Bibliotheekplan zonder bibliotheek

De Antwerpse Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, een tempel van boeken en (wetenschappelijke) studie. Ondertussen staan de volksere wijkbibliotheken onder steeds grotere druk om 'belevingscentra' te worden, waardoor hun kernopdracht in gevaar komt.

Antwerpen lanceert een ambitieus beleidsplan voor zijn bibliotheken. Die moeten nog meer ontmoetings- en leerruimtes worden. Helaas gaan deze mooie plannen gepaard met plaatsgebrek en een minachting voor de boekencollectie en het erfgoed. Wanneer krijgt Antwerpen een bibliotheek die de grootste stad van Vlaanderen waardig is?

Tussen boek en pint

Dat in deze digitale informatietijden met een steeds meer diverse bevolking de bibliotheken niet vooral opslagplaatsen van boeken kunnen blijven, is gemeengoed geworden. Samen met de ‘ontlezing’ in de samenleving, daalt het aantal ontleningen in de bibliotheken drastisch.

Niet onterecht zetten veel gemeenten en bibliotheken in Vlaanderen en Brussel daarom in op de bibliotheek als plaats waar je nieuwe dingen kan ontdekken en tegelijk mensen kan ontmoeten bij het lezen van een krantje. De bibliotheken worden nog meer plekken waar lezingen, optredens en cursussen georganiseerd worden. In het Brusselse Muntpunt werd de naam ‘bibliotheek’ zelfs vervangen door ‘belevingscentrum.’ Zo’n aanpak zorgde ervoor dat ondanks de sterk dalende ontleningen, het aantal bezoekers in vele gemeenten steeg.

Ook de Antwerpse bibliotheken vertonen al lange tijd – en niet zonder succes – de sporen van taalhoekjes, voorleessessies voor kinderen en computerruimtes waar naar hartenlust wordt gestudeerd, gesurft en gegamed. Die aanpak wil men de volgende jaren doortrekken. Door de dramatische daling van het aantal bezoekers in coronatijden, kunnen bibliotheken een ‘boost’ gebruiken.

Pleitten uiteindelijk oervaders van de Vlaamse bibliotheken als de cultuurreus en Antwerps bibliothecaris Emmanuel de Bom er een eeuw geleden al niet voor dat bibliothecarissen ‘geestelijke werkers met idealen’ moesten zijn? Begonnen de Antwerpse bibliotheken in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog al niet met het organiseren van tentoonstellingen en publieksactiviteiten om de ‘leeslust’ bij de lager geschoolden te prikkelen?

Boeken, brood & spelen

Het Antwerpse stadsbestuur volgt met zijn nieuwe bibliotheekplan de aloude traditie van volksontwikkeling. Dit zou toe te juichen zijn, als er niet enkele giftige adders onder het gras zitten. Daar waar de founding fathers van ons bibliotheekwezen ervan doordrongen waren dat een rijke en diverse collectie de basis blijft van een voor de gemeenschap verrijkende bibliotheek, toont de stad Antwerpen eerder minachting voor haar historisch rijke boekencollecties.

In haar beleidsplan citeert de stedelijke boekenambtenarij deze spreuk als motto: ‘Bad libraries build collections, good libraries build services, great libraries build communities.’ Alsof een rijke en brede collectie niet de grondstof is waarmee bibliotheken prikkelende verhalen kunnen bouwen met de verschillende doelgroepen…

Ook tijdens de recente voorstelling van het bibliotheekplan werd er de nadruk op gelegd dat ‘de collectie niet meer centraal staat, maar wel de bezoeker.’ Die minachting voor de collectie laat zich in Antwerpen al jaren voelen. Tijdens het laatste Jazz Middelheim-festival werden op een standje van de bibliotheken gewoonweg boeken weggeven, waaronder vrij zeldzame bundels van de legendarische Antwerpse schrijver Ivo Michiels. Al die rijkdom hoeft men blijkbaar niet meer voor een breder publiek in collectief bezit te houden, zelfs niet in de traag toegankelijke magazijnen waar het grootste deel van de collectie opgeslagen ligt.

Bib zonder boeken?

De realiteit is dat gemeenten als Antwerpen vaak worstelen met plaatsgebrek om hun groeiende collecties kwijt te kunnen. Statistieken van de Vlaamse overheid tonen ook aan dat collectieruimte in de bibliotheken steeds meer vermindert om plaats te maken voor computers, cafés en buurthuis-achtige infrastructuur. Boeken worden almaar sneller afgevoerd, wanneer ze hun ‘leescijfers’ niet halen.

Het is ook niet verwonderlijk dat het Antwerpse bibliotheekplan de boete op laattijdig binnenbrengen van materialen wil afschaffen; dat ‘materiaal’ lijkt steeds meer bijzaak. Het Antwerpse bibliotheekplan met zijn nadruk op het wegwerken van drempels om nog meer jonge kinderen en ‘sociale belevingszoekers’ naar de bibliotheek te lokken, dreigt de collectie weg te drukken, samen met het publiek van ‘veellezers’ en ‘leergierige informatiespeurders.’

Het toenemende lawaai en de agressie door het ondoordacht idealistisch mengen van totaal verschillende doelgroepen doen de bibliotheken bovendien geen goed. Het is niet toevallig dat in de Brusselse hoofdstedelijke bibliotheek na de hervorming tot ‘belevingscentrum’ privéfirma’s werden ingeschakeld om op de veiligheid en discipline toe te zien. In de Antwerpse stadsbibliotheek kampte men dan weer een hele tijd met drugsgebruik in de wc’s.

Bibliotheek aan de stroom?

Het fundamentele probleem van het Antwerpse bibliotheekplan is dat men een potentieel interessante strategie in veel te kleine gebouwen perst zoals de centrale Permekebibliotheek – een oude Ford-garage die twintig jaar geleden door een links stadsbestuur werd opgedrongen in de naam van sociale wijkontwikkeling. Daardoor moet een groot stuk van de traditionele bibliotheek weggesneden worden.

Steden die sociale vernieuwing en culturele traditie aan elkaar weten te koppelen investeren vaak in een zeer ruime nieuwe bibliotheek, zoals Amsterdam met zijn prachtig en wijds gebouw aan de stroom waar zowel boekenfanaten als belevingszoekers aan hun trekken komen. Daartegen lijkt de bibliotheek van de grootste stad van Vlaanderen een provincienest. Als het Antwerpse stadsbestuur ambitie heeft voor zijn bibliotheekbeleid dan is er maar één mogelijkheid: een nieuwe hoofdbibliotheek die zijn naam waardig is en ruimte biedt voor een rijke collectie én een diversiteit aan bezoekers.

Chris Ceustermans :Chris Ceustermans is een veertiger die ooit van zijn pen leefde als journalist bij onder meer De Morgen. Na andere wegen te hebben verkend, keerde hij terug naar zijn oude liefde: de literatuur. Op Doorbraak pleegt hij af en toe een stuk over dingen die in de eenzijdige media te weinig aan bod komen. 'Ni dieu, ni roi, ni maître', blijft zijn motto, al lijkt dit voor de meeste zelfverklaarde 'links weldenkenden' al lang vergeten.