Geen categorie

Binnenstebuiten

Die lever van mijnheer De Gucht heeft weer eens opgespeeld. Hij heeft zijn drager opnieuw een woedeaanval opgeleverd. Levers kunnen kwaadaardig worden als ze te veel wijn aan moeten, vooral als die uit eigen wijngaard komt.

Deze keer betreft de woedeuitval van mijnheer De Gucht (niet als Europees commissaris, maar als privépersoon stond er in de krant) het nationalisme en de natie. Vreemd, want gewoonlijk zijn de opvattingen van mijnheer De Gucht tegendraads. Niet nu: hij heult en huilt gewoon mee met de velen die toch al tegen nationalisme zijn. Of is hij, gewoon en eigenlijk, alleen maar tegen mijnheer De Wever. Dan staat hij meteen weer in zijn schamel Belgisch-nationaal blootje.

Ernstig nu: de woorden natie en nationaal zijn inderdaad gehypothekeerd. Daarom wat faciale therapie. Natie is verwant aan het Latijnse nasci, geboren worden, verleden deelwoord: natus. Frans: né. Een natie is een groep ‘nati’ of geborenen. Nu is geboren worden als mens geen kleinigheid. Ten eerste: je hebt er niet om gevraagd. Je wordt neergepoot, ‘geworpen’ op een plek en in een taal die je niet hebt gekozen. En waarin (of waartegen: ook een sterke vorm van ‘waarin’) je te groeien hebt.

Ten tweede: menselijke geboorte is zeer apart, nooit af, nooit gedaan. Je blijft geboren worden. Je hebt er telkens opnieuw iets van te maken. Zware taak: je hele leven, samen, neonati blijven. De menselijke situatie is hogelijk uniek. De homo sapiens is nooit af, eigenlijk begint hij pas. Enorme opgave, nauwelijks alleen te behappen. Doe je samen met (of tegen) collegae-nati.

Mensen moeten zich, samen, voortdurend aanpassen, niet alleen om te overleven, maar ook om te leven. Leren heet men dat: kapitaal kapittel in al wat psychologie heet. Hoe gaat men om met tijd en ruimte, met eten en drinken, met werk en rust, met vrouw (man), kind en opa/oma? Allemaal hindernissen die, alleen, niet te nemen zijn: alleen als nati en natie.

En dat alles onder de meest uiteenlopende omstandigheden van klimaat, aard van bodem, aanwezigheid van water. Om nog niet te spreken over het soort van buren waar men mee zit. Zijn die lief of zijn ze lastig? Waarom – of is het waardoor – zijn die Atheners toch zo anders uitgegroeid dan de Spartanen?

Vlakaf: een mens heeft een ‘binnen’, noem het maar be-scherm-ing, nodig om de vele uitdagingen die het leven ons schopt aan te kunnen. Klinkt niet zo fraai, noch Prometheïsch, maar het is zo. Bomen die voortdurend in de wind staan, groeien scheef. Ze verkrommen.

Maar, en even essentieel: zo’n binnen mag en kan op geen manier kerker of kerkerachtig worden. In Rome, waar anders, is zo’n binnen niet alleen te zien, maar te beleven. Ga daarvoor naar het Pantheon. Staat er tweeduizend jaar, rotsvast, ronde ruimte, dikke muren (liefst zes meter). Koepel bovendien en bovenaan. Maar in de nok van die koepel een gat van negen meter. Open, licht, lucht, regen ook en kou. Je staat binnen en beschut, maar daverend van en door buiten. Binnen staande word je voortdurend binnenstebuiten gekeerd. Daar word je rijker van, ook als natie. Zelfs ruilhandel kan opbrengen.

Jacques Claes

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans