fbpx


Cultuur

Bladzijden van een brillenjood

Dagboekaantekeningen (44)


4 lammetjes

Maandag 29 maart Leunend tegen de auto wacht ik op Joy, die medicijnen afhaalt bij de dokterskliniek in Northiam; ik keer mijn gezicht naar de lentezon, die met het wolkendek worstelt als een bleekzuchtige patiënt met zijn dekbed. Mijn oog valt op het huis aan de overkant, de horizontale witte planken, de schuiframen, de rode tegels waarmee de bovenverdieping bekleed is, heel dat achteloos tentoongespreide gevoel voor verhoudingen in een dorpshuis dat door de verpletterende gedrochten van de modernistische architecten…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Maandag 29 maart

Leunend tegen de auto wacht ik op Joy, die medicijnen afhaalt bij de dokterskliniek in Northiam; ik keer mijn gezicht naar de lentezon, die met het wolkendek worstelt als een bleekzuchtige patiënt met zijn dekbed. Mijn oog valt op het huis aan de overkant, de horizontale witte planken, de schuiframen, de rode tegels waarmee de bovenverdieping bekleed is, heel dat achteloos tentoongespreide gevoel voor verhoudingen in een dorpshuis dat door de verpletterende gedrochten van de modernistische architecten van gewoon tot bijzonder is gepromoveerd. Boven de voordeur melden vier smeedijzeren cijfers dat ze in 1747 nog wisten hoe je zonder opgeblazen theorieën een huis bouwde.

Maar nu stopt een auto voor mijn neus en twee spierwitte vrouwenbenen, waarop spataders hun grillen hebben uitgeleefd, zwaaien naar buiten; en wegwandelend knippen die benen mijn gezichtsveld in twee stukken, een voorplan van autoportier, asfalt, deurmat, pompje met handgel, een achterplan van de gulden snede en een onrustige lucht, spanning tussen classicisme en romantiek…

Dinsdag

Irina heeft Kurt Weill en Bertolt Brecht geregisseerd in de Scala, Die sieben Hauptsünden, een satirisch ‘gezongen ballet’ uit 1933 (wat haar bij terugkeer op tien dagen quarantaine kwam te staan). Als schooljongen leerde ik Die Dreigroschenoper kennen, een voortreffelijke leraar Duits, meneer Westerveld, bijgenaamd Bulletje, las met ons de tekst en speelde een bandje af – het expressionisme vulde ons lokaal, het literaire modernisme geselde mijn jongensziel, ik leerde het niet-vanzelfsprekende. Dezelfde Bulletje liet me ook kennismaken met Kafka. Alles verschoof en vond zijn verbazingwekkende bestemming boven en onder mijn navel, waarvan ik de streng eindelijk wegwierp – in mijn hoofd knipoogde Seeräuber Jenny, terwijl K. vergeefs naar de zin van alles zocht. Bij de diploma-uitreiking kreeg ik een boekenpakket van de Duitse ambassade.

De bekoorlijke artistieke buurvrouw stuurt ons een link naar de voorstelling; Joy verbindt mijn computer met de televisie en we gaan zitten. Ik kende het werk niet, maar heb het gisteravond gelezen, evenals de vertaling van Auden. De sfeer is vertrouwd: opnieuw klaagt Brecht het onrecht van de verpaupering aan, cabarets en prostitutie incluis. Maar wat is dat? Die sopraan zingt voortreffelijk, ieder woord is verstaanbaar, maar waar blijven de jubelende uithalen, de syncopen, de schokkerige anti-esthetische schoonheid van het expressionisme? Wat verklaart deze monotone dreun? Wat een afschuwelijke muziek! Lelijkheid uitgedrukt in lelijkheid. Kurt, wat doe je…

‘Geef mij maar The Sound of Music.’ zegt Joy, die liever in honing verdrinkt. Dat meesterwerk van kapitalistisch moralisme drukt lelijkheid uit in sentiment en ik kan het niet uitstaan. Maar Irina’s gezongen ballet, deze kameropera opgevoerd in een Scala die in haar leegte opzwelt tot kosmische dimensies, zadelt mij op met een dilemma: loochen je met zekere esthetische eisen de lelijkheid van de wereld?

Witte Donderdag

In gezelschap van John en Darryl wandel ik over de hellingen die de Tillingham flankeren. De eerste aprildag flirt met ons als een Lolita. Heftig zingende vinken in een laantje met eiken. De behaagziek glinsterende river in de diepte. Links narcissen, rechts sleutelbloemen; voor ons een bosje waar de anemonen over elkaar struikelen – al kletsend passeren we velerlei uitdrukkingsvormen van de lente.

We drinken thee met uitzicht op de gebruikelijke capriolen van de lammeren, de kortstondige charme van een toneelstukje opgevoerd door kinderen, gevolgd door dezelfde verveling. Humberts rugzak bevat ook voedzame repen en appels, die wij te voorschijn moeten peuteren, want hij gebruikt de rugzak als rugleuning. ‘Denken jullie dat mensen over een halve eeuw vlees eten met de slavernij zullen vergelijken?’ zegt de uitstulping van Humberts rugzak. Hij wijst naar de huppelende lamsbouten.

‘Die mensen zijn er nu al,’ zegt Humbert.
‘Misschien hebben ze wel gelijk,’ zeg ik, Humbert. De moraal wordt ingewikkelder naarmate je meer de nadruk legt op de biologische mens, de mens als zoogdier. Wat moet het schaap met een neocortex die Kant en de Bergrede niet aan kan?
‘Oh, to be in England,’ geeuwt Humbert.

Goede Vrijdag

De Matthäus-Passion heeft een executie als onderwerp: gruwel uitgedrukt in schoonheid.

Stille Zaterdag

Ik zit de krant te lezen zonder u te kunnen uitleggen waarom. Journalisten! Deze epileptici van het denken zijn überhaupt niet in staat de ingrijpende gevolgen van Gods dood te begrijpen. Zelf vormen ze een kloosterorde waar niet gelachen mag worden, enkel uitgelachen.

Paaszondag

Kijk naar het zenuwachtige, vaak ronduit stupide gedrag van een schaapskudde en je beseft wat een ongelukkige metafoor de christenen voor zichzelf gebruiken (dit bedenk ik tijdens de preek). Aan het slot van de dienst dreunt en vibreert het orgel: dat is het onvermijdelijke ‘À Toi la gloire, ô Ressuscité’, Händels slechtste compositie, waarvan de nog slechtere Engelse tekst gelukkig onverstaanbaar is door de mondkapjes en het vet waarin deze zielen zijn gesmoord… Al mijn onvriendelijke reacties verhinderen overigens niet dat hij is opgestaan.

We haasten ons naar de tuin van Steve en Judy, die ons voor de Paaslunch hebben uitgenodigd. Twee uur later leunen we, log en tevreden, achterover op een dekstoel in de zon, die wordt bijgestaan door plaids die Judy uitdeelt: ik trek me terug in de bovenkamer van het verteren, een duif koert dat het toepasselijke adjectief bij koeren ‘slaapverwekkend’ is, de narcissen prevelen dat ik haast even goed ben als Wordsworth, ik schiet wakker en ik ben, o, nog steeds in England.

Dinsdag 6 april

Mijn brilmontuur is gammel en de glazen vertonen krasjes: op naar de opticien in Rye! Ik zoek een montuur uit dat zoveel mogelijk op het oude lijkt, want ik heb een hekel aan nutteloze veranderingen. De opticien – een vrouw in een witte jas – vraagt naar mijn voorschrift.

‘Ik heb geen voorschrift. Maar ik ken mijn dioptrie.’
‘U zult toch een afspraak moeten maken om uw ogen te laten testen. Bent u ouder dan zestig? Dan wordt de test vergoed door de NHS.’
‘Dat is aardig van de NHS. Maar ik wil gewoon dezelfde glazen. Ik hoef geen test.’
‘Het spijt me. Ik kan geen glazen bestellen zonder test.’

Deze kletskoek van een bemoeizieke overheid maakt dat over de scène een andere, veel oudere scène schuift: Rye wordt Rozendaal, de optiek de speelplaats van de Torckschool, de opticien een imbeciel die ‘Vuile brillenjood!’ roept. De brillenjood ben ik. Ik ben acht en draag een bril, mijn duffe brilletje, mijn gehate prothese, die het voetballen bemoeilijkt, die twintig jaar te vroeg een intellectueel van mij maakt, een mens van vlees en letters maar vooral letters…

Die eretitel werd mij in 1963 toegekend. Dit zijn de bladzijden van een brillenjood.

Donderdag

Mijn zus stuurt me een geluidsopname waarop mijn vader zijn klassiek geworden gedicht ‘Schrijvenderwijs’ voorleest:

Schrijvenderwijs was ik ingeslapen,
schrijvenderwijs werd ik wakker bij nacht
omdat er woorden stonden te blaten
onder het open raam waar ik lag.

Wie had hen daar bijeengedreven,
was het de honger of was het de wind?
Ze stonden in een beginnende regen
doodstil te kleumen op het grind.

Toen heb ik ze mee naar boven genomen,
de grote ruit van de spiegel besloeg.
Ik had voordien nooit geweten hoe men
woorden halfslapend naar boven droeg.

Maar ‘s morgens vroeg toen ik ontwaakte
waren ze weg en de deur stond los.
De zon scheen hoog en droog, er zaten
vogels te lachen in het bos.

Het is geen perfect gedicht, maar als het perfect was, zou het minder goed zijn. Het is jaren geleden dat ik de stem van mijn vader heb gehoord. Ik stel me hem voor als een reiziger die in een buitenlands hotel ontwaakt.

Ik stuur het naar Christopher, die twaalf was toen zijn grootvader stierf. ‘Die opname,’ schrijft mijn vaders kleinzoon, ‘herinnert me er weer eens aan hoeveel ik van hem geërfd heb, waaronder de taak iets bijzonders met mijn erfenis te doen.’

‘s Avonds

Wanneer ik de karaf met whisky wil pakken, valt mijn oog op het Steentje van Rosetta dat ik ooit in de souvenirwinkel van het British Museum voor Christopher heb gekocht, drie inch hoog, microscopische hiërogliefen, demotische tekens en Griekse letters: het vergrootglas vergroot mijn eigendunk voldoende om me te verbeelden dat ik het koinè zou kunnen ontcijferen. Weer thuis vertelde ik mijn zoontje over de geschiedenis van de steen – dit was misschien twee jaar voor mijn vaders dood. Nu, boven mijn nog lege glas, zie ik voor me hoe ons leven in het dialect van de volgende generatie wordt vertaald.

Vrijdag 9 april

De BBC onderbreekt Vaughan Williams om te melden dat Prins Philip is gestorven. Als prins-gemaal was hij het belangrijkste decorstuk van het matriarchaat. We hielden van zijn onkiese grappen – ‘Punching a bit above your weight, aren’t you, old chum?’ (tegen Sarkozy, verwijzend naar Carla Bruni) – grappen die een vorm van écriture automatique waren en die verhinderden dat hij zomaar een beetje dom op zijn zwaard stond te leunen.

Zaterdag 10 april

Het conciese begrip vrouwen is vandaag in het krantje tot twee keer toe vertaald door ‘mensen die qua genderexpressie of biologie vrouwelijke kenmerken vertonen’ – dit in een artikel over het lastig vallen van vrouwen in de openbare ruimte. De schuldigen zijn ‘mannen’, een grove veralgemening, want waarom zijn dat geen ‘mensen die qua genderexpressie of biologie mannelijke kenmerken vertonen’? Een beetje transman voelt ongetwijfeld de aandrift om te fluiten naar een mooie vrouw, anders is hij geen echte man. Als hij dan niet fluit is hij wel een echte heer.

Nee, die omschrijving van de vrouw is behalve nodeloos omslachtig ook volslagen overbodig. We hebben geleerd dat een vrouw een vrouw is, ook een transvrouw, transitie of niet. Dus waarom die brij van woorden, die uitgekotste hutspot?
Ik haast me hieraan toe te voegen dat ik lastig vallen in de openbare ruimte en elders verwerpelijk vind, of het nu met luide muziek, motoren, onwelvoeglijk gedrag of de consequenties van penisbezit is.

Zondag 11 april

Op de onregelmatige plavuizen tussen onze bank en het altaar liggen amorfe blauwe en rode plassen, die de onoverwonnen zon uit de mantel van een gebrandschilderde vrouw overgiet in de harde werkelijkheid. Hiermee amuseerde ik me gedurende de preek.

De kerkdienst wordt ter ere van Prins Philip besloten met het ‘God Save the Queen’, wat me nog tijdens het zingen eraan herinnert dat recent universitair onderzoek een verschuiving in de uitspraak van de Koningin aan het licht heeft gebracht. In de jaren vijftig had ze het nog over ‘femileeh’, gezin (toen ze bezig was het hare te stichten); tegenwoordig klinkt ‘family’ uit haar mond ongeveer zoals de middenklasse het uitspreekt.

Dit vertel ik aan John, terwijl koffie ons naar het gastvrije huis van Gary en Duncan lokt. ‘Betreurenswaardig,’ zegt hij, met een gelaatsuitdrukking die bestand is tegen een beschieting vanaf zee. ‘Eerst het Empire en nu dit weer.’

[ARForms id=103]

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.