Binnenland

Belgisch begrotingsprobleem is een vals probleem

Ten opzichte van de andere gewesten is de tewerkstellingsgraad in Vlaanderen veel hoger, hoewel met een lagere tewerkstellingsgraad in de overheidssector. Onze werkloosheidsgraad is veel lager. In verhouding tot de bevolking draagt Vlaanderen veel meer bij tot de personenbelasting en tot de sociale zekerheid. In alle takken van de sociale zekerheid zijn onze bijdragen groter dan de uitkeringen. Op het gebied van gezondheid scoren we beter dan de andere gewesten. Ons onderwijs behoort tot de top in de wereld; onze studenten staan op de tweede plaats in Europa, na Finland. Met dank aan iedereen die zich inzet voor ons onderwijs. Het Franstalig onderwijs zit achteraan in de Europese klas. Het armoederisicopercentage in Vlaanderen is het laagste in Europa. In Wallonië ligt dit cijfer in de buurt van landen zoals Italië, Portugal, Kroatië, Griekenland en Bulgarije. Brussel is een ramp.

De al tientallen jaren bestaande transfers van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel hebben het risico op armoede in de ontvangende gewesten dus niet verminderd. Ze hebben wel toegelaten dat deze gewesten al jaren boven hun stand leven. Transfers, waarvan de som per definitie nul is, worden onder de Belgische mat geveegd en zetten niet aan tot verhoogde zelfredzaamheid. Een boekhouding met inkomsten en uitgaven per gewest zou veel transparanter zijn en de problemen duidelijk stellen.

Wat indien?
Voor de periode 1990-2010 hebben wij onderzocht wat de resultaten op het gebied van begrotingen en schulden zouden zijn indien de financiële stromen tussen de federale overheid en de gewesten in gescheiden beddingen zouden zijn gehouden. Wat dus betekent dat de transfers tussen de gewesten niet overvloeien.

Op enkele kleine uitzonderingen na had Wallonië sinds ten minste 1990 altijd een negatief primair saldo. Dit wil zeggen dat de federale overheid elk jaar aan Wallonië meer uitgaf dan wat dit gewest bijdroeg in de federale kas in de vorm van allerlei belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid. Dit kon alleen worden gefinancierd met schulden en de hierop te betalen interesten. Elk jaar opnieuw. In dit scenario ontstaat er een kettingreactie van oplopende schulden en oplopende interestlasten (een soort sneeuwbaleffect). Het Waalse aandeel in de federale overheidsschuld zou op die manier zijn gestegen van 128 miljard in 1990 tot 480 miljard in 2010. Dit is een schuldratio van 508 procent van het Waals bbp. (De schuldratio van Griekenland bedroeg 143 % in 2010 en is nadien nog verder gestegen.) In 2010 zou de interestlast zijn gestegen tot 16,7 miljard euro, wat samen met het tekort in de primaire uitgaven van 8,3 miljard tot een begrotingstekort leidt van 25 miljard in Wallonië.

Double triple-A
Vlaanderen had sinds ten minste 1990 altijd een positief primair saldo, zelfs aanzienlijk groter dan nodig om de interesten op zijn aandeel in de federale overheidsschuld te betalen. Het kon dus een deel van deze schuld aflossen. Elk jaar opnieuw. In dit scenario ontstaat er een kettingreactie van dalende schulden en dalende interesten. Zo zou de schuld in 1999 zijn omgeslagen in een vordering met een positieve kettingreactie als gevolg. Zo zou het Vlaams aandeel in de federale overheidsschuld elk jaar zijn gedaald van 64 miljard in 1990 tot een vordering van 194 miljard in 2010. In 2010 zou Vlaanderen 6,7 miljard interesten ontvangen wat samen met het overschot in de primaire uitgaven van 6,3 miljard tot een begrotingsoverschot leidt van 13 miljard. Vlaanderen zit dus op rozen, genietend van een double triple-A kredietwaardigheid.

Wat indien niet?
Hoe realistisch onze berekeningen ook zijn in het kader van autonome gebieden, dat kader was er niet. De transfers wel. Autonome gebieden sinds 1990, dat was maar een veronderstelling. Vlaanderen is in werkelijkheid 258 miljard armer geworden want dit geld is weggevloeid en uitgegeven om de rest van het land te onderhouden en recht te houden.

Vlaanderen beschikt vandaag niet over 194 miljard waarmee we de dringende behoeften op het gebied van infrastructuur, milieu, onderwijs, onderzoek, sociale voorzieningen en andere, zouden kunnen betalen. Waarmee we bovendien de vergrijzing en de kosten ervan probleemloos zouden kunnen tegemoet zien.

In de plaats hiervan zijn we medeschuldenaar geworden in een schuld van 342 miljard die in de komende jaren nog met enkele tientallen miljarden zal stijgen. Terwijl ze zal moeten dalen met ten minste 100 miljard om te voldoen aan de Europese eisen. Er is ook nog het feit dat de federale overheid niet alleen borg staat voor de terugbetaling van de Belgische schulden maar ook voor de garanties aan Dexia en andere banken, aan de spaarders en de coöperanten, aan Europa. Voor 150 miljard, of voor het twee- of drie- of viervoudige. De kans is zeer groot dat tientallen miljarden van deze garanties cash zullen moeten worden betaald. Zijn we dan medeschuldenaar of hoofdschuldenaar of solidair verantwoordelijk? Als Wallonië en Brussel vandaag niet in staat zijn om één euro bij te dragen voor de betaling van 12,2 miljard federale interestlasten, hoe zullen ze dan ooit in staat zijn om een deel van de schulden af te lossen en een deel van de garanties uit te keren? Tot wie zal de federale overheid zich dan wenden? Juist. Vlaanderen is niet verantwoordelijk voor het ontstaan van de Belgische schuld maar moet er dus wel de lasten van dragen. Belgische overheidsobligaties zijn nog erger dan euro-obligaties: ze worden volledig ten laste genomen door het noordelijk deel van dit land.

Waar saneren?
Hoeveel besparingen? Hoeveel belastingen? Hoeveel voor de Vlamingen en hoeveel voor de Franstaligen? Hoeveel voor de werkenden, voor de niet-werkenden en hoeveel voor de bedrijven en de banken? Hoeveel op arbeid, op kapitaal, op investeringen en op consumptie? Hoeveel bij de overheid en hoeveel bij de private sector? Dit zijn de juiste vragen maar niet voor een vervalst Belgisch probleem. De kernvraag is: waar moet er worden gesaneerd? Antwoord: waar er een tekort is. Het bovenstaande heeft duidelijk gemaakt dat de angstwekkende tekorten zich bevinden in Wallonië (en ook in Brussel).

Als Wallonië en Brussel naast het tekort op hun primaire uitgaven slechts de helft van de interestlasten voor hun rekening zouden nemen, dan zou een sanering van 15 miljard in 2012 al het begin zijn van een redelijke bijdrage van beide gewesten. Zij mogen dat doen op de manier die zij graag willen. In de volgende jaren komt er nog wat bij. Voor de kosten van de vergrijzing komt Vlaanderen niet veel later ook aan de beurt.

In België zitten we met begrotings- en schuldenproblemen die vergelijkbaar zijn met Noord- en Zuid-Europa. In verhouding zijn ze zelfs nog veel groter. De politieke en monetaire unie in dit land heeft dit niet belet. In feite is het de pseudopolitieke unie die er de oorzaak van is.

Hierover had de staatshervorming moeten gaan. Niet over pietluttigheden als BHV en het lilliputachtig gedoe over de financieringswet waarmee uiteindelijk in de eerste tien jaar niets wezenlijk wordt veranderd. Het had moeten gaan over copernicaanse overdrachten van bevoegdheden met de verantwoordelijkheid om ze zelf te financieren. Dat zou de gewesten verplichten om te zorgen voor een evenwicht tussen de uitgaven die ze graag willen doen en de middelen die ze hiervoor willen opbrengen. Het had moeten gaan over een nieuw intern verdrag met onder meer begrotingsafspraken en sancties.

Ethiek
Begrotingstekorten en schulden zijn geen probleem van euro’s, ook niet van de euro, maar van ethiek. Dit is de essentie van het schuldenprobleem in Europa. Overheden vinden het niet meer vanzelfsprekend dat zij hun schulden terugbetalen zoals afgesproken: volledig, op tijd en aan de overeengekomen interest. Zij vinden het ook niet meer vanzelfsprekend dat zij zorgen voor de nodige begrotingsoverschotten en eventueel voor de nodige garanties. Dit is in België niet anders. Als de Walen willen leven met minder uitgaven, dan is dat een eerbiedwaardige keuze. Zij zijn niet verplicht om meer te werken. Ze hebben echter niet het recht om te eisen dat de Vlamingen het in hun plaats doen. Of vindt u het normaal om de bouwlening van uw buurman verder af te betalen als hij hier zelf niet toe in staat is?

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans