fbpx


Politiek
Marc Geleyn

De Belgische abortuswet en het welzijn van het ongeboren kind



Logia

Een beschaving die eerlijk is met zichzelf, moet ook over het welzijn van het ongeboren kind nadenken.
Een Belgische regeringspartij, dezelfde partij die de financiering van de godsdiensten wil droogleggen, wil de abortuswet van 1990 herzien en verder liberaliseren: “De wet is 27 jaar oud en het is tijd om hem aan de tijdgeest en aan de ervaring aan te passen”. Deze wet moest destijds met een wisselmeerderheid goedgekeurd worden omdat de christelijke partij niet meestemde. Ook koning Boudewijn had gewetensbezwaren. Om de wet er toch door te krijgen werd de koning voor korte tijd in de onmogelijkheid tot regeren verklaard. De ministerraad bekrachtigde zelf de wet “in naam van het Belgische volk”.

Die wet voorziet dat abortus provocatus geen misdrijf is in 2 gevallen. Wanneer de ingreep gebeurt in de eerste 12 weken moet de zwangere vrouw verklaren dat ze in een “noodsituatie” is; de ingreep moet gebeuren door een arts die de vrouw inlicht over de wet en de medische risico’s; en de arts voert de ingreep niet eerder dan 6 dagen na de consultatie uit. Na de twaalfde week is abortus toegelaten indien de zwangerschap een “ernstig gevaar” inhoudt voor de vrouw of indien het kind lijdt aan een “uiterst zware kwaal” en er advies gevraagd werd aan een tweede arts.
Een arts kan niet verplicht worden om aan een abortus provocatus mee te werken. De arts moet de vrouw hiervan in kennis te stellen, maar is niet gehouden haar door te verwijzen naar een andere arts.

Abortus als recht en medische ingreep

Open Vld ziet de abortuswet van 1990 als een grote stap in de emancipatie van de vrouw: “Na jaren strijd door feministische bewegingen, werden vrouwen meester over hun eigen lichaam, en ons land was een progressieve pionier”. Maar nu willen de liberalen de wet aanpassen aan de tijdgeest en de praktijkervaring. Zij willen de consultatie afbouwen, de wachttijd verminderen en de noodsituatie uit de wet halen. Zij willen de deadline versoepelen tot 14 weken en evolueren naar 18 weken, “zoals in Zweden”. Zij willen de arts een doorwijsplicht opleggen. En ten slotte moet abortus gezien worden als een medische ingreep en als een recht.

Klare taal, in de lijn van de doctrine van maximale individuele vrijheid zonder inspraak van de samenleving. De zwangere vrouw heeft geen consultatie nodig: “Vrouwen die abortus overwegen, weten dat dit een ingrijpende ingreep is. De subjectieve term noodsituatie moet uit de wet”.

Gewetensvrijheid

Klare taal ook voor artsen en verpleegkundigen die gewetensbezwaren zouden hebben. Voor hen geldt de veelgeprezen vrijheid dan toch niet, want zij zouden verplicht worden iemand aan te duiden om een daad uit te voeren die zij zelf in geweten verwerpen. De ervaring van de Zweedse vroedvrouw Ellinor Grimmark is tekenend. Verschillende hospitalen in Zweden weigerden haar aan te werven omdat zij als christen gelooft in het redden van levens, en geen abortussen wil uitvoeren. Ze begon een rechtsprocedure. De Zweedse wet erkent de gewetensvrijheid en nam de resolutie over van de Raad van Europa die bepaalde dat medisch personeel gewetensvrijheid mag inroepen in kwesties van levensbeëindiging. Toch verloor Grimmark haar zaak voor de rechtbank van Jönköping. Zij verloor een tweede maal in beroep en moet nu beslissen of zij de zaak aanhangig wil maken voor het Europees Hof van de Rechten van de Mensen. Intussen betaalde zij al 100.000 euro aan gerechtskosten. Ook België stemde in 2010 voor die resolutie.

Het is waarschijnlijk onbegonnen werk om te bepleiten dat het inlassen van een bedenktijd in zo’n ingrijpend gebeuren zijn nut heeft, dat consultatie met de arts of met een adviesinstanties de vrouw kan helpen. Het zou waarschijnlijk weinig uitrichten erop te wijzen dat een embryo van 12 weken een ongeboren kind van 3 maand is, letterlijk “alive and kicking”. Even nutteloos zou het zijn erop te wijzen dat de evaluatiecommissie, die samen met de wet van 1990 ingericht werd, moest meedelen dat de meest aangehaalde “noodsituaties” zijn: momenteel geen kinderwens, de vrouw voelt zich te jong, voltooid gezin, gesteld “ideaal” kindertal bereikt. Noodsituaties?

Groeiend recht ongeboren kind

En wat dat absolute “meester zijn over het eigen lichaam” betreft, is het nuttig te kijken naar de belangrijke – en controversiële – uitspraak van het Amerikaanse Oppergerechtshof van 1973 in de zaak “Roe versus Wade”. Die uitspraak maakt de basis uit van de huidige Amerikaanse wetgeving, en de Pro Choice-liberalen beschouwen ze als de referentie in hun culturele oorlog met de Pro Lifers. Het Hof verdeelde de zwangerschap in drie trimesters. In de eerste 3 maand beslist de moeder. Vanaf het tweede trimester kan abortus enkel als de gezondheid van de moeder in gevaar is. In het laatste trimester moeten de abortuswet het leven van de foetus beschermen. Ook in deze uitspraak, die door de Pro Lifers wordt bestreden, is dus al sprake van geleidelijke afbouw van de beslissingsvrijheid van de moeder. Van het recht op privacy in het aanvangsstadium, krijgt de samenleving in het tweede trimester meer inspraak en speelt naar het einde van de zwangerschap ook het recht van de foetus. Men kan deze uitspraak te libertijns vinden, maar er is in elk geval een groeiend recht van het ongeboren kind.

En zo zijn we bij de kern van de zaak. We gaan er in Europa prat op dat we de mensenrechten tot het hoogste goed hebben verheven. Onze wetten en gerechtshoven staan in voor de bescherming van de mensenrechten van de eerste, tweede en derde generatie. Steeds verfijnder en denkend aan groepen en subgroepen en minderheden. We zijn bezorgd over gelijke behandeling van ras, geslacht, intelligentie, lichaamshandicaps, afkomst. We denken aan iedereen. Behalve aan het nog niet geboren kind. We spreken over het recht van de moeder, het recht van de samenleving, we denken zelfs na over naamgeven aan doodgeborenen, maar we hebben het niet over de ongeborene kind, waar alles om draait.

Doodstraf

Een beschaving die eerlijk is met zichzelf, moet ook over het welzijn van het ongeboren kind nadenken. Welzijn van kind en moeder is echter iets anders dan het juridisch recht van kind en moeder. Sommigen pleiten voor een rechtsstatuut voor het ongeboren kind. Daar valt over na te denken. Maar vervallen we dan niet in het euvel dat we morele thema’s vaak ontdoen van moraal en direct omgieten in een juridisch artikel? Een rechtsstatuut zou bovendien waarschijnlijk een juridische, en dus enigszins strakke grens trekken tussen de periode waar abortus nog mag en één waar abortus niet meer mag. Is het ondenkbaar dat onze samenleving zich bezorgd toont, zowel om het welzijn van het kind als van de moeder? En die bezorgdheid tot uiting brengt in overleg, nadenken, en uitstel van beslissing?
Abortus is een traumatische ervaring, voor de moeder, maar nog veel meer voor het ongeboren kind. We weten het, maar we zwijgen erover. Abortus is trouwens het enige gebeuren dat moderne libertijnen te gewelddadig en te obsceen vinden om op tv te brengen. Niet omdat ze teergevoelig of preuts zijn, maar omdat ze weten dat als de mensen zien hoe abortus eruit ziet, het elke pretentie zou vernietigen dat dit een beschaafd antwoord is voor het probleem, wat aan te vangen met ongewenste kinderen.

En hoe leggen we aan een Marsman, of aan een tienjarig kind, uit dat we ongeboren kinderen (onverdoofd) verwijderen, maar dat we streng gekant zijn tegen de doodstraf?

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Marc Geleyn

De auteur is lid van de christelijk geïnspireerde denktank Logia