fbpx


Binnenland
cdH

cdH wil avondklok beperken tot maximaal tien dagen

Langere uitzonderingstoestanden alleen na degelijk debat, zeggen de Franstalige christendemocraten



De cdH-Kamerfractie heeft een alternatief voorstel om de pandemiewet onnodig te maken. Voor de Franstalige christendemocraten kan de noodtoestand uiterlijk tien opeenvolgende dagen duren, en vervalt ze dan automatisch. Daarna is het aan het parlement om verregaande en langdurige maatregelen te bespreken. ‘Als we niet opletten gaat de regering naar permanente crisiswetgeving à la carte,’ zegt kamerlid Vanessa Matz. De cdH-oppositie in het federale parlement wil de wet op de civiele veiligheid uit 2007 wijzigen met een opmerkelijk voorstel. Voor…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De cdH-Kamerfractie heeft een alternatief voorstel om de pandemiewet onnodig te maken. Voor de Franstalige christendemocraten kan de noodtoestand uiterlijk tien opeenvolgende dagen duren, en vervalt ze dan automatisch. Daarna is het aan het parlement om verregaande en langdurige maatregelen te bespreken. ‘Als we niet opletten gaat de regering naar permanente crisiswetgeving à la carte,’ zegt kamerlid Vanessa Matz.

De cdH-oppositie in het federale parlement wil de wet op de civiele veiligheid uit 2007 wijzigen met een opmerkelijk voorstel. Voor haar kan de noodtoestand niet in een zogenaamde ‘pandemiewet’ worden gegoten omdat die manier van werken van de noodtoestand een permanente toestand maakt.

Vrijheidsberovende maatregelen

‘Uitzonderingen in noodsituaties moeten altijd mogelijk zijn,’ zegt de Luikse christendemocrate Vanessa Matz aan Doorbraak. ‘Maar met een pandemiewet veranker je vrijheidsberovende maatregelen in een wet en zet je het parlement buitenspel. Wij stellen daarentegen voor om de uitzonderingstoestand maximaal tien dagen te laten duren, om daarna het parlement in te schakelen voor een gedegen discussie over maatregelen zoals de avondklok, of mondmaskerplicht.’

Matz is de indiener van het voorstel. Concreet vindt het cdH dat de regering zich bezondigt aan langdurige inbreuken op het recht op arbeid, het recht op vereniging, het recht om te gaan waar je wil, en het recht op onderwijs. Deze rechten dreigen met een pandemiewet permanent te worden gekortwiekt.

Crisisbeleid à la carte

Momenteel zijn er drie wetten waarop de federale regering zich beroept om de coronamaatregelen te legitimeren: de wet op de civiele veiligheid van 2007, maar ook de wet op de civiele veiligheid uit 1963, en de wet op het politieambt van 1992 die vooral de lokale besturen gebruiken om verregaand in te grijpen om de openbare orde te handhaven. Voor cdH is echter alleen de wet uit 2007 een voldoende juridische basis om ministeriële noodbesluiten in te roepen, en dan nog tijdelijk. ‘Ministeriële besluiten op basis van de wet uit 2007 geven de regering voldoende mogelijkheden om kortstondig op te treden, zoals tijdens het begin van de crisis het geval was.’

‘Maar het gevaar bestaat dat de regering nu een pandemiewet wil doorvoeren die zeer vrijheidsbeperkend werkt zonder dat er een einddatum aan die maatregelen gekoppeld wordt, en dat er anderzijds ook nog beroep kan worden gedaan op de wet uit 2007, als de regering dat nodig acht. Dat wordt dan een crisisbeleid à la carte: een pandemiewet voor langdurige maatregelen, met daarbovenop dan nog eens de wet uit 2007 voor wanneer de regering zonder veel debat nog meer maatregelen wil nemen in noodsituaties. Dat is een gevaarlijke situatie en zet het parlement en de burger permanent buitenspel.’

33 besluiten, beroep onmogelijk

Matz’ voorstel tot wetswijziging doet uit de doeken hoe de normale beroepsmogelijkheden tijdens de crisis buitenspel zijn gezet. ‘In totaal werden tijdens de Covid-19-crisis niet minder dan 33 ministeriële besluiten uitgevaardigd (…) Die urgentie mag echter nooit als verantwoording op lange termijn worden ingeroepen, want een langetermijnsituatie impliceert per definitie dat de staat langere procedures kan volgen die de inachtneming van de rechtsstaat waarborgen. Thans wordt geredetwist over de vraag of de regering het kon en kan (blijven) maken de gezondheidscrisis aan te pakken en de rechten en vrijheden van onze medeburgers te ondermijnen door middel van ministeriële besluiten die op de drie voormelde wetten berusten.’

‘Die vraag is des te prangender omdat de afdeling Wetgeving van de Raad van State nooit werd geraadpleegd over ook maar één van de 33 voormelde ministeriële besluiten. Enerzijds werden de beroepen die bij uiterst dringende noodzakelijkheid tegen de bij ministerieel besluit (maar ook door de gemeentebesturen) genomen maatregelen bij de Raad van State werden ingesteld, vrijwel allemaal verworpen. In bijna alle gevallen heeft de Raad van State immers geoordeeld dat niet aan de voorwaarden voor uiterst dringende noodzakelijkheid was voldaan omdat de beroepen waren vervallen ingevolge de wijziging of de vernietiging van de betwiste normen, dan wel omdat de gronden niet ernstig waren. Slechts een zeer gering aantal beroepen leverde resultaat op. Eén beroep heeft met name geleid tot voorlopige maatregelen waarbij de staat werd gelast zijn standpunt te herzien, omdat het rechtscollege van oordeel was dat de beperkingen van de religieuze vrijheid niet in verhouding stonden tot het oogmerk, zijnde het beperken van de verspreiding van Covid-19,’ zo staat in het voorstel.

Tweemaal vijf dagen

Met andere woorden: de regering heeft het afgelopen jaar zoveel eenzijdige ministeriële besluiten genomen, dat elk beroep ertegen onmogelijk was omdat de beroepstermijnen werden ingehaald door alweer een ander besluit, dat een lichte wijziging van de situatie inhield. Zo schep je een permanente juridische uitzonderingstoestand.

Het cdH stelt voor om de noodtoestand uiterst tijdelijk te maken. Voor de partij kunnen zo situaties van de 33 wijzigingen van ministeriële besluiten uitgesloten worden, met name om de avondklok onnodig lang te laten voortduren. ‘Aldus wordt beoogd te beletten dat een ministerieel besluit tot invoering van een avondklok langer dan tien dagen (tweemaal vijf dagen) van kracht zou kunnen zijn door telkens het tijdstip van aanvang en einde, dan wel de uitzonderingen erop te wijzigen. Evenmin zal een ander ministerieel besluit met betrekking tot het verplicht dragen van een mondmasker langer dan tien dagen kunnen gelden door de plaats waar het moet worden gedragen of de nadere regels ter zake te wijzigen.’

[ARForms id=103]

Christophe Degreef