fbpx


Boekenland: kreunen bij een oproep om meer polemiek




Ja, nee, het zal u misschien verbazen, maar ik heb na mijn tirade van vorige week over de Noorderburen op de Meir, toch nog enkele kennissen in Nederland die zo vriendelijk zijn me af en toe wat lectuur door te sturen. Zo kreeg ik van een dierbare vriendin, die door de wel erg stringente lockdownmaatregelen plots de tijd heeft om al haar kranten van voor naar achter uit te pluizen, een opiniestuk uit NRC, waarin schrijver en essayist Hans Maarten van den Brink de lezer in herinnering brengt dat er een heus W.F. Hermansjaar bezig is, maar dat het op de literatuurpagina’s van de kranten voorzichtigheid troef is.

‘In de literaire wereld trippelt men met omzwachtelde hoefjes om elkaar heen,’ betoogt Van den Brink. Hij heeft niet helemaal ongelijk, na een literair jaar waarin de ‘sensitivity readers’ hun intrede deden in de Nederlandse letteren en er toch wel wat reuring was om de keuze van Astrid Roemer voor de Prijs der Nederlandse Letteren of de selectie – en het bijna ogenblikkelijke abdiceren – van Marieke Lucas Rijneveld als vertaalster voor ‘The hill we climb’ van Amanda Gorman. Ook de roep om hertaling naar ‘inclusiever’ taalgebruik zou een mooie aanleiding kunnen zijn tot scherp debat. Van den Brink ontwaart evenwel nergens de durf om er ‘op z’n Hermans’ tegenaan te gaan. En dat vindt hij uitgesproken jammer.

Wat zou W.F. Hermans doen?

Tja, die roep om de terugkeer van de polemiek weerklinkt wel vaker, en haast even vaak gaat die gepaard met een hartenkreet van de strekking ‘what would W.F Hermans do?’ Het staat wel vast dat Hermans er wat van kon. Zijn verzamelde polemieken, gebundeld onder de vals-geruststellende titel ‘Niet uit kwaadaardigheid’ beslaan een kleine 400 bladzijden. Al is het maar de vraag of iemand vandaag de dag nog voor zijn plezier gaat zitten bladeren in bijvoorbeeld ‘Mandarijnen op zwavelzuur.’ Sowieso is van veel polemieken de literair-historische aanleiding obscuur geworden, en bovendien had Hermans zo zijn eigen opvatting over de omgang met de feiten, die zich laat samenvatten als: argumentatie geen bezwaar.

Hermans beweerde in een interview met het literaire tijdschrift ‘Gard Sivik’ dat hij zijn polemieken niet altijd met argumenten schraagde. ‘Het tijdelijk succes van die stukken zou inderdaad bij een ruimer publiek veel groter zijn als ik rustig zou argumenteren. Maar qua literaire vormgeving heb ik daar iets tegen. De Mandarijnen op zwavelzuur heb ik zo scherp geschreven om ze literair zo mooi mogelijk te maken.

Ik geloof dat ik daar op de lange duur gelijk in heb, omdat veel van de auteurs die daarin worden aangevallen, vanzelf vergeten worden. Had ik serieuze, argumenterende stukken over ze geschreven, dan waren die nu al volmaakt onleesbaar.’ De kans om de ander af te maken met een prachtige, maar daarom niet per se accurate treffer, liet Hermans niet graag liggen. Zijn slagschaduw als onnavolgbare kankerdoos der Nederlandse letteren is voldoende opdat er met de regelmaat van de klok kaarsjes worden gebrand aan zijn altaar, opdat er nog eens aan de boom zou worden geschud in het als al te gezapig beschouwde letterenland.

Op de Jos af

In Vlaanderen is van Hermansherdenkingen tot dusver helemaal niets te merken. En van literaire polemiek op niveau nog minder. Of het zou de recentste column van Marnix Peeters in De Morgen moeten zijn. Daarin trekt Peeters van leer tegen het Vlaams Fonds voor de Letteren, en tackelt hij onder andere Jos Geysels.

‘De Vlaamse letteren zijn helemaal kapot­gemaakt door beurzen en andere financiële bemoedigingen. Er zijn schrijvers die al twintig jaar lang elk jaar hun boek op voorhand laten betalen door Jos en zijn kornuiten, en zich vervolgens niet schromen om nog eens met hun hand in een kommetje bij de literaire jury’s te gaan aanschuiven. Ze zijn lui en verwaand en hebberig. Niemand doet zijn best, alles is toch al betaald.  En ‘Jeroen, Joost en Peter’, om nog te zwijgen van ‘Tom, Roderik en Filip’ zullen zonder ondersteuning in hun uppie ook nog wel mooie boeken schrijven  zonder dat er daarvoor op de zorg moet worden bespaard.’ De werkbeurzen van de Literatuur Vlaanderen worden een ‘bijstandspaardemolen’ genoemd en meer van dat fraais. Er is zelfs sprake van ‘Peruaanse mutsen.’ De geitenwollen sokken blijven voor een keer in de schuif.

Kleine zelfstandige

Ik kan nog enige sympathie opbrengen voor Peeters’ discours van kleine zelfstandige. God weet dat ik zelf met dat bijltje heb gehakt en -vooral- met dat zaagje gezaagd. Maar als oud-lid van een van de vele commissies die Literatuur Vlaanderen telt, kan ik toch zeggen dat daar niet zomaar op de wenken van enkele bobo’s beslist wordt welk project geld krijgt en wie niet. Vanuit die zelfde ervaring kan ik erbij vertellen dat er genoeg mensen rondlopen die denken dat het volstaat om dat advies te overrulen door bij de fondsdirectie op tafel te gaan kloppen. Quod non.Enfin, het spel zat maar echt op de wagen toen beroepsverontwaardigde Stijn Meuris het stuk op zijn Facebookpagina deelde met een instemmend ‘Hear! Hear!’ Het duurde niet lang of Tom Naegels kwam zich met de zaak bemoeien, en toen gingen de poppen aan het dansen.

Facebook

Is Marnix Peeters nog welkom in ‘De Nieuwe Linde’?

Zin voor proportie

Een verdienstelijke oud-medewerker van Literatuur Vlaanderen, bracht met enig cijfermateriaal de zin voor proportie terug in het debat. Over hoeveel geld hebben we het eigenlijk? Cijfers na de komma op het totaal van de Vlaamse begroting, zeggen en schrijven 6 miljoen euro. Niet meteen de besparing die het verschil gaat maken in de zorg (door Vlaams minister van Volksgezondheid Beke begroot op zo’n 14,1 miljard.)

Enfin, net wanneer je denkt: “Doe ze nog eens vol!” komt ook de genaamde Crabbé, Ben uit het struikgewas tevoorschijn, met de mededeling dat Marnix nu zeker niet meer welkom zou zijn in de Antwerpse als artiestencafé’s bestempelde kroegen Hopper en De Nieuwe Linde. Mijn connecties in De Nieuwe Linde ontkrachten alvast die stelling. Om maar te zeggen: een polemiek de betere kwaliteitskrant waardig, ahum.

Retournons à nos moutons: meer geld voor de literatuur in Vlaanderen, zou dàt eens geen polemiek waard zijn. En Marnix, laat nog eens iets weten als je in Antwerpen bent. Dan drinken we er eentje op, in De Nieuwe Linde. Ze hebben er ook trappist. Ik trakteer.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Michiel Leen

Michiel Leen (°1987) is zelfstanding journalist en redacteur voor verschillende publicaties, waaronder De Lage Landen, Deus Ex Machina, Verzin en verschillende vakbladen. Leen woont en werkt in Antwerpen.