Advertentie
Filosofie, Media
Alicja Gescinska

Alicja Gescinska: ‘Met een pessimist is het goed vertoeven’

Wanderlust betekent: de onweerstaanbare drang om erop uit te trekken. Reizen om de wereld te verkennen, andere mensen te ontmoeten en op die manier jezelf en het leven beter te begrijpen. Zo neemt in het tweede tv-seizoen van Wanderlust filosofe Alicja Gescinska opnieuw de Canvas-kijker mee naar plekken over heel de wereld en voert ze diepgaande gesprekken met tien totaal verschillende persoonlijkheden. Oprecht en met open blik gaat ze de ontmoeting aan met filosofen, schrijvers en kunstenaars.

‘Ik ben iemand die graag vragen stelt’, vertelt Gescinska, die een jaar journalistiek studeerde en vervolgens overstapte naar de moraalwetenschappen. ‘Waarschijnlijk is dat een raakvlak tussen filosofie en journalistiek: dingen beroepsmatig in vraag stellen.’

Doorbraak: Hebt u ook raakvlakken met een wanderer?

Gescinska: ‘Ik wandel graag, zowel om mijn gedachten te laten verwaaien als om nieuwe gedachten te laten aanwaaien. Ik voel wel affiniteit met het negentiende-eeuwse romantische concept van de Wanderer: de melancholische zoeker. Het is vast geen toeval dat Schuberts Der Wanderer tot mijn favoriete muziek hoort. Ich bin ein Fremdling überall of Ich wandle still, bin wenig froh, Dat zijn zinnen waarin mijn ziel even thuiskomst.’

‘In mijn leven is er weinig slow, maar net omdat er weinig rust en stilte in mijn leven is, ben ik me er ook erg van bewust hoe belangrijk rust en stilte zijn. Soms weet je pas ten volle wat iets waard is, wanneer je het ontbeert. Ik krijg van veel mensen de reactie dat Wanderlust voor hen een rustpunt in de week is. Ik ben blij dat Wanderlust dit voor mensen kan betekenen, want we leiden bijna allemaal veel te gejaagde levens.’

Wat is u het meeste bijgebleven in de tweede reeks van Wanderlust?

‘Wat voor mij persoonlijk het meest zal bijblijven zijn enkele vriendschappen die uit Wanderlust zijn ontstaan.Ook bepaalde plaatsen hebben een blijvende indruk op me gemaakt. Het Ballöerveld waar ik voor het tweede seizoen met Marcel Möring naar toe ben gegaan, dat is een plek waar de tijd geen vat op heeft. Zulke plekken hebben iets sacraals en zijn zeldzaam. Meestal voel ik me er ogenblikkelijk thuis.’

Hoe komt u tijdens deze gesprekken nog tot nieuwe inzichten, ondanks uw kennis en de research bij iedere gast?

Nieuwe filosofische inzichten ontstaan niet plots, maar rijpen langzaam. Er gaat zelden een Eureka-moment mee gepaard. Iets waar ik na mijn ontmoeting met Theodore Dalrymple geneigd ben mee in te stemmen en wat ik vroeger misschien sterk betwijfeld zou hebben is dat het goed vertoeven is in het gezelschap van een pessimist.’

‘Een van de nieuwe inzichten die ik heb opgedaan tijdens het tweede seizoen, is dat stilte ook een visuele ervaring is. Ik bezocht in de afgelegen Schotse Lowlands schrijfster en filosofe Sara Maitland. Het uitgestrekte landschap was zo kaal en leeg dat het de stilte een diepere dimensie gaf.’

Klopt het dat u de VS verliet om meer te schrijven en Wanderlust te maken?

‘In februari 2016 verscheen mijn roman Een soort van liefde en rond die periode ontstonden ook de eerste plannen voor Wanderlust. Ik doceerde op dat moment nog aan Amherst College. Het was niet evident om tegelijk op twee continenten actief te zijn: in Vlaanderen en Nederland lezingen geven en een televisieprogramma maken enerzijds en in de VS doceren anderzijds. Mijn streefdoel is altijd geweest om van lezen en schrijven te kunnen leven: de academia was een middel en geen doel op zich. Al mis ik het doceren wel.’

U woonde en werkte drie jaar in de VS. Hoe keek u daar als zogenaamde self-made woman die in Polen het communisme meemaakte naar de Amerikaanse vrije samenleving?

‘In Amerika leeft sterk de gedachte dat wie wil en hard werkt er wel komt. De American dream gaat hand in hand met het concept van de self-made man/woman. Maar die zijn beide illusoir.’

‘Dat de American dream een illusie is, wist ik natuurlijk al voor ik naar de VS vertrok. Een mens heeft zeker verdienste in wat hij bereikt in het leven, maar structurele achterstanden, werk je niet in één generatie weg. Aan Amherst College studeren jongeren uit een heel bevoorrecht milieu. Eén van mijn studenten was de zoon van de eigenaar van de Boston Celtics. Die zijn toekomst is al verzekerd nog voor zijn leven goed en wel begonnen was.’

‘Omdat Amherst College ook een heel links-liberale instelling is, zaten er enkele studenten in mijn klas uit een kansarm milieu om de statistieken en het ideaal van “gelijke kansen” een beetje in balans te houden. Die kansarme studenten moesten hun inschrijvingsgelden van meer dan 50.000 dollar per jaar niet betalen. Maar het was heel duidelijk dat die studenten niet als gelijken in de klas zaten en dat ze niet als gelijken afstudeerden, ook al behaalden ze hetzelfde diploma. Het verschil tussen de jongeren die al heel hun leven naar de beste en duurste scholen van de VS gingen en de kansarme studenten viel in alles op te merken: hun omgang, hun prestaties, hun sociale contacten waarop ze een beroep konden doen … De kansarme studenten mogen nog drie keer zo hard werken als de rijkeluiskinderen, maar de vertraging waarmee hun leven uit de startblokken schiet, krijgen ze heel moeilijk weggewerkt.’

Wie inspireerde u in Amerika?

‘De gewone Amerikaan die vriendelijk en open naar zijn medemens staat. Wat ons Europeanen soms tegenstaat en oppervlakkig overkomt, is het Amerikaanse positivisme: de I love you’s en de how are you’s waarmee ze zo gul rondstrooien. Maar ik heb liever dat iemand op straat of in de supermarkt oppervlakkig vriendelijk naar me is, dan oprecht nors.’

En qua filosofie?

‘Mijn interesses en kijk op de wereld leunen in zekere opzichten aan bij die van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum, al zou ik dan weer niet zeggen dat ze voor mij een bron van inspiratie is. Maar de capabilities approach, waarvan Nussbaum de bekendste verdediger is, is wel een van de meest interessante hedendaagse politieke theorieën om mensen in hun positieve vrijheid te stimuleren. Nussbaum stelde een lijst op van tien essentiële capabilities: die capabilities zijn nodig om echt in vrijheid te kunnen leven, om de koers van je eigen leven te kunnen bepalen. Vrijheid draait immers niet louter om wat je mag doen, maar ook om wat je kan doen.’

En John Rawls? In Trends citeerde u in een interview de gouden regel van Immanuel Kant: behandel mensen zoals je zelf behandeld wil worden. Dat sluit nauw aan bij Rawls’ rechtvaardigheidstheorie. Daar stelt de sluier van onwetendheid dat mensen rechtvaardigere keuzes maken als ze andermans sociologische achtergrond niet kennen.

‘Zowel Kants gouden regel als de sluier van onwetendheid van Rawls hebben mijn eigen denken zeker beïnvloed. De sluier van onwetendheid is natuurlijk een gedachte-experiment, maar het is goed als mensen die denkoefening wat vaker zouden maken. Ik denk dat het mensen empathischer zou maken in hun beslissingen.’

Om even terug te keren naar Nussbaum: hoe definieert u vrijheid? Het is een vaag begrip geworden, zeker in de politiek.

‘Vrijheid is een containerbegrip: iedereen heeft er wel zijn eigen opvatting en invulling van. De ene voelt zich vrij wanneer hij door anderen met rust gelaten wordt, de ander wanneer hij zich met anderen omringt. De ene voelt zich vrij in zijn werk, voor de ander is vakantie het summum van zijn vrijheidsbeleving. Voor de katholiek is Gods woord zijn vrijheid: “De waarheid zal u bevrijden”. Zij zijn vrij in hun geloof. Voor vele atheïsten moet je net vrij zijn van het geloof om echt vrij te zijn. Wanneer een politicus belooft om meer vrijheid te brengen, moet je altijd op je hoede zijn. Welke vrijheid? Wiens vrijheid? De vrijheid van de ene gaat vaak ten koste van de ander. De vrijheid van de wolf is de onvrijheid van de schapen, zei Isaiah Berlin heel treffend in zijn befaamde Two Concepts of Liberty.’

‘Natuurlijk wil de wolf niet dat er hekken worden geplaatst om de schapen af te schermen. Maar hekken zijn meestal nodig om de vrijheid te garanderen: zonder regel en wet is er geen vrijheid, maar willekeur. De negentiende-eeuwse kloosterling en katholiek-liberale denker Henri Lacordaire vatte dat mooi samen: Entre le fort et le faible, entre le riche et le pauvre, entre le maître et le serviteur, c’est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit. Le riche en le fort zullen misschien niet zo blij zijn, maar ook zij hebben baat bij een samenleving waarin de vrijheid geen voorrecht van enkelen is. In een democratie proberen we net onze vrijheden met elkaar en niet ten koste van elkaar te realiseren.’

Is het voor u eigenlijk mogelijk om vrij te zijn/te werken aan de universiteit?

‘Universiteiten zijn veel veranderd de laatste decennia. Het zijn onderwijsinstellingen die overleven door inschrijvingsgeld en fondsenverwerving en dat heeft een impact op het beleid. Je hebt natuurlijk grote instellingen nodig om bepaald grootschalig en belangrijk onderzoek te doen, denk aan kankeronderzoek. Maar een filosoof heeft geen laboratorium of peperdure toestellen nodig. Ik denk dat hij soms vrijer kan denken wanneer hij niet aan een vakgroep verbonden is. Er zijn heel wat denkmodes en trends in de academische wereld. Het is niet makkelijk om in de academische wereld te staan zonder de druk van die trends te voelen.’

Ziet u het als een taak om filosofie te promoten? U publiceert niet alleen voor een breder publiek maar maakt tv en audiovisuele verhalen voor Canvas.

‘Ik sta ’s morgens niet op met als doel de filosofie te promoten. Maar als filosoof wil ik wel dat mijn gedachten niet in het ijle opgaan en door niemand gehoord worden. Dat miste ik een beetje in het academisch werk. Je steekt dan maanden in een artikel over de waardenleer van Scheler en uiteindelijk wordt dat door drie andere onderzoekers opgepikt en dat is het dan. Als academicus schrijf je te veel voor andere academici. Terwijl filosofie echt een dagelijks nut heeft: op persoonlijk, politiek, maatschappelijk vlak. We worden voortdurend geconfronteerd met de grote levensvragen en existentiële knelpunten.’

Ervaart u soms jaloezie van collega’s en anderen omdat u veel in de media komt?

‘De vraag of mensen jaloers op mij zijn, krijg ik steeds meer. Dat op zich is waarschijnlijk al veelzeggend. Ik denk dat bijna elk schermgezicht met jaloezie te maken krijgt, dus ik ben daar geen uitzondering in. Als ik iets lastigs meemaak, dan probeer ik dat zo snel mogelijk te relativeren. Of je nu op tv komt of niet, of je nu voor de krant schrijft of niet, er zullen altijd mensen zijn die een ander geen succes gunnen. Maar de jaloezie komt meestal niet van collega-filosofen, integendeel, de meesten zijn blij dat er met een filosoof rekening wordt gehouden in het maatschappelijk debat.’

U hebt Poolse roots, studeerde in de VS, reisde voor Wanderlust de wereld rond … Aan welke identiteit voelt u zich het meest gehecht?

‘Mijn identiteit kent meerdere lagen. Ik voel me thuis op verschillende plaatsen en zou evengoed een bestaan in Engeland, Nederland, Polen, de VS of België kunnen opbouwen. Thuis heeft in de eerste plaats te maken met mijn gezin. Ook met mijn vrienden, en die zijn verspreid over de net opgesomde landen. Aan hen ben ik gehecht.’

Hebt u in de knoop gezeten met de vraag tot welke identiteit u behoort?

Als mensen identiteit eendimensionaal opvatten, dan wordt het lastig. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die identiteit ruimer begrijpen. Dat wanneer je zegt dat je Pools én Belgisch bent, dit niet betekent dat je het beide maar halvelings bent, maar dat je ze beide ten volle kan zijn. Net als Vlaming én Belg.’

Bestaat er zoiets als wereldburgerschap?

‘Dat hangt ervan af wat er onder wereldburgerschap begrepen wordt. Het feit dat ik in verschillende landen zou kunnen wonen en dat ik me op veel plaatsen thuis voel, is nog niet hetzelfde als me overal op deze wereld goed voelen. Als bedoeld wordt dat we allemaal burgers zijn van de wereld en dat alle mensen dezelfde rechten zouden moeten genieten, dan is dat al iets totaal anders. Het vloeit voort uit een inclusief verhaal. Maar misschien is de term wereldburger meer westers dan we soms willen toegeven.’

Opvallend: u zei eens dat reizen overschat wordt.

‘Je hebt mensen die drie keer per jaar op reis gaan en toch niets van de wereld hebben gezien. Als reizen puur om ontspanning en amusement draait, dan kan je er moeilijk een diepgaandere betekenis aan toekennen. Dan gaan er ook geen blijvende indrukken opgedaan worden. Ergens ter plaatse zijn is geen garantie om een plek echt te leren kennen. En het omgekeerde is ook waar: je hoeft niet ergens geweest te zijn om een plek of de wereld te kennen. Een goed boek is ook een reis en de literatuur is een venster naar de wereld. Immanuel Kant is daar een prachtig voorbeeld van. Hij is een van de meest diepzinnige mensen die ooit heeft rondgelopen; hij had een scherp inzicht in de mens en de wereld. Maar zijn Koningsbergen heeft hij in zijn hele leven zelden of nooit verlaten.’

 

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans