fbpx


Buitenland, Geschiedenis

Communisme en socialisme in Frankrijk

Terugblik op een bewogen geschiedenis



Het socialisme in Frankrijk krijgt af te rekenen met concurrentie uit het eigen nest. De Fransman Étienne Cabet (1788-1856) is de bedenker van de term ‘communisme’. De hippies zullen hem zich later herinneren als oprichter van de eerste commune, 500 zielen sterk, in Texas nog wel. Bij de links-revolutionairen zien we Armand Barbès (1809-1870) op de voorgrond komen. In 1848 leidt hij een grote betoging naar het Parijse stadhuis en proclameert aldaar een nieuwe, socialistische republiek. Als de politie buitenkomt,…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Het socialisme in Frankrijk krijgt af te rekenen met concurrentie uit het eigen nest. De Fransman Étienne Cabet (1788-1856) is de bedenker van de term ‘communisme’. De hippies zullen hem zich later herinneren als oprichter van de eerste commune, 500 zielen sterk, in Texas nog wel.

Bij de links-revolutionairen zien we Armand Barbès (1809-1870) op de voorgrond komen. In 1848 leidt hij een grote betoging naar het Parijse stadhuis en proclameert aldaar een nieuwe, socialistische republiek. Als de politie buitenkomt, stuift de meute uit elkaar. Na veroordeling vlucht hij naar Nederland, waar hij vergeten sterft in Den Haag. Hij woonde er meer dan twintig jaar, maar de man van het volk onderhield geen contact met zijn buren.

Even revolutionair van inborst, maar pragmatischer ingesteld is Jules Bazile, beter bekend als Jules Guesde (1845-1922).

Marx en vennoten

Samen met de Cubaan Paul Lafargue (1842-1911), schoonzoon van Karl Marx, sticht Guesde in 1877 het blad L’Égalité. En in 1880, weer samen, de Parti ouvrier français (POF). Het is de eerste marxistische partij, jawel, maar… Wat in Frankrijk voor marxisme doorgaat is in werkelijkheid een ratjetoe van vulgair marxisme, romantische denkbeelden van Jean-Jacques Rousseau, een portie anarchisme van Proudhon, opgeklopt met de onstuimigheid van Blanqui.

In een brief van 1880 aan de Duitse socialist Eduard Bernstein schrijft Friedrich Engels, kompaan van Marx, ‘Wat men in Frankrijk “marxisme” noemt is zeker een zeer specifiek product, in die mate zelfs dat Marx aan Lafargue heeft gezegd: “Wat zeker is, is dat ik geen marxist ben” ‘…

Schoonzoon Lafargue is in alle opzichten een buitenbeentje. Hij staat in 1870 op de barricades van de Parijse commune en gaat er prat op ‘een internationalist in den bloede te zijn nog voor [hij] een ideologische internationalist was’. Hij verwijst daarmee naar zijn gemengde afkomst. Zijn vier grootouders waren resp. Frans, Indisch/Jamaïcaans, zwart Haïtiaans en joods. Hij wordt in 1891 volksvertegenwoordiger, van Rijsel nog wel. Bij zijn overlijden (zelfmoord) komt Lenin naar Parijs om op de begraafplaats Père Lachaise de grafrede te houden.

Het blijft een sekte

In 1893, het jaar waarin Marx sterft, wordt Jules Guesde nog tot volksvertegenwoordiger gekozen – ook in Frans-Vlaanderen, zoals Lafargue, maar dan in Roubaix. De POF blijft echter een marxistische – of ‘marxistische’ – sekte.

Een tiental keren wordt geprobeerd een Franse socialistische volkspartij op de been te brengen. In Duitsland lukt dat al in 1863. In Frankrijk blijven de tegenstellingen tussen de verschillende strekkingen onoverbrugbaar. De in 1889 opgerichte Tweede Internationale oefent toenemende druk uit op de Franse kameraden. Na lange onderhandelingen komt het in 1905 dan eindelijk tot een grote fusie. De socialistische eenheidspartij wordt opgericht, de Section française de l’Internationale ouvrière (SFIO). Jean Longuet, kleinzoon van Karl Marx, is de bedenker van de naam.

De socialisten hebben nu één partij, maar in de statuten wordt meteen het ‘tendensrecht’ ingeschreven: men mag binnen de partij afwijken van de partijlijn… Zo blijft de socialistische partij in Frankrijk een krabbenmand. Tot vandaag de dag.

Jaurès vermoord

Jean Jaurès (1859-1914) blijkt de ideale compromisfiguur om de SFIO te leiden. Deze arbeiderszoon en intellectueel is de levende synthese ‘tussen de marxistische ideeën en de traditie van de liberale Franse Revolutie’ (Jacques Droz). Jaurès verwoordt dat duidelijk in zijn Histoire socialiste de la Révolution francaise (1901). Hij is een principiële moralist, maar evenzeer pragmatisch rechttoe-rechtaan. Dat zal zijn dood worden.

De Eerste Wereldoorlog is in aantocht. Jaurès wil die voorkomen door heel Frankrijk lam te leggen met een algemene staking. De SFIO staat in blok achter hem. De Tweede Internationale en de vakbonden steunen hem. Maar dan, op 31 juli 1914, wordt Jaurès op een Parijs’ caféterras doodgeschoten door Raoul Villainnomen est omen. Deze jonge Franse sociaal-katholiek ijverde voor de herannexatie van de Elzas bij Frankrijk.

Vrede is niet gewenst

Spontaan zou je denken dat na de moord op Jaurès de socialisten zich onwrikbaarder dan ooit achter de pacifistische politiek van hun doodgeschoten voorman scharen… Dat gebeurt nu net niet. Ze krijgen schrik. Ze geven de voorkeur aan de Union sacrée, het ‘heilige verbond’ met de Franse pro-oorlogspartijen waartegen Jaurès zich altijd had verzet. Een houding die de socialisten weer diep verdeelt, met blijvende littekens.

Bij de eerste verkiezingen na 1918 moeten de socialisten (SFIO) het met 68 van de 613 zetels stellen. Roet wordt in het eten gegooid door de aarzelende houding van de socialisten tegenover de communisten die in 1917 in Moskou aan de macht waren gekomen. Bondgenoten, concurrenten, vijanden? De getraumatiseerde socialisten weten het niet meer. Moeten ze aansluiten bij de Derde Internationale, die van Lenin en zijn bolsjewieken? In Frankrijk hadden de communisten nog geen eigen partij en ‘verblijven’ ze in de SFIO.

Clara Zetkin

Het SFIO-congres van Tours van december 1920 moet voor een oplossing zorgen. Vijf dagen duren de wilde debatten. Moskou grijpt direct in met een telegram van Grigori Zinovjev. Ook zien we Clara Zetkin, Duitse feministe en communistisch volksvertegenwoordiger, lijfelijk aanwezig op het congres. Ze fulmineert, intrigeert en agiteert de klok rond.

Op 29 december 1920, rond 22 u., stemt driekwart van de congresleden toe om lid te worden van de communistische Internationale (Komintern). De socialisten verlaten de zaal. Ze moeten toezien hoe L’Humanité, het officiële orgaan van de SFIO, nu de communistische partijkrant wordt.

Driekwart tegen driekwart

Bij de eerstvolgende verkiezingen in 1924 blijken de kiezers een heel andere mening te hebben dan de kaderleden: driekwart van de socialistische kiezers stemt SFIO, minder dan een kwart voor de communistische partij (PCF). In zetels komen de socialisten op 120, bijna een verdubbeling tegenover 1919, ondanks de communistische dissidentie. Die komt niet verder dan 26 zitjes. Daarmee zijn beide partijen voor vele decennia getypeerd: de SFIO een volkspartij, de PCF een kaderpartij.

De PCF voldoet enthousiast aan ‘de 21 voorwaarden’ die de Komintern aan al zijn aangesloten partijen stelt. Die komen neer op blinde gehoorzaamheid aan het Kremlin. Maar eentje, nr.3, is wel bijzonder: ‘De klassenstrijd nadert de burgeroorlog. De communisten kunnen zich in die omstandigheden niet houden aan de bourgeois legaliteit. Het is hun plicht overal, naast de legale organisatie, een clandestiene structuur op te zetten, die op het beslissende moment haar plicht tegenover de revolutie zal vervullen’.

Toch een Volksfront

Het linkse Front Populaire wint de Franse parlementsverkiezingen van 1936. Dat Volksfront berust op drie pijlers: de socialisten (SFIO), de communisten (PCF) en de links-liberalen. Die derde zuil bestaat uit de Républicains Radicaux et Radicaux Socialistes (RRRS), op zich al een allegaartje van liberalen en jakobijnen, aangevuld met een aantal kleinere linkse partijen en groeperingen zoals de Parti d’Unité Prolétarienne, de links-christelijke Ligue de la Jeune République, de Ligue des droits de l’homme, het Comité de Vigilance des intellectuels antifascistes enz.

Voor het eerst zien we hier een duidelijk afgetekend links-progressief conglomeraat dat zich van de socialisten onderscheidt. Een voorafbeelding van La République en Marche!, de partij van Emmanuel Macron. De samenwerking verloopt stroef. Het Volksfront houdt het twee jaar uit, van de ene regeringscrisis naar de andere. De interne tegenstellingen tussen links-liberalen en socialisten zorgen voor een doorlopende crisissfeer. In totaal sukkelt het met vier regeringen van 1936 naar 1938.

Op bevel van Moskou

De communisten maken geen deel uit van die regeringen, maar steunen ze wel in het parlement. Op bevel van Moskou dat in 1934 radicaal van koers is gewijzigd. Voordien werd samenwerking met de sociaaldemocraten – ‘sociaalfascisten’ genoemd – strikt afgewezen. Nu moét het, want de Komintern is er niet meer gerust in.

Toch heeft het Volksfront een en ander gerealiseerd waar men ook nu nog van opkijkt. In juni 1936 al wordt het Verdrag van Matignon afgesloten tussen de werkgevers, de syndicaten en de regering. Ze besluiten tot een onmiddellijke loonsverhoging van 7 tot 15%, de beperking van de werkweek tot 40 u. en voor iedereen een doorbetaalde vakantie van twee weken.

Maar de Tweede Wereldoorlog is in aantocht.

[ARForms id=103]

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.