Corona: wetenschap vs. leiderschap

Wetenschap gaat ons niet redden, hooguit helpen. Leiderschap is de grote afwezige.

In een zucht van frustratie schreef ik recent aan een vriend dat ik niet wist waar ik het eerst aan zou komen te overlijden: het coronavirus of de lawine van dagelijkse (vaak niet al te doordachte) berichten van allerlei experten en opinisten in het publieke veld. Het deed me terugdenken aan het een en ander. Wetenschap is geen leiderschap noch beleid, en beiden falen zichtbaar op dit moment. De wereld is een rare plek en kwalitatieve beslissingen niet zo vanzelfsprekend als je zou denken of verwachten.

De Wiener Kreis herbezocht

Sinds Rudolf Carnap en zijn vrienden in het Wenen van 1929 hun Schriften zur wissenschaftlichen Weltauffassung publiceerden is het op bepaalde punten goed misgegaan. Merkwaardig genoeg was het een tijd die veel op de onze lijkt. Veel veranderingen, veel onzekerheden, economische instabiliteit, weinig echt leiderschap, maatschappelijke ontwrichtingen en alles wordt als een dreiging ervaren.

De Wiener Kreis blijft tot op vandaag ons denken over de rol van wetenschap bepalen. Dat ondanks het feit dat het inhoudelijk de laatste eeuw uitgebreid onderuit werd gehaald. Maar maatschappelijk blijft het domineren. Net zoals de Wiener Kreis dat wilde: niet alleen hadden ze de arrogantie om te willen bepalen wat wetenschap was en wat niet, ieder maatschappelijk probleem, inclusief het sociaal-economische, zou ook geherformuleerd moeten worden als een wetenschappelijk probleem (sciëntisme). Zo zouden we ook kunnen evolueren naar een eenheidswetenschap. Ook de maakbaarheidsillusie van het leven en de wereld vloeit eruit voort.

Dictatuur van de wetenschap

Sindsdien zijn we als maatschappij dus overgeleverd aan het wetenschappelijk-industrieel complex. Daar is menig boekje reeds over geschreven. Het is een industrie met een eigen belang. In de klimaatsfeer zie je dat in recente jaren erg duidelijk. Zo duidelijk dat de bedoeling van de wetenschap vaak vernauwd werd tot het bevestigen een pregeformateerde ideologische premisse eerder dan een bikkelharde zoektocht naar de waarheid.

Voor dat laatste wil niemand meer geld vrijmaken. Het moet een vooraf geformuleerde waarheid dienen (en bijhorende financiële), en liefst in lijn met wat reeds eerder werd geschreven (peer-review). Evenwel, geen van onze grote ontdekkingen de laatste eeuwen kwam zo tot stand.

Profileringsdrang

Maar nu zitten we dus met die corona-affaire. En ook daar zien we het primaat van de wetenschap. Nu heb ik niets tegen wetenschappers, ik ben er zelf ook een. Maar waar ik wel over val is het feit dat ieder maatschappelijk gegeven wordt gebruikt door wetenschappers om hun behoefte aan zelfprofilering te voeden. Ik ga namen achterwege laten, maar je kan ze in elk domein de laatste weken vinden: economen, virologen, biostatistici,… Je kan het zo gek niet bedenken. Zelfs de ethici buitelden over elkaar heen om de richtlijnen mogen op te stellen en hun stempel te drukken op basis van welke criteria de triage dient te gebeuren bij (eventuele) overbelasting van de gezondheidzorg en in het bijzonder de intensive care.

Oorlogsgeneeskunde heet het beestje en het bestaat al een tijdje. Geen extra nood dus aan zelfprofilering. Sommigen van die lui geven me een beetje de indruk dat eender wat goed genoeg is om nog eens in het nieuws (lees MSM) te komen. Het is eerder een entertainment-industrie geworden dan een bijdrage aan (de kwaliteit van) het maatschappelijk debat. Ze doen me een beetje denken aan de zatte vervelende oom (met open gulp) die per se op elke familiefoto wil staan. Wat een helden, dat we het daarvan moeten hebben.

Dat sommigen nog de tijd vinden om te werken, iedere dag beter te worden in wat ze beweren expert te zijn. Het ontgaat me. Excellent zijn ben je niet in parttime modus. Opiniemakerij en wetenschappelijke expertise zijn met elkaar vervlochten (inhoudelijk en qua personen) geraakt en daar wordt niemand beter van. Zo dient het niets dat een viroloog nu reeds iets zegt over of we binnen drie maanden op vakantie kunnen. Of dat er wordt gespeculeerd over het feit of de politiek — al dan niet tijdelijk — info heeft achtergehouden. Of dat de scholen beter wel of niet waren dichtgegaan, of dat ze tijdens de zomer moeten openblijven. Of dat er een miljarden-bazooka moet worden ingezet om de economie te stabiliseren, zonder verdere kwalificatie. Of mischien toch: 1000 euro per gezin, en misschien straks nog eens, is de chirurgisch verfijnde conclusie. Maar misschien is dat helikoptergeld dan toch weer niet zo verfijnd als het initieel klonk. De kletsende en babbelende opinie-industrie waant zich de koninklijke vervanger van staatswaardig beleid.

Als expert misschien zich bij de feiten houden en daarmee werken lijkt me een beter plan. En keuzes maken en daarvoor je verantwoordelijkheid opnemen. De onzekerheidsmarge in veel van die dingen is niet iets om je achter te verbergen, of kromme renederingen recht te praten. Dat heet leiderschap: je maakt keuzes en je legt je hoofd op het hakblok als het misgaat. Wat we nu zien is falend administrateurschap. Het doet er niet toe of we beleidsmatig de eerste zijstraat links of rechts gaan als we in het verkeerde deel van de stad zitten. En ja, de MSM is altijd op zoek naar aandacht, dus daar valt sowieso niets van de verwachten.

Publiek leiderschap is nagenoeg onbestaande

Van de andere zijde hebben we het publieke leiderschap. Daar moet je eerst ernstig naar zoeken voor dat je er iets van kan terugvinden. Het feit dat virologen tot 90% (naar eigen zeggen) van de maatregelen vooraf hadden uitgeschreven, doet me de vraag stellen waar al die terugkerende nachtelijke aanstellerij voor nodig is.

Wetenschap vervangt geen publiek beleid, noch valt het er mee samen. Dat snappen de wetenschappers blijkbaar niet, die van wetenschapper opeens ook beleidsmaker en opiniemaker zijn. Wie dat verschil niet begrijpt heeft een probleem, en droomt de droom van de Wiener Kreis nog steeds, 100 jaar na datum. Politici daarentegen vinden het nodig, al was het maar wegens een gebrek aan eigen bijdrage, om de wetenschappelijke aanbevelingen 1-op-1 over te nemen. De inzichten van een wetenschapper als beleid identificeren zonder flankerend publiek draagvlak en bijhorende legitimering, is ernstig problematisch. Het zegt iets over de diepe en reeds lang bestaande crisis in het publieke infrastructuur.

Leiderschap versus opkomende strategie

Want laten we eerlijk zijn, buiten een aanzienlijk late reactie op het probleem, doet iedereen nu maar wat aan. Vaak klinkt er hier een daar de vraag naar de rol van proportionaliteit in deze kwestie. Ook de bijna afwezige convergentie van nationaal beleid, en de troosteloze afwezigheid van de EU op dit punt doet vragen rijzen. Het vrij verkeer van goederen garanderen in de puinhoop van grenscontroles in de Schengenzone was blijkbaar het enige waar ze van waker liggen.

Voor dit soort van strategische uitrol hebben de zakenscholen een naam: opkomende strategieën (‘emerging strategies’). Kort gezegd komt het er op meer dat je maar wat aanrommelt, en reactief beleid maakt (je reageert op nieuwe feiten als ze binnenkomen) en zeker geen fundamenteel beleid (wat wil ik bereiken en wat is de snelste, korste en minst dure weg er naar toe; nieuwe feiten dienen enkel ter temporisering).

Het impliceert ook dat je straks terugkijkt waarbij je twee opties hebt: (1) of je hebt het resulaat dat je wil en dat zeg je dat je strategie gewerkt heeft en dat dit eindresultaat is dat je altijd al wilde, ook al hebben je keuzes niets of nauwelijks bijgedragen aan het eindresultaat; of (2) het eindresultaat is niet wat je zocht, maar dan heb je in ieder geval je best gedaan en dat moet dan maar goed genoeg zijn. Je verschuilt je als publieke beleidsmaker dan ook achter het feit dat je de specialisten en experten blindelings bent gevolgd. Wat meer had je kunnen doen?

En wat met het prijskaartje?

Aan al deze ellende hangt een prijskaartje. En het gaat een forse worden. Dat dit ons als maatschappij overkomt, is direct weer een reden om de last straks goed breed uit te smeren. Een vorm van verantwoordelijkheid over de hoogte van de kost is er niet en zal er straks ook niet zijn. Enige sympathie kan ik dan ook opbrengen voor het Nederlandse CPB dat een veelvoudige scenario-doorrekening zal publiceren op 26 maart op basis waarvan keuzes gemaakt kunnen worden en keuzes verantwoord. Wij evenwel verzanden in etatisme zoals onze zuiderburen, met een totale afwezigheid van financiële controle en beslissingen genomen door een regering die ondanks de recente kunstgrepen toch nog steeds niet over een echte meerderheid beschikt in dit land.

Als wetenschap dat toch zo’n zegen is voor alle maatschappelijke problemen, dan is het me niet duidelijk waarom dat het publieke veld er dan anno 2020 als een slagveld bijligt. We hebben dan ook geen gebrek aan expertise (of opinies), we hebben pijnlijk gebrek aan (publiek) leiderschap. Maar dat leer je niet aan de universiteit, dus die hoge, en steeds hoger opgeleide maatschappij, laat nog steeds pijnlijke steken vallen.

Wetenschap gaat ons niet redden, hooguit helpen. Leiderschap is de grote afwezige. Het werd vervangen door een soort van regentschap en bureaucratisch gehaspel dat alleen maar de loskoppeling van publieke instellingen, leiderschap en legitimiteit enerzijds en de constituerende maatschappij anderzijds die altijd de rekening oppikt extra zwaar in de verf zet.

Luc Nijs :Luc Nijs is de bestuursvoorzitter en CEO van investeringsmaatschappij The Talitha Group en doceerde o.a. ‘Internationale kapitaalmarkten’ en ‘Bedrijfsfinanciering en -waardering’ aan de universiteiten van Leiden, Riga en Madrid. Hij is de auteur van een reeks boeken inzake internationale financiën, kapitaalmarkten, schaduwbankieren en aanverwante onderwerpen.