fbpx


Cultuur

Controversiële ideeën van dode witte mannen

Een canon voor Vlaanderen? (1)


canon

Academische congressen kennen vaak een rustig verloop, maar af en toe zit het er bovenarms op en laaien de gemoederen hoog op. Dat was zo in september 1988, toen in Chapel Hill, de (mooi gelegen) campus van de universiteit van North Carolina (VS), een bijeenkomst onder academici werd georganiseerd die moest gaan over de toekomst van de toenmalig dominante cultuur.[1]. Een onderdeel van de vraagstelling hierbij was: welke geschriften die thans over het maatschappelijke gebeuren te lezen vallen verdienen het…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Academische congressen kennen vaak een rustig verloop, maar af en toe zit het er bovenarms op en laaien de gemoederen hoog op. Dat was zo in september 1988, toen in Chapel Hill, de (mooi gelegen) campus van de universiteit van North Carolina (VS), een bijeenkomst onder academici werd georganiseerd die moest gaan over de toekomst van de toenmalig dominante cultuur.[1]. Een onderdeel van de vraagstelling hierbij was: welke geschriften die thans over het maatschappelijke gebeuren te lezen vallen verdienen het om opgenomen te worden in een canon? (Duidelijker: wat moet iedereen die zich wil beraden over de actuele samenlevingsvraagstukken absoluut gelezen hebben?) De ideeën die toen naar voren werden gebracht door de filosoof Allan Bloom (voor de belezen volgers van deze webstek, inderdaad de auteur van het daarna verschenen en intussenroemruchte The closing of the American Mind) zorgden op dat congres voor onacademisch hoongelach, allicht vanwege intellectuelen die hun a priori’s ontkracht zagen.

Amerikaanse universiteiten

Wat waren dan die controversiële ideeën? Prof. Allan Bloom, vanuit een jarenlange ervaring met het onderwijs aan jonge mensen, was van mening dat de mentaliteit van studenten aan Amerikaanse universiteiten sinds de jaren 50 daarvoor ingrijpend aan het veranderen was geweest, en hij maakte er geen geheim van dat het niet bepaald ging om een verschuiving in de positieve richting.

In het decennium 1950-1959 werden de Amerikaanse universiteiten wereldwijd beschouwd als de beste ter wereld. Dat had natuurlijk te maken met de naoorlogse chaos in Europa en de ondergang van het overwicht van Duitsland. Tijdens de eerste helft van de vorige eeuw werd het Duitse hogeschoolonderwijs unaniem beschouwd als leidinggevend. Algemeen bekend waren de Humbolt-universiteit van Berlijn (genoemd naar de grote Pruisische natuurvorser en ontdekkingsreiziger), en ook het onderzoeksinstituut in Göttingen waar David Hilbert (allicht de meest vooraanstaande wiskundige uit de 20ste eeuw) aan het werk was geweest, en dat zich tegenwoordig eerder richt naar de biomedische wetenschappen.

Belangrijke geschriften

Intussen had de progressieve beweging toegeslagen (de politieke correctheid, het weze nogmaals benadrukt, vond haar oorsprong eind van de jaren 60 in de grotere Amerikaanse universiteiten, en dat leidde volgens Bloom tot een generatie studenten die nauwelijks nog belangrijke geschriften lazen, maar hun heil eerder zochten in popmuziek en de alternatieve cultuur in het algemeen. Drugs werden toen beschouwd als meer verlichting gevend dan het lezen van een degelijk boek. Bloom verlangde dat de studenten zich eerder zouden bezighouden met ‘the big words that make us afraid’, zoals cultuur, waarden en ethiek, onze onwetendheid – de menselijke conditie in het algemeen met andere w oorden.

Zijn presentatie, kort (en dus simplifiërend) samengevat kwam erop neer dat de wereld in de voorbije periode sterk was veranderd, maar dat de fundamentele vragen nog altijd dezelfde waren gebleven. Hij hield onder meer staande dat de ideeën die op dat ogenblik ter tafel lagen bij de faculteiten menswetenschappen, grotendeels al waren aangekaart door de grote Duitse denkers (meer bepaald Kant, Hegel, Nietzsche, Weber, Husserl en Heidegger). Hij wilde daarmee zeggen dat Cultuur (let op de hoofdletter: bedoeld werden de grote culturele uitdrukkingen) een diepgang heeft ‘wich goes by the name of wisdom’, een diepgang die niet zomaar te grabbel ligt maar door hard werken moet worden verworven. Dat vertaalde hij in de volgende zin: er bestaat een geheel van grote literatuur die de belangrijke levensvragen diepgaand behandeld heeft, en iedere student, zijn/haar naam waardig, zou dergelijke werken moeten gelezen hebben. (Inderdaad, in de praktijk had hij het over een ‘canon’.) Terugkerende naar het academische leven, poneerde hij dat een universiteit zich niet mag leiden door de publieke opinie (thans zou hij het wellicht stellen als ‘door de politieke correctheid’): zij heeft als opdracht om de waarheid bloot te leggen. Prof. Bloom schuwde daarbij geen harde uitspraken: hij beschouwde de jaren 60 als ‘de barbarij aan de poort’ en de “nieuwe” disciplines in de sociale wetenschappen – meer bepaald de MBA’s die toen furore begonnen te maken, als ‘delen zonder een geheel’.

Politiek correct

Ook in de VS bestond er toen al een luidruchtige beweging, vooral gedreven door verstandige jongeren-van-goeden-huize die politieke correctheid tot haar kernfilosofie maakte. Die beweging kon uiteraard niet lachen met de theorieën van Allan Bloom. Er werd toen geringschattend verwezen naar het werk van Harold Bloom (geen familie van), een Amerikaans filoloog-hoogleraar die enkele jaren later een canon zou ontwerpen van het literaire werelderfgoed. (Vergelijkbare geringschattende commentaren vallen nu te beurt aan de Vlaamse regering die het op schrift stellen van een literaire canon opgenomen heeft in de lopende regeringsverklaring.) Want o schande, Harold Blooms top-100 lijst omvatte louter auteurs van het genre Cervantes, Shakespeare, Homerus, Milton… hoewel ook de Cubaanse romancier Alejo Carpentier en de Mexicaanse poëet Octavio Paz op deze hitparade voorkomen. Maar het betrof uitsluitend ‘dead white males’, gruwde de progressieve wereld en ging op zijn achterste poten staan, daarin aangevoerd door marxistisch geïnspireerde Franse deconstructivisten Derrida en Foucault.

Nieuwe tijden

Vanf de jaren 60 was er immers een duidelijke tegenbeweging op gang gekomen, ingezet door voornamelijk Centraal-Europese (vaak Oostenrijkse) denkers: Hayek, Popper, Berlin, Von Mises, Schumpeter… Die hadden in de jaren 30 en 40 aan de lijve ondervonden waartoe een overmatig sterke staat kon leiden. Hun inbreng leidde onder meer tot de Chicago School. Dit bleek een machtige gedachtestroming die er vanaf de jaren 80 in slaagde de (in de praktijk bestaande, zij het niet geformaliseerde) canon te doorbreken en een volledige mentaliteitswijziging te forceren.

Deze ommekeer mondde uit in de Reagan- en Thatcherregimes, met hun ideeën over het terugtreden van de overheid, de primauteit van het individu boven het welzijn van de samenleving, over de nodige afbouw van de sociale zekerheid, de privatisering van zoveel mogelijk voorzieningen van openbaar nut. Hun gedachtegoed heeft geleid, (daar kan je niet naast kijken, lijkt mij) tot een verbrokkelde samenleving, een ondermaats functionerende publieke functie en een gebrek aan vertrouwen in overheden (politiek, rechterlijke macht, kerk). In het algemeen gesteld: het was de basis voor een voortschrijdende atomisering van onze westerse samenleving. De Britse maatschappijcriticus Tony Judt formuleerde de gevolgen daarvan als volgt: ‘Politieke bewegingen bestaan niet meer. Er komen soms nog wel duizenden mensen bijeen voor een protest of betoging, maar dat komt voort uit een specifiek, gedeeld belang’.

Pop en rap

Dat Allan Bloom kort daarna in zijn vermaarde boek verder borduurde op hetzelfde thema, namelijk dat cultuurrelativisme en subjectivisme blijkens zijn bevindingen de kwaliteit van het onderwijs ondermijnden, sloeg niet aan bij die progressieve jongens en meisjes. Die bleven van mening dat rapteksten en traktaten die eerder pamfletten waren dan literaire voortbrengselen minstens evenveel aandacht verdienden als Goethe en Plato. (Het recente toekennen van de Nobelprijs van literatuur aan Bob Dylan, wiens vroegste werken ik trouwens hogelijk bewonder, is een laat uitvloeisel van die mentaliteit.)

Op het gevaar af om beschouwd te worden als een ouderwetse kniezer (wat ik ook ben, natuurlijk): maak eens een vergelijking tussen het klassieke Franse chanson (mooi verwoorde teksten, met zorg georkestreerd omheen een welluidende stem, tactvol van inhoud en vaak poëtisch) en de hiphop die nu furore maakt (muzikaal oninteressant, monotoon vol met schuttingwoorden en denigrerend ten aanzien van vrouwen en minderheden)? Wie zelfs binnen de popmuziek blijft kan onmogelijk naast deze negatieve evolutie kijken.

En wat betekent dat alles nu voor onze toekomstige Vlaamse canon?

Dat is voor een tweede bijdrage.

 


[1] Bron: P. Watson (2005) A terrible beauty: the people and ideas that shaped the modern mind, ook in Nederlandse vertaling beschikbaar

Jan Van Peteghem

Jan Van Peteghem is emeritus-gasthoogleraar aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven