fbpx


Geschiedenis, Vlaamse Beweging

De zomer van 1920: dodelijk voor flaminganten

Gestorven voor Vlaams onderwijs: Marten Rudelsheim (Deel 2)


Vlaamse Beweging

Op 10 september van dit jaar zal het precies honderd jaar geleden zijn dat Marten Rudelsheim (1873-1920) in een Belgische gevangenis stierf na een leven van toewijding voor de Vlaamse ontvoogding. Het zou een blijk van culturele dementie zijn, mocht de honderdste sterfjaar van deze intellectuele Vlaamse voortrekker onopgemerkt voorbijgaan. Gisteren las u al het eerste deel van de reconstructie van een gedreven en tragisch leven. De hoop van kraaiende hanen Rudelsheim was enthousiast over de drie kraaiende hanen Huysmans,…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Op 10 september van dit jaar zal het precies honderd jaar geleden zijn dat Marten Rudelsheim (1873-1920) in een Belgische gevangenis stierf na een leven van toewijding voor de Vlaamse ontvoogding. Het zou een blijk van culturele dementie zijn, mocht de honderdste sterfjaar van deze intellectuele Vlaamse voortrekker onopgemerkt voorbijgaan. Gisteren las u al het eerste deel van de reconstructie van een gedreven en tragisch leven.

De hoop van kraaiende hanen

Rudelsheim was enthousiast over de drie kraaiende hanen Huysmans, Franck en Van Cauwelaert. In december 1910 zag hij hen in Antwerpen de handen in elkaar slaan om te ijveren voor een vernederlandste universiteit. Maar het aanvankelijke optimisme van de kraaiende hanen sloeg om in teleurstelling toen er in 1913 op Belgisch vlak geen doorbraak mogelijk bleek om tot een Vlaamse universiteit te komen.

Toen brak de Eerste Wereldoorlog uit en alles leek te veranderen. De ‘germanist’ Rudelsheim kreeg van het Antwerpse stadsbestuur de leiding van een ‘vertaalbureau’ in het stadhuis. Ook vrijwilligers als Ary Delen en Van Ostaijen kwamen er geregeld over de vloer. Al gauw hingen er spanningen in de lucht tussen de activistische Rudelsheim en de ‘passieve’ Ary Delen. Delen wordt in de tweede helft van de oorlog door de Duitsers gedeporteerd.

Op 11 december schreef Rudelsheim in de almaar meer activistisch wordende krant De Vlaamsche Stem: ‘De meest helderzienden onder de Vlamingen weten wat alleen de redding kan brengen nl. zelfbestuur voor Vlaanderen; zij beseffen ook dat deze opvatting geen afbreuk doet aan hun trouw aan het vorstenhuis en aan hun gehechtheid aan het Belgische staatsverband.’

Gematigde culturele activist

Zoals Emmanuel de Bom en vele andere gematigde activisten, wenste Rudelsheim zeker geen Duitse annexatie of Vlaams separatisme. Hij vond wel dat de Vlamingen geen maatregelen van de Duitse bezetter mochten weigeren wanneer het ging om zaken waarop de Vlamingen in een Belgisch kader recht hadden. Toen de Duitse bezetter in december 1916 in het kader van een sluwe Flamenpolitik aangaf de oude Vlaamse droom van een vernederlandste universiteit van Gent te willen opleggen, ondersteunde hij als secretaris van de Bond tot bevordering van de Vlaamse Hogeschool de nieuwe Nederlandstalige universiteit. Zo lanceerden ze het later berucht geworden ‘tweede manifest ter ondersteuning van de vernederlandsing van de universiteit van Gent’.

Vanuit diezelfde gedrevenheid sloot hij zich begin 1917 aan bij van de Raad van Vlaanderen. Die activistische instelling kwam als flamingante spreekbuis met de bezetter tot een akkoord over de bestuurlijke scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië en de oprichting van een Vlaams ministerie van cultuur. Toen de Raad van Vlaanderen gekaapt werd door revolutionaire Jong-Vlamingen die met August Borms als aanvoerder in december 1917 de ‘zelfstandigheid’ van Vlaanderen uitriepen, haakte Rudelsheim af, samen met andere ‘unionistische’ activisten. De laatste maanden van de oorlog concentreerde hij zich weer op zijn ambtenarentaak en op zijn volkshogeschool.

Op 4 september liet hij nog hoopvol over de toekomst aan de jonge Marnix Gijsen weten dat hij het nieuwe uurrooster van de avondlessen van de Volkshogeschool nog zou doorsturen ‘daar alles voor het volgende jaar nog niet kon geregeld worden’. Op 13 maart was hij bovendien hertrouwd met Blanche Torfs, een gemeenteonderwijzeres die hij op zijn vertaalbureau van de stad had leren kennen. Zoals velen in zijn activistische omgeving had hij niet het gevoel dat hij met zijn Vlaams engagement grote fouten had gemaakt en hoopte hij een rol te spelen in de naoorlogse samenleving.

Vraagteken achter Rudelsheims leven

Na de wapenstilstand van 11 november 1918 werd de uitgelaten sfeer al snel vijandig tegenover hen die zich tijdens de oorlog openlijk Vlaamsgezind hadden opgesteld. In de ontlading na de bezettingsjaren leek er weinig plaats voor nuances en verschillen tussen idealisten die vonden dat ze ook tijdens de oorlog de Vlaamse zaak moesten blijven verdedigen en opportunisten die met de bezetter heulden. Op 22 november verklaarde koning Albert in zijn terugkeerrede voor het parlement: ‘Voor de drijverijen van hen, die op het pijnlijk uur dat de toekomst van het land in gevaar was, tot doel hadden het heelemaal ten val te brengen, is geen amnestie denkelijk. De Vlaamse bevolkingen zelf hebben die drijverijen reeds geschandvlekt, maar de schuldigen moeten de strengheid van een rechtvaardige straf ondergaan…’

In december 1918 begonnen de aanvallen in de Antwerpse pers tegen de activistische ambtenaren. In La Métropole verscheen een stuk ‘La chasse aux activistes‘ waarin geëist werd dat Rudelsheim, samen met zijn bibliotheekcollega Emmanuel de Bom binnen de 24 uur zou worden ontslagen. De gematigde (culturele) activisten zoals Rudelsheim en De Bom werden geplet tussen de Belgische repressie en de radicale activisten. Achter hun levens stond van de ene dag op de andere een vraagteken.

Narcissen in de cel

Rudelsheim moest op 16 december voor de stedelijke tuchtcommissie verschijnen. Vooral het tekenen van petities ten voordele van de vernederlandste universiteit van Gent werd de ambtenaren zwaar aangerekend. Rudelsheim werd zonder veel onderzoek op staande voet ontslagen als onderbibliothecaris wegens ‘wangedrag tijdens de oorlog’ en verloor alle opgebouwde pensioenrechten. De bestraffing hield daar niet op. In 1919 belandde hij in de gevangenis in afwachting van een strafrechtelijk proces voor het Hof van Assisen. In juli 1919 schreef hij aan de progressieve liberale activist Leo Augusteyns die met hem campagne had gevoerd voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit, dat hij net alles gedaan had wat in zijn macht lag om ‘de verantwoordelijke leiders van het activisme tot een bezadigdere politiek te brengen.’

Op medisch vlak liep het van de eerste dag in de gevangenis al fout. Over de gevangenisdokter schreef hij: ‘ Heel het onderzoek van de binnenkomende kostgangers bestond daar uit: 1° het even opstroopen van de hemdsmouw; 2° een zeer vluchtigen blik van den het druk hebbenden of in ieder geval druk doenden (…)’

In april 1920 werd hij samen met zijn mede-‘unionist’ uit de Raad van Vlaanderen, Antoon Jacob, op het proces van ‘de Antwerpse intellectuelen’ tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld door de amper Nederlands beheersende rechter Graaf de Lichtervelde. Rudelsheim trok zich op aan de verontwaardiging over de veroordeling en over de getuigenissen van zijn oude leraar uit het atheneum: Pol de Mont – de man die hem mee op het spoor van de Vlaamse beweging had gezet. Op 7 april stuurde hij De Mont een dankbrief: ‘(…) behoeft het u te zeggen dat ik tot tranen toe bewogen was? (…) Ik hoop dat er in Vlaanderen een zedelijke kracht van zal uitgaan, die niet verloren zal zijn (…) Nu over ons lot beslist werd, denk niet dat wij ons laten teneerdrukken (…) het geloof in de breedste zin, zal ons ook nu nog stutten en de hoop, dat de gedachte van een minderheid eens de gedachte van de meerderheid zal worden. Op deze kouden dag geuren narcissen blank op mijn tafel en lente wordt het toch!’

Martelaren van de Vlaamse zaak

Na zijn veroordeling tot tien jaar gevangenis, vocht Rudelsheim koppig verder voor zijn Vlaamse idealen. Hij stuurde vanuit de cel brieven naar mensen zoals de flamingante katholieke leider en ondernemer Alfons Van de Perre, een collega van de tweede Hogeschoolcommissie, om bij hem te pleiten voor een gemeenschappelijke optocht van alle partijen tijdens de Guldensporenviering van 11 juli 1920 in Antwerpen. Bij die door het Antwerpse stadsbestuur verboden optocht zou de politie de jonge linkse activist Herman Van den Reeck doodschieten toen de stoet toch door de stad Antwerpen trok en de politie trachtte leeuwenvlaggen afhandig te maken. Enkele dagen later zond Rudelsheim troostende brieven naar de vader van Herman Van den Reeck om te laten weten hoe graag hij op de begrafenis van zijn zoon, de ‘moedige Vlaamse martelaar’ aanwezig was geweest.

Rudelsheims gezondheid ging daarna snel achteruit; onder meer zijn nieren lieten hem in de steek. Hij slikte veel medicijnen in de gevangenis en trok zich vooral de toestand van zijn overspannen tweede vrouw Blanche Torfs aan — ‘ik kan haar alleen één uurtje per dag troosten en moed inspreken’. Hijzelf had echter het vertrouwen in de gevangenisarts verloren. ‘Den “officielen” dokter val ik niet meer lastig; die kan mij toch niet helpen,’ liet hij enkele weken voor zijn dood aan Caesar De Bruycker weten.

Terwijl hij steeds zwakker werd, klonken zijn brieven aan De Bruycker ook steeds meer bitter. Hij was teleurgesteld in de volgens hem zwakke houding van Vlaamse leiders als Frans van Cauwelaert: ‘Als zij in de tijd van Christus geleefd hadden, dan zouden zij hem niet drie keer maar ten minste drie maal drie keer hebben verloochend. En als zij dan nog maar Petrussen waren geworden! Nu, zooals ik reeds schreef, dat maakt mij niet meer kwaad, aanvankelijk maakte het mij wel treurig. Want in den grond, een mensch geeft toch maar wat hij geven kan en wij kunnen eigenlijk niets anders dan bejammeren dat er zooveel zwakkelingen zijn.’ Rudelsheim die het martelaarschap voor de Vlaamse zaak zo hoog had aangeschreven stierf op 10 september in de gevangenis.

Vergeten Vlaams voorvechter

De eentalig Nederlandse universiteit waarvoor Rudelsheim het grootste deel van zijn leven had gestreden, zou er pas komen in 1931, onder druk van een radicaliserende Vlaamse beweging met de aanvankelijke opgesloten activist August Borms als symbool. De eerste rector van die vernieuwde universiteit werd de Van Nu en Straks‘er August Vermeylen, de man met wie hij in de hogeschoolcommissie een gemeenschappelijke weg had afgelegd, maar die in de Eerste Wereldoorlog een ‘passieve’ strategie had gekozen. René De Clercq, een radicaal uit de Vlaamse Raad tegen wie Rudelsheim zich had verzet, schreef na de dood van de joodse flamingant het gedicht: ‘Ter nagedachtenis van dr. Marten Rudelsheim’:

‘Eén man, eén woord, eén ziel, eén vrijheid, eén geweten.

O Martelaren, over uwe graven straalt

Het eerste nieuwe licht. Door u wordt Vlaandren vrij.

Uw naam, o Rudelsheim, zal Dietschland nooit vegeten.’

De geschiedenis zou anders uitdraaien. Zelfs de nieuwe Volkshogeschool die vanaf 1928 in Antwerpen werd opgericht vanuit de Frontbeweging droeg niet Rudelsheims naam maar die van zijn medemartelaar Herman Van den Reeck. Rudelheims naam werd een bescheiden voetnoot in de geschiedenisboeken van de Vlaamse beweging waarvoor hij zijn leven en talenten heeft gegeven.

 

Over de generatie Marten Rudelsheim-Herman Van den Reeck gaf Doorbraak zopas de biografie Herman Van den Reeck, heraut van een nieuw mensdom uit. Nu te koop in de online boekhandel van Doorbraak, zónder verzendkosten.

Chris Ceustermans

Chris Ceustermans was journalist bij De Morgen maar leeft nu van en voor de literatuur.