fbpx


Niet gecategoriseerd

Bovenal … den intercommunal?




Het is me wat, daar bij onze zuiderburen. Het zijn harde tijden voor Magnette en de politieke klasse in Wallonië. Eerst de held die vecht tegen de vermaledijde mondiale bedrijven, om een paar maand later door de mangel gedraaid te worden in de Vlaamse én Franstalige pers en weinig fraaie labels opgespeld krijgen.

Wat er nu naar boven komt is inderdaad niet echt vertrouwenwekkend en ontwaar alsjeblief geen leedvermaak. Of het nu in Wallonië, Frankrijk of Duitsland gebeurt, het is geen goede zaak voor de politiek en de geloofwaardigheid ervan.

Wat wel verwondert is het feit dat er blijkbaar over de taalgrens – tot nu toe – geen vragen over deze praktijk werden gesteld door een parlementslid of een gemeenteraadslid. Nochtans is de afvaardiging in ‘adviesraden‘ of raden van beheer in intercommunales telkens voorwerp van stemming in de gemeenteraad. Blijkbaar is het dus een wijd verspreid verschijnsel, over de partijgrenzen heen.

In Vlaanderen hebben we samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, waar schepenen en raadsleden in zetelen, vaak zonder vergoeding. Dan hebben we natuurlijk nog intercommunales, soms zijn die gericht op streekontwikkeling (zoals DDS – regio Dendermonde of IGEMO – regio Mechelen) of afvalverwerking (bv. IVBO – Brugge, MIWA – Waasland). Uiteraard zetelen schepenen en raadsleden daarin, omdat ze dienstverlening bieden aan de betreffende gemeenten en meestal gaat dit gepaard met een zitpenning. Als we nog verdergaan hebben we de intercommunales voor nutsvoorzieningen (Farys, Infrax …) ook hun raden van bestuur bestaan uit voornamelijk gemeentelijke mandatarissen.

Dat is ook vrij logisch, want gemeenten kunnen een aantal taken gewoonweg niet alleen aan. Het ophalen en verwerken van afval of het ontwikkelen van bedrijfsites of industriegronden is gewoonweg niet mogelijk voor een doorsnee gemeente. Ook voor centrumsteden met een inwonersaantal boven de 60 000 inwoners blijven zulke taken alleen uitvoeren moeilijk haalbaar.

In mijn eigen streek werd de intercommunale Dender-Durme-Schelde in 1970 opgericht, door gemeenten maar ook door vakbonden én werkgevers. Op dat ogenblik was in onze streek een hefboom nodig tot streekontwikkeling en die intercommunale heeft wel degelijk welvaart gebracht. Er zijn industriezones gecreëerd, een recreatiedomein en diverse verkavelingen ontwikkeld.

We zijn nu 47 jaar verder en het beleid van de intercommunales moet zich uiteraard aanpassen aan de nieuwe noden en ecologische uitdagingen. Essentieel blijft wel dat de gemeenten daarmee verbonden blijven in het bestuur, niet alleen omdat ze aandeelhouder zijn, maar ook omdat deze intercommunales in de eerste plaats dienstverlening moeten aanbieden aan de inwoners van deze betrokken gemeenten.

Er zijn ook duidelijke richtlijnen, niet elke functie is verenigbaar met een zetel in de raad van bestuur van een intercommunale, en de vergoedingen worden doorgegeven aan de Vlaamse Regering. Ook de burger kan deze opvragen. De  beste controle is die van de gemeenteraad – zo is er in elke gemeente een commissie die zich buigt over de bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden. Maar de sterkte van deze controle is natuurlijk recht evenredig aan de inzet en kunde van de gemeenteraad. Vandaar dat we in de toekomst beter blijven inzetten op de ondersteuning van het mandaat als gemeenteraadslid, en de transparantie van deze bovengemeentelijke organisaties hoog in het vaandel blijven voeren.

Zie ook mijn eerder pleidooi om de intenties van bepaalde gemeenten om een mogelijke fusie te omzeilen via een doorgedreven samenwerking waarbij de controle vanuit de gemeenteraad minder zichtbaar wordt.

Hebben we dan niet te veel samenwerkingsverbanden en bovengemeentelijke organismen? Ja, en elke politieke partij in Vlaanderen is zich daarvan bewust. Er zijn nu al mogelijkheden om deze verbanden te clusteren en pistes worden onderzocht om hier te komen tot een eenvoudiger en transparantere werkwijze. Over de te volgen methode wordt wel van mening verschild, en de partijprogramma’s binnenlands bestuur 2019 zullen duidelijk maken wie welke keuze wil maken.

Met een mogelijke privatisering moet omzichtig worden omgesprongen – bepaalde gemeentelijke kerntaken die cruciaal zijn voor de dienstverlening zomaar in handen geven van particulieren of buitenlandse aandeelhouders zou de band die er nu is met de gemeenten (en dus indirect met de burger) danig verstoren.

Eveneens moeten we ons ook hoeden voor intercommunales die hun kerntaak uitbreiden met commerciële functies die eigenlijk geen verband meer houden met hun oorspronkelijke doel. Zo kan je je wel de vraag stellen of een drinkwaterintercommunale  zich ook moet bezighouden met kantoorinrichting, touchscreens, digitale borden en bedrijfsfietsen. Hier moeten we ook ons over beraden.

Gelukkig blijven Luikse toestanden ons gespaard – politiek Vlaanderen richt zich meer op het Noorden waar we voorbeelden van ‘good governance‘ en transparantie bekijken en onderzoeken. Maar dit betekent niet dat we op onze lauweren moeten rusten, vereenvoudiging en clustering van die bovengemeentelijke verbanden blijven broodnodig.

Laat ons in godsnaam blijven inzetten op die lokale democratie, onze gemeenteraadsleden – zij hebben de taak om de vinger aan de pols te houden en een kritische houding aan te nemen tegenover deze verbanden. Het is niet omdat Wallonië daar aan verzaakt is, dat we in Vlaanderen rustig kunnen achterover leunen.

Au contraire! 

 

De auteur is Vlaams parlementslid voor de N-VA.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Marius Meremans

Marius Meremans is Vlaams Parlementslid voor N-VA.