Daar is de Franstalige belastingregering weer

Fiscaliteit is de zwakste flank van de Vivaldi-constructie, zo leert een grondige lectuur van het recente regeerakkoord. Werden pistes voor nieuwe belastingverhogingen door Open Vld  aanvankelijk nog weggewuifd, dan kwam de partij van de premier daar de volgende dagen met mondjesmaat op terug.

In dit postmoderne tijdsperk van instant communicatie overstemt de perceptie haast de realiteit. Het is cruciaal om onmiddellijk de boventoon te zetten en zo de perceptiestrijd proberen te winnen. Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert kwam als eerste onderhandelaar naar buiten toen het politieke akkoord was bereikt. Opmerkelijk was zijn eerste verklaring ‘dat er slechts zeer beperkte ingrepen in de fiscaliteit zullen gebeuren’.

Rijzende onduidelijkheid

Daarmee kondigde hij een belangrijke liberale overwinning aan, namelijk dat er slechts minimale marges voor toekomstige belastingverhogingen toegegeven waren tijdens de federale onderhandelingen. Even later lazen we in het akkoord evenwel duidelijk dat één derde van de budgettaire inspanningen via nieuwe inkomsten (per definitie belastingen dus) zal verlopen. Verderop staat ook vermeld dat belastingverhogingen weliswaar kunnen in het kader van budgettaire discussies. Die twee laatste passages vallen natuurlijk moeilijk te rijmen met de eerstgenoemde mondelinge verklaring. Die rijzende onduidelijkheid riep al snel vragen op.

Het is goed om te weten hoe budgettaire discussies tijdens een lopend begrotingsjaar er precies uitzien. Ingewijden in de materie beseffen dat het in dit late stadium een pak moeilijker is om in te grijpen aan de uitgavenzijde dan aan de inkomstenzijde. Immers, besparingen op bijvoorbeeld het overheidsapparaat leveren pas op termijn effectief geld op. Een verhoging van het bestaande BTW- tarief kan daarentegen de dag erna al in de winkelprijzen worden verrekend.

Bijgevolg, indien er nu weinig over fiscaliteit in het bereikte politieke compromis staat neergeschreven, dan is dit voor de Vlaamse middenklasse eerder een alarmerend signaal dan een geruststelling. Zijn er hierover op voorhand geen duidelijke afspraken gemaakt, dan is de kans huizenhoog dat er tijdens de legislatuur nieuwe heffingen worden doorgevoerd.

Grote olifant

Velen wijzen op het vage karakter van het federale regeerakkoord. Die kritiek klopt slechts deels. De sociale verworvenheden staat wel degelijk uitgebreid en concreet beschreven, maar de economische en budgettaire maatregelen zijn vaak beknopter en vrijblijvender geformuleerd. Ook het fiscale luikje oogt op het eerste gezicht vrij mager. Al zijn de auteurs hier wel creatief geweest. Een grondige lectuur van het volledige document leert dat de opstapjes voor nieuwe taksen vakkundig werden uitgestrooid over de verschillende tekstonderdelen.

Het is een bekende politieke truc. Wil je een grote en onpopulaire olifant ongemerkt de revue laten passeren, dan knip je die best op in kleine stukjes en probeer je deze in schuifjes door te sluizen. Dat is ook hier gebeurd: het grote pijnpunt ‘belastingverhogingen’ werd opgedeeld en begraven in de verscheidene hoofdstukken van het akkoord.

Vermogenswinstbelasting

Intussen gaf de liberale vicepremier Vincent Van Quickenborne publiekelijk toe dat er effectief een vermogenswinstbelasting komt. Gevraagd naar wie dan in het vizier loopt, sprak hij over de één procent rijksten. Volgens Van Quickenborne was de installatie van een vermogenskadaster tegengehouden, maar dit klopt niet. Sterker zelfs, het register bestaat al, en dit onder de vorm van het Centraal Aanspreekpunt (CAP) binnen de Nationale Bank (NBB). Het regeringsdebat schuift nu eerder op naar welke aanvullende informatie er precies in mag en welke bijkomende instanties ook toegang krijgen tot die databank.

Welke bijkomende belastingen staan er concreet in het regeerakkoord? Door de vage bewoordingen blijft het afwachten hoe de maatregelen concreet uitwerking gaan krijgen, maar minstens gaat het over volgende principiële heffingen:

  • een ‘CO² carbon taks’ op bijvoorbeeld op vleeswaren en huishoudtoestellen;
  • een ‘digitale servicetaks’ op aanbieders van digitale diensten zoals TV- of GSM- abonnementen;
  • een ‘kerosinetaks’ om de bestaande belastingvrijstelling voor de brandstof van vliegmaatschappijen af te schaffen;
  • een ‘minimumbelasting op multinationals’ als EDF Suez of Arcelor Mittal die weliswaar actief zijn in België, maar hier op hun geboekte winsten geen belastingen betalen;

 

Dit zijn drie schoolvoorbeelden van lasten geheven op producenten, maar die vervolgens doorgerekend worden aan de consumenten (winkelprijzen, Netflix-abonnement, vliegtickets, stroomfactuur), of erger zelfs, leiden tot het schrappen van binnenlandse tewerkstelling.

Voorts lezen we ook:

  • een verhoging en/of uitbreiding van ‘het statiegeld via de verpakkingsheffing’, wat tevens leidt tot hogere prijzen aan de kassa.
  • een half miljard euro aan ‘verhoogde BTW en accijnzen op rookwaren’. Los van de hogere marktprijzen als gevolg, is die meer-inkomst wat bizar. Immers, de federale regering wil tegelijk werk maken van een meer preventief gezondheidsbeleid en zo de alcohol- en tabaksconsumptie terugdringen.
  • de ‘verdubbeling van het kinderverlof’ van 10 naar 20 dagen: aangenaam voor de gezinnen, maar voor bedrijven met tientallen werknemers betekent het boekhoudkundig een lastenverhoging op arbeid – dit aangezien een andere persoon het werk alsnog zal moeten opknappen.
  • het ‘niet-indexeren van fiscale uitgaven’: dit betekent concreet dat bestaande aftrekposten in de inkomstenbelasting wat teruggeschroefd worden. De Vlaamse middenklasse zal minder geld kunnen recupereren van de fiscus.
  • De ‘solidaire bijdrage door personen met de grootste draagkracht’ – lees: vermogen. De tekst hangt de belasting op aan het coronavirus, dat stilaan een excuus is voor alles wat maatschappelijk of politiek mank loopt.

 

Vooral die laatste ingreep belooft de kroon op het fiscale werk te worden. Al op de eerstvolgende begrotingscontrole (maart-april 2021) moet bevoegd minister Vincent Van Peteghem (CD&V) een concreet voorstel van wet neerleggen. Er heerst momenteel grote onduidelijkheid over welke vermogensbron hiervoor zal worden aangeboord: financiële transacties, beleggingen, huurinkomsten, tweede woonst,…? Of een combinatie?

Bittere pillen

De nieuwbakken CD&V-minister krijgt een kwartaal de tijd om middels juridische spitstechnologie een houdbare constructie uit te tekenen waar zijn voorgangers niet in slaagden. Om de lading vakkundig af te dekken spreken de Vivaldisten in hun regeerakkoord over de noodzaak een ‘eerlijke fiscaliteit’ te bewerkstelligen. Wie kan daar iets tegen hebben?

Net zoals premier Verhofstadt tijdens paars onder de interne socialistische druk bezweek, verkeren de Vlaamse liberalen ook nu in de ongemakkelijke positie. Het probleem van Open Vld is dat zij, als formateurspartij die de premier levert, steevast op zoek moet gaan naar de politieke consensus binnen de bonte federale coalitie. Daarmee verliest ze haar onderhandelingsmacht om geloofwaardig te dreigen met een vertrek uit de regering die zijzelf leidt. Krijgt de Open Vld enkele bittere fiscale pillen te slikken, dan haalt de harde politieke realiteit de positieve geluiden van haar partijvoorzitter weldra in.

Luister ook naar de aflevering van Doorbraak Radio met fiscaal expert Michel Maus, over de Vivaldiplannen voor de bestrijding van fiscale fraude.

Lorenzo Terrière :Lorenzo Terrière is doctoraatsonderzoeker en geeft les aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Voorheen werkte hij o.m. op het kabinet van Defensie (N-VA).