Camiel Van Breedam: Abstracte werken (1956-1962)

Van Breedam is een kunstenaar die met beide voeten stevig in de werkelijkheid staat en in zijn werk uitdrukt wat hem maatschappelijk, sociaal, artistiek en politiek bezighoudt, verontrust, verontwaardigt en interesseert.

De Belgische assemblagekunstenaar Camiel Van Breedam (1936, Boom) liep al op jonge leeftijd in de artistieke kijker. Hij was twintig en studeerde nog aan de Gentse Rijksmiddelbare Normaalschool toen hij in 1957 een eervolle vermelding kreeg in de prestigieuze Prijs Jonge Belgische Schilderkunst (vandaag Belgian Art Prize genoemd). Dankzij de aandacht die hem daardoor te beurt viel, kon hij al in 1958 tentoonstellen in de belangrijke Brusselse galerie Les Contemporains van Elisabeth Rona. Vandaag, 62 jaar later, stelt Van Breedam ruim dertig van zijn vroege abstracte werken tentoon in FeliXart Museum in Drogenbos. Ze maken alle deel uit van zijn ‘witte periode’, te situeren in de jaren 1956-1962.

Tellurium

In 1956 maakte Camiel Van Breedam reliëfs en kleine zinken beelden. Later volgden assemblages, collages, objecten, beelden en environments, waarin sociaal engagement de rode draad en het bindend element vormen. Maar in die eerste, vroege jaren liet Van Breedam zich vooral leiden door de materialen die hij vond in het loodgietersatelier van zijn vader. Ook buitenshuis — de Rupelstreek met zijn talrijke steenbakkerijen — zocht en vond hij recuperatie- en restmaterialen waarmee hij aan de slag kon. Zo is er in de expo een rode sculptuur te zien in Boomse klei.

Voor de driehoekige metalen plaatjes die zo kenmerkend zijn voor zijn vroege werk, haalde Van Breedam de inspiratie bij Paul Klee. Diens werk leerde hij kennen dankzij zijn leermeester Octave Landuyt aan de Normaalschool. Als basis voor de andere vormen in zijn vroege werken haalde hij de inspiratie onder meer uit een tellurium. Dat is een toestel waarmee de bewegingen van de aarde en de maan rondom de zon worden gedemonstreerd. Een exemplaar van zo’n apparaat was te bewonderen achter een raam van het Gentse Museum voor Schone Kunsten, tegenover de Normaalschool. In de expo in FeliXart Museum is er één te zien in een rechthoekige glazen box. Kijk er aandachtig naar en je moet onmiddellijk aan het werk van Paul Klee denken.

Reliëfschilderijen

Van Breedams eerste ‘reliëfschilderijen’ kwamen tot stand op harde vezelplaten waarvoor hij plamuur als achtergrond gebruikte. Daarin verwerkte de kunstenaar onder meer fietsonderdelen (kettingen, spaken, reflectoren), paraplubaleinen, sleutels, zinkdraad, flessenopeners, vorken, platgedrukte muizenvallen en taartenonderleggers. Hij schikte die zo dat er een abstracte compositie ontstond waarin alle onderdelen precies in evenwicht waren. De plamuurlaag bewerkte hij vervolgens met glacis, een zeer dunne, doorzichtige laag olieverf, die hij nadien grotendeels terug afschraapte. Hij deed dit om de verharde materie een specifieke textuur mee te geven. Niet alle werken uit Van Breedams ‘witte periode’ hebben dan ook een zuiver witte achtergrond; grijs, oker, bruin en beige komen er eveneens veelvuldig in voor. Vandaag komen ze nog steeds verrassend fris over.

In zijn beginjaren was Van Breedam vooral beïnvloed door zijn eigen leefomgeving en door Paul Klee. In latere jaren haalde hij zijn inspiratie echter ook bij etnische kunst, Indianen, Joseph Cornell, de Russische avant-garde, Chaïm Soutine, Oskar Schlemmer, Bauhaus, De Stijl, dromen, nachtmerries en rood, de allesoverheersende kleur in zijn leven. Eén van zijn solotentoonstellingen, in het Mechelse museum Kazerne Dossin, droeg dan ook niet voor niets Roodhuid als titel. Toch zou hij later nog meermaals naar de niet-kleur wit teruggrijpen in zijn werk. Dat lieten expo’s in onder meer het Antwerpse ’t Elzenveld in 2000 en bij Galerie William Wauters in Oosteeklo in 2002 zien.

G58

Na zijn legerdienst in 1959 ontmoette Van Breedam de Antwerpse cultuurjournalist Marc Callewaert. Die werkte bij de Gazet van Antwerpen. Callewaert lijfde hem met terugwerkende kracht in bij de in 1958 opgerichte kunstenaarsgroep ‘G58’, waarvan hij de voorzitter was. G58 telde 28 stichtende leden, onder wie Vic Gentils, Walter Leblanc, Dan Van Severen, Paul Van Hoeydonck en Jan Dries. Van Breedam behoorde samen met kunstenaars als Cel Overberghe en Wim (Wannes) Van de Velde tot de jongeren van de Antwerpse artistieke bende. G58 vond zijn ontstaan in de onvrede van tal van Antwerpse kunstenaars met het bijna volledig ontbreken van officiële ondersteuning van hedendaagse kunst en liep vooruit op de Wereldtentoonstelling Expo ’58 in Brussel. Het epicentrum van de Belgische hedendaagse kunst lag toentertijd in onze hoofdstad. Daar waren heel wat Antwerpse kunstenaars niet gelukkig mee. Zij voelden zich veronachtzaamd.

Het Hessenhuis op de Falconrui in Antwerpen was de uitvalsbasis van G58. Daar vonden tussen 1958 en 1962 — in dat jaar hield G58 er officieel mee op — talrijke groeps- en solotentoonstellingen plaats. Zowel van de stichtende leden als van uitgenodigde kunstenaars. Van Breedam exposeerde er op twee jaar tijd (1959-1961) maar liefst zes keer. Van G58 ging een groot elan uit. Er ontwikkelde zich immers enkele jaren lang een experimentele en pluralistische Vlaamse kunst. Die had nauw contact met internationale kunststromingen zoals Zero. Voor de jonge Van Breedam was G58 dan ook een eyeopener van formaat. Na het avontuur van G58 trad hij in 1964 toe tot de surrealistisch geïnspireerde internationale kunstbeweging ‘Phases’. Die werd Parijs opgericht door de dichter Edouard Jaguer. Omstreeks die tijd maakte hij de overstap van reliëfschilderijen naar driedimensionale assemblages. Daarmee kwam hij geleidelijk aan los van de abstractie.

Groot wit

Camiel Van Breedam ontving de eervolle vermelding in de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst voor een ensemble van zes werken. Eén ervan, Groot wit (1957), is exemplarisch voor waar hij toen mee bezig was. De kunstenaar heeft het ongetwijfeld tentoongesteld in het Hessenhuis tijdens zijn G58-jaren. Toen in datzelfde Hessenhuis in 1985 een retrospectieve plaatsvond van de vernieuwende kunstenaarsbeweging, aangevuld met recent werk van de stichtende leden, was het opnieuw te zien en ook afgedrukt in de bijbehorende catalogus. Het is nu nogmaals te bewonderen in de expo in FeliXart Museum én in de begeleidende catalogus.

Het rechthoekige werk van 95 (H) bij 115 (B) bij 5 cm (D) is gevat in een smalle houten kader. Daarin bevindt zich een vuilwitte of vaalgele plamuurlaag waarin, netjes op een rij, drie van een donkerbruine achtergrond voorziene objecten zijn aangebracht. De buitenste objecten zien er gelijkaardig uit. Vanop een afstand lijken het wel tennisrackets. Bij nader toezien bestaat de linkse racketvorm uit een metalen taartenonderlegger waaraan een lange steel is vastgemaakt die is samengesteld uit diverse metalen onderdelen. De rechtse racketvorm telt talrijke rijen horizontaal georiënteerde metalen staafjes. Op een aantal plaatsen worden de rijen doorsneden door verticaal aangebrachte staafjes. De suggestie van een tennisracket is hier veel duidelijker.

Het middelste object is wat kleiner van formaat dan de flankerende. De op het eerste gezicht op een figuurtje van Klee lijkende constructie is eveneens samengesteld uit metalen onderdelen. Het hoofdje bestaat uit een met een ketting omwonden ovaal, het lichaam uit twee strak afgelijnde verticale kettingen met wat witruimte ertussen en het onderlichaam uit een smalle pin. Halverwege het corpus is een horizontale balkvorm geschilderd, bedekt met een ketting van dezelfde makelij. Aan beide uiteinden van de balkvorm zijn twee verticaal geplaatste ‘stompen’ geplaatst die er als handen uitzien. Het geheel doet op een of andere manier denken aan Afrikaanse kunst, waarvoor Van Breedam grote belangstelling heeft. Zo dragen tal van zijn vroege, ‘witte’ werken een Afrikaanse titel.

Boekobjecten/collageboeken

Tegelijk met de expo van het vroege werk van Camiel Van Breedam in FeliXart Museum loopt er nog een andere tentoonstelling van hem in de Bibliotheca Wittockiana — Museum van de Boekkunsten en de Boekband in Sint-Pieters-Woluwe. Een vijftigtal van Van Breedams boekobjecten/collageboeken gaat er in dialoog met uitzonderlijke boekbanden uit de collectie van de Bibliotheca Wittockiana, een privémuseum met bibliotheek dat uitgroeide tot een internationaal erkend centrum. Het museum is ontwikkeld vanuit de privéverzameling van bijzondere boekbanden van de Belgische industrieel Michel Wittock, die eerder dit jaar op 84-jarige leeftijd overleed.

Van Breedams boekobjecten/collageboeken bestaan veelal uit houten kastjes waarin collages te zien zijn die de kunstenaar samenstelde met onder meer boekbanden waarvan het boekblok is verwijderd, partituren, wegenkaarten, knopen, blaadjes uit stokoude notitieboekjes, papier met roestvlekken, boomblaadjes, enveloppen, handgeschreven notities, officiële documenten, houten plankjes en metalen onderdelen.

Archivaris

Naast kastjes etaleert Van Breedam in het museum ook boekbanden zonder boekblok die half geopend rechtop staan. Daar waar het boekblok zat, heeft hij meestal driedimensionale collages aangebracht met behulp van andere, kleinere boekbanden, oude foto’s, grote drukletters, marmerpapier, houten en metalen staafjes en andere materialen. Het resultaat — een combinatie van collage en assemblage — oogt nooit minder dan poëtisch. Het is inderdaad verbazend om vast te stellen hoe de kunstenaar er telkens opnieuw in slaagt om, met oude boeken en documenten als basismateriaal, unieke, bibliofiel aandoende ‘publicaties’ tot stand te brengen die het oog blijvend verbazen en de geest voortdurend uitdagen.

Los daarvan bevatten Van Breedams boekobjecten/collageboeken — soms in de titels alleen al — tal van cultuurhistorische verwijzingen naar onder meer De Stijl, het werk van Mondriaan, de Russische expressionistische schilder Alexej von Jawlensky, de Amerikaans-indiaanse activist Leonard Peltier, de Frans-Russische schilder Nicolas de Staël en de Amerikaanse schrijver William Faulkner. Van Breedam is een kunstenaar die met beide voeten stevig in de werkelijkheid staat en in zijn werk uitdrukt wat hem maatschappelijk, sociaal, artistiek en politiek bezighoudt, verontrust, verontwaardigt en interesseert.

Open en gesloten

Het is trouwens niet de eerste keer dat Van Breedam — de onvermoeibare archivaris van ‘prullaria’ die anders onherroepelijk verloren zouden gaan — boekobjecten/collageboeken tentoonstelt. Al in 2003 vond er bij boekenantiquariaat Demian in Antwerpen onder de titel livresse een tentoonstelling plaats met een gelijkaardige opzet. Alleen waren daar naast ‘open’ boekobjecten ook met touw bij elkaar gebonden en dus ‘gesloten’ mappen met documenten en handschriften te zien. In de catalogus bij die tentoonstelling schreef Etienne Wils: ‘Maar toch zijn er als het ware mazen in het net, waardoor fragmenten van informatie hun weg vinden. Een flard van een handgeschreven tekst, tekens op de ruggen van grootboeken, sierletters op rouwkaartjes,…Daar gaat de kracht werken van een dialectiek die bij Camiel Van Breedam al vaker gezorgd heeft voor aangrijpende limietervaringen: de wisselwerking tussen open en gesloten.’

Praktisch

De expo Camiel Van Breedam. Abstracte werken (1956-1962) loopt nog tot 24 januari 2021 in FeliXart Museum, Kuikenstraat 6, 1620 Drogenbos.
www.felixart.org | info@felixart.org
T 02 377 57 22
Catalogus beschikbaar.
In het kader van de coronacrisis: vergeet niet te reserveren via het online reserveringssysteem of telefonisch.

De expo Camiel Van Breedam loopt nog tot 31 januari 2021 in Bibliotheca Wittockiana, Bemelstraat 23, 1150 Sint-Pieters-Woluwe.
www.wittockiana.org | info@wittockiana.org
T 02 770 53 33
Catalogus beschikbaar.
In het kader van de coronacrisis: vergeet niet minstens 24u voor je bezoek te reserveren via e-mail.

Patrick Auwelaert :Patrick Auwelaert (1965) schrijft recensies, artikels en essays over literatuur, muziek, beeldende kunsten, film, design en geschiedenis. Hij is redacteur van de tijdschriften Passage: Tijdschrift voor Europese Literatuur en Cultuur en Jazz& mo'.