fbpx


Actualiteit, Cultuur
Bart Caron

De coronacrisis, de cultuursector bloedt, vooral de kunstenaars



cultuurminister

Het coronavirus rukt op. Velen krijgen schrik. Van de overheid wordt verwacht dat die efficiënt en krachtig optreedt. De gevolgen lieten niet op zich wachten, terecht trouwens. Alle culturele activiteiten zijn geannuleerd, nog voor een tijdje, cultuurhuizen zijn gesloten, theater- en dansvoorstellingen, voordrachten, festivals en concerten worden afgelast.

Beter op veilig spelen dan gezondheidsrisico’s nemen. Zeker niet op plekken waar mensen dicht bij elkaar zitten zoals in een theaterzaal, een cinema of een circustent. Social distancing is er gewoon niet te realiseren, zelfs al verkoop je maar 1 stoel op 4. Organisatoren moeten voorstellingen afgelasten, overheden sluiten culturele infrastructuur, artiesten moeten in hun ‘kot’ blijven. Dat heeft toch desastreuze gevolgen?

Zonder cultuur?

Het publiek kan een tijdje zonder kunst en cultuur. Het zal niet voor eeuwig zijn, zo wordt ons verteld. Maar voor hoelang? Dat weten we nog niet. Vanuit de publiekskant kunnen we ons nu vergapen aan heel veel online kunst en cultuur, aan al die boeken die we nog niet hadden gelezen, de films die we niet hadden gezien. Je kan ook alles online bestellen. Geen probleem. Al moet ik zelf bekennen dat ik het sociaal contact erg mis dat zo eigen is aan culturele activiteiten. Maar goed, de overheid moet geen culturele aankoopbons uitdelen aan cultuurliefhebbers opdat ze terug naar hun vertrouwde zalen zouden trekken.

De tickets die we gekocht hebben zullen we later wel kunnen spenderen. We krijgen een voucher, of krijgen zelfs ons geld terug, of we kunnen het doneren. Dat laatste was wat de cultuurminister suggereerde.

Donkere dagen

Uiteraard breken er voor de economie, net als voor cultuursector breken donkere dagen aan. Cultuur is ook een vorm van economie. Al is het doel niet altijd winst maken, de mechanismen zijn vrij gelijkend. Bij artiesten die niet mogen spelen, komt er geen geld in de lade. Bij cultuurhuizen die veel voorstellingen moeten afgelasten, drogen de eigen ontvangsten op. De kosten verdwijnen echter niet. Lonen van medewerkers moeten betaald worden, net als afbetalingen van leningen, huurgelden enz.

Laat me beginnen met een eenvoudig verhaaltje. Als een voorstelling wordt afgelast, worden verkochte tickets aan de kopers terugbetaald of vervangen door een voucher. Voor het publiek zijn er weinig problemen. Een cultuurcentrum of een andere organisator dat een contract afsloot met een gezelschap roept overmacht in en verbreekt het contract. Soms wordt uit solidariteit of sympathie met de kunstenaars een deel van de uitkoopsom betaald, maar of deze praktijk wijd verbreid is, durven we betwijfelen. Het gezelschap of orkest, de rockband of de comedian kan in het beste geval een seizoen later terugkomen, als hun kalender en die van het centrum dat toelaten. Dat gezelschap heeft wel artiesten, technici en andere medewerkers ingehuurd, als zelfstandige of als werknemer, dikwijls in het gebrekkige kunstenaarsstatuut. Wat moeten zij doen? Ze aan de dop zetten, of ook overmacht inroepen. Wie is slachtoffer? Wie is de pineut?

Om het probleem te begrijpen moet je het vanuit verschillende standpunten benaderen. Zo moet je een onderscheid maken tussen producerende kunstenaars, hun gezelschappen en kunstenorganisaties die vooral werk presenteren en tonen. Daarnaast moet je een onderscheid maken tussen zij die hoofdzakelijk op subsidies beroep moeten doen en zij die grotendeels op eigen inkomsten drijven, al is het onderscheid niet steeds zwart-wit. En ten slotte moet je steeds rekening houden met het sociaal statuut van de beetrokken personen.

De zwakste schakel: kunstenaars

Om met het laatste te starten. De meeste producties worden gemaakt met of door freelancers die tijdelijk voor een welbepaalde productie komen werken, als zelfstandige of met kortlopende contracten. De freelancers zijn de grootste slachtoffers. Zij verliezen hun inkomen gedurende de periode dat ze niet aan de slag kunnen.

Voor loontrekkende artiesten, meestal in het kunstenaarsstatuut, is tijdelijke werkloosheid een oplossing, maar dat is een minderheid van het artiestengild. De meesten van hen zijn zelfstandig. Voor hen is er vandaag geen compensatie zoals voor de horeca of de kappers.

Overheidsinstellingen, vzw’s en culturele economie

Er zijn in de sector veel overheidsinstellingen. Zoals cultuurcentra, openbare bibliotheken, musea, deSingel, de Vlaamse opera, onze grote orkesten… Zij presenteren kunst, of stellen cultuur ter beschikking van het publiek, of maken en ondersteunen producties. De Vlaamse overheid of de lokale overheden zullen hun tekorten wel delgen. We mogen blij zijn dat de overheid zo’n belangrijke voet binnen heeft bij het presenteren en spreiden van kunsten en cultuur. Maar voor veel medewerkers dreigt toch tijdelijke werkloosheid.

Bij autonome vzw’s zoals theatergezelschappen, kunstencentra, orkesten, muziekorganisaties enz. moet de vzw zelf voor de financiële zorgen opdraaien. Het zijn gesubsidieerde organisaties zonder grote financiële buffers of reserves. De recente besparingen hebben ook al stevig ingehakt op hun mogelijkheden, en nu dit. Een en ander hangt zoals geschetst af van de mate waarin ze eigen inkomsten verwerven. Dansgezelschappen als Rosas of Les Ballet C de la B, een orkest als of B’Rock, het vocaal ensemble Huelgas of de theatercompagnie Studio Orka halen veel inkomsten uit uitkoopsommen van tournees – samen soms tot 2/3de van hun omzet, meer dan ze aan subsidies ontvangen. Ze verwerven die inkomsten vaak in het buitenland waar ze (vrij) grote uitkoopsommen kunnen krijgen. Voor hen is de situatie zeer ernstig. Die inkomsten vallen onherroepelijk weg.

Ze verschillen hier weinig of niks van het lot van niet-gesubsideerde artiesten, zoals rockbands of performers, schlagerzangers, presentatoren, comedians, uitvoerende kunstenaars in commerciële producties van Studio 100… Bij gezelschappen zullen heel wat van hun dansers, musici en acteurs op straat worden gezet. We kunnen hopen dat ze loontrekkende kunstenaars zijn, want zoals gezegd, voor de zelfstandigen komt er een donkere periode aan.De tijd dat rockgroepen of populaire zangers zich nog een behoorlijk inkomen verwierven via de verkoop van hun CD’s, ligt wel helemaal achter ons. Live optreden is nu veruit de belangrijkste inkomstenbron.

Terwijl in de entertainmentwereld de wetten van de klassieke economie gelden, hangt de impact op de gesubsidieerde kunstensector eerder samen met de sociale statuten waaronder wordt gewerkt. In beide gevallen zijn de grootste slachtoffers dezelfde personen, zij die aan het einde van de artistieke keten bengelen, de zwakste schakels.

Kunstenaars in een zelfstandigenstatuut die 20 avonden niet betaald worden, en dat pakweg drie maanden na elkaar… dat is ingrijpend. Kunnen voorstellingen dan niet later geprogrammeerd worden? Soms kan dat, voor zover de productie dan nog op het repertoire staat en er nog ruimte is op de kalender. Maar dat lukt niet steeds. Stel je voor dat een productie die drie maanden zou toeren, hernomen kan worden tijdens het volgende seizoen. Zijn de artiesten dan gered? Wel nee, ze moeten dan immers een andere productie, die in die periode gepland was en waar ze al een engagement hadden voor aangegaan, afzeggen. De inkomsten zijn verloren.

Aan de rand gaapt de afgrond

De problematiek is niet beperkt tot wat we op een podium zien. In de brede cultuurwereld zijn bijvoorbeeld toeleveranciers en horeca belangrijke economische actoren. Zij zijn evenzeer slachtoffer. Weet dat elke euro die in cultuur wordt geïnvesteerd er drie oplevert voor de economie.

Of denk eens aan het sociaal-cultureel werk. We missen het sociaal contact dat deze sector zo overvloedig aanbiedt. Maar er is meer. De vele verenigingen, zeker op Vlaams vlak, dreigen in de problemen te komen. Alle publieksgerichte activiteiten zijn afgelast, waardoor ze dreigen niet meer te voldoen aan criteria en normen die de overheid hen, in ruil voor subsidies, oplegt. Zal de Vlaamse overheid hier rekening mee houden? Ze hopen daar zeker op.

Ondertussen leveren die annuleringen ook stapels werk op: alleen al het terugbetalen van duizenden tickets of ze omzetten in vouchers (waardebonnen!) is een helse karwei. De communicatie naar je publiek is ook niet eenvoudig. Net als de zoektocht naar nieuwe data.

Kan de cultuurminister helpen aub?

De pandemie grijpt diep in op de cultuursector. De sector vraagt hulp aan de minister van Cultuur. Hij moet met zijn administratie , de steunpunten en belangenbehartigers de problemen in kaart brengen. En een noodkrediet vrijmaken om een deel van de verliezen te helpen dekken. Die intentie heeft Jan Jambon reeds uitgesproken. Er is 200 miljoen euro vrijgemaakt, maar dat geldt voor cultuur, jeugd, sport en media. Het noodfonds bedraagt zowat 20% van de jaarlijkse subsidiemassa voor deze sectoren en wellicht nog geen 5% van hun omzet. De concrete modaliteiten zijn nog niet uitgewerkt. Iedereen hoopt dat Jan Jambon er in de commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement, morgen donderdag, meer toelichting kan bij geven. Het zal deze sectoren helpen, maar wellicht maar in beperkte mate. We zullen zien.

De coronahinderpremie, een eenmalige premie van 4000 euro, is er voor compensatie van economische activiteiten. In de cultuursector zal dat wellicht werken voor de horecafunctie van cultuurhuizen, in zoverre die een dagelijkse exploitatie kent. Die kan na een maand verlengd worden met 60 euro per dag.

En er zijn ten slotte aanvullende maatregelen voor ondernemingen en zelfstandigen, ook in bijberoep. Er komt een compensatie voor ondernemingen die wel verderwerken, maar door de omstandigheden hun inkomsten zagen krimpen. Het gaat om een eenmalige premie van 3000 euro voor alle bedrijven die tussen 14 maart en 30 april een omzetverlies van meer dan 60% tegenover het jaar laten optekenen. Minister Crevits, bevoegd voor Economie, deelde mee dat ondernemingen uit alle sectoren er recht zullen op hebben. Niet alleen zelfstandigen in hoofdberoep, maar ook in bijberoep zouden recht hebben op de premie als ze sociale bijdragen zoals een zelfstandige in hoofdberoep betalen. In het andere geval wordt 1500 euro uitgekeerd. Wellicht komt dit op een goede manier ten goede aan de zovele zelfstandigen in de brede cultuursector. Belangenorganisaties als oKo (Overleg KunstenOrganisaties) en SOTA (State Of The Arts) volgen dat nauwgezet op en zetten de nodige druk op de Vlaamse regering.

Verminkt cultuuraanbod

Dat is ook nodig willen we vermijden dat de sector, na het overwinnen van het coronavirus, niet in een financiële crisis terecht komt die onze cultuurproductie en derhalve ook ons cultuuraanbod langdurig verminkt. We moeten vermijden dat beloftevolle en goede kunstenaars er de brui aan geven.

Net daarom moet de Vlaamse regering dringend een noodfonds voor de brede culturele sector opzetten. Vooral voor zij die er het meeste onder lijden, die zich in de zwakste sociaaleconomische positie bevinden en die vaak tussen de mazen van de reguliere sociale zekerheid vallen.

Kan de hinderpremie ook worden ingezet voor vzw’s? Wat met het kunstenaarsstatuut? Als je gedurende anderhalf jaar geen 156 dagen hebt gewerkt, verlies je het statuut . Met een lockdown van drie maanden zal dat voor velen problematisch worden.

Zeker individuele kunstenaars en kleine organisaties die geen of beperkte subsidies krijgen, dreigen de grootste slachtoffers te worden.
Daarom deze oproep aan cultuurminister Jan Jambon en alle Vlaamse politici: de kunstenaars en hun omgeving hebben u nodig. Zet daar aub op in. Nu, maar zeker ook (voor) morgen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Bart Caron

Bart Caron is oud-kabinetschef Cultuur en gewezen Vlaams Parlementslid voor Groen.