fbpx


Literatuur

Corona en de roman in tijden van crisis




Ray Bradbury’s sf-roman Fahrenheit 451 (de temperatuur waarop papier verbrandt) speelt zich af in de 24ste eeuw, een era waarin er geen tijd meer is om boeken te lezen omdat het leven snel geleefd moet worden, zoals vandaag in het iconische Silicon Valley, een plaats van fitbit, lichaamsdesign, muesli en politiek correcte narcisten. Bij Bradbury is er ook sprake van ‘lopende bibliotheken’, zwervende mensen die bijeenkomen om de inhoud van boeken te memoriseren. Biblioclasme De voorafschaduwing hiervan vindt men al…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Ray Bradbury’s sf-roman Fahrenheit 451 (de temperatuur waarop papier verbrandt) speelt zich af in de 24ste eeuw, een era waarin er geen tijd meer is om boeken te lezen omdat het leven snel geleefd moet worden, zoals vandaag in het iconische Silicon Valley, een plaats van fitbit, lichaamsdesign, muesli en politiek correcte narcisten. Bij Bradbury is er ook sprake van ‘lopende bibliotheken’, zwervende mensen die bijeenkomen om de inhoud van boeken te memoriseren.

Biblioclasme

De voorafschaduwing hiervan vindt men al in apps die een koele samenvatting geven van wat een roman inhoudt. We mogen immers geen tijd verliezen met al te veel complexiteit, emotionaliteit of ambivalentie. Dat is voor dames, want die lezen voorlopig nog altijd veel meer romans dan mannen.

In Bradbury’s roman worden boeken verbrand en op zich is dat geen nieuw gegeven. Diocletianus pakte omstreeks 300 n.Chr. zowel de Perzische Mani-aanhangers aan (die waren on-Romeins) en wat later de christenen door hun boeken te verbranden. Toen hun religie geofficialiseerd werd verbrandden die laatsten op hun beurt wat hen niet zinde. De verschillende christelijke sekten vochten elkaar dan nog eens de tent uit. In de twintigste eeuw gooiden fanatieke christenen zelfs de boeken van Harry Potter in het vuur ! Kortom, biblioclasme zoals men het ook noemt, is van alle tijden.

De rust van een boek

Never waste a good crisis, men hoort deze incantatie tijdens coronische tijden ’t allenkant, in een periode waarin we, ondanks de opgepepte hosanna-berichten van VTM en de applausmachines om acht uur des avonds, op onszelf zijn aangewezen. En inderdaad, tijdens de builenpest van 1665 sloot de universiteit van Cambridge haar deuren en Newton moest naar zijn geboortestreek verkassen. Daar legde hij in alle eenzaamheid de fundamenten van de nieuwe fysica. Alleen en van geen mens gestoord, zoals het boek van wijlen literair criticus Albert Westerlinck heet.

De stoïcijn Seneca drukte het in de jaren 60 van onze tijdrekening ook pittig uit:  ‘Als eerste bewijs van geestelijk evenwicht beschouw ik het vermogen om te blijven zitten waar je zit en het gezelschap van je zelf te verdragen’. De vijftiende-eeuwse augustijner mysticus Thomas a Kempis drukte het zo uit: ‘Overal heb ik rust gezocht, en ik heb ze slechts gevonden in een hoekje met een boekje’, cum libello in angelo. De filosoof en wiskundige Pascal merkte terecht op dat alle onheil in de wereld voortkwam uit het blote feit dat mensen niet in alle rust in hun kamer kunnen blijven zitten. Ik vrees echter dat de aandachtspanne van de postmoderne mens dermate is afgenomen dat alleen tweets nog intense belangstelling genereren.

Groeiende empathie

De Nederlandse schrijver Maarten ’t Hart (16 romans!) zei lang geleden in een interview dat iedereen eens een tijd in het ziekenhuis zou moeten verblijven: de verveling zou dan misschien tot lezen aanzetten. Hij zei het op een goedmoedige manier en in een tijd dat er in elke ziekenhuiskamer nog geen televisie stond. Een andere reden om romans te lezen wordt ons voorgehouden door de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. Zij houdt in haar werk een sterk pleidooi voor de narratieve verbeelding. Het lezen van romans kan helpen om ons in te leven in een ander. We kunnen, door ons in de plaats van de ander te stellen, hem of haar dan misschien beter begrijpen.

Het lezen van literatuur biedt ons dan idealiter de mogelijkheid om onze empathie (waarmee volgens Kant de beschaving begint) met betrekking tot verlangens en emoties van de ander te vergroten en om onze ethiek te verruimen. Deze redenering — de roman als ethisch oefenterrein — is misschien typisch vrouwelijk, zeker als men constateert dat meer vrouwen dan mannen romans lezen. En héél soms brengt een roman een maatschappelijk heet hangijzer mee in beweging, zoals De negerhut van Oom Tom (1852) van Harriet Beecher Stowe – toevallig een vrouw? De succesvolle roman richtte zich op een emotionele wijze tegen de slavernij, ook al wijzen nog steeds veel zwarten het werk als racistisch af of maakt men gewag gemaakt van ‘cultural appropriation’, het meest maffe begrip dat postmoderne theemutsen ooit hebben uitgevonden.

Het concrete van een roman

In 2014 reageerde de Nederlandse auteur Adriaan van Dis als door een wesp gestoken op het feit dat een bepaalde krant geen fictie meer zou recenseren, juist omdat een roman, zoals hij toen zei, over emoties en inconsequenties gaat, waardoor je de wereld beter kan begrijpen. En, last not least, schreef Michel Houellebecq in zijn roman Plateforme: ‘Niets in de buurt hebben om te lezen is gevaarlijk; je moet je tevredenstellen met het leven zelf, en dat kan ertoe leiden dat je risico’s neemt’.

Het was Simone de Beauvoir die opmerkte dat filosofie meestal te abstract is om het leven te vatten. Romans kunnen dat wél omdat ze personages met hun kwellingen in concrete situaties tonen. Het klopt bijvoorbeeld dat romans, gebaseerd op het existentialisme, steevast van erg herkenbare en meestal wrange of stroperige situaties uitgaan. Dat existentialisme was en is nog steeds voor velen perfect herkenbaar: de mens is in de wereld geworpen, zijn wezen is angst in een tragisch bestaan, hij of zij heeft de morele keuze om bijvoorbeeld dief of moordenaar te zijn. Het leven als absurdisme, zinloosheid, eenzaamheid, vervreemding en wanhoop als menselijke conditie, ‘afzichtelijk bewuste eenzaamheid’ en ‘liefde als vermomde eenzaamheid’, zoals de Nederlandse schrijfster Anna Blaman het erg treffend en herkenbaar uitdrukt.

Romans als algemene beschrijving

We willen het in de drie volgende afleveringen echter hebben over de voorspellende waarde van bepaalde romans. Een roman kan beschrijvende waarde hebben en bijvoorbeeld de pest in zijn algemeenheid voorstellen, of een specifiek voorval behandelen. Camus’ La Peste (1947) is een voorbeeld van het eerste. Deze ‘coronaroman’ speelt zich af in een geclausuleerde setting, waarbij de pest, naast het verwijzen naar een absurd bestaan, tegelijk als een metafoor kan worden beschouwd die naar het nazisme verwijst. En misschien heeft deze roman ook wel een voorspellende waarde omdat de bezieling van de eerste weken gevolgd wordt door neerslachtigheid die geen berusting was maar een vreemd soort acceptatie, zoals de auteur het uitdrukt.

Mary Shelleys The Last Man (1826) is een postapocalyptische en filosofische roman die zich afspeelt in de eenentwintigste eeuw: de pest speelt een eminente rol en laat, op één man na, Europa en Afrika leeg achter. Mary Shelley construeerde met dit boek een draak van een veel te lange roman die toch als verdienste heeft dat hij de vooruitgang, aangejaagd door de Franse Revolutie en de prille medische wetenschap, in vraag stelt en allerlei sekten op de korrel neemt. Mary Shelley had Edmund Burke goed gelezen! Thomas Mann brengt ons in Dood in Venetië via het woeden van de cholera een verhaal over een man die emotioneel geteisterd wordt door desintegrerende krachten die hij niet ‘bemeestert’.

Romans als specifieke beschrijving

Specifiek is dan bijvoorbeeld Boccaccio’s Decamerone, een boek met honderd soms vrij scabreuze vertellingen die ontstonden omdat tien mensen (zeven vrouwen en drie mannen…) de pest van 1348 in Firenze ontvluchtten. Alessandro Manzoni’s magistrale roman I promessi sposi (‘De verloofden’) uit 1842, refereert aan de pest van 1630 in Milaan, en Een waarheidsgetrouw verslag van wat er in Londen precies gebeurde van Jonathan Swift, is een kortverhaal waarin de auteur sarcastisch de draak steekt met de ondergangsprofeten van de dag des oordeels die in de achttiende eeuw Londen onveilig maakten, de Greta’s en de Anuna’s van die tijd.

Daniel Defoe, de auteur van Robinson Crusoe, heeft het in Journal of the Plague Year (1772) over 1665 en de builenpest waarvoor, zoals gezegd, ook Newton wegvluchtte. Het is tot vandaag onder Defoe-kenners nog steeds een onderwerp van discussie: is dit een roman (fictie) of een historisch verslag (non-fictie)? Hoe dan ook: in zijn relaas somt de auteur zowat alle bizarre verschijnselen op die we vandaag bij de corona-uitbraak ook waarnemen, vooral op de sociale media (het is een complot van de overheid, men wil bepaalde wondermedicijnen verkopen, het zijn de buitenlanders die er een handje in hebben…).

Ik wil het absoluut ook niet hebben over de tot cult geworden bijna-horror-roman uit 1985 The Handmaid’s Tale van de Canadese schrijfster Margaret Atwood. In interviews destijds werd in verband met de inhoud gealludeerd op het regime van Khomeini dat in 1979 aan het bewind gekomen was. Maar via de geest van de tijd maakte de auteur een perverse draai en wordt de theocratische dystopie Gilead vandaag in de media alleen nog maar in verband gebracht met christendom en Trump.

Romans als ‘nieuwe oude testamenten’

Echter, noch de algemene noch de specifieke romans of verhalen interesseren ons hier, alleen romans die een zekere voorspellende kracht hebben. En die zijn volgens sommigen een nieuwe ‘morele pestilentie’, omdat ze tot ongenoegen van de machthebbers, de vinger op een maatschappelijke wonde leggen die ettert en die in de toekomst weleens disruptief voor de samenleving zou kunnen uitdraaien. In de negentiende en de twintigste eeuw zijn er zulke auteurs: mannen (ik vond geen vrouwen) die met een geraffineerde sensibiliteit of met literaire mokerslagen een sinister onheil als een juggernaut op de maatschappij af zagen komen.

Op Doorbraak worden elke dag (meestal) dag-tot-dag-commentaren geleverd, er wordt noodgedwongen op de korte baan gelopen. Dat is uitermate nuttig in een mediawereld die zijn eigen rood-groene agenda aan alle andere actoren dictatoriaal oplegt. Te weinig echter wordt gevolgd wat de Franse historicus Fernand Braudel de longue durée noemt, de maatschappelijk-culturele ontwikkelingen en de dynamiek ervan op lange termijn. Romans doen dat soms wel.

Sibillijnse boeken

Echter, wie had gedacht dat de politieke klasse in bange coronatijden erover zou waken dat ook de geest voedsel behoeft, komt bedrogen uit: bibliotheken worden overal gesloten, zelfs in Frankrijk — het land dat al eeuwenlang pretendeert een hogere intellectuele spiritualiteit te bezitten dan wie ook. Macron en zijn teflonbende laten het afweten en het gedweep dat met de bekende intellectuele blabla gepaard gaat, wordt in één klap tot hypocrisie gereduceerd. De Romeinen raadpleegden de Sibillijnse Boeken bij groot gevaar. Welke sibillijnse romans moeten we in deze crisistijd zeker lezen, juist omdat ze meer zijn dan een ordinair verhaal? Laat Doorbraak even het literaire gat opvullen.

Wim Van Rooy

Wim van Rooy (1947) is publicist en essayist. Hij is auteur van o.a. 'Waarover men niet spreekt'.