Bella Ciao, de uitvinding van een traditie

De anti-Salvini Sardientjesbeweging heeft zich het 'antifascistische' verzetslied 'Bella Ciao' eigen gemaakt. Een schoolvoorbeeld van een uitgevonden traditie, zo blijkt.

‘Una mattina mi sono svegliato, o bella ciao bella ciao bella ciao, ciao, ciao, una mattina mi son svegliato, ed ho trovato l’invasor.’ Iedereen kent vandaag de soundtrack van de Netflix-serie La casa de papel. Tom Waits coverde Bella Ciao twee jaar geleden samen met Marc Ribot. Ook Goran Bregović brengt zijn balkanische versie regelmatig op concerten. Zelfs DJ Steve Aoki speelde er een remix van op Tomorrowland. De Franse artiesten Naestro, Maître Gims, Vitaa, Dadju en Slimane scoorden recent nog een enorme hit in Frankrijk met een remake. De populairste versies in Italië blijven echter nog steeds die van de Modena City Ramblers en Giorgio Gaber.

Het muziektijdschrift Rolling Stone omschreef Bella Ciao als een ‘Italiaans antifascistisch volkslied voor het Trump-tijdperk’. Voor de meeste Italianen weerspiegelt het lied dan ook het idealisme van de Noord-Italiaanse verzetsstrijders, i partigiani. In 1943 trokken die zich terug in de heuvels om van daaruit tegen de Duitse bezetters en de fascisten van Salò te bevechten. Voor sommigen echter werd Bella Ciao een antikapitalistisch of communistisch verzetslied. Vooral dit laatste doet de historische waarheid geweld aan.

Uitvinding van een traditie

Bella Ciao is een voorbeeld van het fenomeen dat Eric Hobsbawm ‘de uitvinding van een traditie’ noemde. In de Storia della Resistenza italiana (Geschiedenis van het Italiaanse verzet) van de communistische verzetsheld en historicus Roberto Battaglia, is er geen enkele verwijzing naar Bella Ciao. Nochtans zijn er meer dan tien pagina’s van het boek gewijd aan verzetsliederen.

Het lied was dus zeker en vast niet dé hymne van het verzet, en al zeker niet van het communistisch verzet. Integendeel, juist omdat het lied ideologisch neutraal was, en ‘slechts’ een patriottische inhoud had, kon het na de Tweede Wereldoorlog zo populair worden.

Gefragmenteerd verzet

Het Italiaanse verzet bestond uit diverse ideologische groeperingen. Het Comitato di Liberazione Nazionale, het overkoepelende verzetscomité, telde naast communistische ook monarchistische, christendemocratischen, republikeinse, anarchistische, liberale, azionistische en socialistiche groeperingen. De anti-Duitse en antifascistische guerrilla tussen 1943 en 1945 was een extreem gefragmenteerd en territoriaal fenomeen. De verschillende verzetsgroepen kwamen elkaar ook heel zelden tegen. Ook beperkte men de communicatie tussen elkaar omwille van veiligheidsredenen tot een minimum.

Deze ideologische en territoriale diversiteit zorgde ervoor dat elke verzetsgroepering eigen liederen zong, met eigen inhoudelijke accenten. Terwijl de links geïnspireerde verzetslieden over rode vanen zongen in Fischia il vento — op de melodie van een Russisch volksliedje — gebruikten andere groeperingen de Italiaanse tricolore in de eigen gezangen. Een gemeenschappelijk verzetslied bestond niet, en pas twintig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zou Bella Ciao, het lied van de Emiliaanse verzetsstrijders, deze eer toebedeeld krijgen op de jaarlijkse herdenking van de bevrijding (Giorno della Liberazione) op 25 april.

Verspreiding

De keuze voor het lied kwam er door de afwezigheid van linkse revolutionaire ideeën, verwijzingen naar de monarchie en de communistische wandaden in de Foibe. De louter patriottische tekst kon door iedere antifascist uit volle borst meegezongen worden. Het lied werd in 1947 voor het eerst internationaal gebracht tijdens het eerste (communistische) wereldfestival van democratische jeugd en studenten in Praag. In de jaren zestig, vooral in de periode van de studentendemonstraties van 1968, verspreidde het lied zich daarna snel onder de protesterende jeugd.

Vandaag wordt het in Italië gezongen door de linkse protestbeweging Movimento delle sardine (Sardientjesbeweging) tegen de rechts-populistische Matteo Salvini. In tijden waarin iedereen die niet meeloopt met de progressieve open wereldvisie al snel als fascist wordt gebrandmerkt, is dat weinig verrassend. De Vlaamse klimaatacitivist Nic Balthazar  maakte er voor ‘Sing for the Climate’ in 2012 een ecologische versie van. Die versie werd al snel de hymne van de schoolspijbelaars onder leiding van Greta Thunberg. Straks zingen mensen met een grote CO2-voetafdruk op de tonen van Bella Ciao:

‘Op een ochtend werd ik wakker, Oh vaarwel schoonheid, vaarwel schoonheid, vaarwel schoonheid, vaarwel, vaarwel! Op een ochtend werd ik wakker, en was ik blijkbaar een fascist.’

Philip Roose :Philip Roose (1979) studeerde geschiedenis in Leuven en Granada en marketing en management in Parma. Hij woont in Catania (Sicilië) en exporteert Italiaanse wijnen. Samen met Joost Houtman schreef hij het boek 'Bella Figura: Waarom de Italianen zo Italiaans zijn?' (Uitgeverij Vrijdag; verschijnt 31 mei 2018).