Artsenquota stijgen in Wallonië veel forser dan in Vlaanderen

Dokters in een ziekenhuis ter illustratie.
foto © RV
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementEr ligt een voorstel op tafel om de artsenquota in ons land ingrijpend aan te passen. Opvallend genoeg gaat de bevoegde Planningscommissie (die onder de FOD Volksgezondheid valt) daarbij uit van een globale stijging van het aantal artsen met 10,8 procent voor de Franstalige gemeenschap tegenover amper 2,1 procent voor Vlaanderen.
Jarenlang was het relatief simpel: bij de verdeling van de artsenquota tussen Vlaanderen en Wallonië werd er uitgegaan van een 60/40 procent-verhouding. Die verdeling was toen overigens ook gevalideerd door het Rekenhof. Door een aantal aanpassingen van de voorbije jaren, op voorstel van de federale Planningscommissie, is die verhouding intussen geëvolueerd naar 53/47 procent. Die scheve situatie lijkt met het nieuwe advies, dat het aantal beschikbare nieuwe RIZIV-nummers voor 2032-2033 moet vastleggen, niet meteen te zullen worden rechtgetrokken.
Studenten
‘Tot 2031 liggen de artsenquota al vast, op basis van eerdere adviezen van de Planningscommissie’, legt Karel Vermeyen uit. Hij was als anesthesist jarenlang verbonden aan het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en was ooit zelf nog voorzitter van de Planningscommissie. Vandaag is hij lid van de raad van bestuur van het Vlaams Artsenverbond en voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid.
‘De quota die nu worden voorgesteld, zouden dus gelden vanaf 2032. Dat is niet toevallig het jaar waarin de nieuwe lichting studenten die dit najaar in de richting geneeskunde aan de slag gaat normaal ook afstudeert. Bij de bepaling van het aantal toegelaten studenten geneeskunde voor het volgende academiejaar moeten zowel de Nederlandstalige als de Franstalige universiteiten in theorie dus rekening houden met de artsenquota die vanaf 2032 zullen gelden.’
Toelatingsexamen
Tot zover de theorie. Het exacte aantal studenten dat in Vlaanderen en in Wallonië toegelaten wordt tot de opleiding geneeskunde wordt immers niet bepaald door de federale Planningscommissie, maar is een gemeenschapsbevoegdheid. ‘Natuurlijk was het wel de bedoeling dat beide aantallen op elkaar zouden afgestemd worden. Net om die reden werd er jaren geleden ook beslist om een toelatingsexamen in te voeren voor de artsenopleiding’, klinkt het.
Vlaanderen werkt al vele jaren met zo’n examen, maar de Franstaligen hebben die verplichting jarenlang naast zich neergelegd
‘Alleen: Vlaanderen werkt al vele jaren met zo’n examen, maar de Franstaligen hebben die verplichting jarenlang naast zich neergelegd. Waardoor er in het Franstalige landsgedeelte ook jarenlang te veel artsen uitstroomden.’ In theorie waren er dus al die jaren ook niet voldoende RIZIV-nummers beschikbaar aan Franstalige kant, maar de Franstaligen besloten wat creatiever om te gaan met de bestaande wetgeving. Met het argument dat er best wat meer artsen mochten beginnen om de verwachte toekomstige tekorten op te vangen.
Daling werktijd
In het voorstel voor de nieuwe quota dat nu op tafel ligt wordt volgens de federale Planningsdienst rekening gehouden met ‘een daling van het globale werkvolume en een stijging van de zorgconsumptie’. De berekeningen gebeuren per specialisme, waarna de optelsom gemaakt wordt om het totale aantal beschikbare RIZIV-nummers in 2032 te bepalen.
Daarbij gaat er nu speciale aandacht uit naar de huisartsgeneeskunde, waar tegen 2033 een daling naar een gemiddelde werktijd van 80 procent bij de huisartsen én een stijging van de zorgvraag van 7 tot 13 procent verwacht wordt. ‘Op basis van RIZIV-cijfers heeft men nu het gemiddelde aantal prestaties berekend van een huisarts die in ons land voltijds aan het werk is’, geeft Vermeyen aan. ‘Dat leert ons bijvoorbeeld ook dat een huisarts die voltijds werkt in 2023 overeenstemt met een bruto terugbetaald bedrag van 176.773 euro.’
Lagere activiteitsgraad
Diezelfde RIZIV-cijfers geven ook aan dat de Franstalige artsen gemiddeld flink wat minder uren presteren dan hun Nederlandstalige collega’s. In concreto: waar de Vlaamse huisartsen gemiddeld nog altijd 100 procent werken, is dat activiteitspercentage bij de Franstalige huisartsen gezakt tot 80 procent. En dus besluit de federale Planningscommissie nu dat er in het Franstalige landsgedeelte verhoudingsgewijs nood is aan meer startende artsen dan in Vlaanderen.
Uiteraard leidt dit dan tot problemen wanneer die nieuwe lichting artsen afstudeert
‘Dé hamvraag blijft daarbij evenwel onbeantwoord’, stelt Vermeyen. ‘Is de lagere activiteitsgraad van de Franstalige artsen een eigen keuze, of is dat het gevolg van een ruimer aanbod? Een aanbod dat men zelf natuurlijk mee heeft gecreëerd door jarenlang de opgelegde beperking op het aantal instromende studenten in de Franstalige artsenopleidingen naast zich neer te leggen. Met andere woorden: ik heb het gevoel dat de Franstaligen nu beloond worden voor het eigen wanbeleid van de voorbije jaren.’
Tekort aan huisartsen
Een bijkomende vaststelling is natuurlijk dat er vooral in Vlaanderen her en der een tekort aan huisartsen is ontstaan. Met de nieuwe quota die nu op tafel liggen – waardoor er in Vlaanderen in verhouding minder nieuwe artsen zullen bijkomen – zal die situatie dus allerminst verbeteren. Om daar op in te spelen besloot toenmalig Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) enkele jaren geleden al om toch méér artsen toe te laten tot de opleiding.
De kans is groot dat partijgenoot Zuhal Demir dat beleid nu doortrekt. ‘Uiteraard leidt dit dan tot problemen wanneer die nieuwe lichting artsen afstudeert, omdat er onvoldoende RIZIV-nummers zullen zijn voor Vlaanderen. Afwachten maar hoe de politiek daar dan zal mee omgaan’, klinkt het nog.
Vermeyen stuurde intussen een bijzonder kritische nota over het nieuwe quotavoorstel aan een aantal politieke partijen, maar kreeg voorlopig geen reactie vanuit het kabinet Volksgezondheid. ‘Dat verbaast me ook niet. Ik heb de voorbije jaren vastgesteld hoe er vooral vanuit de Franstalige universiteiten stevige druk werd uitgeoefend op de Franstalige politici om systematisch meer studenten toe te laten tot de artsenopleiding.’
| Categorieën |
|---|
| Personen |
|---|

Filip Michiels is zelfstandig journalist/auteur en schreef ruim 20 jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Hij won tweemaal de Citi Persprijs voor economische journalistiek en was eenmaal genomineerd voor de Belfius Persprijs. In 2022 publiceerde hij de biografie van Bessel Kok: "Chaos & Charisma". Hij werkt sinds 2019 voor Doorbraak en coördineert ook Doorbraak Magazine.
De toekomst van deze planeet krijgt vorm in China. ‘Maar om te beseffen wat daar écht gebeurt, moeten onze politici wel ter plaatse gaan.’











