fbpx


Geschiedenis
Olympiada

Collaboratie uit overtuiging

Een Russisch echtpaar tegen de bolsjewieken



Olympiada Poljakova was een journaliste, literatuurcritica en activiste binnen de Russische emigratie. Ze schreef onder het pseudoniem Lidija Osipova Dagboek van een collaborateur. Poljakova werd in 1902 geboren in Novotsjerkassk in het zuiden van Europees Rusland. In 1919 trouwde ze met Nikolaj Poljakov, een 13 jaar oudere hoogleraar geschiedenis. Het paar is fel gekant tegen het bolsjewistische regime en verhuist voortdurend binnen de immense Sovjet-Unie om aan denunciatie en arrestatie te ontkomen. De Duitse inval in 1941 biedt hen kansen.…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Olympiada Poljakova was een journaliste, literatuurcritica en activiste binnen de Russische emigratie. Ze schreef onder het pseudoniem Lidija Osipova Dagboek van een collaborateur. Poljakova werd in 1902 geboren in Novotsjerkassk in het zuiden van Europees Rusland. In 1919 trouwde ze met Nikolaj Poljakov, een 13 jaar oudere hoogleraar geschiedenis. Het paar is fel gekant tegen het bolsjewistische regime en verhuist voortdurend binnen de immense Sovjet-Unie om aan denunciatie en arrestatie te ontkomen. De Duitse inval in 1941 biedt hen kansen.

Op de vlucht binnen de Sovjet-Unie

Dissidentie tijdens het interbellum betekende vooral de nek niet te veel uitsteken. Nikolaj werkt onder andere als docent geschiedenis aan verschillende ‘onbeduidende instituten’, maar ook als portier, nachtwacht en administratief medewerker.

Ook Olympiada wisselt nogal eens van ambacht. Over haar tijd als boekhouder van een Moskous ziekenhuis in de jaren dertig schrijft ze: ‘De leidinggevende arts, de magazijnchef en alle andere hooggeplaatste partijleden stalen als de raven. Alles wat ze maar konden pakken, ging mee. Er was niemand die er ook maar iets van zei. Op een keer nam een verpleegster een stuk witbrood mee dat een patiënt had laten liggen. Ze wilde het aan haar kind geven. Ze werd betrapt en kreeg vijf jaar werkkamp.’

Interne emigranten

De nog jonge communistische staat was voor velen een ramp gebleken. Aan het begin van de jaren dertig was er in de Sovjet-Unie een hongersnood die net zoveel slachtoffers eiste als het totale aantal doden dat viel in de Eerste Wereldoorlog. In 1940 was de gemiddelde levensverwachting van vrouwen 41 en die van mannen 38 jaar. Niet alleen aristocraten en oudgedienden uit het Witte Leger waren tegen de Sovjets, maar mensen van alle leeftijden en uit alle sociale lagen.

Zelfs een groot aantal jongeren die waren opgevoed met Lenin, communistische marsen en de rode vlag, hadden weinig op met de onbehouwen nieuwe staatsmacht. Openlijk verzet was echter dodelijk. Er ontstond een grote groep van zogenaamde ‘interne emigranten’. Voor het oog van de samenleving waren ze grijze muizen die hun werk naar behoren verrichten, alleen in vertrouwelijke kring konden ze hun gal spugen. En wachten tot het moment daar was om eindelijk af te rekenen met de gehate communisten. De komst van de Duitsers werd door hen als een enorme kans gezien.

In 1941 wonen Nikolaj en Olympiada in het stadje Poesjkin ten zuiden van Sint-Petersburg. Ze zagen de nazi’s als ‘een tijdelijk kwaad dat duidelijk te verkiezen was boven het bolsjewisme dat veel gevaarlijker was.’ Op 22 juni 1941 noteert Olympiada in haar dagboek: ‘Heel Rusland wacht op de overwinning van de vijand. Om het even wie. Dit verdomde regime heeft alles van ons afgepakt, zelfs onze liefde voor het vaderland.’ En op 19 september 1941: ‘Eindelijk: DAAR ZIJN DE DUITSERS! Eerst was het moeilijk te geloven. We kwamen uit de bunker en zagen ze gewoon over straat lopen. Twee Duitse soldaten.’

Sicherheitsdienst en badhuis

Tijdens de eerste maanden van de bezetting woont het echtpaar in het voormalige conservatorium, waar ze een kamer delen met twee anderen. Er heerst hongersnood en de enige kans op broodwinning ligt in een samenwerking met de Duitsers. Na kennismaking met een Wolgaduitser die als tolk werkt, krijgt Nikolaj van de Sicherheitsdienst (SD) die zetelt in het Catharinapaleis, de voormalige zomerresidentie van Catharina de Grote, de opdracht een historisch onderzoek te schrijven over de ‘geschiedenis van het badhuis’. De achterliggende gedachte moet volgens de SD zijn dat de Germanen het badhuis in het oosten hebben geïntroduceerd. Het eerste contact is gelegd en als vergoeding mag de uitgehongerde ‘professor’ een aantal keren soep komen eten in de kantine van de beruchte staatsinlichtingendienst van Reinhard Heydrich. Ook krijgt hij van de burgemeester toestemming boeken te redden uit de bibliotheken van leegstaande landhuizen en appartementen.

Het thema badhuis achtervolgt de Poljakovs. Via een kamergenote krijgt Olympiada werk als ‘ontsmettingsspecialist’ in het plaatselijke badhuis. In een ketel moet ze de kleren van de krijgsgevangenen koken, terwijl de gevangenen zelf ‘grondig worden gereinigd’ ter voorkoming van tbc en andere ziekten. Hier komt aan haar aanvankelijke euforie over de Duitsers langzamerhand een einde: ‘Ik hoorde achteraf hoe een oudere krijgsgevangene door een bewaker werd doodgeslagen en een van de badhuisvrouwen de Duitser aanviel. Ik ben blij dat ik het niet heb mee moeten aanzien.’ En iets verderop: ‘De Duitsers zijn vreselijk onbeschaafd. Tijdens het eten laten ze ongegeneerd winden en boeren. Zelfs de grootste lomperd onder de Russische boeren zou zoiets nooit doen. En dat zijn dan de zogenaamde ‘Herrenmenschen‘, zonen van Goethe en Schiller…’

Hongersnood

Het leven in Poesjkin, dat slechts 23 kilometer is verwijderd van het omsingelde Leningrad, is door de voortdurende bombardementen en beschietingen zeer zwaar. Ook de levensmiddelenschaarste laat zich voelen. Een groep invaliden uit het tehuis voor gehandicapten stuurt een verzoekschrift aan de Duitse commandant: ‘Wij verzoeken om toestemming de lichamen van overleden bewoners als voedsel te mogen nuttigen.’

De Duitser is hierover zo woedend dat hij het tehuis laat evacueren. Olympiada Poljakova: ‘Zoals we inmiddels weten, eindigt zo’n evacuatie naar alle waarschijnlijkheid in een massagraf bij Gatsjina. Of het nu fascisten of communisten zijn, in wreedheid en onmenselijkheid doen ze in niets voor elkaar onder.’

Een nieuw begin in Pavlovsk

In de lente van 1942 raakt Olympiada besmet met vlektyfus. Door de voortdurende honger is ze aan het einde van haar krachten. Ze heeft voor zichzelf de hoop al opgegeven. Maar na een maand in het hospitaal komt ze er weer bovenop. Het paar ontmoet bovendien een SD’er uit München met wie ze vriendschap sluiten. Hij voorziet ze van levensmiddelen en biedt een nieuwe kans: Nikolaj wordt directeur van de school in Pavlovsk. Drie kilometer ten zuidoosten van Poesjkin en dus verder van het front. Ze krijgen een appartement toegewezen met een keuken die ze delen met een ouder echtpaar.

Boven hen wonen enkele jonge vrouwen die vaak Duitsers ontvangen. Op een vroege morgen stormen enkelen, na een nachtelijk feestje bij de dames boven, de kamer van de Poljakovs binnen ‘op zoek naar partizanen’. Olympiada herkent een Belgische Oostfronter. Ze dreigt in het Frans hem bij de commandant aan te geven over het bezoek bij de twee vrouwen boven. De Belg en zijn makkers verlaten het appartement onverrichter zake. Later hoort ze op de Kommandantur dat twee Duitse soldaten het huis noemen: ‘Daar moeten we in ieder geval niet meer naar toe. Onder die twee meiden woont een oude heks die in het buitenlands vervloekingen uitspreekt.’

Al dan niet gebruik makend van deze weinig vleiende woorden, legt Olympiada zich toe op het voorspellen van de toekomst met tarotkaarten. Ze krijgt een vaste clientèle onder Russische vrouwen die omgaan met Duitse soldaten en officieren en daardoor goed in de levensmiddelen zitten. Door haar mensenkennis en enkele toevalstreffers maakt ze naam als ‘waarzegster’. De vrouwen stoppen haar als dank voor haar ‘gave’ brood, margarine, kunsthoning, meel en zelfs worst toe. Samen met het rantsoen van haar man begint het leven er weer rooskleuriger uit te zien. Ook Duitse officieren komen naar haar seances.

De blauwe divisie

In de zomer van 1942 arriveert de ‘Blauwe Divisie’ in Pavlovsk. Dit is een Spaanse eenheid van vrijwilligers die aan Duitse zijde dient. Olympiada leert de tolk van de Spanjaarden kennen, een Russische emigrant die in de Burgeroorlog aan de zijde van Franco vocht. Hij helpt haar voor een steekpenning aan een baantje als opzichter van de wasserette voor de Spaanse vrijwilligers.

Op 25 augustus 1942 schrijft ze hierover: ‘De Spanjaarden hebben onze voorstelling over elegante en trotse mensen danig teleurgesteld. Het zijn kleine, drukke draaikonten, net aapjes. Ze zijn altijd goed voor oplichterijen en diefstalletjes. In dat opzicht doen ze ook een beetje aan zigeuners denken. Aan de andere kant zijn ze goedgeefs en openhartig. Alle meisjes die vroeger met de Duitsers heulden, zijn direct naar de Spanjaarden overgestapt. De Spanjaarden zelf zijn ook gek op de Russische meisjes.’

Olympiada

Soldaten van de Blauwe Divisie, Spaanse vrijwilligers in het Duitse leger.

‘Tussen de twee bezetters bestaat nu een voortdurende concurrentiestrijd. De Spanjaarden krijgen twee rantsoenen, een van hun regering en een van het Duitse leger. Wat ze te veel hebben gaat naar de bevolking. Die weet dat naar waarde te schatten en staat op goede voet met de Spanjaarden, iets dat de grimmige Duitsers nooit hebben kunnen bereiken. De kinderen zijn ook dol op de José’s en Pepe’s. Als een Spanjaard over straat loopt, wordt hij altijd omzwermd door een groep kinderen.’

Volksaard

Op 5 oktober 1942 vervolgt ze haar analyse van de Spaanse en Duitse volksaard: ‘Het is interessant om parallellen te trekken tussen de Duitsers en Spanjaarden zoals wij ze zien:

  1. De Duitsers zijn meestal rustig van aard, maar ook zeer egoïstisch en grof, vooral tegenover vrouwen. De Spanjaarden zijn luid en onrustig, als jonge honden. Ze gedragen zich echter altijd hoffelijk tegenover vrouwen.
  2. De Duitsers voeren zonder weerwoord ieder bevel uit. De Spanjaarden proberen met alle macht geen enkel bevel uit te voeren, waar het ook om gaat. De Duitsers mogen de Spanjaarden niet beledigen of slaan en houden zich daar ook aan. De Spanjaarden haten de Duitsers even erg als omgekeerd en als ze kunnen, steken ze met hun dronken kop een Duitse soldaat een mes in zijn rug op zaterdagavond.
  3. De Duitsers zijn heel spaarzaam. Ze stoppen zelf hun sokken. Ook gaat er geen kruimel van het rantsoen verloren. De Spaanse vrijwilligers weten hun nieuwe uniformen binnen een week te ruïneren. Als ze appels krijgen liggen die overal. Met citroenen, die nu nog zeldzamer zijn, precies hetzelfde. Ze stoppen ze zelfs voor de grap in de uitlaat van de vrachtwagens.

 

De enige eigenschap die de Spanjaarden en de Duitsers delen, is hun wederzijdse haat.’ Over de Spaans-Duitse verhouding schrijft Olympiada op 6 januari 1943: ‘Vandaag is er een heus schandaal gebeurd in ons stadje. Een Duitse officier had een Russisch meisje bont en blauw geslagen. Ze was woedend en liep naar haar Spaanse vrienden. Die trokken er direct op uit en sloegen iedere Duitser neer die ze voor de voeten liep. Het werd een echte veldslag. De Duitsers doen er kennelijk alles aan om de bevolking tegen zich in het harnas te jagen. Idioten!’

Vrienden bij de Sicherheitsdienst

Eind 1942 sluit het paar vriendschap met de SD’ers Kurt en Paul: ‘Ik zei tegen Kurt dat we samen zullen werken tot het einde. Net zolang totdat ze de bolsjewieken verslaan. En dan zullen we zien, wat de Duitsers ons nog kunnen geven. Hij zei tegen me dat ik zoiets tegen hem wel mag zeggen, maar niet tegen andere Duitsers. Ook sprak hij zijn waardering voor ons uit als echte Russische mensen en dat hij ons wil “redden”. Wat dat ook moge betekenen.’

Het paar hoort hier voor het eerst over de Vlasov-beweging: ‘De geruchten over de oprichting van het Russische Bevrijdingsleger (ROA) van generaal Vlasov worden van alle kanten bevestigd. Maar zou het niet te laat zijn? Een of ander Duits leger werd bij Stalingrad verslagen. Arm Russische volk, wat zal er nu komen? In de handen van de bolsjewieken zullen we niet vallen. We hebben genoeg morfine in huis’.

Bij de propaganda

In mei 1943 wordt het echtpaar met tussenstops in Tosno en Gatsjina naar Riga geëvacueerd. In Tosno worden ze voor het eerst ingezet bij de Duitse propaganda: ‘Wij schrijven artikelen voor niet nader genoemde kranten die nooit gepubliceerd worden. Nikolaj wordt zo nu en dan opgehaald om ergens een lezing te houden. Kennelijk zijn de Duitsers hier tevreden over. Ook krijgen we nu een normaal Duits rantsoen. Nikolaj heeft zelfs een nieuw pak mogen ontvangen.’

De levensomstandigheden in Tosno zijn een stuk beter dan in Pavlovsk en Poesjkin. Er zijn moestuinen en er wordt vee gehouden. In de winkels is alles te verkrijgen. Er is zelfs sprake van een cultureel leven. Bij de propagandadienst zitten veel voormalige leden van de communistische partij: ‘Ik heb tijdens ons hele leven voor de oorlog nog nooit zoveel partijmensen over de vloer gehad. Het is vreemd om thee te drinken met de vijand.’ Om de verveling te verdrijven biedt Olympiada aan teksten te redigeren. Vele inwoners van Tosno hebben kennelijk schrijfambities en komen met artikelen en manuscripten voor de propaganda.

In Letland

Na een kort oponthoud in Gatsjina komen beiden in november 1943 met de trein aan in Riga. Ze worden gehuisvest op een datsja buiten de stad en slapen de eerste dagen op de vloer. De Poljakovs gaan aan de slag als journalisten voor de krant Za Rodinoe (voor het vaderland). Op 1 december 1943 schrijft Olympiada: ‘De krant is een strijdlustig medium tegen het bolsjewisme. Veel plek wordt ingeruimd voor thema’s rondom de Russische cultuur. Het is een echte, serieuze krant en het is echt werk. Eindelijk hebben we nuttige arbeid gevonden. Met dank aan onze vrienden van de SD!’

Op 27 april 1944 verhuizen ze van buiten de stad naar hartje Riga: ‘We zijn in Riga! Het bruist hier van het leven en we hebben direct een heleboel nieuwe kennissen. Wij wonen in hetzelfde getto van waaruit de Joden zijn gedeporteerd. Dat zet natuurlijk een demper op ons bestaan. Het appartement is zonder meer Joods te noemen. Op de lateien staan teksten uit de Thora. Eigenlijk hadden we ook meubels uit de nalatenschap moeten ophalen, maar Nikolaj heeft er een mouw aangepast en bedden, tafels, kasten en stoelen uit een ziekenhuis op de kop getikt. Onze woning maakt daardoor nogal een vreemde indruk. Maar het is wel mooi wit en schoon.’

Het leger van Vlasov

Nikolaj houdt een aantal lezingen voor een school die Russische vrouwen opleidt tot propagandisten in opdracht van het ROA van generaal Vlasov. Deze school wordt geleid door de Nederlands-Duitse barones Maria de Smeth die na de oorlog probeert een naam te maken als auteur van kinderboeken. Olympiada over het relaas van haar man: ‘De school wordt geleid door een Nederlandse. En die verricht wonderen. Nikolaj was zeer enthousiast. Hij kreeg direct nog een aantal opdrachten voor lezingen. Het leger van Vlasov begint een concrete vorm te krijgen.’

OlympiadaZa rodinoe

Barones Maria de Smeth, Sonderführer K, oprichtster van de vrouwenafdeling propaganda van de ROA in Pskov en later Riga

Rond deze tijd sluiten ze zich eveneens aan bij de emigrantenorganisatie NTS, de ‘Bond der Russische Solidaristen’. Deze Russische organisatie in ballingschap heeft de Duitsers zover gekregen dat ze toestemming krijgen om haar leden als vertalers, tolken, arbeiders en docenten naar het oosten te sturen. Via de NTS krijgt het echtpaar uiteindelijk de mogelijkheid om naar Duitsland te mogen reizen. Op 25 juni 1944 schrijft Olympiada: ‘Nikolaj overnachtte niet thuis. Een van mijn vriendinnen van de NTS was bij me. We hebben de hele nacht gepraat. Natuurlijk het meeste over de bolsjewieken en de strijd tegen hen. Met de Duitsers is het voorbij.’

Naar Duitsland

Begin juli vertrekken Nikolaj en Olympiada in het kader van het programma ‘ter redding van Russische bevolking’ van de ‘Dienststelle Bobe‘ naar Duitsland. Wat hun verdere bezigheden zijn tot het einde van de oorlog is helaas niet bekend. De laatste notitie in het dagboek dateert van 5 juli 1944.

Na de oorlog leeft het echtpaar onder de namen Nikolaj Osipov en Lidija Osipova om uitlevering aan de Sovjet-Unie te voorkomen. In het kamp voor ‘displaced persons‘ in de Amerikaanse zone bij Wiesbaden staat Nikolaj onder de Russen bekend als ‘de opa die alles weet’. Hij doceert er zelfs geschiedenis. In tegenstelling tot vele andere vluchtelingen die naar de VS uitwijken, besluit het echtpaar Poljakov-Osipov in Duitsland te blijven. Van 1947 tot 1949 werkt Nikolaj als docent Russisch voor het Amerikaanse leger in Oberammergau, Beieren. Olympiada alias Lidija schrijft voor verschillende Russischtalige tijdschriften en kranten en verspreidt haar dagboek onder geestverwanten in de emigratie. Een getypte versie van het document wordt bewaard in de Universiteit van Stanford, Verenigde Staten.

In 1958 overlijdt Olympiada op 56-jarige leeftijd in Oberammergau. Nikolaj sterft vijf jaar later.

Ardy Beld