fbpx


Vlaamse Beweging
Maurits Coppieters

Coppieters: Vlaamse beweging verruimen en verbreden

‘Vlaams patriot’ Maurits Coppieters een eeuw geleden geboren



100 jaar geleden werd Maurits Coppieters geboren, op 14 mei. Straks 100 jaar geleden werd Herman Van den Reeck gedood door een politiekogel, op 11 juli. Coppieters gebruikte het beeld van de jonge links-socialistische Vlaams-nationale activist als een soort droombeeld voor een verruimd en verbreed Vlaams patriottisme. Stierf die droom met Coppieters? Geen romantische flamingant Minder dan twee jaar na de Eerste Wereldoorlog zag Coppieters het levenslicht in Sint-Niklaas. Het kleine Coppieterske kreeg de voornaam van een gesneuvelde oom, gevallen…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


100 jaar geleden werd Maurits Coppieters geboren, op 14 mei. Straks 100 jaar geleden werd Herman Van den Reeck gedood door een politiekogel, op 11 juli. Coppieters gebruikte het beeld van de jonge links-socialistische Vlaams-nationale activist als een soort droombeeld voor een verruimd en verbreed Vlaams patriottisme. Stierf die droom met Coppieters?

Geen romantische flamingant

Minder dan twee jaar na de Eerste Wereldoorlog zag Coppieters het levenslicht in Sint-Niklaas. Het kleine Coppieterske kreeg de voornaam van een gesneuvelde oom, gevallen aan het IJzerfront. In het streng-katholieke Klein Seminarie in Sint-Niklaas ontwaakte de flamingant in de jongeling. Hij liep school met Cyriel Coupé. Die werd er later leraar – onder anderen van Tom Lanoye – maar verwierf vooral bekendheid als de Vlaams-nationalistische priester-dichter Anton van Wilderode. Al nam Coppieters al snel afstand van het romantische Vlaams-nationalisme. Zijn flamingantisme werd eerder gewekt door politieke en sociale wantoestanden.

In 1938 trok Coppieters naar de Gentse rijksuniversiteit om er middeleeuwse geschiedenis te studeren. Die was dan nog maar pas vernederlandst. In 1942 werd hij leraar. Maar enkele maanden later vluchtte hij naar Nederland, om te ontkomen aan de verplichte tewerkstelling die de nazi-bezetter jonge mannen oplegde.

Scout

Als scholier was hij al actief bij de Scouts, die toen erg Vlaams en even katholiek waren. Ook na de Tweede Wereldoorlog zette hij dat engagement verder. Hij schopte het in de hiërarchie tot adjunct-Verbondscommissaris van de latere Volksuniesenator Maurits Van Haegendoren, die bekend werd met boeken over Vlaamse publieksgeschiedenis. In zijn navolging werd hij ook Verbondscommissaris. Op dat moment kon niemand weten dat het een ticket zou zijn voor een boeiende politieke carrière. Ook politici als Jean-Luc Dehaene, Marc Van Peel en Herman Lauwers begonnen als Verbondscommissaris.

In de Scouts propageerde Coppieters nieuwe educatieve ideeën, zo heet het in zijn biografie. Hij zette ook de deuren open voor mensen met een handicap. Het toont al vroeg een inclusieve benadering van de organisatie waarvoor hij verantwoordelijkheid droeg. Dat zou later niet anders zijn.

Veelgevraagde spreker

In 1955 zette hij een punt achter zijn Scoutsloopbaan. Hij combineerde die tot dan met een directiefunctie in de Nijverheidsschool van Gent. In zijn vrije tijd sprak hij voor tal van verenigingen die het Vlaamse middenveld toen rijk was. Niet het minst in Vlaamsgezinde verenigingen was hij een graag beluisterde spreker. Als spreker op de IJzerbedevaart, als gelegenheidsspreker op 11 julivieringen brak hij steevast een lans voor de toekomst van de jeugd in een vrij Vlaanderen-in-Europa. Europa was in die directe naoorlog populair, christelijk en vreedzaam, een antithese voor de donkere ideeën uit de jaren 30 en 40.

Toch brak hij toen al een lans voor amnestie voor veroordeelde Vlaams-nationalistische collaborateurs. Ook in de ogen van de ‘progressieve’ Coppieters was de repressie een Belgische afrekening met de Vlaamse beweging, die toen nog in puin lag, net als de eerste IJzertoren. Hij engageerde zich in het kleine Verbond van Vlaams Verzet, dat het zwart-witdenken na de oorlog wou overstijgen. Al zou hij, althans volgens Joris Dedeurwaerder, nooit ‘woorden van begrip voor of goedkeuring van de collaboratie uitspreken’. ‘De collaboratie was fout geweest,’ aldus Coppieters’ biograaf, ‘maar evenzeer een misdaad tegen de Vlaamse beweging.’

Vlaamse Volksbeweging

Vanuit de catacomben waren in die jaren al enkele pogingen ondernomen om een ‘Vlaamse Volksbeweging’ (VVB) uit te bouwen. Een vereniging die — boven de bestaande ideologische tegenstellingen — zou bouwen aan meer Vlaamse autonomie. Bij de derde poging, in 1956, lukte het dan toch. Coppieters werd al snel voorzitter — op 12 mei 1957 — en zou de VVB op de kaart zetten. Onder zijn voorzitterschap zouden honderdduizend Vlamingen zich engageren voor de vastlegging van de taalgrens, afschaffing van faciliteiten, tegen Franstalige preken in de mis in Vlaanderen — Vlaanderen was toen nog katholiek — en voor… federalisme.

Op het VVB-congres in Antwerpen in 1962 koos de Vlaamse Volksbeweging immers resoluut voor federalisme. Dat kwam uit de koker van onder anderen Coppieters en — vooral — de toen nog jongere Wilfried Martens. Die had nog maar net Doorbraak opgericht, als mededelingenblad van de VVB, onder andere met de bedoeling om federalisme te propageren — dat staatsgevaarlijke concept kreeg immers geen ruimte in de ‘mainstream’ pers van toen. Dat federalisme zat enkele vrijzinnige socialisten én de CVP dwars. Coppieters’ ‘opstand der realisten’ — die voluit ging voor ‘unionistisch federalisme’ — werd afgedaan als extremisme.

Hoogstens politiek commentator Manu Ruys voelde er wel wat voor in De Standaard. Maar de aftrap was gegeven; de geest was uit de fles. De volgende jaren zou zowat de hele politieke Vlaamse beweging het federalistische pad van de VVB kiezen. Zeven jaar later kon Gaston Eyskens zichzelf als ontwerper van het federale België uitroepen. Diezelfde Eyskens riep eerder zijn collega hoogleraren op lid te worden van de VVB…

Volksunie

In die periode zou Coppieters gaan aankloppen zijn bij de Vlaamse Democraten, een groep progressieve flaminganten, vooral uit Vlaams-Brabant, die een kartel wilden sluiten met de Volksunie (VU). Al lijkt die ‘officiële’ geschiedschrijving een constructie Coppieters of zijn acolieten. Hij was vooral op zoek naar een verkiesbare plek en vroeg daarbij nog extra financiële tegemoetkoming. Daar had hij de Vlaamse Democraten niet voor nodig; hij zou wel voor zichzelf zorgen. Zo geraakte hij eerst in de gemeenteraad van Sint-Amandsberg (1964) en vervolgens  — samen met Hugo Schiltz — in de Kamer (1965). Prompt ging de deur voor hem dicht in katholieke scholen, jeugd- en cultuurverenigingen. Ook zijn antiklerikaal gekleurde pleidooien voor een Vlaamse universiteit in Leuven, zouden hem een slechte naam hebben bezorgd in de katholieke kringen waar hij voorheen actief was.

Bij de splitsing van de KU Leuven en de val van de regering-Van den Boeynants hierover, valt altijd de naam van de illustere CVP’er Jan Verroken. Maar Coppieters had hier evenzeer zijn parlementaire rol gespeeld. Toen Verroken op 6 februari 1968 zijn bekende interpellatie hield, kwam na hem ook Maurits Coppieters op het spreekgestoelte, eveneens met een interpellatie. Coppieters richtte zich tot de regering, die niet tot een eensgezind standpunt kon komen, met alle gevolgen van dien: Leuven Vlaams en de splitsing van de CVP-PSC korte tijd later.

Verruimen en verbreden

In het verlengde van de Vlaamse universiteit in Leuven en the spirit of 68 die daarop aansloot, pleitte Coppieters voor een ideologische verruiming en verbreding van de Vlaams-nationale partij. Zoals hij in de VVB betrachtte ideologische grenzen te overbruggen, hoopte hij hetzelfde te kunnen bereiken met de Volksunie. Daarmee zou hij zich de volgende decennia de conservatieve krachten steevast tegen zich in het harnas jagen. Zelfs met stichter-voorzitter Frans Van der Elst, die nooit partij durfde kiezen, boterde het niet meer. Van der Elst noemde Coppieters ‘een onstandvastig man die zich te zeer door allerlei modestromingen liet meeslepen.’ Bij Dedeurwaerder klinkt het als volgt: ‘Het creëren van zelfbestuur voor Vlaanderen was voor Coppieters niet los te denken van de vernieuwing van de Vlaamse samenleving.’ Coppieters ontweek de contramine niet; hij zou tot tot twee keer toe uit de Volksunie stappen. Om nadien telkens terug te keren…

Als Kamerlid en Senator focuste hij op klassieke Vlaams-nationale thema’s zoals de taalkwestie, onderwijs, federalisme, cultuur. Maar hij onderscheidde zich ook op onderwerpen als gezondheidszorg, ontwikkelingshulp en Europese integratie — voor de Vlaamse beweging minder voor de hand liggende onderwerpen. Europese integratie werd al snel een stokpaardje, al moest hij zijn Europese ambities nog even opbergen. Van 1977 tot 1978 werd hij immers voorzitter van de Nederlandse Cultuurraad, de directe voorloper van het Vlaams Parlement. Hij begon de traditie van een jaarlijkse 11 juliviering in Brussel en richtte de Vlaamse eremedaille in, die hij zelf trouwens ontving in 1991.

Europeeër

In 1979 werden voor het eerst rechtstreekse verkiezingen gehouden voor het Europees Parlement. Coppieters, die zijn rechtstreeks zitje in de Senaat na het Egmontdebacle was kwijtgeraakt, werd uitgespeeld als lijsttrekker. Met succes. De Volksunie haalde één Europese Parlementszetel, waarop Coppieters op zoek ging naar medestanders in het halfrond. Die vond hij bij Basken, Bretoenen en Corsicanen. Het charter dat negen regionalistische, vaak progressieve en groenige partijen in juni 1979 opstelden, kan gelden als het doopceel van de latere Europese Vrije Alliantie (EVA). Noem de EVA gerust het geesteskind van Coppieters.

Amper twintig maanden hield hij het uit in Straatsburg, maar Europa liet hem niet meer los. Als in juli 1981 de EVA boven de doopvont wordt gehouden, wordt hij erevoorzitter. Ook geschiedenis liet hem niet los. Als naar het voorbeeld van het katholieke KADOC en socialistische AMSAB ook de Vlaamse beweging de noodzaak ziet van een eigen archiefinstelling, wordt Coppieters in 1984 de eerste voorzitter van het ADVN.

Ook vrede en ontwikkelingssamenwerking bleven zijn stokpaardjes. Hij richtte de internationalistische poot van de Volksunie op, het Vlaams Internationaal Centrum (VIC, vandaag nog bekend in het straatbeeld van de kledingcontainers). Hij werd vicevoorziter van het Internationaal Vredescentrum (IVC), van Pax Christi Vlaanderen en van het NCOS, vandaag 11.11.11. Geen van die initiatieven zijn ‘los te denken van de samenhang tussen zijn ethische dynamiek, zijn voluntarisme, zijn opvoedingsproject en zijn dadendrang,’ volgens oud-ADVN-directeur Frans Jos Verdoodt.

Communautaire nagel

In 1984 stopte hij met de actieve partijpolitiek. Ondertussen woonde hij in het riante Sint-Martens-Latem. Daar legde hij zich toe op het schrijven van autobiografisch getinte boeken, met een sterke ‘heimwee’ naar ‘het jaar van de klaproos’ 1920. De jaren direct na de Eerste Wereldoorlog waren in Vlaanderen getekend door een boeiende maar bizarre mix van links-socialisme, revolutionair gedachtegoed en anti-Belgisch Vlaams-nationalisme. Trouwens, binnenkort verschijnt bij Doorbraak een boek over de generatie-Herman Van den Reeck.

Was het de studie van die jaren van activisme die hem ertoe brachten terug op de communautaire nagel te hameren van de Volksunie? Die liep toen als een ezel achter de wortel van de derde staatshervorming, om Annemie Neyts (PVV, nu Open Vld) te citeren. In zijn ogen liet zijn partij zich verlekkeren en was ze gestopt een Vlaams-nationalistische partij te zijn. En dus had ze geen reden tot bestaan meer, en stapte Coppieters uit de Volksunie. Voor de tweede keer. Als in 2001 de VU stopte, koos Coppieters géén partij; N-VA noch Spirit.

Sienjaal

Een nieuwe adem vond Coppieters in zijn samenwerking met de Oost-Vlaamse socialist Norbert De Batselier. In 1996 publiceerden ze tezamen het ‘denkschrift’ Het Sienjaal.

De titel — naar een dichtbundel van de activistische Vlaams-nationalist Paul van Ostaijen — dekte de lading van een partijoverschrijdend ambitieus project. Christendemocraten van het ACW, sociaaldemocraten (SP), groenen (Agalev) en progressieve Vlaams-nationalisten moesten elkaar vinden in een nieuwe, ‘radicaal-democratische’ beweging. Want Coppieters zag ‘een progressief-emancipatorisch potentieel’ in Vlaanderen.

Het mocht echter niet zijn. Meer dan wat denkoefeningen en debatten in de marge van links bewoog er niet. Al wekte het onder meer Eric Defoort, die in het verlengde hiervan opnieuw de stap naar de actieve partijpolitiek zou zetten. Korte tijd later werd hij ondervoorzitter van de Volksunie, nog later was hij een van de founding fathers van de N-VA.

Revolutie

Keelkanker kon Coppieters’ geloof in ‘hoop en permanente revolutie’ niet in de kiem smoren, naar de ondertitel van zijn laatste boek. In 2005 overleed hij, niet als Vlaams-nationalist, zelfs niet meer als bevrijdingsnationalist, maar als Vlaams patriot. Vlaanderen moest in zijn ogen een ‘vaderland zijn en niet een materie die aanleiding gaf tot chauvinistische oprispingen.’

Zijn leven had Coppieters volledig in het teken gezet van rechtvaardigheid. Ik las ooit — maar ben de referentie kwijt — dat hij (eind jaren 70?) zou voorgesteld hebben om de Volksunie als baseline ‘de rechtvaardigheidspartij’ te geven. Maar dat is nooit gerealiseerd.

Rechtvaardigheid streefde hij na, van Vlamingen in België, van vrijzinnigen in (een overwegend katholiek) Vlaanderen, van naties-zonder-staat in de Europese Gemeenschap, van benadeelde volkeren over de hele planeet, die stierven van honger of onder de laars van een dictatoriaal regime. Hij stond voor sociaal-flamingantisme, dat ‘structuurhervormingen’ wou in België, zowel op staatkundig (communautair) als sociaaleconomisch vlak. Dat is van de politieke kaart verdwenen sinds zijn overlijden. Jan Peumans zou een laatste actieve politieke vertegenwoordiger ervan genoemd worden.

In een analyse gaat Doorbraak morgen na wat er overblijft van de ‘conditio sine quae non’ van de ‘binding van het sociale en het Vlaamse streven,’ zoals Coppieters dat beschreef in Als in een spiegel, het vierde en laatste deel van zijn autobiografische reeks.

_____

Bibliografie

M. Coppieters, ‘De V.V.B. als organizatievorm van de Vlaamse Beweging in het politiek en maatschappelijk leven’, in De politieke krisis in België: Vlaamse oplossingen. Derde algemeen kongres van de Vlaamse Volksbeweging, Leuven, 9 en 10 maart 1963 referaten, toespraken en resoluties’, p. 18; bijlage bij Doorbraak, nr. 2, maart 1963.

M. Coppieters, Als in een spiegel. Het jaar van de klaproos, IV, Perspectief, 1997.

A. Debbaut, Ongebonden best. Nelly Maes: Vrouw en Vlaams. Pelckmans, 2013.

J. Dedeurwaerder, ‘Coppieters, Maurits’, in Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Lannoo, 1998.

W. Martens, De memoires. ‘Luctor et emergo’. Lannoo, 2006.

J. Vall (ed.), Maurits Coppieters, 1920-2005. Political Lives #1. Coppieters Foundation, z.d.

M. Reynebeau, ‘Het sienjaal in de verte’, in: Jef Van Extergem: medestanders, tegenstanders? IMAVO, 1998.

F.J. Verdoodt (red.), Het laatste jaar van de klaproos. Denkend aan Maurits Coppieters. Van Halewyck, 2009.

P. Van Windekens, ‘Wij betogen!’ Vijftig jaar Vlaamse Volksbeweging, 1956-2006. Pelckmans, 2006.

Karl Drabbe

Karl Drabbe is uitgever non-fictie bij Vrijdag en van Doorbraak Boeken. Hij is historicus en wereldreiziger en werkt al sinds 1993 mee aan Doorbraak.