Binnenland, Geschiedenis, Multicultuur

Antoon Roosens overleed 10 jaar geleden

De voorbije dagen dook het hier en daar opnieuw op: het linkse nationalisme. Een vreemd beestje is dat. Zowel de linksen als de (rechts-)nationalisten hebben het er moeilijk mee. Voor beiden is het een contradictio in terminis. Nochtans was er een tijd dat sociaalflaminganten de drijvende kracht waren voor zowel de sociale als de Vlaamse ontvoogding. Een van de meest erudiete en invloedrijke onder hen overleed vandaag tien jaar geleden, op 30 oktober 2003.

Antoon Roosens werd geboren in Meerbeke, op 24 augustus 1929. Hij was meer dan 50 jaar actief in de Vlaamse Beweging. Bijzonder actief zelfs. Roosens was nauw betrokken bij de acties tegen de geplande talentelling op het einde van de jaren ’50. Kort geschetst was dit een onderdeel van de tienjarige volkstellingen waarmee nagegaan werd waar welke taal hoeveel mensen spraken. Vooral in en rond Brussel zorgde dat voor heel wat meningsverschillen en geknoei – de taalgrens was immers nog niet vastgelegd. Na een boycot, grotendeels opgezet door Toon Roosens, werd de talentelling van 1957 uitgesteld om uiteindelijk nooit meer plaats te vinden.

Antoon Roosens was ook jarenlang voorzitter van het Masereelfonds en schreef ettelijke artikels in Vlaams progressieve bladen als Het Pennoen, Vlaams Marxistisch Tijdschrift en natuurlijk Meervoud. Het meeste indruk maakten zonder twijfel de Marsen op  Brussel in 1961 en 1962. Samen met gelijkgestemde zielen, onder wie ook de jonge Wilfried Martens, had Antoon Roosens een heel aantal Vlaamse culturele en drukkingsgroepen verzameld rond thema’s als onder meer de afschaffing van de talentelling, de begrenzing van de Brusselse agglomeratie en het vastleggen van de taalgrens. Vanuit het Vlaams Aktiekomitee voor Brussel en Taalgrens, kregen Roosens en zijn kompanen tienduizenden mensen op de been, wat behoorlijk wat indruk maakte in die tijd en de druk op de politiek enorm verhoogde. Later, toen in 1977 het Egmontpact afgesloten werd, vormde hij ook mee de kern van het linkse verzet tegen dit pact, dat volgens hem in geen geval de rechten van de gewone Vlaming vrijwaarde.

Culturele hegemonie

Roosens was niet alleen een gedreven doener, maar vooral ook een denker. Hij ontrafelde en ontleedde de economische situatie in België, het ‘probleem Brussel’, de multiculturele samenleving en elk ander onderwerp dat relevant was voor de toekomst van een sociaal-rechtvaardig Vlaanderen. Belangrijk in zijn denken was het ‘gramsciaans marxisme’. De andere kijk van de Italiaanse marxistische politicus Antonio Gramsci op de klassenstrijd trok Roosens erg aan. Gramsci spreekt immers niet zozeer van arbeiders tegen kapitaal, maar van ‘sociaaleconomische onderbouw’ en ‘sociaal-culturele bovenbouw’. Volgens hem kan een sociale klasse enkel aan de macht komen en blijven door ‘culturele hegemonie’. In gewone mensentaal komt het erop neer dat het niet volstaat om de politiek-economische macht te grijpen. Om legitiem te ‘heersen’ moet de heersende klasse ook de geesten en ideeën van alle, of toch zoveel mogelijk, klassen voor zich winnen. Die geesten en ideeën zijn geen zaken die je zomaar even kan opleggen. Het zijn normen en waarden die al generaties lang meegaan en die met andere woorden de eigenheid van de samenleving (of ‘het volk’, zo u wil) vormen. De sociale strijd is dus ook een nationale strijd.

Toon Roosens bleef echter niet louter theoretisch in zijn denken. Hij analyseerde ook de concrete economische situatie, in Vlaanderen en daarbuiten. In het boek De Rode Tong van de Leeuw (uitgegeven door Meervoud in 2005), wordt Roosens hierover als volgt geciteerd:

‘De uitbuiting (van de werkmens, red.) neemt vandaag hoofdzakelijk de vorm aan, niet van een rechtstreekse toe-eigening door de kapitalist van de binnen zijn bedrijf of zijn sector geproduceerde meerwaarden, maar wel van een transfer van meerwaarde naar de mondiale groepen, vanuit alle andere sectoren van de economie, en dat bij middel van de monopolieprijzen van de gemondialiseerde technologische nijverheid. Anderzijds worden, ingevolge de deregulatie van de kapitaalmarkten alle kapitalen, geaccumuleerd buiten de kapitalistische productiecyclus, in pensioen- en beleggingsfondsen, afgeleid naar de grote beurzen waar zij worden aangewend, ofwel voor zuiver speculatieve en dus onproductieve operaties ofwel voor de externe financiering van de expansie van de mondiale groepen. Dit resulteert dan in een chronisch gebrek aan financiële middelen voor de groei van de tertiaire sector, wat op zijn beurt oorzaak is van de structurele werkloosheid en de sluipende afbouw van de welvaart en het welzijn van de arbeidende bevolking. Dat is het moderne mechanisme van de uitbuiting. En de deregulatie van de kapitaalmarkt, samen met de afbouw van de economische regelingsbevoegdheid van de staat heeft dan weer tot gevolg dat de mogelijkheid tot democratische inspraak van de arbeider in de oriëntatie van het productieproces verdwenen is: de moderne vorm van aliënatie.’

Het is duidelijk dat Roosens niet zo hoog opliep met ‘globalisering’ van de economie, wat volgens hem alle economische en ook politieke processen aan de democratische controle van de bevolking onttrok.

Marshallplan voor Wallonië

Roosens hield het zoals gezegd niet altijd bij theorieën. Zo stelde hij ook het Marshallplan voor Wallonië voor. Volgens Roosens wordt Wallonië niet geholpen door de geldstromen die via de sociale zekerheid overgeheveld werden. Dit maakt hen immers afhankelijk van de Belgische structuur. Daarom pleitte hij voor een tijdelijke injectie van Vlaams kapitaal die de Waalse economie weer in gang zou zetten. Op die manier zou de afhankelijkheid van de Belgische structuur afnemen en zou er nadien makkelijker onderhandeld kunnen worden van deelstaat tot deelstaat over een vreedzame boedelscheiding. Dit plan dook later in gewijzigde vorm op toen Hendrik Bogaert (CD&V) voorstelde om de transfers voor een periode van tien jaar te verdubbelen. En in 2005 kwam Elio Di Rupo met een eigen, Waals Marshallplan op de proppen.

Alle theorie en dure woorden even opzij gezet, kunnen we vooral stellen dat Toon Roosens altijd het lot van de ‘gewone’ werkmens voor ogen had. En dat waren niet per definitie of in de eerste plaats Vlamingen. Ook Walen en migranten en alle andere werkende mensen ter wereld moesten gesteund worden in hun sociale, democratische en economische ontvoogding. Maar vanuit zijn gramsciaanse invalshoek kon dat enkel als de sociale strijd ook die van de hele gemeenschap was en als die strijd geënt was in de normen en waarden, de cultuur dus, van die gemeenschap.

En die strijd is nog niet gestreden. Ook vandaag beheersen beurskoersen, speculanten en multinationals de economie en wordt de politieke macht steeds verder van de mensen weggehaald door supranationale instituten als de Europese Unie of de Centrale Bank. Een kleine groep superrijken verzamelt een steeds groter deel van de rijkdom en sociale verwezenlijkingen worden in vraag gesteld. Met het oog op ‘culturele hegemonie’, worden de Vlaamse cultuur en identiteit door neoliberale krachten te pas en vooral te onpas voor hun kar gespannen. Enfin, dat zou Toon Roosens misschien zeggen, mocht hij nog leven, en dan zou hij graag en met onderbouwde argumenten het debat aangaan met al wie het daar niet mee eens is.

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans

[email protected]
[email protected]
[email protected]
[email protected]