Advertentie
Actualiteit, Media
Paralipomena
Paralipomena
Philippe Clerick

Barcelona: terreurbestrijding en drogredenen

Wat heeft de logica van Frege met de terreur in Barcelona te maken?
islam

Over meer betonblokken en meer para’s

In een hoofdartikel van Het Nieuwsblad worden lessen getrokken uit de aanslag in Barcelona. Het zijn geen lessen in logica.

Enige tijd geleden schreef ik iets over moslimterreur. Een heel linkse vriend stuurde daarop een antwoord. Of we niet beter een voorbeeld namen aan de Spanjaarden die al sinds 2004 geen aanslagen meer hadden gehad? Dat kwam door hun verstandig beleid, zei hij. Wat dat verstandig beleid was, ben ik vergeten. Ik heb er ook toen niet veel aandacht aan besteed omdat ik dacht: de denkfout van de kleine getallen. Er zijn in Europa sinds 2004 ongeveer 42 islamistische aanslagen geweest en er zijn een 50-tal Europese landen. Het is onvermijdelijk dat er een aantal landen zijn waar géén aanslagen zijn, en enkele andere waar bovengemiddeld veel aanslagen zijn. ‘Bovengemiddeld’ is hier trouwens een verkeerd woord, omdat het een hachelijke zaak is om bij zulke kleine getallen over gemiddeldes te spreken. En dan kijk je ook beter uit voor je allerlei oorzakelijke verbanden gaat leggen tussen beleid en aanslagen in één bepaald land.

Geen wraak om de bombardementen

Toch had de uitspraak van mijn vriend ook iets leuks. Ze was namelijk, wat Popper noemt, falsifieerbaar. Ze is nu ook – helaas – gefalsifieerd door de aanslag op de Ramblas. Mocht mijn vriend nu zeggen – maar hij zal dat niet zeggen – dat Barcelona niet in Spanje ligt, maar in Catalonië, dan zou hij zich schuldig maken aan de drogreden No-true-Scotsman waarover je op Wikipedia kunt lezen. Met de No-true-Scotsman move kun je je verweren tegen falsificatie.

Falsificatie laat in het algemeen niet toe om oorzakelijke verbanden te bevestigen, maar wel om die te weerleggen. Peter Mijlemans doet dat in Het Nieuwsblad van 19 augustus. ‘De aanslagen zijn geen wraak op landen die de IS bombarderen,’ schrijf hij. ‘Spanje zit niet in de coalitie.’ Dat lijkt mij een zuivere redenering, ook al komt ze van Mijlemans. Maar omdát ze van Mijlemans komt, heb ik ze voor de zekerheid nog eens nagerekend.

  • Als IS een aanslag pleegt in een niet-bombarderend land, is het niet uit wraak om die bombardementen.
  • IS pleegt een aanslag in een niet-bombarderend land.
  • Dus die aanslag was niet uit wraak om die bombardementen.

Modus ponens! Als P dan Q, P dus Q of, wiskundiger: P → Q, P ⊢ Q. Een correcte bevestiging van de antecedens! De redenering geldt als correct sinds de Griekse stoici, en in elk geval minstens sinds Gotlob Frege de propositielogica uitvond. En ook zonder de Grieken en zonder Frege was Mijlemans’ stelling juist geweest, want dat die IS-aanslagen niet gebeuren uit wraak om die bombardementen, dat weet iedereen die het wil weten. En die weet ook waarom ze wel gebeuren.

Niet nog meer betonblokken?

Na die succesvolle modus ponens gaat Mijlemans overmoedig verder. Hij meent nu dat de aanslagen ook bewijzen dat meer antiterreurmaatregelen geen zin hebben. ‘Wie pleit voor nog meer betonblokken, nog meer para’s, heeft na Barcelona weinig verweer. Na de aanslagen in Madrid … bouwde Spanje een veiligheidsnetwerk uit waar elk Europees land jaloers op is. Het kon deze slachtpartij niet voorkomen … Op een gegeven ogenblik zijn er nooit genoeg betonblokken en zwaarbewapende agenten en para’s om jongelui volgetankt met haat te stoppen.’

Hier worden een aantal beweringen gedaan die in syllogistische vorm eigenaardig zouden klinken.

  • Onze terreurbeveiliging is ontoereikend
  • Alles wat ontoereikend is moet niet worden verbeterd.
  • Onze terreurbeveiliging moet niet worden verbeterd.

Moet die tweede premisse hier niet juist omgekeerd zijn? Is het niet datgene wat toereikend is dat niet moet worden verbeterd? Mijlemans zou kunnen antwoorden dat terreurbeveiliging meer is dan alleen para’s en betonblokken. Ik ben wel zeker dat hij inderdaad zoiets zou antwoorden. Maar als hij even nadenkt zal hij ook wel inzien dat door in de eerste premisse ‘terreurbeveiliging’ anders in te vullen, daarmee het probleem van zijn tweede premisse niet opgelost raakt.

Nirvana fallacy

De denkfout van Mijlemans wordt wel eens de Nirvana fallacy genoemd – de overtuiging dat alleen het ideaal goed genoeg is.  Als het ideaal dan toch niet bereikbaar is, zeggen de Nirvana-mensen, dan hoeft het gerommel in de marge ook niet. Althans, dat zeggen ze soms. Je zult merken dat de meeste van die lui niet altijd aan hun Nirvana gehecht zijn. Zou Mijlemans op dezelfde manier redeneren over de verkeersveiligheid als over de para’s en de betonblokken? Zou hij ooit schrijven: ‘Wie pleit voor verdere verkeersveiligheid heeft weinig verweer. Zelfs met strenge snelheidsbeperkingen en heraanleg van alle risicowegen, zullen er nog altijd verkeersdoden vallen.’ Ik denk niet dat hij ooit zoiets zou schrijven. Ook in het Nirvana hou je het beter politiek-correct.

Het is merkwaardig dat Mijlemans juist de aanslagen in Catalonië gebruikt voor zijn rare stelling. De aanslag van donderdag in Barcelona werd inderdaad niet verhinderd, maar dat kwam geloof ik niet omdat er te veel politie aanwezig was, of omdat er te veel betonblokken op de straat lagen. Het kwam, geloof ik omdat er te weinig politie aanwezig was en omdat er geen betonblokken op de straat lagen? Omgekeerd werd de aanslag van vrijdag in Cambrils wel verhinderd omdat er wel politieagenten waren en omdat die politieagenten de terreurzaaiers klemreden en doodschoten. Het heeft met logica weinig te maken – want voorbeelden bewijzen niets – maar Mijlemans zou zijn voorbeelden toch beter kunnen kiezen.

Toegegeven: ook al zijn de argumenten van Mijlemans fout, zijn conclusie kan nog juist zijn. Een conclusie verwerpen alleen vanwege een gebruikte drogreden is een fallacy fallacy. Misschien moeten er inderdaad niet verder middelen gestoken worden in politie, para’s en betonblokken. Misschien zijn andere werkwijzen doelmatiger. Maar als dat zo is, moet dat blijken uit een nauwkeurige studie van de feiten en een afweging van de voors en de tegens. Wat werkt, wat werkt niet, wat werkt goed, wat werkt beter. En ook: wat zijn de keerzijden van die of die werkwijze? Wat zijn de de trade-offs?

Wensdenken

Jammer genoeg wordt de discussie over de doelmatigheid vergiftigd door het wensdenken waar we allemaal zo gemakkelijk het slachtoffer van zijn.  Er is een heel areaal van mogelijke antiterreurmaatregelen die werken of niet werken: meer straathoekwerkers, betere opleiding van de imams, controle op het islamonderwijs en op de moskeeën, meer afluisterapparatuur voor de politie zoals in The Wire, meer politiebeveiliging op straat, breder mandaat voor de para’s, ethnic profiling, afspeuren van het ‘deep web’, inschakelen van infiltranten en tipgevers, landsgrenzen sluiten, wettelijk verbod op jihadistische propaganda, preventieve opsluiting van geradicaliseerde islamisten, ondervraging met marteling …

Niet elke maatregel hierboven is ethisch verdedigbaar. Ook kunnen sommige maatregelen op korte of lange termijn een bedreiging vormen voor de vrijheid van iedereen. Als je wat mystiek bent aangelegd, of lid van het CD&V, kun je je zorgen maken over welke schade een antiterreurbeleid toebrengt aan het ‘maatschappelijk vertrouwen’ en de ‘duurzame samenleving’ en ‘het sociale weefsel’. Maar die discussies over ethiek en vrijheid en vertrouwen en duurzaamheid moeten om redenen van intellectuele eerlijkheid worden losgekoppeld van de doelmatigheidsvraag.

Onprettige gevolgen

Neem dat martelen van terreurzaaiers. Obama was er tegen en ik ben er niet voor. Maar elke keer als ik hem of iemand anders op televisie hoorde beweren: ‘torture doesn’t work’, of ‘torture makes people confess to anything’, nog eens versterkt met het gezagsargument ‘the science is clear on that’ – elke keer dacht ik bij mijzelf: wat hebben die bekentenissen er mee te maken? Jij, Obama, gelooft niet dat martelen nuttige inlichtingen oplevert omdat je dat niet graag gelooft. Want als blijkt dat bepaalde martelingen wél helpen om inlichtingen te verzamelen, dan zul je de CIA heel moeilijk kunnen tegenhouden. En dát gevolg aanvaard je niet graag. Zoals, geloof ik, Mijlemans die para’s en de betonblokken niet graag aanvaardt. Maar dát is een intentieproces van mijenentwege.

Van Eemeren en Grootendorst – mooie naam, Grootendorst – brengen die vorm van wensdenken onder bij het argumentum ad consequentiam. Je vervalt daarin als je ‘uitspraken van feitelijke aard probeert te ontkrachten door te betogen dat ze onwelgevallige consequenties met zich meebrengen.’ Terecht voegen de argumentatietheoretici daar nog aan toe: ‘Een feitelijke uitspraak is waar of onwaar, en dat staat los van de eventuele onprettige gevolgen die eraan verbonden zijn.’

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans