fbpx


Ethiek

Voor de doodstraf



Aangeboden door deze bibliotheek


Dit plus-artikel wordt u aangeboden door deze bibliotheek die voor u een abonnement nam.

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



De relatieve waarde van het leven is een moeilijk thema. De neergang van het christelijk geloof deed de transcendente waarde van de mens – 'naar het evenbeeld van God' – verdwijnen, waardoor sommigen op zoek gingen naar een alternatieve verklaring voor de inherente significantie van het menselijk leven. De meesten, echter, negeerden de vraag als een vervelende mug die hen ’s nachts lastigvalt. Of de mens – en dus ieder van ons – een zekere waarde heeft, wordt als vanzelfsprekend…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De relatieve waarde van het leven is een moeilijk thema. De neergang van het christelijk geloof deed de transcendente waarde van de mens – ‘naar het evenbeeld van God’ – verdwijnen, waardoor sommigen op zoek gingen naar een alternatieve verklaring voor de inherente significantie van het menselijk leven. De meesten, echter, negeerden de vraag als een vervelende mug die hen ’s nachts lastigvalt. Of de mens – en dus ieder van ons – een zekere waarde heeft, wordt als vanzelfsprekend beschouwd, zonder evenwel een antwoord te bieden op het ‘waarom’ van het al.

Waardevol, waardeloos

Nochtans heeft de vraag naar de inherente waarde van de mens geen kleine impact op beleid en wetgeving. Politici, in het bijzonder deze met een sociaal (maar niet noodzakelijk socialistisch) engagement, verwijzen geregeld naar het recht op een ‘menswaardig bestaan’. Dit impliceert dat er zoiets bestaat als een minimumwaardering van wat het betekent om mens te zijn. Op straat leven en etensrestjes bijeenscharrelen is dat niet, verblijven in een sociale woning met een leefloon is dat, bijvoorbeeld, wel.

De vraag naar de betrekkelijke waarde is niet enkel relevant voor de inhoud van het menselijk bestaan, maar ook over kwesties van leven en dood, over het bestaan ‘an sich’. Het is daar dat we, mijns inziens, als samenleving tot een bizarre conclusie kwamen: het ontnemen van het leven van veroordeelde misdadigers is te allen tijde onaanvaardbaar, terwijl het in de kiem smoren van het meest onschuldige leven principieel toelaatbaar is. Het is de opinie van de auteur dat wat de toelaatbaarheid betreft, het omgekeerde het geval zou moeten zijn.

Doodstraf

Artikel 14bis van de Belgische grondwet verbiedt de invoering van de doodstraf als strafrechtelijke sanctie. Het originele Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat directe werking heeft in de Belgische rechtsorde, deed dit niet. Het EVRM bepaalde enkel dat niemand opzettelijk van het leven mag worden beroofd, behoudens door de tenuitvoerlegging van een gerechtelijk vonnis wegens een misdrijf waarvoor de wet in de doodstraf voorziet. Het zesde protocol bij het EVRM amendeerde het verdrag echter, wat de Europese afschaffing van de doodstraf betekende, al werd wel een uitzondering voor oorlogstijd behouden.

Maar de vraag blijft ‘waarom’? Waarom sluit ons strafrechtsysteem a priori ieder beroep op de doodstraf uit? Eén argument is dat de doodstraf inefficiënt is, dat ze geen ontradend effect heeft op potentiële misdadigers. Ten tweede, zo halen tegenstanders van de doodstraf aan, is de doodstraf een onethische, zelfs onmenselijke, manier om met het leven om te springen. ‘Het maakt ons niet beter dan de daders zelf’, vat het argument zowat samen. Een derde argument is dat een uitvoering van de doodstraf onomkeerbaar is. Blijkt een dader toch onschuldig dan kan hij niet vrijgelaten en vergoed worden, zoals bij een gevangenisstraf het geval is.

Vergelding

Het is mijn mening dat deze argumenten één voor één weerlegd kunnen worden. Zo gaat het argument dat de doodstraf niet afschrikt en aldus geen meerwaarde biedt voor het rechtssysteem er verkeerdelijk vanuit dat ‘afschrikking’ of ‘ontrading’ een primaire functie van bestraffing is. Dat is niet verwonderlijk, aangezien moderne straftheorie ervan uitgaat dat nevenfuncties van sanctionering, zoals ontrading, vergoeding en rehabilitatie, op gelijke hoogte gezet moeten worden als de belangrijkste functie: vergelding.

‘Oog om oog, tand om tand’ wordt vaak aangehaald als voorbeeld van hoe bestraffing zeker niet georganiseerd mag worden. Nochtans is er niets mis met het onderliggend principe, met name dat de zwaarte van de straf die een misdadiger opgelegd wordt evenredig moet zijn aan de ernst van het misdrijf dat hij pleegde.

Aangezien de gevangenisstraf de zwaarste sanctie is in het Belgisch strafrechtarsenaal, beweert onze wetgever impliciet dat er geen feiten bestaan die zo afschuwelijk, zo moreel laakbaar zijn, dat ze niet afdoende bestraft kunnen worden door een opsluiting in een Belgische gevangenis. Dat lijkt niet te stroken met de soms afgrijselijke werkelijkheid.

Schuld en onschuld

Maar wat met het tweede argument? Verlagen we ons niet tot het niveau van de misdadiger door een straf op te leggen die in iedere andere situatie zelf een verwerpelijke misdaad zou zijn (moord)? Het antwoord is: neen.

Ten eerste moet aangestipt worden dat iedere straf ook een misdrijf is indien ze niet door de overheid opgelegd wordt. De opsluiting van een persoon in een kamertje tegen zijn of haar wil is ontvoering en wederrechtelijke gevangenneming, zij het niet dat het gebeurt in uitvoering van een vonnis. Dit zou niet anders zijn voor een rechterlijke beslissing die de uitvoering van de doodstraf gebiedt.

Het echte verschil staart ons natuurlijk in het gezicht. Waar een crimineel zich verlaagt tot een aanval op een onschuldige medeburger, probeert de overheid via het straf(proces)recht een gepaste straf op te leggen aan een schuldige veroordeelde. Dit verschil, schuld en onschuld, is uiteraard geen detail, maar door sommige tegenstanders van de doodstraf wordt het onterecht als een ‘fait divers’ behandeld. Differentiëren tussen zij die zich schuldig maakten aan een misdrijf en zij die zich naar ’s lands strafwet gedroegen, is evenwel de sleutel van het hele strafrechtsysteem.

Ruimer is het mijn mening dat een samenleving binnen het kader van strikte wetten moet kunnen bepalen of een persoon die zich schuldig maakte aan bepaalde misdrijven van een exceptioneel kwaadaardig karakter (waarover zo meteen meer) nog een plaats heeft in haar midden. Er is gedrag dat zo verderfelijk is, zo onttrokken van iedere vorm van menselijkheid, dat een persoon het niet langer waard is om deel uit te maken van een samenleving, inclusief een gevangenismaatschappij.

Garanties

‘Last but not least’ bestaat er een belangrijk praktisch bezwaar dat nader onderzocht moet worden, met name de vrees dat een onterecht veroordeelde in naam van de overheid gedood wordt, maar later onschuldig blijkt te zijn. Is dit risico de herinvoering van de doodstraf waard?

Het antwoord is: het hangt af van hoe groot dat risico is. Ten eerste kunnen we de kans dat dergelijke scenario’s zich voordoen verkleinen door het toepassingsgebied van de doodstraf te beperken tot enkel de allerzwaarte vormen van misdaad. We denken bijvoorbeeld aan moord en seksuele misdrijven met kinderen. Bovendien kan de ‘scope’ verder verengd worden door enkel recidivisten in aanmerking te laten komen. Op die manier krijgt iedere misdadiger een werkelijke tweede kans. Grijpt hij of zij die niet, dan hangt de ultieme straf boven zijn of haar hoofd.

Daarnaast is het mogelijk om de doodstraf enkel als sanctie toe te passen wanneer de dader op heterdaad betrapt wordt. De kans dat een onschuldig persoon door de staat gedood wordt, wordt zo tot bijna nul herleid. Dat, bijvoorbeeld, moordenaars die voor een tweede keer doden, maar niet op heterdaad betrapt werden op die manier de dans ontspringen, is de prijs die betaald wordt voor zekerheid en gemoedsrust.

Relatieve waarde

‘Relatief’ wordt vaak verkeerd begrepen als ‘vrij’ of ‘redelijk’. Dat is evenwel niet de betekenis van het woord. ‘Relatief’ betekent ‘in relatie tot’. Iets kan dus bijzonder waardevol zijn, maar in relatie tot iets anders, toch relatief waardeloos zijn. Zo ook het menselijk leven.

Een leven dat gewijd wordt aan het keer op keer plegen van de meest ernstige misdaden die levens verwoesten, wordt relatief waardeloos aan het recht op maatschappelijke vergelding. Een samenleving, via haar rechterlijke macht, heeft het recht om haar eigen gezondheid boven de menselijkheid van een individu te plaatsen, wanneer dit individu de menselijkheid van anderen manifest ontkent.

Een plaats in deze samenleving is geen absoluut recht waarop geen uitzondering gemaakt kan worden. Impliciet erkennen we dit al door gevangenisstraffen op te leggen die decennia, soms levenslang duren. Maar we durven de lijn niet consequent door te trekken voor de ergsten onder ons. Daarom mijn oproep: trek de lijn door, voer de doodstraf weer in.

Roan Asselman

Roan Asselman (1996) studeerde rechten (KUL) en vermogensbeheer (EMS). Voor Doorbraak schrijft hij overwegend over de Amerikaanse politiek. Omschrijft zichzelf als conservatief in temperament en dus in gedachtegoed.