fbpx


Cultuur
Benno Barnard

Bruiloft in het Wilde Westen

Dagboekaantekeningen (51)


huwelijk

  Zondag 25 juli Morgen vertrekken Joy en ik opnieuw naar Amerika, waar het bruidspaar op ons wacht. Wit, stralend perspectief! De tijd verschuift met een hoorbare tik, zoals in een ouderwetse klok die vlak voor het uur begint te ratelen: vanaf 31 juli behoren we nog voor we kleinkinderen hebben tot het geslacht der grootouders. Intussen: pandemie. De regelneverij maakt van mijn hoofd een draaitol. Maandag Na een afschuwelijke week vol beslommeringen – vaccinatiebewijzen, covidtesten, formulieren die de schurftige…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


 

Zondag 25 juli

Morgen vertrekken Joy en ik opnieuw naar Amerika, waar het bruidspaar op ons wacht. Wit, stralend perspectief! De tijd verschuift met een hoorbare tik, zoals in een ouderwetse klok die vlak voor het uur begint te ratelen: vanaf 31 juli behoren we nog voor we kleinkinderen hebben tot het geslacht der grootouders.
Intussen: pandemie. De regelneverij maakt van mijn hoofd een draaitol.

Maandag

Na een afschuwelijke week vol beslommeringen – vaccinatiebewijzen, covidtesten, formulieren die de schurftige ziel van een of andere bureaucraat bevredigen – zijn we eindelijk geland in Denver, waar Jim ons opwacht, met naast hem het ademende lijk van mijn arme schoonmoeder in haar rolstoel. Behalve dat een hersenbloeding Betsy in een stotterend drama van amper functionerende ledematen heeft veranderd, is ze de laatste tijd erg doof geworden, wat Jim wrevelig stemt, wat op zijn beurt Joy ergert; ik sla het familietafereeltje met belangstelling gade.
Jim duwt haar schim voort door de onderwereld van de luchthavenparking en kan zijn auto niet vinden.
‘Hoe voel je je, mam?’ vraagt Joy.
‘Wa-wat zeg je?’
‘Hoe voel je je, mam?’
‘Fa-fantastisch.’ Sarcasme is haar vreemd; ze drukt het ideologische optimisme van de Amerikaanse cultuur uit. Hoe betekenisloos ook, je kunt er een maatschappij op bouwen, precies zoals je soep kunt trekken van de graspol waarop een fazant heeft gezeten.
‘Het was vlak bij dat bord van United Airlines.’
We vinden de auto en rijden een paar uur zuidwaarts door Colorado; de bergen – bewegingloos wanneer ik opkijk uit mijn boek (De terugkeer van de hooligan van Norman Manea) – zijn telkens wanneer mijn ogen zich losmaken van de pagina weer wat dichterbij gekropen op hun buik; ten slotte stoppen we bij een motel: Jim en Betsy zijn in Indiana vertrokken en mijn schoonvader heeft de voorbije dagen twintig uur achter het stuur gezeten.

Tien uur ‘s avonds (op bed)

Een depressie van een motel langs Interstate 25: een tl-buis als een verzenuwd knipperend oog boven de ingang, goedkope materialen alom, een ijskoude, naar een overdosis ontsmettingsmiddel ruikende lobby, waar de enige stoel aan je benen in de korte broek plakt zodra je gaat zitten. Een moddervette receptionist achter plexiglas legt vijf minuten na onze binnenkomst de telefoon neer. We zijn ons er toch van bewust dat honden niet zijn toegelaten? Hoewel we geen hond bij ons hebben, en hoewel een hond, een vrolijke hond, leven in dit dode gebouw zou brengen, zijn we ons daarvan bewust. Het ontbijt vinden we in gindse spouwmuur – een kamertje dat niet meer dan twee meter breed is. Et cetera.
Achter ons komt een tweede rolstoel de lobby in, die nu uitpuilt van vermoeid grauw mensenvlees. Een ouwe hippie, met lange slierten grijs haar, geheel gekleed in clichés, vuile tenen, versleten levensgevoel, leunt hijgend op de rugleuning van zijn zwaarlijvige vrouw, die haar rechteronderbeen mist.
Dit beeld gloeit nog na op mijn netvlies. Vrije liefde. Onvrije liefde. Wat zei je ook alweer over medelijden, Friedrich? Deerniswekkende dikzak in je stoel… ben jij dat paard en ben ik de schillenboer die de zweep van de honende superioriteit laat neerkomen op je rug?
Leve het evangelie. Daarvoor heb ik dus dat evangelie nodig.

Middernacht (jetlag)

O zwak moment. Is het evangelie niet vier keer onzin?

Later

Slapeloos. Het is of zo’n motel dagelijks het menselijk tekort inhaleert als een hoertje crack.

Tegen het ochtendkrieken

Waarom zit ik nu toch aan Interstate 25 de memoires van een Roemeense dissident te lezen, terugreizend naar het continent waaruit ik zojuist vertrokken ben?

Dinsdag

We bereiken Pagosa Springs, woonplaats van de bruid, niet ver van de grens met New Mexico. Hier woonde in 2012 Anna bij de zus van Joy. Nog zie ik haar hand die over haar schouder naar ons wuifde bij de douane: ons zwervende kind, met die smalle bruine hand die naar Amerika vertrok, met dat lange zwarte haar dat naar Amerika vertrok…
Heb ik u ooit verteld hoe Christopher zijn cowgirl heeft ontmoet? Anna woonde een jaar bij haar tante in Pagosa Springs en zat in dezelfde klas als Hayley en maakte deel uit van dezelfde meisjesvoetbalploeg, die om het kampioenschap van de staat streed. Toen Joy met de kinderen in de zomer van 2016 haar zus bezocht (Anna woonde inmiddels bij haar grootouders in Indiana), was er een feestje van haar vroegere klasgenoten; ze nam Christopher mee, die ze zonder dralen aan Hayley voorstelde, in wie ze met haar feilloze instinct voor het amoureuze de aangewezen schoonzus zag.

Teleologisch moment!

Alles verliep zoals het moest verlopen: kalm zoemend en klikkend wentelden de vliegwielen van het Fatum naar de Kerstdagen van dat jaar; Christopher was door een vreemd meisje, dat volgens de geruchten als driejarige al op een paard zat, uitgenodigd Kerstmis bij haar thuis te vieren; de ouders zuchtten en de vader posteerde zijn geweer naast zijn bed. Maar de jongen uit Engeland viel mee, zozeer zelfs dat de moeder met een feilloos instinct voor het matrimoniale de ideale schoonzoon in hem begon te zien. Het geweer werd weer in de wapenkast opgeborgen.
En toen belde zijn vader vanuit Engeland en moest de dochter de onbekende jongen troosten en reisden ze samen naar Indiana en luisterden naar de veel te vele toespraken en zagen de op een groot scherm geprojecteerde foto’s van een lachende Anna, en Hayley hield de hand van Anna’s broer vast en liet die niet meer los en merkte dat Anna’s vader, rechts van haar, zijn hoofd steeds dieper op zijn borst liet zakken, als een stervende vogel, en het onbekende meisje, dat nog maar zeventien was, greep ook zijn hand en liet ook die niet meer los, en zij en de vreemde jongen werden samen volwassen.
Pagosa Springs dus.
We rijden langs de rodeo, waar Christopher als vijfjarige op een schaap klauterde en na een paar seconden al in het zand beet: Anna schaterde bij deze duimafdruk van de geschiedenis in de klei van zijn ego. Blauwe bergen rondom, gearceerd met lariksen; herten die zich afzetten tegen de zwaartekracht. Een zandweg van meer dan tien mijl, die een impressionistische groene vallei in voert; dan, eindelijk, doemt in een melkachtige, door de maan gevoede schemering de blokhut op, waar we met enkele andere vrienden en familieleden de komende dagen zullen verblijven. Een logge eland – ik heb nog nooit een eland gezien – beheert de oprijlaan.

Woensdag

Joy en ik bezoeken het ouderlijk huis van de bruid, waar we niet eerder zijn geweest.
Ook het huis van de familie Mitchell, mijlen van het centrum van het stadje vandaan, tussen rotsen en sparren, is helemaal van hout en roept associaties op met Laura Ingalls Wilder – binnen een houtkachel, rustiek meubilair, schietgeweren, dit pioniersgeheel als het ware samengedrukt tot knusheid door de dreiging van de wildernis; om ons heen onverzoenlijke Rocky Mountains, waar bandieten geweerlopen schoonmaken en roodhuiden rond een vuur hurken; ergens is een naar muskus en tabak geurende bar, waar een jonge heethoofdige paardenhandelaar de inhoud van een glas whisky in het met een stoppelbaard uitgedoste ‘doorgroefde gelaat’ van een outlaw smijt, in wiens pupillen het etablissement zich spiegelend vernauwt tot de dodelijke concentratie die aan het vuurgevecht voorafgaat: je weet dat de colt met de zes kamers zes slachtoffers zal maken, van wie er minstens een onder luid gekraak van een houten balustrade neerstort in de gelagkamer…
Juju, wat een ruwe omgangsvormen! Eigenaardig hoe welgestelde Amerikanen die sfeer anderhalve eeuw later onopzettelijk reconstrueren.
En uit de wildheid van dit westen zie ik Zeppora aankomen, zie ik haar hand die naar ons wuift bij de eettafel, waar ze bloementuiltjes schikt: ons schoonkind, met die smalle hand die ons met de geschiedenis verzoent, met dat lange blonde haar dat ons met onze geschiedenis verzoent… Omhelzingen, kussen, Christopher die als een windvlaag van de waranda aan komt zetten…
En ook Bart en Marcy zijn opeens in de kamer. Manifestaties van Amerikaanse hartelijkheid en gastvrijheid. Iemand zet koffie, zowaar in een Italiaanse espressopot met een bakelieten handvat.
Vader en moeder Mitchell hebben we vaker ontmoet, Marcy al in de zomer van 2017, toen Hayley voor het eerst naar Engeland kwam, gechaperonneerd door haar mooie, even blonde, even blanke moeder: deze dochter was naar haar moeder gemodelleerd – en toen Bart ons een jaar later ook bezocht, begreep ik dat het erfelijk materiaal van de Mitchells, een Schotse clan, voornamelijk had gediend om de atavistische trekken van het Sloveense geslacht der Sedejs nader te verfijnen.
Bart en Marcy… wat zal ik over hen zeggen? Wat heb ik met cowboys gemeen? Maar dit zijn aardige cowboys, hartelijke creationisten die naar country luisteren en op Trump hebben gestemd en nu glimlachend toezien hoe hun dochter met een jonge Europese intellectueel trouwt. Zij zijn minder bevooroordeeld dan ik of de verlichte kring waarin ik mij beweeg. Bart is de jeugdpastor van hun evangelical kerk (een bijbaantje), die zaterdag zal voorgaan bij de plechtigheid en ongetwijfeld Paulus’ grote metafoor van de man die zijn vrouw bemint als Christus zijn bruid, het hoofd en het lichaam, u weet wel (of waarschijnlijker, u hebt geen flauw idee) noodlottig zal interpreteren als een oproep tot patriarchaal leiderschap… precies dezelfde uitleg die er ook in mijn verlichte kring aan zou worden gegeven, gesteld dat men die tekst kende… Maar ik mag hem zo graag! Bart, bedoel ik.

Donderdag

Tien minuten rijden van onze blokhut, nog dieper in die groene Bijbelse vallei, is een boerderij met koeien en paarden: hier vindt overmorgen de bruiloft plaats. Een grote negentiende-eeuwse houten schuur, als gebeeldhouwd uit het landschap; een witte tent die plaats biedt aan honderddertig gasten; een openluchtkerk met een portaal van boomstammen en een middenpad van grind, een verhoging van planken met een kruis in het midden, links en rechts halve cirkels van stoelen… Hier moet het gebeuren, hier dringt het verliefde paar de natuur binnen en bedwingt het landschap: de kus verslaat de wildernis, de ringen bedwingen de bergen, die gaan liggen, mak als elanden… en de kunst betreedt het nieuw ontstane Eden, want de schelp van de bergen rondom doet denken aan Botticelli, deze Rocky Mountains dienen om een beetje renaissance te verlenen aan haar die ik zo graag Zeppora noem, Vogeltje, door diezelfde Botticelli geschilderd in de Sixtijnse Kapel.
Verderop boven een bergkam valt een stortbui en nu ontstaat er een tweede schelpvorm, een door de schering van de zon en de inslag van de regen geweven regenboog van jewelste.

’s Avonds

Het traditionele ‘rehearsal dinner’ vindt plaats in een steakhouse in het stadje. Er wordt niets gerepeteerd – tenzij men het kauwen van vlees als dusdanig wil opvatten, want ook zaterdag staat er biefstuk op het menu – maar sinds de dagen dat de precieze slagorde van de beide gastenlegers voorafgaand aan het diner werd geoefend, is de naam onwrikbaar blijven hangen.
Iedereen in de donkere, tamelijk gezellige, van balken en planken gemaakte ruimte schijnt iedereen te beminnen. Het is antropologisch beschouwd de humaniteit van vers aaneengeklonken stammen, tussen wie elke oorlogsdreiging is weggenomen en die daarom vreedzaam de hertenbouten met elkaar delen.
Of ik iets wil zeggen (Joy en ik bieden dit diner namelijk aan, terwijl Bart en Marcy in overeenstemming met de oude gebruiken de bruiloft betalen). Ik zeg dat iedereen hier aanwezig, familie, bruidsmeisjes, bruidsjonkers, een veertigtal gasten in totaal, wat mij betreft een charmante parasiet is. Gelach. Ik ga weer zitten, tamelijk tevreden met mezelf.
‘Wa-wat zei Benno?’ vraagt mijn schoonmoeder.

Vrijdag

Menige gast verblijft op de boerderij, terwijl de bruidsmeisjes en bruidsjonkers verderop onder de bomen bij een riviertje kamperen. We eten hamburgers. We spelen een voetbalwedstrijd, Engeland tegen Amerika; de volksliederen worden gelijktijdig gebruld; de schemering daalt, de bergen worden paars; ik produceer tackles en slidings als in mijn beste dagen; Christopher, die voor Engeland speelt, bezorgt zijn bruid een blauwe plek (‘something borrowed, something blue’); we verslaan de opstandige kolonie onder luid gelach met 10-9.

Zaterdag 31 juli (ochtend)

Op de eerste verdieping van de boerderij laten de bruid en haar gevolg zich opdoffen; ook Joy laat nog een extra decennium aan rimpeltjes wegboetseren, boven al haar door een rode jurk verborgen en ontblote weelde. Ik heb haar nodig voor iets praktisch en betreed de schoonheidssalon: een bordeel uit een western, een voor mannen ontoegankelijke dimensie van gelach en wolken poeder, een naakt roze bovenbeen waaromheen een kousenband wordt bevestigd – dan beginnen de harpijen te krijsen en mij naar buiten te duwen en ik val op de overloop tegen de balustrade, die krakend breekt…

Zaterdag 31 juli (17 u 30)

We schrijden door het portaal van boomstammen, het grindpad af, tot we vooraan plaatsnemen, Joy, de traan op haar wang en ik. Iedereen zit. Op de verhoging wachten rechts van het kruis de bruidsmeisjes, in jurken als snoepgoed, en links van het kruis de bruidsjonkers (een deel van deze jeunesse dorée hebben we al in Washington ontmoet). Albinoni weerklinkt, ‘that song,’ zei Bart gisteren, die zijn dochter naar het geïmproviseerde altaar voert, waar Christopher haar opwacht en Bart in de voorganger verandert.
Het praktische waarvoor ik vanochtend mijn eigen bruid nodig had was diazepam – ik, die nooit hulpmiddelen slik, had deze valium nodig, want ik was als de dood tijdens mijn toespraak straks aan het diner in snikken uit te barsten. Joy knijpt in mijn hand. Ik voel me minder sentimenteel dan ik wel zou willen.
U kunt zich voorstellen hoe het verder verliep; ik heb het al aangekondigd: Bart interpreteerde de heilige Paulus alsof Christopher door met haar te trouwen de meerdere van Hayley werd. Maar ach, ik mag hem zo graag! Wat een vermakelijke gedachte trouwens, dat mijn verlichte vrienden zich zullen opwinden over de achterlijkheid van het tijdeloze sacrament… Maar eerlijk, die tekst over Christus als bruidegom een patriarchale strekking verwijten is net zoiets als je kwaadmaken op de uitdrukking ‘het schip der woestijn’ omdat een kameel geen schip is.
Gisteren vroeg ik Christopher wat hij van Barts paulinische theologie vond. Hij maakte zich er niet druk om – ‘Het is net als zijn creationisme. De schepping is belangrijker dan het isme.’ En voor de rest was Parijs natuurlijk een mis waard.
De mythe, dacht ik na twee ringen en duizend omhelzingen. De mythe van het sacrament. Waarom is het in mijn wereldbeeld zo anders als je zoon een vrouw heeft in plaats van een vriendin? De vrouw als de gesublimeerde vriendin, de mythe als de verabsolutering van het relatieve, de mythe als tijdreis? Meer van je eigen tijd afwijken vergt een machine uit een Engels kinderboek.

Zaterdag 31 juli (tegen acht uur)

We zitten in de tent. Ik krijg geen hap door mijn keel. Nog een pilletje, vader? Tik doet mijn mes tegen het glas, tik-tik
‘(…) De oostenwind collaboreerde met de natuurwetten. Gehoorzaam bewogen de watermoleculen steeds trager. Toen Anna en haar vriendin de plek bereikten, was die bedekt met ijs. De onervaren vriendin reed. Ze waren op weg naar de stad, kerstcadeautjes kopen.
Tien dagen later ontmoette ik Hayley. Het was de Kerstmis van 2016, die Christopher zou doorbrengen bij het meisje dat hij nog helemaal niet kende. En Hayley, zeventien jaar oud, die ons, rouwende ouders, nog nooit ontmoet had, wilde Christopher niet alleen naar Indiana laten reizen. En dus reisden ze samen naar hun volwassenheid.
Ik haalde ze af aan het treinstation. Ze maakten zich los uit de invallende duisternis – ik zag Christopher, ik zag dit onbekende meisje, en ik wist (u zult me op mijn woord moeten geloven), ik wist dat ik mijn schoondochter ontmoette.
Mijn verdriet zou doelloos zijn gebleven als zij het niet was gaan vergezellen. (…)’

Dinsdag 3 augustus 1985

Joy en ik trouwen vandaag in Hastings-on-Hudson, New York, vanuit haar ouderlijk huis. Ik zie er niet slecht uit, met dat haar op mijn schedel. Mijn bruid telt te weinig decennia om er een te laten wegboetseren.

Vrijdag 6 augustus

Zoals in de natuurkunde de wet van Ohm geldt, zo geldt in de liefde de wet van Manea, waarover ik lees in De terugkeer van de hooligan, maar die ik al kende uit eigen smartelijk ervaring: een dierbaar mens is iemand die bij haar afwezigheid een grotere leegte achterlaat dan de ruimte die zij vulde tijdens haar aanwezigheid.

[ARForms id=103]

Benno Barnard