Actualiteit

Boudewijn Bouckaert: ‘Sociaal gezien is economie een geweldige wetenschap’

De boekenkast van Boudewijn Bouckaert

Als linkse kerel droomde Bouckaert van een socialistische economie. Hij kreeg een shock toen hij Bulgarije en Tsjechoslowakije bezocht. Toevallig is hij dan bij Hayek en von Mises beland. ‘Wat Das Kapital is voor de linksen, is Human Action voor de liberalen.’

De gastvrije Boudewijn Bouckaert had er zin in. Als een gepassioneerde professor sprak hij over zijn boeken alsof het zijn eigen cursus betrof. Bij aanvang van het gesprek lagen de boeken waarover hij het wou hebben reeds klaar op zijn tuintafel. Twee stapels gespreksstof. Vijf boeken die zijn denken beïnvloed hebben en vijf die hij iedereen aanraadt. Het valt op: het eerste blok stamt uit de jaren 70, 80. De aanraders uit de jaren 2000, 2010. ‘Niet onlogisch’, legt Bouckaert uit. ‘Je ideeën krijgen vorm wanneer je dertig, veertig jaar bent. Daarna kunnen de accenten die je legt wel evolueren maar de basis blijft. Een ideologische omwenteling na je veertigste betekent bijna een persoonlijk identiteitsverlies. De boeken die mij geïnspireerd hebben dateren dus allemaal uit die formatieve ideologische periode. Wat ik nadien heb bijgelezen zijn historische, feitelijke argumenten en nuances. Met mijn aanraders, mik ik op de interesses van een eigentijds publiek. Boeken volgen trends en nieuwe problemen. In de jaren 70, 80 was de islam bijvoorbeeld absoluut geen challenge. We zagen de islam als een verouderde godsdienst die nog zou beleden worden door de eerste generatie gastarbeiders maar dat de jongere moslims zouden seculariseren. De islam blijkt nu wel een issue.’

Over dit ‘probleem’ zal de voorzitter van denktank Libera! het onder meer hebben. Ook over veel economische auteurs. ‘Als professor Rechtseconomie zijn de banden tussen economie en recht voor mij heel evident. Toen de economie nog niet bestond, ging het politieke vooral over hoe je de staat machtiger kan maken, hoe de vorst zich moet gedragen. Het fantastische van het economische denken is dat ze de vraag stelt: hoe kunnen we het lot van Jan en alleman verbeteren? Sociaal gezien is economie een geweldige wetenschap.’

Bouckaert gaf geen romans mee, maar hij leest er wel degelijk. ‘Ik ben nu bezig met Het ongrijpbare meisje van Mario Vargas Llosa. David Van Reybrouck heb ik ook gelezen en de boeken van Jef Geeraerts heb ik zowat verslonden. Ik vind dat leuke boekjes om te lezen op vakantie, maar je leert daar eigenlijk weinig van bij. De beste boeken zijn volgens mij de aangename boeken waarin je iets bijleert. Mijn aanraders zijn zulke boeken: je kan ze gerust lezen in een strandstoel. De boeken die hem het meest beïnvloed hebben bespreken we eerst.

Anarchy State and Utopia, van Robert Nozick

Net als Nozick was Bouckaert oorspronkelijk een socialist. ‘Ik denk dat je als student een leven leidt waar je economisch niet zelf voor moet opdraaien, je daarom geneigd bent om in linkse utopische ideeën te stappen. Jongeren dromen graag. Ze leven ook in een positie met weinig verantwoordelijkheid. Studenten al helemaal: dat zijn grotendeels gesubsidieerde mensen. Bij mij kwam daar nog bij dat links in de jaren 60, 70 enorm populair was. Op dat vlak toont het traject van Nozick inderdaad parellellen met mijn weg.’

‘Nozick gaf een interessant antwoord op John Rawls, die in de jaren 60, 70 populair was bij gematigd Amerikaans links. Rawls gaat ervan uit dat mensen hun talenten niet hebben verdiend en je daarom ook geen recht hebt op de opbrengst daarvan. De staat moet dat daarom voor een groot deel naar zich toetrekken en herverdelen, dat is zowat zijn visie. Een sociaaldemocratische visie vanuit het Amerikaanse liberale denken dus. Nozick zet die vanzelfsprekendheid op de helling. De taart komt namelijk niet vanzelf: die wordt gebakken door individuen. Ethisch is het niet evident om mensen daarvan te onteigenen. Vanuit dat standpunt filosofeert Nozick of we een staat nodig hebben. Zo komt hij tot zijn minarchie: een minimale staatsvorm.’

Human Action, van Ludwig von Mises

Human Action heb ik in één ruk van A tot Z uitgelezen: het was een heel helder boek. von Mises toont dat economie een echte wetenschap is. De mens is geen instinctief geprogrammeerd wezen zoals dieren, maar een rationeel en doel zoekend wezen. In functie daarvan gaat hij hulpbronnen als middelen voor zijn doelen waarderen. Waardering is in wezen subjectief. Waardering door derden, zoals de overheid, zal daarom altijd fout zitten. von Mises geeft heel fundamentele argumenten voor een vrijemarkteconomie. Ik noem hem de man van het wetenschappelijk liberalisme. Natuurlijk is de economie geëvolueerd, een aantal zaken van hem zijn daarom verouderd. In de wetenschap kennen we geen Bijbel, maar ik vind von Mises een belangrijke landmark. Het leven van von Mises( liberaal economist, crisismanager na WO I, Joodse vluchteling voor de nazi’s, geïsoleerd intellectueel onder het Keynesianisme) vertaalt ook een beetje de tragiek van Europa in de eerste helft van de twintigste eeuw. Voor WO I hadden wij een fantastisch liberaal systeem. Arbeiders ontwikkelden op vrijwillige basis hun eigen sociale zekerheid. De staat hadden ze niet nodig. De Eerste Wereldoorlog heeft die burgerlijke samenleving volledig ontwricht. Om te besluiten: wat Das Kapital is voor de linksen, is Human Action voor de liberalen.’

De greep naar de macht, van Bruno De Wever

‘Dit boek geeft een heel grondige analyse van het VNV. Omwille van mijn familiegeschiedenis heb ik dat verslonden. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog waren mijn ouders VNV-gezind. Mijn vader was burgerlijk ingenieur, een heel integer man en louter lid van het Vlaams-nationaal Verbond. Na de oorlog werd mijn vader serieus aangepakt door de zogenaamde straatterreur. Hij werd zelfs één jaar administratief opgesloten in het concentratiekamp van Lokeren. Achteraf werd hij buiten vervolging gesteld: omdat er niets was. Je zit dan toch maar één jaar opgesloten in erbarmelijke omstandigheden. Die repressiegeschiedenis drukte heel zwaar op mijn familie. Ik herinner me nog dat ik in de jaren 60 hevige discussies had met mijn ouders. Ik als linkse verweet hen fascistisch te zijn. Door het boek van Bruno De Wever ben ik de rol van het VNV beginnen begrijpen. Je kan die partij niet volledig witwassen, maar een echte nazipartij was het nu ook weer niet. Op politiek vlak ben ik geen fan van Bruno, hij is het tegenovergestelde van zijn broer, maar hij is een heel goede historicus. Zijn boek heeft mijn familiegeschiedenis juist kunnen plaatsen. Een hele opluchting.’

Law and Revolution, van Harold Berman

‘Het is een schitterend historisch werk. Dankzij dat boek begreep ik hoe onze westerse instellingen gegroeid zijn. Zij koesteren de individuele vrijheid: de grondrechten, de mensenrechten, het privaatrecht. Ook de scheiding der machten. Een dominante opinie in het Westen is ook dat de macht van de overheid moet beperkt worden. Je vraagt je af: vanwaar komt dat? De algemene opvatting is: van de Verlichting. Voor de Verlichting was het duisternis troef, maar op het einde van de achttiende eeuw zag men het licht en veranderde het allemaal. Dat is zowat de visie van sommige links-liberalen, maar zoiets is historisch totaal onacceptabel. De Verlichting vond in Europa plaats, niet in China: het moet dus precedenten gehad hebben, het boek geeft dat ook aan. Het toont de machtsevolutie in het Latijnse christendom. Het is begonnen toen de Kerk zich ontworstelde van de macht van de politieke heersers. Zo werd het caesaropapisme – het samenvallen van de kerkelijke en politieke macht – vermeden. Hierbij mag je de heerser niet aanvallen, want dan val je ook God aan. In de elfde eeuw, dankzij de pauselijke revolutie ontstond een tegenmacht contra de keizerlijke macht. Europa kreeg dus een eerste belangrijke balance of powers en geen compacte macht à la China. Dat was uiteraard een onbedoeld effect van de pauselijke revolutie, want de paus streefde in feite een soort theocratie na. De politieke macht werd via de steden ook gedecentraliseerd. Europa kreeg een cultuur van checks and balances. In de negende en tiende eeuw zat Europa in complete chaos. Geleidelijk zijn er dan staatstructuren gegroeid maar met de groei van de staat groeiden ook de tegenmachten (parlementen, autonome steden, kerken en kloosters, gilden). Berman maakt dat zeer duidelijk in zijn beschrijving van het recht. Hij schetst zeer duidelijk het pluralistisch karakter van het recht in Europa, dat eigenlijk bottom-up is gegroeid. Dat maakt ons systeem zeer uniek. Tegelijk geeft het aanleiding tot pessimisme: het betekent namelijk dat onze vrijheden zeer oude wortels hebben. Landen met een compacte macht, zoals China, hebben die traditie niet en hebben dus nog een lange weg te gaan.’

Het fundamenteel rechtsbeginsel, van Frank Van Dun

‘Het is een boek van mijn oud-collega aan de Gentse universiteit. Hij was samen met mij assistent geweest van professor Calewaert. Later is hij professor geworden in Maastricht. Hij is ook een heel overtuigde libertariër. Wat zo intrigerend is aan zijn boek: volgens hem zit soevereiniteit niet bij het volk, bij de staat of bij de koning, maar bij het individu. Als de staat één functie heeft, dan is het de uitoefening van die verschillende individuele’ soevereiniteiten’ compatibel maken via het recht. Van Dun zegt: de samenleving gaat vooruit via dialoog. Mensen leren elkaars opinies kennen en kunnen op basis van gedeelde opvattingen en belangen tot samenwerking komen. Volgens Van Dun kan je niet tot een eerlijke dialoog komen als je a priori niet elkaars individuele soevereiniteit respecteert. Vrijheid kan dus niet het resultaat zijn van een maatschappelijke discussie, maar is de a priori-voorwaarde. Als ik iets van dat boek onthouden heb, is het dat wel. Ik vind het een zeer diepgaand filosofisch argument. Het is daarom zeer goed dat dit boek ook in het Engels is vertaald.’

De boeken die Boudewijn Bouckaert aanraadt:

De islam. Kritische essays over een politieke religie, van Sam Van Rooy en Wim Van Rooy

‘Een heel wijd boek. Jammer genoeg is het door de politiek correcte commentators wat opzij geschoven. Men heeft ook lang moeten zoeken naar een uitgeverij om dat gepubliceerd te krijgen. Een schande, want het is intellectueel een heel sterk boek. Je leert de evolutie van de islam begrijpen en het geeft een schets van de impact van islam in verschillende landen en culturen. Je moet dat boek gelezen hebben om een realistisch beeld te kunnen vormen over de islam. Ik zeg niet dat de islam niet hervormbaar is, die hoop moeten we koesteren. Het zal wel zeer moeilijk zijn, dat blijkt uit dat boek. Sinds de twaalfde, dertiende eeuw zit de islam eigenlijk gevangen in een beangstigend nauw intellectueel kader. Tot dan was de islam zowat als het christendom: er was veel discussie over de verhouding tussen geloof en rede. In het christendom nam uiteindelijk in de twaalfde, dertiende eeuw het rationalisme de bovenhand op het puur Bijbels geloof. In de Islam gebeurde net het omgekeerde. De poort naar de filosofie, naar het eigen onafhankelijk denken werd gesloten. De Islam werd exclusief een openbaringsgodsdienst. Dat brengt mee dat er bij de meeste Islamieten wel een praktijk van tolerantie bestaat, maar dat er geen endogene ideologie van tolerantie werd ontwikkeld. Het besef dat er een aantal regels zijn die je tegenover iedereen moet respecteren- een universele moraal- lijkt te ontbreken in de Islam. Je mag bijvoorbeeld liegen tegenover ongelovigen. De islamwereld heeft zich tot nog toe niet kunnen moderniseren vanuit haar eigen traditie maar heeft dit moeten doen door opvattingen en instellingen uit het verlichte Westen over te nemen. Dat is natuurlijk ‘gefundenes Fressen’ voor fundi’s van allerlei pluimage om een terugkeer tot een gedachtengoed van de achtste eeuw te bepleiten’

‘Wat me verder verontrust: de linkerzijde heeft het opgegeven om op een assertieve manier de islam tot het secularisme te brengen. Links gaat uit van een wazig multicultureel perspectief. John Crombez bijvoorbeeld drukt de seculiere tendens van Mark Elchardus volledig weg. Dat lijkt me toch om opportunistische redenen: de Vlaamse arbeiders stemmen niet meer voor het socialisme. sp.a heeft enkel sterke posities in de grote steden, waar grote concentraties allochtonen wonen. Die zijn paradoxaal gezien vrij conservatief. Om electorale redenen gooit de socialistische beweging een lange seculiere traditie overboord.’

De ongelovige Thomas heeft een punt, van Johan Braeckman en Maarten Boudry

‘Johan Braeckman is een goede vriend, hij woont net als ik in Wetteren. Ook Etienne Vermeersch woont hier. De drie wijzen van Wetteren dus. (lacht) Braeckman en Boudry trekken de Gentse lijn van het kritisch rationalisme verder door. Ik heb ook filosofie gestudeerd en volgde de lessen van Vermeersch. Toen was ik nog een marxist. Vermeersch is zeker geen rechtse rakker, maar trok toch zeer kritisch ook het marxisme in twijfel. Toen ben ik zelf ook aan een aantal dogma’s beginnen twijfelen. Ik heb van Vermeersch een heel kritische geest overgehouden. Ik ben hem daar ontzettend dankbaar voor.’

De ongelovige Thomas heeft een punt neemt de mensen bij de les. Sommige parawetenschappelijke ideeën en conspiraties zijn zeer aantrekkelijk. Ze brengen een mooi verhaal: je bent geneigd om daar in mee te gaan. Je bent eigenlijk aan jezelf verplicht om alle uitspraken te toetsen aan de wetenschap. Je moet feiten checken en intellectueel gedisciplineerd blijven. Kieper je dat overboord, dan bewandel je een heel gevaarlijke weg. Ik stond verbijsterd toen Brecht Arnaert –een iemand uit onze kringen – eens op een lezing vertelde dat de WTC-torens zijn opgeblazen door de Amerikanen. Welke feitenbasis heeft hij? Het boek is ook zeer kritisch naar godsdienst toe. Ik kan het aanraden aan moslims, al denk ik dat ze het eerder zullen verbranden. (lacht) Als je dit leest, verbaas jij je ook over hoe de groenen tekeer gaan tegen ggo’s. Kritisch-wetenschappelijke mensen zeggen namelijk dat dit echte oplossingen zijn voor de hongersnood in de wereld.’

Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm, van Daron Acemoglu en James Robinson

‘Hierin proberen de auteurs via internationale en intertemporale vergelijkingen gemeenschappelijke kenmerken te vinden in de systemen die falen en lukken. De basisstelling is: als elites de vruchten van de vooruitgang voor zichzelf houden en welvaart opbouwen door bestaande bronnen uit te putten, leidt dat tot armoede. Er is dan maar één weg terug, via oorlog en revolutie. Het is bovendien niet zeker dat dat tot iets beter leidt. Dat is zowat het geval in de Arabische landen. Als elites zich inclusief opstellen en zich openstellen voor nieuwe initiatieven, dan krijg je vrede en welvaart: dat is zowat de stelling. Eigenlijk kun je op inclusieve niet-extractieve systemen ook de term liberaal plakken maar de auteurs willen blijkbaar ideologisch niet zo geklasseerd worden.’

‘Het boek heeft een sterk educatief gehalte: sommige voorbeelden blijven uitstekend hangen. Neem nu Nogales, een stadje dat voor één helft in Arizona ligt en voor de andere helft in Mexico. Etnisch gezien wonen in de beide helften allemaal mensen van Mexicaanse origine. Het Mexicaanse deel is een miseriepoel. Het VS-gedeelte is daarentegen welvarend, met een veel lagere criminaliteit. Het contrast is ongelofelijk groot. Het kan dus enkel liggen aan de instellingen. Zuid-Amerika is gekoloniseerd door de Spanjaarden, die daar een extractief exclusief systeem hebben ingesteld met oligarchische elites die de bevolking uitbuitten. Noord-Amerika is daarentegen ingenomen door arme Europeanen die het grotendeels allemaal zelf moesten creëren en de instellingen vanuit Europa hebben meegebracht. Zuid-Amerika had een talrijke indianenbevolking die uitgebuit werd, Noord-Amerika was dun bevolkt. Die indianenstammen waren veel te dun gezaaid om er een extractieve basis van te maken. De Noord-Amerikanen zullen ook geen heiligen geweest zijn, maar ze konden niet leven van uitbuiting. Ze moesten het zelf doen, terwijl de Spanjaarden konden leven van de uitbuiting van de inheemse bevolking. Nu, Zuid-Amerika geraakt daar voor een stuk wel uit. Peru bijvoorbeeld voert een succesvol beleid dat gebaseerd is op respect van eigendomsrechten. Zuid-Amerika blijft een moeilijk verhaal maar het is zeker geen hopeloos continent, integendeel.’

De wil tot welvaart, van Sylvia Nasar

‘Dit boek is het verhaal van de topeconomen van de laatste 200 jaar. Sylvia Nasar, ook de auteur van A Beautiful Mind, behandelt de negentiende eeuw, de periode van de hoop en de twintigste eeuw, de periode van de angst. Vooral de laatste drie decennia tot het van einde de negentiende eeuw waren periodes van enorme groei. Bij bepaalde economisten groeiden er utopische dromen: binnenkort kan iedereen leven zonder te werken, dachten enkelen. Daarna beschrijft ze hoe dat beeld helemaal verandert door de Eerste Wereldoorlog. Economen stelden zich de prangende vraag: hoe gaan we nu in godsnaam om met die crisis? Vanuit een lineaire groei worden landen zoals Duitsland en Oostenrijk ineens in grote armoede gedropt. Nasar beschrijft zowel biografisch als theoretisch die evolutie. Je merkt ook dat bepaalde economen een dubbelleven leidden: langs de ene kant waren ze wetenschapper, langs de andere kant werden ze gevraagd om een sterke rol te spelen als beleidsmaker. Vaak door politici die einde raad zijn. Een Schumpeter zat in de Oostenrijkse regering. ’Economisten ontwierpen beleidsvormen en hadden zo voorkennis. Ze konden cashen op hun eigen beleidsvoorstellen. Keynes deed dat, Schumpeter ook. Als die laatste veel gecasht had, reed hij rond in een koets in Wenen, omringd met vier prostituees.’

‘In het boek staat ook welke economist de index ontwikkeld heeft. Zulke zaken vinden we nu evident, in het boek leren vanwaar dat komt. Ze beschrijft ook het Duitse Wirtschaftswunder: hoe een land in puinen herstelde. Het boek beschrijft hoe belangrijk de economie is op de impact van onze welvaart. Je leest ook hoe economen, bijvoorbeeld Hayek tegen Keynes, door derden tegen elkaar worden uitgespeeld. Maar toen Keynes stierf, schreef Hayek aan zijn vrouw: “Keynes was de enige echt grote man die ik ooit heb gekend. Ik had onbegrensde bewondering voor hem.’

De ondergang van het gezond verstand. De val van Lehman Brothers, van Lawrence McDonald en Patrick Robinson

‘Een boek dat te weinig bekend is. Het is ietwat autobiografisch geschreven, het is een deftige versie van The Wolf of Wall Street. Het verhaal gaat over het key event van de financiële crisis: de ineenstorting van Lehman Brothers. Het geeft een interne blik op die machtige organisatie. Tegelijk geeft het een beeld van de aanstormende crisis in de VS. McDonald deed diverse jobs en is uiteindelijk in de financiële wereld geraakt. Als vleesverkoper klom hij op tot een CEO aan de top van Lehman Brothers. Hij was hoofd van de shorters afdeling. Shorters zijn mensen die speculeren op het verlies van waarden. Je koopt een recht om te kopen – dat is de call option – vervolgens wacht je tot die aandelen zakken vooraleer je ze koopt. Dat doe je als ze nog een prikje waard zijn, in de hoop dat ze omhoog zullen gaan. Wat fascinerend is: in zo’n reuzenorganisatie als Lehman Brothers stonden de verschillende afdelingen niet met elkaar in contact. De shorters afdeling zag perfect de crisis aankomen. Enkele verdiepingen hoger deed de hypothekenafdeling volop mee aan het verkopen van die mortgages.’

‘McDonald beschrijft uitstekend hoe in Californië bodybuilders met hun laptops in Maserati’s de steden rondreden om hun hypotheken te verkopen. Ze verdienden veel geld, dineerden in de chicste restaurants… Je kan het je zo visualiseren. Waarom kon dat? Langs de ene kant was er de druk op de banken toen de regering Clinton besloot dat arme mensen ook een hypotheek moesten kunnen aangaan. Langs de andere kant had je als hypotheekmaatschappij en als bank het recht om hypotheken door te verkopen aan de twee grote semipublieke maatschappijen: Freddy Mac en Fanny Mae. Zo ontstond een enorme moral hazard: de risico’s konden op iemand anders worden afgewenteld. Heel de affaire wordt goed beschreven. Niet in ingewikkeld economisch jargon, maar in mensentaal. Uit de lectuur van McDonald kan je afleiden dat het kapitalisme op zichzelf niet verkeerd is, maar er zware constructiefouten zitten in de financiële regulering. Voor liberalen is het moeilijk om op te boksen tegen de gangbare opinie: “Het neoliberalisme – niemand definieert dat eigenlijk – heeft gefaald, dat is nu wel duidelijk na de financiële crisis van 2008.” Lees je dat boek, dan krijg je een veel duidelijker zicht op wat er misliep en wat werkt: met de vrije markt is op zichzelf niets mis.’

 

Dit interview verscheen oorspronkelijk op 23 juli 2015. We publiceren het deze zomer graag opnieuw.

Sander Carollo

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Sander Carollo?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans