fbpx


Actualiteit
jeugdzorg

Bijzondere jeugdzorg onder druk door coronamaatregelen

Jeugdrechter en teambegeleider analyseren impact coronacrisis op bijzondere jeugdzorg



‘Wij zijn wel géén familiebedrijf.’ Tine en Hanne Suykerbuyk vallen meteen met de deur in huis. Alsof daar twijfel kan over rijzen. Tine werkt namelijk als jeugdrechter in Brussel. Hanne als stafmedewerker en teambegeleider in de Bijzondere Jeugdzorg bij Ter Loke in Turnhout. Tine en Hanne, de oudste en de jongste van vier zussen afkomstig uit Vosselaar, hebben een complementaire job. Wat een opportuniteit voor een video-interview over de bijzondere jeugdzorg, een domein dat zwaar getroffen wordt door de crisismaatregelen.…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


‘Wij zijn wel géén familiebedrijf.’ Tine en Hanne Suykerbuyk vallen meteen met de deur in huis. Alsof daar twijfel kan over rijzen. Tine werkt namelijk als jeugdrechter in Brussel. Hanne als stafmedewerker en teambegeleider in de Bijzondere Jeugdzorg bij Ter Loke in Turnhout. Tine en Hanne, de oudste en de jongste van vier zussen afkomstig uit Vosselaar, hebben een complementaire job. Wat een opportuniteit voor een video-interview over de bijzondere jeugdzorg, een domein dat zwaar getroffen wordt door de crisismaatregelen.

De bijzondere jeugdzorg

Wat doe jij juist in de bijzondere jeugdzorg bij Ter Loke?

Hanne: ‘Ik ben als stafmedewerker verbonden aan de begeleidingsmodule kamertraining. Daar bereiden wij jongeren vanaf 16 jaar vanuit een voorziening voor uit huis geplaatste jongeren voor om alleen te gaan wonen. Het is een zelfstandigentraining. Daarnaast heb ik een aantal beleidsopdrachten zodat ik het plaatje van Ter Loke wel een beetje ken.

Bij kamertraining gaat het concreet om een gebouw met twaalf studio’s waar de jongere alleen woont. Er zijn wel dag en nacht begeleiders die elkaar afwisselen in een volcontinu systeem. Jongeren kunnen in hun eigen studio ook zelf koken en combineren dat met naar school gaan, vrienden en vrije tijd. Wij begeleiden hen ook psychosociaal, omwille van de reden van de plaatsing dus. Vaak komen zij van andere voorzieningen of pleegplaatsing met een beperkt netwerk bij wie wordt ingeschat dat ze best worden voorbereid om op eigen benen te staan. Dat kan gedwongen zijn door de jeugdrechter of vrijwillig.’

Vrijwillige versus gedwongen jeugdhulpverlening

Hoe verloopt zo’n vrijwillige aanmelding in de praktijk?

Hanne: ‘Meestal maakt de schoolomgeving van de jongere zich zorgen. CLB’s (Centrum voor Leerlingenbegeleiding), bijvoorbeeld, of huisartsen, therapeuten, buren, burgers maar het kunnen ook de gemandateerde voorzieningen zijn. Het is vrijwillig maar het is niet rechtstreeks toegankelijk. Iemand moet de jongere aanmelden via een aanmeldingsdocument voor die specifieke vorm van hulp (zoals een kamertraining). Een team denkt daar dan over na, je krijgt een ticket en je komt op een wachtlijst. Ten slotte kom je bij ons terecht. Daarvóór is er nog heel wat andere hulp mogelijk zonder zo’n ticket. Contextbegeleiding aan huis, bijvoorbeeld.’

Wanneer komt dan de jeugdrechter tussen?

Tine: ‘Zodra de vrijwillige hulpverlening fout loopt omdat mensen er niet (meer) voor open staan. Terwijl die hulpverlening in het belang van het kind absoluut nodig is. De dienst in kwestie maakt dan een dossier over aan het parket. Dat vordert doorgaans bij de jeugdrechtbank dat in deze verontrustende opvoedingssituatie hulpverlening moet worden opgelegd. “Opgelegd” is enigszins relatief want het is altijd de bedoeling dat de betrokkenen meewerken. Het enkel gewoon opleggen werkt totaal niet.’

De impact van de crisismaatregelen op de bijzondere jeugdzorg

Wat is het moeilijkste van de crisismaatregelen die zijn opgelegd? Blijf in uw kot, blijf in uw gezin, social distancing, verbod tot samenscholen vanaf méér dan twee personen…?

Tine: ‘Wat ik als de grootste knoop ervaar is de vrijwel afwezigheid van fysiek contact. Hulpverleners komen nu bijna niet meer bij mensen thuis waardoor heel veel informatie achterwege blijft. Je ziet niet meer wat er gebeurt.

Ik heb bij het begin van de crisis kinderen in leefgroepen geplaatst. Vier weken later stellen de begeleiders de legitieme vraag om wat te worden ontlast. Een leefgroep is een groot huis met veel slaapkamers, gemeenschappelijke living, keuken en badkamer. Er worden kinderen van nul tot zestien jaar opgevangen (verder nog opgesplitst per leeftijd). Er zijn ook meerdere (inwonende) begeleiders, die deze zorg nu niet meer kunnen delen met school, therapeuten en hobby’s. Tegelijk zijn er ook ouders die bezorgd vragen of ze hun kind toch niet thuis mogen hebben. Dat is een afweging die wij permanent moeten maken.’

Hoe beslis je dat dan?

Tine: ‘Ten eerste zijn al die kinderen geplaatst om een bepaalde reden. Wij hebben dus al grosso modo de afweging gemaakt dat ze effectief naar huis kunnen. Als er geen acuut gevaar is thuis dan toch. Maar dat wil niet zeggen dat het op alle vlakken oké is thuis. Ergens verlaag je je lat wel.

Ten tweede bepaalt de overheidsrichtlijn om zo min mogelijk van omgeving te switchen. Dus moesten wij beslissen: de kinderen thuis óf in de leefgroep. Daardoor hebben wij met een aantal gezinnen zo goed als geen contact meer. Begeleiders geraken bij huisbezoek niet meer binnen en volgen die kinderen telefonisch op. Sommige kinderen geraken ook moeilijk in contact met hun begeleiders. Ze uiten dan in een soort codetaal hun bezorgdheden door omfloerst te praten of bepaalde woorden te laten vallen. Soms gaan begeleiders toch aan huis. Ze vragen dan aan de ouders of ze een wandeling met de jongere mogen maken. Dat komt dus neer op een-op-eencontact.’

Hoe is dat voor de zestienplussers op kamertraining?

Hanne: ‘Wij hebben ook samen met de jongere en het gezin afgewogen of ze elders kunnen verblijven dan in kamertraining. Ook om de jongere zelf te ontlasten. Zo’n twaalf jongeren met een problematiek in een groep zonder afleiding, dat vraagt ook heel veel van die jongere zelf. Ter Loke probeert zich ook aan de opgelegde termijnen te houden. Na elke termijn — eerst tot 5 april, dan tot 19 april en nu tot 4 mei — geven we de mensen de vrijheid om de regeling te herbekijken.’

Tine: ‘Het nadeel is dat het contact met hun ouders en met hun context voor langere tijd én gigantisch beperkt wordt wanneer je een kind voltijds in een leefgroep toelaat. Ouders mogen tot nu toe niet meer op bezoek komen. Dat is uiteraard voor zowel ouders als kinderen heel zwaar.’

Hanne: ‘Wij hebben bij de kamertraining wel de luxe dat een zestienjarige gemakkelijker een onveilige situatie kenbaar kan maken of weerbaarder is. Maar zeker kleuters of lagereschoolkinderen zijn veel kwetsbaarder. Zij kunnen niet zo vrijuit spreken of hebben geen eigen gsm om uitwegen te zoeken.’

De impact van de crisismaatregelen op de jongere

Hebben jongeren méér of andere problemen door de crisismaatregelen en het wegvallen van hun uitlaatkleppen?

Hanne: ‘Jongeren met veel piekergedachten, die alleen wonen en die even willen vluchten door middelengebruik… Daar maak ik mij anders ook zorgen over, maar nu zijn die veel scherper. Sommige jongeren geraken nu moeilijker aan middelen en ook dát wordt een probleem voor hen want die vluchtweg is weg. Jongeren in de leefgroep met een korter lontje schieten sneller uit hun sloffen. Iedereen wordt wat feller uitgedaagd. Dat is nieuw. Wat wel goed meevalt voor hen is veel druk die wegvalt. Er zijn weinig verwachtingen, ze moeten nu niks en dat kan ook wel eens deugd doen.’

Tine: ‘Hetzelfde geldt ook voor gezinnen die zich moeten gedragen volgens de opgelegde regels. Het baart mij wel zorgen dat bepaalde therapieën niet meer worden voortgezet. Als ze worden voortgezet is dat nu ook vaak zonder de grote meerwaarde van fysiek contact. Psychiatrische opnames worden dan weer vaker uitgesteld. Dat is ook weer heel zwaar om dragen. Vooral wanneer de minderjarige eindelijk de motivatie gevonden had om deze moeilijke stap te zetten.’

Plegen jongeren nu méér of minder als misdrijf omschreven feiten (MOF’s)?

Tine: ‘Ik heb niet het gevoel dat er meer MOF’s worden gepleegd. Vooral omdat mensen niet meer mogen samentroepen. Als het toch gebeurt, valt het meteen op. De mogelijkheden zijn sterk verminderd. Tenzij het zich online verplaatst, zoals drugs dealen, maar daar hebben we nu nog geen zicht op. Die drugsdeal geregeld krijgen is dan weer wél moeilijker. Diefstallen, vechtpartijen, gewapende overvallen… er is nu niet meer zoveel om te overvallen natuurlijk.’

Hanne: ‘Het drank- of druggebruik van jongeren in het weekend is veel minder omdat ze niet buiten komen. Druggebruik kan niet maar gebeurt wel. Daar worden wel begeleidingsprocessen rond opgestart. Dat middelengebruik is nu veel minder want ze drinken en roken toch vooral samen met vrienden.’

De impact van de crisismaatregelen op de zittingen

Zijn er nog openbare zittingen op de jeugdrechtbank zelf?

Tine: ‘Dat verschilt per arrondissement. In Brussel hebben wij beslist om inmiddels tot 4 mei geen zittingen te organiseren en zaken uit te stellen naar september. Dat kunnen we echter niet blijven doen. De vraag is hoe dan wel? Zittingen zijn openbaar en er zijn altijd heel veel actoren op een zitting aanwezig, vaak in persoon. Wij zijn namelijk net zoals vrederechters nabijheidsrechters. Zo is er de minderjarige — en die komt vanaf 12 jaar zelf — samen met zijn advocaat, de ouders vaak zonder advocaat, het parket, de griffier, de rechter. Dat zijn er al zes. Vaak is er ook een tolk, de begeleiders of pleeggezinnen en het pleegzorgbedrijf. Voor begeleiders baseren wij ons nu louter op hun verslag. Maar ouders zijn partij in het geding, kinderen zijn partij in het geding en pleeggezinnen zijn dat óók. Dus, welke zaken moeten wij laten doorgaan en in welke omstandigheden?

In andere arrondissementen gaan zittingen wel nog door. Zonder de ouders, maar wel met hun geschreven standpunt. En zonder de minderjarige, maar wel met diens advocaat. Het is een afweging als een ander. Bij belangrijke discussiepunten of bij een grondige evaluatie vind ik dat evenwel persoonlijk heel moeilijk. Net zoals bij nieuwe zaken.’

Is het openbaar behandelen van een zaak even belangrijk als het recht op tegenspraak of de motiveringsplicht van de rechter? Fnuikt dat de rechtsstaat als niet iedereen kan komen luisteren?

Tine: ‘Zoals onze rechtsstaat op dit moment functioneert, levert dat weinig risico op. We moeten echter wel waken over die principes. De tegenspraak is wel een belangrijke. Hoe garandeer je namelijk een echte tegenspraak als je alleen voorafgaandelijk het geschreven standpunt van de ouders vraagt? Zo was het een keer technisch niet mogelijk om de ouders te betrekken bij de videoconferentie. Het was een zaak met weinig reden tot betwisting en gelukkig had ik hun geschreven standpunt. Normaal gezien is dat in mijn kabinet met woord en wederwoord. Dan kan het standpunt veranderen en kunnen argumenten veranderen. Dat had ik toen niet.

Ook principiële bezwaren staan soms een videoconferentie in de weg. Hoe weten wij immers bij besloten zittingen wie allemaal deelneemt thuis achter de camera? Het blijft nog zoeken, maar we trachten wel iedereen te betrekken, deels life en deels via video.’

Hou je nog zittingen achter gesloten deuren, in je kabinet?

Tine: ‘Een jeugdrechter kan altijd elke maatregel herzien mits partijen te horen in kabinet. We hebben alleen nog hoogdringende onderhouden in kabinet laten doorgaan. Ook de andere zouden we moeten hernemen. Daar gebeurt namelijk het echte werk. Daar worden situaties ten gronde besproken en de echte beslissingen genomen. Gisteren heb ik zo’n kabinetsonderhoud met zeven in totaal laten doorgaan in een grote zittingzaal waarbij iedereen op twee meter afstand van elkaar zat. Zolang de openbare zittingen niet doorgaan hebben we die ruimte ook wel.’

De impact van de crisismaatregelen op crisisopvang

Wat als minderjarigen nu in een crisissituatie belanden?

Hanne: ‘Jongerenwelzijn geeft als richtlijn continuïteit waarborgen, niets stopzetten en crisisopvang blijven aanbieden. Ter Loke heeft geen gegarandeerd crisisbed, dat valt niet binnen onze opdracht. Maar recent hadden we zo’n crisisvraag en we hadden een open plaats. Na een moeilijke en lange teambespreking hebben we als compromis dat meisje in crisis toch opgevangen. De eerste zeven dagen hebben we haar dan in een studio in quarantaine geplaatst.

Het voordeel is dat we zo’n mini-appartementjes hebben. Het nadeel is dan weer dat je zo iemand die je nog nooit gezien hebt, niet warm en menselijk kan onthalen. Ze werd afgezet op de stoep. Haar netwerk mocht niet mee binnen. Ze werd begroet vanop anderhalve meter afstand. De nachtbegeleider stuurde haar een fotootje met “ik ben vandaag van wacht”. Dat zijn voor mensen rare dingen om te doen. Angst voor besmetting bepaalt hoe flexibel mensen omgaan met contact of de afstand bewaren via Skype en fotootjes.

Zo hebben we een kind van zes in een crisissituatie niet opgenomen. Dat kan je namelijk niet zeven dagen in quarantaine plaatsen. Met een zestienjarige kan je dat afspreken en beredeneren. Die hebben daar zelfs begrip voor. Maar met een jonger kind kan je dat niet. Wij weten niet wat er dan wél met die kinderen gebeurt. We weten echter wél dat we daardoor het aanbod sterk verkleinen. Ook daar worstelen mensen mee.’

Wat kunnen crisissituaties zijn?

Hanne: ‘Een meisje dat tijdens de week op internaat zit en in het weekend bij haar psychisch kwetsbare mama. Nu de internaten gesloten zijn zat zij voltijds thuis zonder afleiding en dat leidde tot een crisisvraag. De weekenden waren al nauwelijks haalbaar. Dat meisje heeft zelf aan de alarmbel getrokken. Dat is nu een crisisplaatsing tot het internaat terug opengaat.’

Tine: ‘Vormen van intrafamiliaal geweld en psychische kwetsbaarheid van ouders zijn de grootste risicofactoren om kinderen voltijds thuis te laten.’

Het gebrek aan aanraking en nabijheid

Als je nu een reset zou doen van jullie job, wat wil je dan voorgoed kwijt, behouden en toevoegen?

Tine: ‘Dat is geen gemakkelijke vraag! Ik mis vooral mijn oude job! Ik vind het afschuwelijk moeilijk werken omdat ik merk dat persoonlijk en fysiek contact een wezenlijk aspect van onze job uitmaakt. Videoconferentie vangt een aantal dingen op, maar ik hoor ook van collega’s dat daarbij veel verloren gaat: vooral nuance, dingen aanvoelen…’

Hanne: ‘En de nabijheid ook. Iemand eens aanraken, het is nodig dat je dat kan doen.’

Tine: ‘Ja, en zowel om steun te verlenen als om streng te zijn. Via een videochat komt dat heel anders over dan life bij een-op-eencontact.’

Hanne: ‘Het is zoeken hoe een telefonische bevraging niet te laten lijken op een vragenvuur. Over hun druggebruik bijvoorbeeld. Dat doe ik doorgaans in een face to facecontact of onderweg in de auto wanneer ze naast mij zitten. Dan kan ik meer kan doorvragen, want bij telefonisch contact hangen ze dan op.’

Terugvallen op het auditieve, zonder zien en voelen

Tine: ‘We verliezen grip op de gezinnen en kinderen die wij begeleiden en dat voelt heel ongemakkelijk aan. Je kan maar hopen dat het goed gaat en zelfs als het goed gaat wil je dat eigenlijk wel weten.

Onze onderhouden in kabinet en de huisbezoeken van de sociale dienst zijn vrijwel weggevallen. Als wij twee ouders zien die zeggen dat hun relatie vrij goed is, en die spanning in mijn kabinet is om te snijden, dan weet je dat de waarheid in het midden ligt. Een huisbezoek is dan weer goud waard om te zien hoe een gezin leeft, functioneert, hoe de dynamiek is tussen gezinsleden. De meerwaarde ervan is om mensen in hun eigen setting te zien. In ons kabinet kunnen sommigen zich nog immers altijd een beetje anders voordoen dan thuis. Een hulpverlener die twee jaar wekelijks over de vloer komt gaat een veel realistischer plaatje krijgen dan ik.’

Hanne: ‘Tot nu toe beperkt de richtlijn het contact heel strikt tot enkel face to face indien echt noodzakelijk. Maar ‘noodzakelijk’ is rekbaar en gaat vaak niet over leven of dood en wij vinden mentaal welzijn zeer belangrijk. Maar zo lang moeten wachten voor we iemand gaan opzoeken? Daarom overwegen we om toch een-op-een te gaan wandelen met een ouder of een alleenwonende jongere. Omwille van het fysieke contact.’

De richtlijnen en het terrein

Wie vaardigt die richtlijnen uit?

Hanne: ‘Wij krijgen richtlijnen van het agentschap Opgroeien — dat valt onder het ministerie van Wouter Beke — die voortbouwen op richtlijnen van de overheid. Ter Loke maakt die dan passend voor de organisatie en wij maken die dan passend per team.’

Tine: ‘Voor het functioneren van onze rechtbank — zittingen en onderhouden in kabinet — beslist de voorzitter van de Brusselse Rechtbank van Eerste Aanleg. Voor het voorzieningenbeleid en de pleegzorg is dat echter ook het agentschap Opgroeien. Vanuit de Unie der Nederlandstalige Jeugdmagistraten staan wij in nauw contact met dat agentschap. Er is een voortdurende wisselwerking tussen hun richtlijnen en de opmerkingen die wij opvangen vanop het terrein.

Zo zei men in het begin dat er geen vermenging van bubbels mocht komen. We stelden echter vast dat we dat niet zo streng kunnen handhaven. Kinderen moeten kunnen terugkeren naar de voorziening als het uit de hand loopt thuis. Zo hoorde ik ook een zaak waar kinderen nu voltijds thuis zitten bij een psychisch kwetsbare mama die veel steun kreeg van haar eigen moeder. Voor de grootmoeder werd een afwijking van de maatregel gevraagd zodat ze toch bij haar kleinkinderen mag komen. Het is namelijk dankzij die grootmoeder dat de mama overeind blijft.

Zowel de jeugdrechters, de voorzieningen als de begeleiding zijn daar heel hard in gegroeid. En het agentschap Opgroeien is daarin meegegroeid. Aanvankelijk schoot iedereen wat in een kramp maar vrij snel is de redelijkheid teruggekomen. We zitten nu met alle actoren in een goeie samenwerkingsmodus en de richtlijnen worden voortdurend bijgestuurd.’

Buiten de lijnen denken en kleuren

En welke nieuwe maatregelen zouden jullie permanent willen behouden?

(gelach)

Hanne: ‘Een aantal dingen geraakt iets gemakkelijker geregeld onder druk van corona zoals zorgen dat er laptops zijn. De kloof tussen jongeren in een moeilijke schoolsituatie en andere kinderen uit dezelfde klas wordt ineens veel duidelijker. Nu is dat urgent en blijkt dat er wél laptops zijn. Bepaalde rechten bij een OCMW worden nu sneller verkregen terwijl dat anders een heel ingewikkelde procedure is. Zo heb ik heel gemakkelijk voor een jongere online een brandverzekering kunnen regelen terwijl een afspraak krijgen anders heel moeizaam ging. Zo’n regeldingetjes met een heel systeem rond, dat moet nu ineens anders en mensen kunnen dat echt wel bedenken! Het zou mooi zijn als dat na de crisis structureel kan: mensen die buiten de lijnen denken en kleuren.’

Tine: ‘Justitie in het digitale tijdperk en videoconferenties waar het kan, dat hoop ik te behouden.’

Wat ontbreekt er nog? Wat zouden jullie aan het beleid willen vragen om mee te nemen?

Hanne: ‘De ongelijkheid tussen mensen of hun armoedesituatie komt nu veel scherper op de voorgrond. De armoedeproblematiek, ik heb daar geen oplossing voor. Digitale ongeletterdheid is het nieuwe arm zijn. Het zorgt voor een kloof tussen mensen die goed mee zijn en niet mee zijn en vervolgens weer een aantal kansen missen.’

Tine: ‘Zorg vooral voor méér mensen om de hulpverlening op peil te brengen. Er is ook een permanente vraag naar pleeggezinnen. Bestaande pleeggezinnen stellen nu hun gezin open om nog een extra kind op te vangen. Die doen al veel en zijn bereid om nóg meer te doen. Ook een aantal opvoeders nemen nu kinderen mee naar huis om de leefgroepen te ontlasten. Dat is wel fantastisch.’

Preventie is investeren in een netwerk

Hoe voed je een kind op dat komt uit een problematische situatie? Dat is toch niet zo simpel?

Hanne: ‘Deze crisis maakt duidelijk dat investeren in een eigen netwerk rond jongeren heel belangrijk is. Dat valt onder preventie. Je kan niet vroeg genoeg beginnen met netwerken rond een kwetsbare ouder of jongere in kaart te brengen — sommigen geraken nauwelijks aan vier —, breuken te herstellen, families opnieuw met elkaar in contact te brengen. Dat is mijn pleidooi: Steek tijd, mensen en middelen in netwerken zodat je geen crisisbedden nodig hebt.’

Tine: ‘Een crisisbed is een symptoombestrijding.’

Hanne: ‘Wie in een crisisbed verblijft, kan misschien worden opgevangen in een netwerk.’

De schijnbare ongerijmdheid

Is er nog iets dat jullie kwijt willen?

Tine: ‘Om terug te komen op het begin. Voor sommige ouders valt het moeilijk te rijmen dat wij redenen hadden om hun kind te plaatsen terwijl wij het nu voltijds thuis laten blijven. En over een aantal weken gaan wij die maatregel terugdraaien. Dat is een moeilijk spanningsveld. Een aantal ouders zullen die plaatsing terug in vraag stellen. Maar soms is het overduidelijk voor iederéén waarom kinderen geplaatst zijn en in andere gevallen niet. Emotionele instabiliteit of psychisch lijden is minder zichtbaar of tastbaar dan een blauwe plek.’

Lieve Van den Broeck

Juriste. Eerst de naakte feiten en het gezond boerenverstand. Dan pas het recht.