Economie, Europa
Italiaanse begroting

Bluffen en winnen

Italiaanse regering pokert met begroting

Met een laatste spurt van politieke intelligentie en verstandig realisme slaagde de Italiaanse premier Giuseppe Conte er eergisteren in extremis in de Europese commissie te overtuigen van zijn begrotingsplannen. Aan de basis van dit onverwachte en tevens uitzonderlijk resultaat van de ‘populistische’ regering ligt vooral het besef van Brussel dat een strikte houding ten opzichte van Italië zware electorale gevolgen zou hebben gehad voor de uitslag van de komende Europese verkiezingen van mei 2019. Terwijl de Europese Commissaris voor Financiën Pierre Moscovici in november vorig jaar nog de directe confrontatie had opgezocht, sprak hij twee dagen geleden tijdens de persconferentie over de noodzaak van de dialoog om het huidige politieke klimaat (lees: de opkomst van de ‘populistische’ partijen) te keren.

Door openlijk te bekennen dat de Europese Commissie rekening houdt bij het nemen van beslissingen met de opkomst van eurosceptische politieke krachten, ontkracht Moscovici echter ook de mythe van de nutteloze stem en geeft hij het ‘populisme’ nog meer wind in de zeilen.

Economisch herstel

De Italiaanse begroting van volgend jaar verlegt, eindelijk, de focus van de steriele en verlammende besparingen van de laatste jaren naar meer investeringen die het economisch herstel een nieuwe impuls moeten geven. Daarenboven bevat het ook een stevig sociaal luik, gebaseerd op twee pijlers: het leefloon met strenge voorwaarden en de hervorming van de zeer onpopulaire wet-Fornero met betrekking tot de pensioenleeftijd.

Dit politiek succes vermeed de uitvoering van de Europese inbreukprocedure, die de Italiaanse overheidsfinanciën zwaar onder druk zou hebben gezet en daarenboven ook een destabiliserende invloed op de politiek en samenleving zou hebben veroorzaakt. Giuseppe Conte wist vooral met dit laatste argument zijn Europese collega’s te overtuigen van de noodzaak tot meer flexibiliteit. De ontsporing van de Franse begroting, vooral na de knieval van president Macron aan de ‘gilets jaunes’, hielp daarbij natuurlijk ook.

Begrotingstekort

De regering-Conte rekent nu op een tekort van 2,04 procent van het bbp in 2019. Dat is iets minder de 2,40 procent waarvoor de Europese Commissie Italië eind november een zware onvoldoende gaf, maar wel ver boven de initiële doelstelling van 0,8 procent. Volgens de Italiaanse minister van Financiën, Giovanni Tria, zal er zo’n zes à zeven miljard minder worden uitgegeven, vooral met betrekking tot het leefloon en de pensioenhervorming. Deze twee hervormingen zullen daardoor met wat vertraging moeten worden ingevoerd. De 3,5 miljard euro voor het onderhoud van de verouderde infrastructuur werd daarentegen door de Europese Commissie buiten beschouwing gelaten.

De financiële markten reageerden alvast positief. De beurs van Milaan (Ftse-Mib) steeg eergisteren met 1,59% en de spread tussen de Italiaanse langetermijnrente (10 jaar) en de Duitse zakte onder de 260 punten, of een procent minder dan in november. In de lente komt er wel nog een nieuwe evaluatie door de Europese Commissie, maar dan zijn de Europese verkiezingen ook weer een stuk dichterbij. Het wordt ook uitkijken naar de economische groeiprognoses, want die zijn onlangs voor Italië van 1,5% naar 1% verlaagd. Indien de Europese of mondiale economie in een recessie belandt, of de groei nog lager uitvalt dan voorspeld, dan moet alles weer worden herbekeken.

Tegenstanders

Terwijl de politieke en journalistieke tegenstanders (soms moeilijk te onderscheiden in Italië) van deze geel/groene regering reeds maandenlang het einde voorspellen in praatprogramma’s en opiniestukken, veroordelen ze zichzelf echter langzaam maar zeker tot de irrelevantie. Op de ‘begrafenis’ van de meest geliefde Italiaanse regering sinds de Tweede Wereldoorlog wordt het zeker na het begrotingssucces nog een tijdje wachten. Sommigen zullen met een vergrootglas naar elke klein conflictje tussen verschillende politieke krachten blijven kijken, om die dan uit te vergroten in doemcenario’s en apocalyptische perspectieven voor de Italiaanse samenleving en economie.

Tronchetti

Ook ondernemers en managers, zoals Marco Tronchetti Provera (Pirelli, Camfin, Mediobanca, Corriere della Sera, etc), die reeds decennia via politieke contacten hun economisch imperium uitbreiden, waarschuwen al maanden voor de economische gevolgen van deze regering. Reeds in 2013 sponsorde Tronchetti, samen met onder andere de familie Agnelli (Fiat, Juventus, The Economist, Chrysler, La Stampa, Corriere della Sera, etc), Luca Cordero Di Montezemolo (Cinzano, Campari, La Stampa, Unicredit, etc) en Diego Della Valle (Tod’s, Hogan, Corriere della Sera, Mediobanca, Piaggio, Bialetti, etc) de geflopte verkiezingscampagne van de eurocraat Mario Monti. Ook de familie Benetton, bekend van de kledingwinkels, maar tevens eigenaar van autostrades (en de ingestorte Ponte Morandi), luchthavens en banken, of de ex-bestuurder van de Banco Ambrosiano en het failliete Olivetti Carlo De Benedetti (Repubblica, Espresso, Yves Saint Laurent, Sorgenia, etc) sponsoren reeds lang politieke partijen om hun zakelijke belangen veilig te stellen.

De weinig koosjere belangenvermenging tussen ondernemers of oligarchen, media en politiek is een van de hoofdredenen van de economische neergang van het land en wordt sterk bekritiseerd door de regerende Vijfsterrenbeweging. Deze zelfverklaarde wereldburgers mogen zich dan wel verkopen als Italiaanse ondernemers, belastingen betalen ze er weinig tot niet. Daar waar de teloor gegane Democrazia Cristiana of de Partito Socialista Italiana van Bettino Craxi, en later door de Partito Democratico en Forza Italia vroeger overheidsopdrachten en -subsidies garandeerden, blijkt het vandaag steeds moeilijker om hun zaken te ‘sistemare’ – systematiseren. De enige troef die zij vandaag nog proberen uit te spelen is die van morele verontwaardiging over het lot van economische vluchtelingen. De sociaal-economische last van massamigratie dragen zij toch niet.

Versterkt

De realiteit is echter dat deze ‘populistische’ regering versterkt uit de machtsstrijd met de Europese commissie komt. Italië verkoos in maart vorig jaar, tot ieders verrassing en of verbijstering, de heersende politieke klasse op pensioen te sturen. De valse tegenstelling tussen de Partito Democratico en Forza Italia, of Matteo Renzi en Silvio Berlusconi, werd vervangen door twee nieuwe (of hernieuwde) politieke krachten en leiders: de Lega van Matteo Salvini en de Vijfsterrenbeweging van Luigi di Maio. Respectievelijk scoren beide partijen vandaag 32% en 27% in de recentste peilingen. Deze mix van Lombardisch pragmatisme en gezond verstand, eigen aan de Lega, en de politieke ethiek en het sociaal reveil van de ‘Pentastellati’, kan onder leiding van de diplomatische premier Conte voor een nieuw Italiaans ‘miracolo’ zorgen.

Oppositie

De Partito Democratico zoekt intussen nog steeds naar een nieuw verhaal en een nieuwe leider. In de peilingen scoort de partij historisch laag (zo’n 16,5%). De voormalige premier Matteo Renzi liet de partij in een complete chaos achter. Ter rechterzijde verloor Forza Italia heel wat kiezers aan de Lega. Niettegenstaande zijn 82 jaar blijft Silvio Berlusconi er de onbetwistbare leider, al komt sinds een paar maanden zijn goede vriend Antonio Tajani steeds meer op de voorgrond.

De eerste grote populariteitstest voor deze Europese Parlementsvoorzitter wordt die als lijsttrekker voor de Europese verkiezingen in mei 2019. Of Forza Italia ook leefbaar blijft als partij (vandaag nog 8% waard) na het Berlusconi-tijdperk, is een groot vraagteken.

Dadenkracht

Deze geel/groene coalitie heeft een stevige parlementaire meerderheid en kent een ongeziene steun bij de bevolking (rond de 60%), waardoor beide partijen een historische kans hebben de komende vijf jaar de broodnodige hervormingen en moderniseringen in het land door te voeren. De nieuwe strenge anti-corruptiewetgeving en de aankondiging van de heropbouw van de Ponte Morandi in Genua (onder leiding van de beroemde Italiaanse architect Renzo Piano) na amper enkele maanden, geeft blijk van een voor de Italiaanse politieke zeldzame snelheid en dadenkracht.

Maar ook het inperken van de illegale immigratie en mensenhandel, het bestrijden van zwartwerk, fraude en georganiseerde misdaad, het verlagen van de belastingen en kwijtschelden van historische schulden, het stimuleren van de werkgelegenheid door te investeren in onderzoek en ontwikkeling, en het vereenvoudigen en verkleinen van het bureaucratisch apparaat, zijn noodzakelijk. De Italiaanse regering toonde de voorbije maanden dat ze niet de zieke man van Europa wil zijn, en de sociaaleconomische neergang van het land wil stoppen.

Premier Conte zette daarvoor heel hoog in tijdens de begrotingsonderhandelingen, en won uiteindelijk het spelletje blufpoker door in te spelen op de angst bij de Europese partners voor een populistische golf bij de komende Europese verkiezingen en voor de gevolgen van een economische ineenstorting van het Italiaanse schiereiland. Voor de Europese Unie zou het een zeer goede zaak indien deze ‘populistische’ regering slaagt waar ‘traditionele’ coalities faalden. Ze verdient dan ook alle mogelijke steun in plaats van politieke spelletjes in Brusselse achterkamertjes, hoog in ivoren torens, ver weg van de verliezers van de globalisering.

Philip Roose

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Philip Roose?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans