Buitenland
Sprekershoek
Sprekershoek

De diepere wortels van het conflict Israël-Palestina

Palestina

De recente aanvallen van Israëlische  soldaten op ongewapende Palestijnen betogers in de nabijheid van de muur rond Gaza lokte weer de gebruikelijke discussie uit. Links heeft het over onrechtvaardigheid en bezetting, en herhaalt de eis om de zogenaamde ‘Palestijnse gebieden’ – Westerse Jordaanoever en Gaza – te ontruimen zodat de Palestijnen er hun staat kunnen vestigen. Rechts spreekt over zelfverdediging en terreur. Beide posities zijn gebrekkig, omdat ze geen rekening houden met de geschiedenis en ontwikkeling van de situatie. Deed men dat wel, dan zou men de realiteit inzien: dat de zionistische ‘staat’ niets anders is dan een kolonie à l’ancienne, opgericht en in stand gehouden door westers geld en wapens.

Geen normaal land

De centrale misvatting waar vrijwel iedereen in deze discussie aan ten prooi valt, is het idee dat de zionistische staat een land is als alle anderen. Net als de Polen of Bohemen zou het hier een bevolking betreffen die gedurende eeuwen bezet was door een vreemde mogendheid, en zich na het instorten van alle grote multinationale rijken na de Eerste Wereldoorlog kon bevrijden. Vanuit deze optiek is het rechtvaardig om de vestiging van de zionistische staat te steunen, en te stellen dat het een ‘recht op veiligheid’ bezit en aan zelfverdediging mag doen. Verder zou gewelddadig verzet ertegen – waarbij regelmatig niet-militaire slachtoffers vallen –  volgens die logica uiteraard een daad van terreur zijn. Dit zou natuurlijk nog niet verklaren waarom het miljarden aan westerse subsidies in ontvangst mag nemen en absolute diplomatieke en militaire bescherming geniet, maar dat schuiven we even terzijde.

Het probleem is echter dat deze gedachtegang op historische fictie berust. De Joden werden bijna allemaal uit de Levant gedreven door Romeinen, nadat ze drie keer hadden gerebelleerd tegen Romeinse heerschappij. In 1850 had Palestina een Joodse bevolking van 2%, waarvan een groot deel niet-inheemse Europese Joden die er recent waren verhuisd voor religieuze redenen. Eind jaren 70 van de 19de eeuw begon de Joodse migratie op gang te komen, volgens het plan dat Theodor Herzl en de zionisten hadden uitgetekend. De volksverhuizing zou georganiseerd worden door instellingen met sprekende namen als de Zionistische Wereldorganisatie en de Jewish Colonial Trust. Duizenden Joden kwamen ongevraagd naar Palestina, kochten land van afwezige grootgrondbezitters die elders in het Osmaanse rijk woonden, richtten paramilitaire organisaties op die de lokale bevolking terroriseerden en verjoegen (waarvan de Hagganah de bekendste was) en richten een parallel systeem in van eigen dorpen, scholen, bedrijven, voorzieningen en bestuur. Ze lieten zelfs hun eigen vlag wapperen. Desondanks waren ze in 1917, toen de beruchte Balfour Declaration werd uitgevaardigd, nog steeds een minderheid: twaalf procent van de bevolking, die drie procent van het land bezat. De Britse bezetter zou daar vanaf 1920 verandering in brengen. Hij moedigde massamigratie van de Joden aan, die steeds gewelddadiger begonnen op te treden tegen de inheemse bevolking, en hun racisme en minachting voor hen niet onder stoelen of banken staken.

Het verzet nam toe. In 1918 stuurde de Unie van Islamitisch-Christelijke Verenigingen – een Palestijns-nationalistische intergeloofsorganisatie die zich verzette tegen het zionistische project – een telegram naar Versailles waarin ze ten stelligste de intentie veroordeelden om ‘hun vaderland als een nationaal tehuis aan de zionisten te schenken’. Er braken meerdere opstanden uit tegen het Britse bewind, die met de hulp van zionistische milities en Britse troepen werden neergeslagen. Ondertussen importeerden de zionisten massaal (en meestal illegaal) wapens uit Europa, waaronder lichte machinegeweren uit ons land. De reusachtige zionistische lobby in Europa werkte samen met pro-zionistische (maar vaak antisemitische) politieke en economische machthebbers om financiering, vlotte migratie en diplomatieke steun te verwerven. In 1947, toen de zionisten de verzwakte Britten na de oorlog met terreuraanslagen verjoegen, intervenieerden de Verenigde Naties – waar bijna uitsluitend Europese landen zetelden; de dekolonisatie had zich nog niet voltrokken – en stelden ze hun fameuze ‘Verdeelplan’ op. Dit voorzag in de verdeling van het Britse Mandaat Palestina in twee landen, een Joodse en een Arabische, met Jeruzalem als internationale zone.

Hoewel er weinig reden lijkt te zijn waarom de Arabieren überhaupt de invasie van hun land hadden moeten erkennen en aanvaarden door toegevingen te doen, stond men er aanvankelijk wel open voor. Tot ze het plan voor ogen kregen. Hoewel de Joden slechts zeven procent van de grond bezaten en een derde van de bevolking vormden, zouden ze 56% van het land toegewezen krijgen. In de voorgestelde Joodse staat zou er een Arabische bevolking van 512 000 mensen zijn (meer dan het aantal Joodse inwoners!), in de Arabische 10 000 Joden. Dit was de druppel die de emmer deed overlopen voor de Arabieren. Hoewel bewust van hun zwakte tegen de overmacht van een door het Westen gesteund project, konden ze niet anders dan ertegen vechten. Hun verlies tegen de zionistische overmacht betekende de verovering van een nog groter deel van de door Arabieren bevolkte gebieden, en de brutale etnische zuivering ervan – overigens volgens een plan dat voor de oorlog was opgesteld (Plan D). Sindsdien hebben de Arabieren meermaals getracht de bezetter te verdrijven, maar die werd altijd genereus gesteund door het machtige Westen, waardoor hij zelfs zijn bezittingen kon uitbreiden.

Conclusies voor vandaag

Nu ben ik de laatste die over al het bovenstaande wil moraliseren. Wie bekend is met de geschiedenis, kan niet anders dan veroveringen accepteren als de allergewoonste zaak ter wereld, en moet met Thucydides zeggen dat ‘rechtvaardigheid slechts bestaat tussen gelijken in macht, terwijl de sterken doen wat ze kunnen, en de zwakken ondergaan wat ze moeten’. Indien dit feit dus gewoon werd erkend in het publieke debat, in plaats van het te hebben over een ‘bestaansrecht’ van de zionistische staat, en de noodzaak om een ‘rechtvaardig compromis’ te sluiten, dan zou er tenminste sprake zijn van intellectuele integriteit. Dit is echter geenszins het geval. Het conflict wordt geframed als een geschil tussen twee gelijke volkeren, die beide een geldig perspectief en claim hebben. Op zich is dat reeds een overwinning voor het zionisme, omdat het ‘bestaansrecht’ van haar ‘staat’ niet meer ter discussie staat. Deze wordt echter geenszins aanvaard door de overgrote meerderheid van de bevolking van het Midden-Oosten, al het geklets over een ‘tweestatenoplossing’ ten spijt.

Door het te hebben over de mythische ‘rechten’ van volkeren wordt de hele discussie vertroebeld. Immers, waarom zouden de Ieren, een van de enige overblijvende Keltische volkeren, geen recht hebben op heel Europa en Klein-Azië, dat ze ooit bevolkten, ‘terug te nemen’. Of waarom zouden de Joden, die het land veroverden op de Kanaänieten, de Levant niet voor hen moeten ontruimen?  En U mag drie keer raden wie die afstammeling naar alle waarschijnlijkheid zijn…

De twee pistes die ik hierboven heb geschetst zijn die enige intellectueel consistente: of het land gaat terug naar zijn allereerste bewoners, of we moeten het recht van de sterkste aanvaarden. Indien voor de tweede optie geopteerd wordt, moet moraal volledig uit de vergelijking gehaald worden, en treft de mensen die de huidige bezettende bevolking willen uitdrijven en het land wensen te heroveren geen blaam. De pogingen die gedaan worden om aan deze dichotomie te ontsnappen getuigen van een verbluffend wensdenken. Er wordt in feite voorgesteld om de geaccumuleerde grieven van decennia verovering, etnische zuivering, onderdrukking, wetteloosheid en vernedering door het Westen zomaar te vergeten. De rechtvaardigheid eist eigenlijk de complete ontruiming van heel het voormalige Mandaatgebied Palestina door alle bezetters, terug naar Oost-Europa, zoals ook gebeurd is met de Pieds-Noirs in Algerije. Een acceptabele oplossing voor de inheemse bevolking zou wellicht echter ook kunnen bestaan in de creatie van één grote staat met gelijke rechten voor alle inwoners, mits de misdaad van de invasie wordt erkend, verontschuldigingen worden geuit, en passende herstelbetalingen voor fysieke en morele schade worden voorzien.’

Overigens getuigt de zogenaamd ‘vredelievende’ en ‘gematigde’ positie van de westerse landen van een ongelooflijke schizofrenie: enerzijds liggen ze aan de oorzaak van de problematiek en handhaven ze reeds 70 jaar de huidige situatie. Anderzijds stellen ze zich voor als een neutrale bemiddelaar. Dit komt wel vaker voor bij problemen die veroorzaakt werden door de kolonisatie. Bovendien treedt het Westen een van de eerste principes van het recht en de rechtvaardigheid met de voeten: nemo iudex in causa sua, nooit rechter in eigen zaak!

Rechtse irrationaliteit

Het meest onthutsend is de positie van rechts ten aanzien van deze zaak, ook wanneer ze gepresenteerd worden met de feiten zoals ik ze in dit betoog heb uiteengezet. Voor één keer heeft mijn kamp eens ongelijk. Men zou namelijk kunnen verwachten dat de nationalistische en vaderlandslievende kant van het spectrum, dat bovendien vaak opkomt voor de rechten van volkeren over de hele wereld, deze flagrante kolonisatie en verovering zou afwijzen. In plaats daarvan steunt ze, zoals ze 19de-eeuwse imperialist, met de meest incoherente excuses de verovering van het Heilige Land door Europese immigranten. De redenen daarvoor lijken me meervoudig te zijn. Enerzijds pleegt de zionistische lobby zich  in alle westerse landen te focussen op rechtse partijen, van de Republikeinen in de VS tot de Conservatieven in Engeland. Daarvan lijkt ook de shift in de positie van de N-VA te getuigen, die  – net als haar voorganger de Volksunie – als kleine partij op haar website nog luidkeels de Palestijnse zaak behartigde, maar nu met alle stemmen zwijgt over de hele kwestie. Anderzijds lijkt er ook gewoon sprake te zijn van tribalisme: het zijn Europeanen, dus moeten we aan hun kant staan. En dat is zeer betreurenswaardig, aangezien dit soort irrationele, primitieve nationalisme het verlichte nationalisme en conservatisme van mensen zoals Edmund Burke in de weg staat. Het is het equivalent van wat de Saoedi’s zijn voor het traditionele sociale conservatisme. Politieke en ideologische standpunten zouden niet gebaseerd moeten zijn op ‘mijn team’, maar op rationele filosofische principes. Hopelijk zal men dat geleidelijk aan beginnen inzien.

Othman El Hammouchi

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Othman El Hammouchi?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium