Catalonië veroorzaakt wereldwijd deining onder politicologen

1 oktober 2017 werd er gestemd en geteld in Catalonië, her een telbureau in Barcelona.

Tanià Verge is een collega van mij aan de Universiteit Pompeu Fabra in Barcelona. Zij werd in september vorig jaar door de Catalaanse regering aangesteld als lid van de ‘sindicatura electoral’. Dat was het officiële orgaan dat moest toezien op het goede verloop van het onafhankelijkheidsreferendum en ook de resultaten ervan moest vaststellen. Naast Tània Verge zat er nog één andere politicoloog in de commissie, en drie juristen. De Spaanse regering vocht de oprichting van deze commissie meteen aan bij het Grondwettelijk Hof. Dat Hof legde vervolgens een dwangsom op van 12.000 euro per persoon voor elke dag dat ze lid bleven van de Commissie. Daardoor konden de leden niet anders dan ontslag nemen. Dit was, tussen haakjes, een zware slag voor de organisatie van het referendum. Want nu was er geen neutrale instantie die de resultaten officieel kon vaststellen.

Spaanse gerecht in Catalonië

Dat was slechts het begin van de lijdensweg voor de commissieleden. Zij worden nu vervolgd door het Spaanse gerecht. Dat kortstondige lidmaatschap zou toch maar als een pekelzonde worden beschouwd, dachten velen. Maar dat was buiten het Spaanse repressieapparaat gerekend. Eind oktober raakte bekend dat het Openbaar Ministerie hen nu ‘ongehoorzaamheid en misbruik van publieke functies’ ten laste legt.

Als straf stelt het parket twee alternatieven voor: een gevangenisstraf van zo maar liefst 2,9 jaar ofwel een jaar verlies van politieke rechten en een boete van 5.400 euro.

Die beslissing kwam als een enorme schok voor de vijf academici. Er is een zeer reële mogelijkheid dat zij voor bijna drie jaar achter de tralies moeten. Alsof het hier om zware criminelen gaat. De beslissing daarover zal wellicht pas in de tweede helft van 2019 vallen. De vijf academici moeten dus nog een jaar verder met dit vreselijke zwaard van Damocles boven hun hoofd. Bemerk overigens dat de taak van deze commissieleden en die van de door de Catalaanse regering aangeduide internationale waarnemers sterk vergelijkbaar was.

Academische verontwaardiging

De verontwaardiging hierover in de academische gemeenschap is groot. Je kunt tegen Catalaanse onafhankelijkheid zijn of tegen het referendum, maar iemand voor bijna drie jaar opsluiten wegens het lidmaatschap van een verkiezingscommissie? Dat is toch echt wel buiten alle proportie. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Unie dat politicologen worden bedreigd met een gevangenisstraf omdat ze gewoon hun job hebben gedaan. Want uiteindelijk zijn ze enkel maar ingegaan op een vraag van de Catalaanse regering, die een tenslotte een wettige autoriteit is in Spanje.

Advertentie

Ook wie het referendum als illegaal beschouwt moet erkennen dat de verantwoordelijkheid daarvoor bij de politici ligt. Het is een beetje alsof je de bijzitters voor de ongrondwettelijke Belgische verkiezingen van 2010 zou vervolgen omdat ze zijn ingegaan op de vraag van de overheid om te gaan zetelen in een stembureau.

Half november werd er, voornamelijk onder politicologen, een petitie gelanceerd om de vervolging van de academici aan te klagen. De respons daarop was groot. Belangrijk daarbij was vooral dat niet enkel individuele politieke wetenschappers, maar ook een aantal associaties van politieke wetenschappers de petitie onderschreven. De eerste vereniging die op de kar sprong was de Britse Political Studies Association (PSA).

Daarna volgde de American Political Science Association (APSA), de meest prestigieuze politicologische beroepsvereniging. Deze organisatie schreef een vlammende brief aan Spaans eerste minister Sánchez. De aanklacht van APSA was zelfs nog scherper geformuleerd dan in de petitie: ‘Levying criminal charges against impartial election observers severely undermines the Spanish government’s commitment to democratic processes and the rule of law as well as free expression. It also violates the freedom of political scientists and all scholars to meaningfully engage with the institutions, processes, and people they study. We strongly urge the Spanish government to end the intimidation of these scholars and to drop the charges immediately.

Vorige week volgde dan de steun van de Canadian Political Science Association (CPSA), eveneens via een scherpe brief aan premier Sánchez.Ook vorige week werd de tekst van de petitie gepubliceerd in The Guardian, samen met de lijst van de meer dan 400 ondertekenaars, onder de titel: ‘Grave concern for electoral monitors facing jail in Spain’.

Europa zwijgt liever over Catalonië

Het loont de moeite om die lijst van ondertekenaars eens van dichtbij te bekijken. Er zitten een aantal verrassende namen bij van Belgische politicologen, Vlaamse en Franstalige. Van de meesten daarvan weet ik dat ze niets moeten weten van separatisme, in Vlaanderen of in Catalonië. Toch hadden ze de moed om de nek uit te steken voor hun Catalaanse collega’s. Want het gaat hier niet om de vraag of Catalonië onafhankelijk moet worden of niet. Het gaat, zoals APSA het formuleert, om de bescherming van de academische vrijheid en de rechtsstaat.

Maar dan was de vraag: wat doet de Europese tegenhanger van APSA, het European Consortium of Political Research (ECPR)? Nadat PSA en APSA hun steun hadden verleend werd er bij het ECPR-bestuur op aangedrongen om het ook op te nemen voor de twee vervolgde Catalaanse politicologen. Dit twaalfkoppige bestuur telt ook twee Vlaamse politicologen, waarvan één de petitie wel heeft ondertekend, en één niet.

Uiteindelijk besliste het ECPR-bestuur om de petitie niet te steunen. Volgens de organisatie gaat het hier immers niet om een kwestie van academische vrijheid. Het gaat om een politiek dispuut tussen verschillende overheden. ECPR wil hier naar eigen zeggen niet in betrokken raken. Dat Tanià Verge en haar collega’s voor bijna drie jaar zou worden gevangen gezet, louter en alleen omdat ze als politicologen deel hebben uitgemaakt van een door een wettige regering ingestelde kiescommissie, dat vindt ECPR dus een verdedigbare positie in een democratische rechtsstaat. Je kunt daar voor of tegen zijn, maar hier zijn volgens de organisatie geen fundamentele waarden in het geding. Dat weten we ook alweer.

Spaanse druk

In werkelijkheid vreest ECPR dat de Spaanse universiteiten zich uit de organisatie zouden terugtrekken. Na de steunbetuiging van PSA en APSA hebben Spaangezinde academici inderdaad een tegenoffensief gelanceerd. Via twitter beschuldigden ze die organisaties van partijdigheid en onprofessioneel gedrag. Sommigen juichen het zelf toe dat de leden van de kiescommissie zo streng worden gestraft.

136 Spaanse academici hebben ook een antwoord geformuleerd op de petitie. Die repliek is vorige week gepost op de PSA-website.

Hierin wordt gewaarschuwd voor diegenen die erop uit zijn om de internationale publieke opinie op te hitsen tegen Spanje. Daarna volgt een omstandige juridische uitleg. Die 136 Spaanse academici vinden het met andere woorden volstrekt normaal dat hun collega’s voor bijna drie jaar kunnen worden opgesloten. Het is ronduit beangstigend dat er in Spanje 136 professoren bereid gevonden worden om zo een onmenselijk standpunt te onderschrijven. Dat alleen al bewijst dat er iets grondig mis is met dat land.

Advertentie
Bart Maddens :Bart Maddens (1963) is germanist en politieke wetenschapper. Als student was hij actief in het KVHV van Leuven en in de Volksunie-Jongeren. In de jaren 1990 was hij lid en bestuurder van het IJzerbedevaartcomité. Vandaag publiceert hij regelmatig opiniestukken over de Vlaamse Beweging en de staatshervorming. Hij is auteur van onder meer 'Omfloerst separatisme. Van de vijf resoluties tot de Maddens-strategie'.