De Bourgondische Librije in de Koninklijke Bibliotheek

De Koninklijke Bibliotheek te Brussel.

Een paar weken geleden opende de Koninklijke Bibliotheek in Brussel een expo gewijd aan de Bourgondische Librije, een unieke verzameling vijftiende-eeuwse handschriften die in de Koninklijke Bibliotheek bewaard wordt en nu voor het eerst in 600 jaar voor iedereen te bewonderen is.

Nieuwe wind

Er waait een nieuwe wind door de Brusselse Koninklijke Bibliotheek (KBR), zoveel is duidelijk. Enkele maanden geleden nog uitte ik hier mijn ongenoegen over de te beperkte online beschikbaarheid van de gedigitaliseerde kranten. Hoewel er toen schijnbaar niet veel hoop was op snelle beterschap, maakte de instelling van de lockdown gebruik om haar digitale aanbod versneld uit te rollen.

En zie, sedert 15 juni kan iedereen die een KBR-account heeft van thuis uit alle door de bibliotheek gedigitaliseerde bronnen raadplegen, dus ook de kranten en tijdschriften die nog geen 100 jaar oud zijn. Bovendien werden vier nieuwe scanners aangekocht, waarmee het digitale aanbod in verhoogd tempo kan worden uitgebreid. Inmiddels zijn ook meer dan 200 van de circa 300 handschriften die de zogenaamde Bourgondische Librije vormen online raadpleegbaar. Rond deze werken is het op 18 september geopende museum opgebouwd.

Koninklijke Bibliotheek

Jean Mansel, La Fleur des histoires, Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw, Bezoekersgids van de Bourgondische Librije.

Vlaams geld voor een federale instelling

De eerste plannen voor dat museum dateren van 2015 en mede dankzij een royale financiële bijdrage van Toerisme Vlaanderen kon de uitvoering ervan naar Belgische maatstaven relatief snel verwezenlijkt worden. Dat een Vlaamse instantie een federale wetenschappelijke instelling subsidieert, is vrij uniek. Het zorgde ervoor dat naast de federale zusterinstellingen ook verschillende Vlaamse musea, zoals het Mechelse Hof van Busleyden, artefacten uit hun depots in semipermanente bruikleen ter beschikking stelden om het nieuwe museum te stofferen.

Uiteraard draait de opstelling op de eerste plaats om de unieke handschriften die de Bourgondiërs, te beginnen bij Filips de Stoute maar vooral onder impuls van de bibliofiel Filips de Goede, in de vijftiende eeuw lieten vervaardigen of op een andere manier in hun bezit kregen. Volgens de vijftiende-eeuwse inventaris omvatte de Librije toen zowat 900 manuscripten. Daarvan overleefden een vierhonderdtal de tand des tijds, waarvan er dus 300 in de KBR bewaard worden.

Om de vier maanden anders

Tot voor kort konden deze handschriften, vaak verlucht met miniaturen van belangrijke kunstenaars als Rogier van der Weyden, alleen bekeken worden door onderzoekers, als ze tenminste over de nodige geloofsbrieven beschikten. De hele bibliotheek had tot enkele jaren geleden trouwens iets van een boekenburcht waar lezers en onderzoekers, eens ze waren binnengeraakt, het gevoel hadden slechts te worden gedoogd. In het KBR-museum kan voortaan iedereen voor een handvol euro’s een honderdtal van deze handgeschreven boeken komen bewonderen.

En het gaat wel degelijk om de echte manuscripten en niet om facsimiles, zoals tegenwoordig vaker het geval is. Om bewaartechnische redenen zullen er om de vier maanden dan ook andere werken tentoongesteld worden. Dat brengt met zich mee dat een klassieke catalogus weinig zin had. In plaats daarvan koos men voor een bezoekersgids, die een algemeen beeld schetst en tien losse fiches van tentoongestelde objecten bevat. Wie over een paar maanden teruggaat, kan dan voor een habbekrats een nieuw setje fiches kopen van tien op dat moment tentoongestelde werken.

15de-eeuwse context

Vanaf januari 2021 zullen er weliswaar andere handschriften te zien zijn dan nu, maar de omkadering en het concept van het museum blijven uiteraard ongewijzigd. De Bourgondische Librije wordt in zijn sociaal-politieke, religieuze en artistieke context geplaatst door middel van geanimeerde presentaties – die bijvoorbeeld op een muur van de fraai gerestaureerde laat vijftiende-eeuwse Nassaukapel geprojecteerd worden – maar ook schilderijen, beelden, gebruiksvoorwerpen en muziek uit de ontstaansperiode van de handschriften.

Koninklijke Bibliotheek

Gérard van Vliederhoven, Cordiale de quattuor novissimis, Franse versie van Jean Miélot, Zuidelijke Nederlanden, 1455, Bezoekersgids van de Bourgondische Librije.

Op die manier worden verbanden aanschouwelijk gemaakt die met het tentoonstellen van de manuscripten alleen veel moeilijker te leggen waren. Voorts wordt getoond hoe een handgeschreven boek ontstaat: van het vervaardigen van perkament en inkten, over de productietechnieken van boekbanden tot de evolutie van het schrift.

Bijzonder interessant is de boekhistorische context. Voor de Bourgondische tijd bestond er immers al een bloeiende boekproductie in de Vlaamse steden. En ook uit die periode zijn er werken uitgestald, zoals een De Imitatione Christi door Thomas a Kempis eigenhandig neergepend, de prachtige 13de-eeuwse Rijmbijbel van Jacob van Maerlant en het befaamde handschrift-Van Hulthem, een handschriftenbundel die onder meer de Middelnederlandse Abele spelen bevat. Voor neerlandici als ik is het een fijne ervaring om die twee klassiekers ook eens in hun originele vorm te zien.

Speelvogel, ontdekkingsreiziger of meerwaardezoeker

Maar dit museum biedt niet alleen vertier en genot voor ingewijden. Bezoekers kunnen kiezen uit drie bezoekersprofielen: ‘speelvogel’ (bedoeld voor kinderen), ‘ontdekkingsreiziger’ (de geïnteresseerde leek) of ‘meerwaardezoeker’. Op verschillende plaatsen kunnen ze dan met een armbandje uitleg op maat vragen die op een schermpje naast de objecten verschijnt. Geheel contactloos en dus geen gedoe met audioguides, wat in deze tijden goed uitkomt – al kan ik me voorstellen dat het in post-coronatijden misschien wat dringen kan worden rond de relatief kleine schermpjes.

Dat laatste zal alleen het geval zijn als het museum de bezoekersaantallen krijgt die het verdient. Voor wie als lezer gefascineerd is geraakt door De Bourgondiërs  van Bart van Loo is het KBR-museum een absolute must see – en neem gerust uw buitenlandse vrienden mee wanneer het weer mag, want ik zou niet weten waar ter wereld men zoveel mooie middeleeuwse handschriften bij elkaar kan zien.

Manu Van der Aa :Manu van der Aa (1964) is literatuurhistoricus en stichtend redacteur van het literair-historisch tijdschrift Zacht Lawijd. Hij publiceerde o.m. over E. du Perron, Michel Seuphor, Gerard Walschap, Alice Nahon, Paul-Gustave van Hecke en Paul Méral.