Economische gevolgen corona samengevat in cijfers

‘We plegen economische harakiri. Zelfs als de lockdown maar een maand duurt en de economische toestand niet verergert, zal de economische schok groter zijn dan tijdens de grote recessie’.

Deze woorden mailde Geert Langenus, macro-economist bij de Nationale Bank van België op 18 maart door naar de gouverneur van de Nationale Bank van België. Enkele maanden later blijkt dat de lockdown nog steeds niet ten einde is en dat de economie op haar gat ligt.

Speciaal voor de media en andere geïnteresseerden organiseerde de Nationale Bank van België een online seminarie en vragensessie om de economische toestand van het land te schetsen. Doorbraak was aanwezig en vatte voor u de belangrijkste feiten samen.

Coronacrisis niet te vergelijken met de financiële crisis van 2008

Zelden hebben we mensen van de Nationale Bank van België zo pessimistisch geweten. Geert Langenus begint zijn presentatie door er op te wijzen dat deze crisis niet te vergelijken valt met de financiële crisis van 2008. Hij wijst er op dat het aantal Belgen in tijdelijke werkloosheid op het hoogtepunt van de financiële crisis maar 226.000 bedroeg terwijl we in maart van dit jaar al aan 900.000 kwamen volgens de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

‘Dit komt overeen met 4 keer de impact van de grote recessie’ aldus Langenus, terwijl de situatie in april verder verslechterde. ’Naar welke indicatoren we ook kijken, alles wijst erop dat dit een ongemeen zware schok is zoals ik er in mijn carrière nog nooit een heb gezien’.

Zowel het energieverbruik, de hoeveelheid transport en andere parameters die de Nationale Bank bekijkt, wijzen erop dat de Belgische economie nog steeds niet draait als voorheen. Ook deed de Nationale Bank van België al meerdere enquêtes bij duizenden bedrijven waaruit bleek dat de versoepeling van de maatregelen voorlopig weinig effect heeft op de omzet van de Vlaamse bedrijven. Zo is er amper verschil te merken in de daling van de verkopen tussen 30 maart en 12 mei, terwijl er in deze periode al een versoepeling van de maatregelen was voor bedrijven en de bedrijfswereld gedeeltelijk open mocht.

33 procent lager

Uit een ondervraging blijkt dat in de week van 30 maart de omzet van de bevraagde Vlaamse bedrijven gemiddeld 33 procent lager lag dan normaal terwijl dit op 12 mei nog steeds 31 procent was. ‘Dit is deels goed nieuws, want in het begin vreesde we dat de impact in de weken na de lockdown erger zou worden. Dit doordat werknemers thuis zouden blijven door de vrees van besmetting’ aldus Langenus.

Echter valt het op dat sinds 4 mei bedrijven terug zaken kunnen doen met elkaar, maar dat dit amper zorgde voor een herneming van de omzet. De NBB vreest dan ook dat een volledige revalidatie van de economie veel tijd zal nemen.

Impact komt met vertraging

Ook valt het op dat bepaalde sectoren met vertraging reageren op de crisis. Terwijl sectoren zoals de non-food winkels door de versoepeling van de maatregelen hun omzet zagen stijgen van 30 procent van hun normale niveau tot 75 procent, zien sectoren zoals informatie-en communicatiediensten hun omzet nog verder dalen.  Zo lag deze in de begindagen van de lockdown 21 procent lager dan normaal wat momenteel al 43 procent bedraagt. Ook daalt de gemiddelde omzet in sectoren zoals bedrijfsadvies en de detailhandel. Welke sector je ook bekijkt, overal is de omzetdaling tegenover het precrisispeil aanzienlijk aldus de NBB.

Ook hakken de omzetdalingen vooral in op de kleine zelfstandige. Meer dan de helft van de eenmanszaken verliest meer dan 75 procent van zijn omzet terwijl dit bij zaken met minder dan 10 personeelsleden iets boven de 40 procent ligt. Vooral grote bedrijven hebben verhoudingsgewijs minder druk op hun omzet doordat de overheid hen erkent als essentieel, waardoor het vooral de kleine zelfstandige is die de klap opvangt, aldus Langenus.

Snel herstel onwaarschijnlijk

De economen van de Nationale Bank gaan steeds minder uit van een snel herstel in 2021. Zo valt het op dat het aanbod van diensten weer stijgt, maar dat de vraag bij de consument afwezig is. Ook stellen bedrijven volgens de NBB massaal hun investeringen uit. Maar 14 procent van de bedrijven in de vorige enquête gaf aan investeringen niet te zullen uitstellen. Het zijn vooral grote bedrijven die hun investeringsbeslissingen uitstellen volgens de economen.

Ook wijst de macro-econoom op de grote verschillen tussen de sectoren waarbij momenteel 7 procent van de bedrijven een faillissement aannemelijk of zeer waarschijnlijk vindt.

‘Wat ons zorgen baart is dat de faillissementrisico’s stijgen. Zo vermoedt momenteel 24 procent van de ondervraagde horecabedrijven dat ze failliet zullen gaan terwijl dit 39 procent is in de entertainmentsector. Dat zijn 4 op de 10 bedrijven die ons melden dat ze het waarschijnlijk tot zeer waarschijnlijk niet zullen halen’

250.000 banen bedreigd

Ook schat de econoom dat momenteel 180.000 werknemers op korte termijn hun baan zullen verliezen. ‘Het stelsel van tijdelijke werkloosheid is per definitie tijdelijk, ook al zijn er gesprekken om dit tot na juni te verlengen. Neem je echter ook de bevraging die we hebben afgenomen bij de zelfstandige in rekening, dan kom je al snel aan 250.000 mensen die hun baan dreigen te verliezen’, aldus Langenus.

In de vragensessie kwamen er ook vragen over een eventuele heropflakkering van het virus. ‘Veel mensen zeggen ons dat een heropflakkering van het virus in de herfst of de winter waarschijnlijk is, wat uiteraard bepalend zal zijn voor het economisch herstel in de komende kwartalen’. De NBB zal binnenkort wellicht een nieuw scenario uitdenken waarbij ze ook de impact van een heropflakkering zal meenemen, al kan Langenus daar op dit moment nog niets over zeggen. Eerder zei Piet Vanthemsche, voorzitter van de Economic Risk Management Group en gelinkt aan de NBB al dat er geen wijdverspreid vaccin zal zijn voor de winter van 2021-2022.

Overheidssector

Op de laatste vraag, wie de crisis zou betalen, gaf de econoom een duidelijk antwoord. ‘Er is een zeer zware klap geweest voor de ondernemingen en kwetsbare gezinnen, maar de grootste klap komt er voor de overheidssector. Het gaat om een tekort van 10 procent in de begroting volgens de NBB wat vanzelfsprekend niet houdbaar is’.

‘Moeilijke keuzes zullen daarom moeten gemaakt worden, maar de coronafactuur zal op de een of andere manier betaald moeten worden. Hou er rekening mee dat er vóór de coronacrisis al wat structureel werk nodig was aan de begroting zodat waarschijnlijk de overheidsuitgaven zullen dalen en belastingen zullen stijgen in de komende jaren. Wie zal de coronafactuur dus betalen? Alle Belgen lijkt mij’.

 

Stefan Willems (beursanalist) :Stefan Willems is een zelfstandig beursanalist met als missie om financiële kennis te delen met de doorsnee Vlaming. Met zijn achtergrond in finance, en filosofie focust hij onder meer op financiële onafhankelijkheid, geluk en de mens. Meer: stefanwillems.be.