fbpx


Economie

België NV: welvaartstaat en zero-based budgeting



welvaartstaat

We willen niet dat het land exclusief als een bedrijf wordt beheerd. We willen ook niet dat het helemaal niet wordt beheerd, zoals nu eigenlijk (al een tijdje) het geval. Een verkenning van scenario’s voorbij in-/pre-formateurs en betogingen voor meer welvaartstaat. Ook relevant voor een toekomstig Vlaanderen! De westerse soevereine welvaartstaat heeft het lastig. In België is dat enkel iets nadrukkelijker zichtbaar omdat we de culturele, economische en andere breuklijnen de laatste decennia met juridisch ‘spuug en touw’ telkens weer…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


We willen niet dat het land exclusief als een bedrijf wordt beheerd. We willen ook niet dat het helemaal niet wordt beheerd, zoals nu eigenlijk (al een tijdje) het geval. Een verkenning van scenario’s voorbij in-/pre-formateurs en betogingen voor meer welvaartstaat. Ook relevant voor een toekomstig Vlaanderen!

De westerse soevereine welvaartstaat heeft het lastig. In België is dat enkel iets nadrukkelijker zichtbaar omdat we de culturele, economische en andere breuklijnen de laatste decennia met juridisch ‘spuug en touw’ telkens weer aan elkaar hebben geplakt. We zitten nog in de fase dat we illusies menen te moeten blazen, en bij iedere verkiezing weer vernederd worden door beloftes waarvan we weten dat er niets in huis komt. Intussen bedient de technocratie zich van anonieme groeinormen (onder andere in de zorg), budgettaire kaasschaafmethoden, en plakken we allerlei arbitraire bedragen op uitkeringen met de armoedegrens als norm. Dat alles is irrelevant en dat alles zal uiteindelijk ook niets opleveren. Het is lage-resolutiedenkwerk waarmee je (misschien) de massa kan mennen, maar geen steen in de vijver verlegt.

Een welvaartstaat is ‘per definitie’ ondergefinancierd

De geschiedenis van de welvaartstaat leert ons dat er een aantal niet-gegarandeerde impliciete aannames in de constructie van een welvaartstaat zitten. Zo is er de aanname dat een kapitalisatiesysteem voor toekomstige verplichtingen van de welvaartsstaat (vb. pensioen, zorg, kindergeld) niet echt solidair is. Vandaar de keuze voor het omslagsysteem (geld in = geld uit, of in het geval van België: geld in < geld uit). Maar dat is dan weer afhankelijk van onder andere een redelijke generationele demografische distributie, iets waar we nu tegenaan lopen.

En van rentmeesterschap in hoofde van de politieke elite. Dat lijkt niet van nature het geval te zijn. Daar solidariteit welbegrepen eigenbelang is (en geen barmhartigheid), dienen de relaties tussen burgers en het systeem enigzins symmetrisch te lopen. Dat betekent dat je de poorten die toegang geven tot het systeem dient te bewaken en dat eenmaal in het systeem je je ervoor dient te behoeden dat aanbod van welvaart-diensten niet tot (disporportionele) vraag aanleiding geeft. De realiteit toont ons ook daar gapende zwakheden.

Ook dient het collectieve voordeel van de welvaartstaat steeds te worden afgewogen tegen de collectieve schade die (para)fiscaal wordt aangebracht aan de economie. Fiscaal en monetair beleid hebben beiden niet alleen herverdelende effecten, maar duwen economische activiteit uit een natuurlijk optimale positie. Daar is te weinig aandacht voor. Indien degelijk (en dus duurzaam) georchestreerd levert de welvaartstaat dan weer welvaart- en welzijnsvoordelen.

Van welvaartstaat naar waarborgstaat

Idealiter zou zo’n permanent systeem moeten worden beheerd los van elke tijdelijke politieke meerderheid, met enkel een marginaal financieel toetsingsmoment in hoofde van een immer tijdelijke politieke coalitie. Meer zou niet nodig zijn wegens de strak afgelijnde inhoud en financieringsmodellen. Sedert decennia wordt een hoop van de sociale voorzieningen evenwel uit de algemene middelen betaalt, iets wat een ongelooflijk probleem is geworden. Het heeft niet alleen de sociale diensten losgekoppeld van de feitelijke bijdragen, het heeft ook de illusie gewekt dat zo ongeveer alles mogelijk is zolang je maar eindeloos aan de knoppen van de algemene belastinginstrumenten kan draaien en de algemene middelen kan laten vloeien richting (sociale) publieke infrastructuur. Eerder dan dat als een goed rentmeester te beperken, heeft de overheid haar tentakels gespreid in allerlei domeinen waar ze niet thuishoort en waar ze ook geen verschil kan maken. Ook de aanzienlijk mindere kantjes van de menselijke aard tonen zich net wat te expliciet bij zo’n geldberg dan goed is voor onze collectieve infrastructuur en welzijn.

De verantwoording voor zo’n gigantisch systeem laten lopen via indirecte en ‘eens in de 4-5 jaar’ opinie van burgers leidt tot misbruik, inefficiëntie, koterijen, een zwalpend systeem en een enorm probleem qua input- en output-legitimiteit. En natuurlijk een structureel financieel tekort. En zo evolueerde de ‘welvaartstaat’ naar een ‘waarborgstaat’ gedreven door steeds uitdijende verwachtingspatronen van ‘rechthebbenden’. Want het zijn de ‘ongedekte toekomstige rechten’ die het politieke systeem stelselmatig introduceert die de welvaartstaat van nature instabiel en structureel ondergefinancierd maken.

Middenklasse-bestaan voor iedereen?

Dat doet de vraag rijzen of de welvaartstaat wel bedoeld is om zo ongeveer iedereen een middenklasse-bestaan te garanderen. Of hoort dat tot de wildgroei van idealen die horen bij een systeem dat door tijdelijke coalities wordt beheerd en eigenlijk geen echte verantwoordelijkheid dient af te leggen? Met 53-54% overheidsbeslag zijn het aantal mogelijkheden tot significante extra financiering beperkt. Je kan klussen aan je belastingwetten of je kan de arbeidsparticipatiegraad opkrikken, maar daar is een ingrijpende evaluatie van arbeidsmarktbeleid en fiscaliteit voor de lagere lonen nodig. Zoniet zal je steeds met een structureel tekort eindigen.

Tuurlijk kan je van alles beloven of zelfs garanderen, als je maar aan voldoende knoppen draait. Maar zijn we collectief ook bereid de gevolgen daarvan te dragen? Want het aantal flankerende maatregelen om zo’n beloftes effectief te realiseren zijn aanzienlijk, tenzij je budget eindeloos mag ontsporen.

Als je je niet met de toekomst bemoeit, bemoeit deze zich wel met jou: of financiële ontsporing zo ongeveer ieder seizoen, en/of een impliciete afkalving van diensten met financiële pushback naar de burger door hogere remgelden en dergelijke.

Wie geen grenzen stelt of leert stellen aan een publiek systeem is een charlatan en volksmenner. En is vaak een verdoken voorstander van bijvoorbeeld de privatisering van de zorg of de pensioensector. Maar we polderen liever verder, levend in de illusie dat er niets is veranderd.

Kerntaken en zero-based budgeting

Menig econoom heeft in dit land al eerder gepleit voor een terugplooiing van de overheid op haar kerntaken, gekoppeld aan een efficiënt(er) beheer van de overheidsfinanciën. Je kan er niets op tegen hebben, integendeel. Maar laten we eerlijk zijn, het zal een illusie blijven, zelfs als Vlaanderen onafhankelijk zou worden, of deel van een confederatie.

Niemand spreekt over het installeren van een nachtwakersstaat of het vernietigen van de welvaartstaat ten voordele van een overwoekerende neoliberale markt. Maar in het woord ‘kerntaken’ en ‘efficiëntie’ zitten een aantal elementen met — voor sommigen althans — nare bijsmaken.

a) Het begrip kerntaken

Zolang de soevereine staat bestaat, loopt de discussie over wat de kerntaken van een overheid (moeten) zijn. Voor sommigen is dat beperkt tot defensie en veiligheid. Voor anderen hoort daar onderwijs bij en eventueel een basiszorgpakket. Voor nog anderen is enkel een wieg-tot-graf welvaartstaat voldoende. Eerder dan het begrip ‘kerntaken’ ideologisch in te vullen, zou je er voor kunnen kiezen om het begrip in te vullen door de overheidstaken te beperken tot die taken waar de overheid een aantoonbare meerwaarde heeft boven de eventuele alternatieven (marktwerking of maatschappelijke zelforganisatie).

Die meerwaarde kan bestaan in een betere of snellere executie, betrokkenheid in maatschappelijke domeinen waar we weten dat de markt niet (optimaal) functioneert, of een hoge mate van collectieve (internationale) coördinatie eist die de markt niet direct kan organiseren. Die meerwaarde kan ook puur wetstechnisch zijn, zonder ergens operationeel in actief te zijn. Zo is er meer marktordening nodig in de geglobaliseerde financiële industrie en wordt marktconcentratie in heel wat domeinen (farma, technologie) een aanzienlijk probleem.

b) Het begrip efficiëntie

Efficiëntie verwijst niet enkel naar een economisch optimale input-output verhouding, maar ook naar ‘rechtvaardiging’ van genomen acties, ‘verantwoordelijkheid’ willen dragen voor een bepaald beoogd eindresultaat dat al dan niet wordt bereikt en ‘maximale transparantie’ zodat de acceptatiegraad voor de sociale en fiscale bijdragen omhoog kan. Maar dat is niet voor iedereen weggelegd in het politieke circus.

c) Geen luchtkastelen, maar zero-based budgeting

Dus geen politieke programma’s meer vol luchtkastelen voor de verkiezingen die toch niet door het Planbureau deftig kunnen worden doorgerekend. Als alternatief denk ik aan een zero-based budgeting model.

Dat is een historisch uit Japan afkomstige techniek waarbij ieder jaar opnieuw een organisatie en de individuele divisies niet vertrekken vanuit het bestaande budget om dan allicht een ophoging te forceren, maar ieder jaar opnieuw vanaf nul beginnen en hun budgetten terug beargumenteerd opbouwen. Dat dwingt jaarlijks een rechtvaardiging af van ‘alle’ kosten en investeringen, en een rechtvaardiging en evaluatie van reeds gedane investeringen.

Er is dus niet enkel verantwoording af te leggen voor het ‘verschil’ vergeleken met het budget van vorig jaar maar voor het gehele budget. Het dwingt verantwoording af, niet alleen budgettair, maar ook in welke mate dat een bepaald kostenpatroon of investering heeft bijgedragen tot een bepaald beoogd doel.

Ideetje voor de (in)formateur(s)

In plaats van te kijken naar ideologische raakvlakken tussen de eventuele partijen die er aan de uiteindes natuurlijk niet zijn, zou ik eerder hebben geopteerd voor de volgende modus operandi. We hebben een bepaald budget dat neutraal is tegenover voorgaande jaren en dat rekening houdt met het niveau van staatsschuld. Dan zou ik aan elk van de partijen twee vragen gesteld hebben:

  1. Hoe zou jij je (beargumenteerd) budget bij elkaar willen verdienen (waar haal je hoeveel geld vandaan?);
  2. Aan wat (eventueel thematisch) zou jij beargumenteerd budget jaarlijks uitgeven de komende jaren (maar minder mag ook, liefst eigenlijk), geordend naar prioriteit.

Zo krijg je een template die je naast elkaar kan leggen en waarbij je partijen inhoudelijk kan betrekken en op hun verantwoordelijkheid kan aanspreken. Het vermijdt ook de ideologische loopgravenoorlog waar we nu al te lang getuige van zijn.

Zelfs als je op zo’n manier geen meerderheid weet te realiseren, kan je wel een zeer stabiele minderheidsregering vormen waarbij dan telkens op de relevante politieke partners beroep kan worden gedaan en waarbij thematische allianties vooraf duidelijk zijn en in de input- en outputlegitimiteit kunnen worden meegenomen.

Minderheidsregeringen gaan naar mijn smaak sowieso de norm worden, al was het maar om überhaupt nog iets gedaan te krijgen. Die hoeven ook niet zo instabiel te zijn als menig opiniemaker beweert. Het is een kwestie van vooraf de juiste lijnen uit te zetten en afspraken te maken. De oppositie wordt op die manier overigens ook terug ‘relevant en nodig’ in het besluitvormingsproces. Ook dat is goed om de democratische legitimiteit terug naar acceptabele niveau’s op te krikken.

(Harde) grenzen kunnen stellen en eindverantwoordelijkheid nemen is geen evidentie, en zeker niet voor iedereen. En al helemaal niet in een collectief systeem waar niemand echt verantwoordelijk is. Iedere dag beklagen we ons daarover, maar dat is blijkbaar niet voldoende om het ten goede te keren. Zeker het zorgsysteem heeft het potentieel bij niet-gewijzigd beleid de hele welvaartstaat te destabiliseren door al het andere te overwoekeren. Tijd om wat grenzen te stellen lijkt me. Niet zoals in ‘neoliberaal snoeien om te groeien’, maar ter behoud van het intrinsieke goede dat deel uitmaakt van elke welvaartstaat.

Luc Nijs

Luc Nijs is de bestuursvoorzitter en CEO van investeringsmaatschappij The Talitha Group en doceerde o.a. ‘Internationale kapitaalmarkten’ en ‘Bedrijfsfinanciering en -waardering’ aan de universiteiten van Leiden, Riga en Madrid. Hij is de auteur van een reeks boeken inzake internationale financiën, kapitaalmarkten, schaduwbankieren en aanverwante onderwerpen.