fbpx


Commentaar, Politiek
Raad van State

De dictatuur van de particratie



Na een snelle lezing van het wetsvoorstel betreft de volmachten om de coronacrisis te bestrijden, was het meteen duidelijk dat dit geen gewone bijzondere volmachtenwet was zoals ten tijde van de Mexicaanse Griep in 2009. Deze unieke bijzondere volmachtenwet wijkt op twee vlakken af van een gewone versie. Deze wet is legislatief amateuristisch in elkaar geflanst en zet bovendien de deur op een kier voor een dictatuur. Het eerste is vrij verwonderlijk als je weet dat de verzamelde bollebozen van tien (10!) politieke partijen aan dit meesterstuk van onkunde hun medewerking verleenden. Het tweede lag in de lijn van de verwachtingen, want wie de kiezer niet meer aan zijn kant heeft, zet hem buitenspel.

Stille staatsgreep

Wie dacht dat na de vertrouwensstemming van vorige week voor Wilmès II, de kleinste minderheidsregering ooit, het land regeerde komt bedrogen uit. Stilaan werd duidelijk dat een gluiperige coronagenootschap van partijvoorzitters de touwtjes in handen heeft. Niet Mia, maar tien kleine dictators regeren dit land. Net zoals in het kleuterliedje zullen er enkele dictators afvallen wanneer het coronagenootschap zich ontpopt tot een Vivaldiregering. Elke zaterdag komt het coronagenootschap de premier en de vicepremiers opleggen welke koninklijke besluiten de deur uit kunnen. Hoewel het obscuur clubje geen enkele legitimiteit heeft en op geen enkele democratische grondslag berust, treedt het in de plaats van het parlement, en de verkozenen des volks. In deze coronagenootschap zetelen slechts drie Kamerleden: Peter De Roover fractieleider van de N-VA en de voorzitters van de kleinste partijen in de Kamer, François De Smet van DéFi en Maxime Prévot van cdH. De overige leden zijn partijvoorzitters verkozen door een handvol leden, in vaak voor het oog georkestreerde voorzittersverkiezingen. Dit is een stille staatsgreep onder het mom van een crisis.

Bijzondere volmachtenwet

Ik verwachtte vandaag een storm van kritiek in de ‘mainstream’ media over de goedkeuring van de volmachtenwet. En niet het minst omdat ook de vrijheid van pers in het gedrang komt. Maar tot mijn eigen verbazing kon ik slechts één (1!) minuscuul artikeltje ontdekken in de zes kranten die ik dagelijks doorneem. Misschien eerst even voor de leken onder ons. Een bijzondere volmachtenwet verleent aan de koning (lees: regering, of in dit geval coronagenootschap van partijvoorzitters), voor een beperkte periode, bijzondere machten om zonder de voorafgaande goedkeuring van het parlement besluiten uit te vaardigen die kracht van wet hebben. Deze besluiten moeten later wel door het parlement bekrachtigd worden anders worden ze geacht geen uitwerking te hebben gehad.

Voor deze bijzondere volmachtenwet hoefde de regering geen advies te vragen aan de Raad van State (RvS), hoewel het gebruikelijk is dat ze dit wel doet. Gelukkig deed ze het, want de opmerkingen van de RvS zijn niet mis. Voor alle duidelijkheid wil ik melden dat men door het indienen van amendementen (I, II) aan het gros van de adviezen van RvS is tegemoet gekomen. Doch, aan de twee belangrijkste niet: het buitenspel zetten van de RvS en de potentiële overtredingen op diverse bepalingen van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

Een cactuslezing van adviezen

Het enige positieve aan het advies van de RvS is het feit de volmachtenwet voldeed aan artikel 105 van de Grondwet  ̶  het grondwetsartikel dat de bijzondere machten beschrijft. Voor de rest greep de RvS naar de rode balpen van de leerkracht. Hierna volgt bijgevolg geen bloemlezing, maar een cactuslezing van de adviezen van dit rechtsorgaan.

  • Hoewel het voorstel geen enkele bepaling bevat die de vrijheden van mensen aantast, is de RvS van mening dat, desondanks de uitzonderingen voorzien in artikel 8, § 2 van het EVRM, de maatregelen kunnen indruisen tegen het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven, op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, op de vrijheid van meningsuiting en op de vrijheid van vergadering en van vereniging, het recht op een eerlijk proces, het recht op goederen, het recht op onderwijs en het recht op vrij verkeer. De maatregelen werden ook niet voldoende afgelijnd en de draagwijdte ervan niet beperkt.
  • In artikel 1 werd een foutieve bevoegdheidstoeslag toegekend. Niet alle artikelen zijn een aangelegenheid van art 78 van de Grondwet, sommigen waren een aangelegenheid van art 74.
  • Door de wet in artikel 2, § 1 te beperken tot het bestrijden van een pandemie, zou ze een corona-epidemie niet kunnen bestrijden.
  • De wet beperkte zich in artikel 2, § 1 enkel tot het bestrijden van het virus en niet tot het bestrijden van de gevolgen ervan.
  • In artikel 2, § 2 moest ‘in voorkomend geval’ vervangen worden door ‘zo nodig’ om de betekenis van ‘eventueel’ beter te omschrijven.
  • Artikel 3 schrijft voor dat de besluiten geen afbreuk mogen doen aan de koopkracht van de gezinnen en aan de sociale bescherming. Door deze vage omschrijving zou kunnen aangenomen worden dat eender welke maatregel een negatief financieel gevolg kent voor de gezinnen en bijgevolg konden bepaalde besluiten tot rechtsonzekerheid en juridische betwistingen leiden. Een zelfde vraagt rijst wat betreft de sociale bescherming.
  • Artikel 4 geeft een verwarrende dubbele vermelding van fiscale beperkingen dit best duidelijker bepaald worden.
  • In artikel 5, § 1 is de inleidende zin overbodig vermist ze al vermeld werd in art 2, § 1.
  • In artikel 5, § 1 worden de aangelegenheden veel te ruim omschreven.
  • In artikel 5, § 1, 2° moeten de woorden ‘de noodzakelijke logistieke en opvangcapaciteit’ nader bepaald worden. Heeft dit enkel betrekking op de medische capaciteit van en in ziekenhuizen, quarantainevoorzieningen en opvangcapaciteit in bepaalde economische sectoren of beogen de opstellers ook een aangepaste opvang te voorzien voor bijvoorbeeld gedetineerden, geïnterneerden, asielzoekers en vreemdelingen die in open of gesloten instellingen zijn ondergebracht?
  • In artikel 5, § 1, 5° moet duidelijker omschreven worden wat bedoeld wordt met ‘Kritische sectoren’.
  • Artikel 5, § 1, 7° beoogt de goede werking van de rechterlijke instanties en in het bijzonder de continuïteit van de rechtsbedeling te verzekeren. De RvS is echter van mening dat dit moet gebeuren in naleving van de fundamentele beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht en met inachtneming van de rechten van verdediging van de rechtzoekenden, wat niet bleek uit het voorstel.
  • Artikel 5, § 1, 8° wil de bevoegdheid van de RvS aanpassen maar motiveert dit niet en is vaag over wat de bevoegdheidsaanpassing precies inhoudt. Ook wordt het waarborgen van de rechtsbescherming niet gegarandeerd.
  • Artikel 5, § 2 laat na de strafmaten te limiteren van aangevulde wetteksten, terwijl ze dit wel doet voor vervanging of wijziging van wetteksten.
  • In artikel 6 wordt de RvS gedeeltelijk buitenspel gezet. In de memorie van toelichting motiveert de wetgever de beperking maar neemt ze niet over in het wetsartikel, waar de beperking te vaag omschreven en te ruim geïnterpreteerd kan worden.
  • In artikel 7, § 1 werd de periode waarin bepaalde getroffen maatregelen hun uitwerking hebben niet bepaald.
  • In artikel 7, § 1 was de verlenging van de volmachtenwet overbodig omdat de wetgever deze steeds kan verlengen en was ze ongrondwettelijk omdat ze door een simpele beslissing van de Kamer van Volksvertegenwoordiger kon genomen worden, terwijl de Grondwet voorschrijft dat die enkel door een aangenomen wet kan verlengd worden (art 33,60). Bovendien is dit conform art 78 een optioneel bicamerale procedure, waar ook de Senaat over moet kunnen oordelen.
  • De bekrachtiging van de besluiten in artikel 7, § 2 gaat voorbij aan het feit dat ook besluiten die nu tot de bevoegdheden van de Koning behoren, door de bekrachtiging kracht van wet krijgen en bijgevolg ontnomen worden aan de bevoegdheid van de Koning.

 

Los van de opmerkingen van de Raad van State blijkt dat de volmachtenwet de superkern niet legitimeert, geen rapportage van de regering aan het parlement voorziet en geen controlefaciliteiten van het parlement opneemt.

De op 26 mei 2019 verkozen Kamer van Volksvertegenwoordigers gaf gisteren zijn macht af aan een coronagenootschap van partijvoorzitters, zonder daarbij controlemaatregelen te voorzien of rapporteringsfaciliteiten op te nemen.

Het parlement stelt zichzelf technisch werkloos, en begraaft de democratie. De democratie is dood, lang leve de dictatuur van de particratie.

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Ignace Vandewalle

Ignace Vandewalle (1966) is zaakvoerder van het onafhankelijk politiek adviesbureau BFELT.