beheert. Maar dat wil niet zeggen dat alles automatisch beter wordt met één grote politiezone. Ik geloof daarom te zeer in het goede van nabijheid van het beleid.’

Christophe Degreef