Actualiteit, Binnenland

De eerste trap naar 2014?

Kunnen we de resultaten voor de provincieraadsverkiezingen nationaal interpreteren? Voor die extrapolatie naar het Vlaams Parlement zijn er volgens prof. Bart maddens twee problemen: ‘het Limburgse kartel sp.a-Groen en de zes zetels van Brussel. In Brussel waren er natuurlijk geen provincieraadsverkiezingen. Hiervoor nemen we best de stemmenverdeling voor de Vlaamse partijen in 2010. Daarnaast moet je er rekening mee houden dat Volksunie en Vlaams Belang/Blok vroeger voor de provincie doorgaans lager scoorden dan bij de meest dichtbije federale of Vlaamse verkiezingen. Vandaar dat het percentage voor de V-partijen voor die verkiezingen altijd een dipje vertoont (zie grafiek). Al mag je dat verschil niet overdrijven, het gaat over enkele procenten, niet meer. Maar die resultaten zijn hoe dan ook voor een stuk besmet door de gemeenteraadsverkiezingen.’

Als we echt willen weten of de resultaten nationaal mogen interpreteren, moeten we op zoek naar de redenen om voor deze of gene partij te stemmen bij de provincieraadsverkiezingen. Volgens Peter De Roover is er een drietal redenen: ‘Sommige kiezers stemden zoals ze voor de gemeente stemden, anderen stemden zoals ze gestemd zouden hebben bij federale verkiezingen, maar daarnaast zijn er ook kiezers die louter een signaal hebben willen geven, omdat de provincieraadsverkiezingen er toch niet toe doen.’ Maddens: ‘Mijn verwachting was dat de eerste, lokale factor zou doorwegen, waardoor de N-VA-score lager zou uitvallen dan in 2010. Dat de N-VA hoger scoorde dan in 2010 was voor mij dé verrassing van de avond. Dat kan inderdaad te maken hebben met het feit dat nogal wat kiezers een ‘second order’ stem hebben uitgebracht voor de provincie: er staat toch niets op het spel, dus we kunnen ons een laten gaan zonder dat het gevolgen heeft. Dat is dan wel een vrij nieuw fenomeen, alhoewel er in 1994 zoiets aan de hand lijkt te zijn geweest met Agalev, dat toen opvallend hoog scoorde voor de provincie.’

Opstapje

Maar is deze verkiezing nu de ideale opstap naar de ‘democratische revolte’ van 2014? Maddens: ‘Op 8 juni 2014 zal de toekomst van België afhangen van een eenvoudig rekensommetje: hoeveel zetels halen N-VA en Vlaams Belang samen in het Vlaams Parlement? Is dat minstens 61, dan kan er geen meerderheid gevormd worden zonder de N-VA. Tenzij de andere partijen hun lot in handen leggen van die ene Franstalige UF-verkozene. Blijven de V-partijen onder die lat, dan is de meest waarschijnlijke uitkomst een regering zonder de N-VA. En nee, de kiezer zal dat niet leuk vinden. Maar de traditionele partijen zullen erop rekenen dat het N-VA-momentum voorbij zal zijn bij de volgende verkiezingen in … 2019.’ Als we met die wetenschap de resultaten voor de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober 2012 bekijken, is de balans niet zo positief. Maddens: ‘De N-VA haalde voor de provincieraadsverkiezing 28,5%, wat 39 zetels zou opleveren. Het Vlaams Belang haalde 8,9% of 10 zetels, dat zijn er samen 49. Om de drempel van 61 zetels te halen, en bij een gelijk aantal stemmen voor het Vlaams Belang, moet de N-VA het ongeveer 10% beter doen dan in 2014. De N-VA kan misschien nog wat stemmen afsnoepen van uiterst rechts, maar dat is vanuit Vlaams-nationaal oogpunt louter een vestzak-broekzakoperatie die de eindmeet van 61 zetels niet dichterbij brengt.’
De vraag is waar die stemmen moeten gehaald worden. Bart Maddens: ‘De extra 10% stemmen zou de N-VA bij CD&V en Open Vldmoeten halen. De partij zal moeten inzetten op een centrumstrategie. Waarschijnlijk is de uitdrukkelijke keuze voor het confederalisme in die zin te interpreteren.’ Dat Confederalisme zal een centraal punt zijn in de debatten tijdens de campagne van 2014. Al is er ook al een valkuil te voorzien. Maddens: ‘De lijst van “te herziene grondwetsartikelen” die zal gestemd worden in het parlement vlak voor de verkiezingen, zal zeer summier zijn. Daardoor zal De Wever bijna verplicht zijn om het pad van de grondwettelijkheid te verlaten. Zo kan de N-VA weggezet worden als ‘ongrondwettelijke avonturier’. Kan je in zo’n context een centrumstrategie handhaven?

Campagne 2014

Bart de Wever wou met zijn overwinningsspeech in de Zuiderkroon in Antwerpen duidelijk de campagne voor 2014 starten. Vraag is of dat, achteraf bekeken, wel een goed idee was. Hij had zich beter geprofileerd in zijn toekomstige rol van burgervader in plaats van als winnende voorzitter. Volgens Peter De Roover zal het spagaat van De Wever tussen burgemeester en voorzitter hem blijven achtervolgen, het is ook niet uit te leggen en dat zal op de duur zijn authenticiteit aantasten. Volgens Bart Maddens komen er nog lastige vragen voor de N-VA die de campagne bemoeilijken: ‘blijft hij 6 jaar burgemeester, wat bedoelt N-VA met “confederalisme”? Wat is het economische programma? Waar wil hij besparen en hoe? De Wever kan die vragen niet blijven ontwijken met briljante retoriek. Er zullen antwoorden moeten komen.’
Daarbovenop zal door de B-partijen met argusogen gekeken worden naar de daden van burgemeester De Wever. De Roover: ‘Hij zal er moeten voor zorgen dat hij van januari 2013 tot 8 juni 2014 geen fouten maakt. En zijn keuzes zullen diepgaand geanalyseerd worden. Daarbij mogen we niet vergeten dat ‘de vijand in het schepencollege zit’ en het (linkse) ambtenarenkorps niet zit te wachten op De Wever.’ Door de nieuwe gemeentewet moet een gemeentebestuur een langetermijnbegroting maken voor de volledige zes jaar. Dus moeilijke keuzes uitstellen tot na 2014 is niet mogelijk. De gieren cirkelen al boven het Antwerpse stadhuis. Bij de eerste mislukking storten ze zich naar beneden.

Kansen

Toch zijn er ook kansen voor de V-partijen. De campagne van 2014 zal draaien rond economie en communautaire kwesties. Maddens: ‘De afwikkeling van de staatshervorming en de begrotingsproblemen zullen in de periode tot 2014 de politieke discussie domineren. De splitsing van BHV en de hervorming van de Senaat zijn kinderspel in vergelijking met wat nog moet komen: de bevoegdheidsoverdrachten en de financieringswet. Er zal nog ontzettend veel onderhandeld moeten worden vooraleer alles is omgezet in wetsontwerpen. Met de hete adem van de N-VA in de nek zullen de Vlaamse regeringspartijen het onderste uit de kan willen halen. Het is nog maar zeer de vraag of de Franstaligen zich daarbij erg toegeeflijk zullen opstellen, nu blijkt dat de eerste fase van de staatshervorming de opmars van de N-VA niet heeft kunnen stuiten.’
Een communautaire verkiezing is goed voor een partij die zich profileert op dit thema. Alleen, ook 2010 was een op en top communautaire verkiezing. Die bonus zit dus al verrekend in de tabellen. De communautaire kiezer, is verhuisd van Verhofstadt met zijn Burgermanifesten, over Leterme met goed bestuur en vijf minuten politieke moed, naar De Wever en het confederalisme. Een groeiende groep, maar de N-VA moet ze perspectief bieden of ze schuiven naar een nieuwe profeet.

Kerngroep aanvreten

Maddens : ‘Als de N-VA 10% moet groeien bovenop de uitslag van 2010, betekent dat ze de harde kern van de liberale en christen-democratische partijen zal moeten aanvreten. En die harde kern heeft bij de lokale verkiezingen in 2012 al bij al behoorlijk goed stand gehouden. Om die kiezers los te weken moet N-VA rekenen op een erg negatief palmares van de regering-Di Rupo op de staatsfinanciën. Slaagt de regering-Di Rupo erin om er economisch nog iets van te bakken? Welke maatregelen worden genomen?’ Volgens De Roover kan de doorbraak van de PTB+ (Franstalige PVDA) in Wallonië hierin een belangrijke rol spelen. ‘Hierdoor heeft de PS een oppositie op links. De marge om toe te geven aan de Open Vld is voor de PS kleiner geworden. Daarbovenop neemt het ongenoegen over “de rechtse maatregelen van de regering Di Rupo” in PS-kringen toe.’ In Vlaanderen staat de Open Vld zwaar onder druk, ook door de toenadering van de MR tot de PS en de linksere koers die ze bereid is te voeren. De zware beslissingen die de regering-Di Rupo moet nemen zijn tegen die achtergrond niet eenvoudiger. De economische maatregelen van de regering-Di Rupo lijk zo, nog meer dan de uitvoering van de communautaire akkoorden, de centrale inzet van de campagne van 2014. ‘It’s the economy stupid’ die zal bepalen wat 8 juni 2014 ons brengt.

Kader

19 Brusselse gemeenten

In Brussel zijn meer Vlamingen verkozen dan in 2006 of moeten we zeggen Nederlandstalige Brusselaars? Want velen zijn verkozen op tweetalige lijsten. De Brusselse politiek lijkt zo op weg om verder te ‘ontvlaamsen’ maar niet te ‘ontnederlandsen’. Een uitzondering op deze evolutie zijn de Vlaamse lijsten van N-VA en Vlaams Belang. Peter De Roover ziet Brussel zo de weg op gaan die onder meer door de bekende Brusselse prof Philippe van Parijs wordt voorgespiegeld. ‘Brussel ontwikkelt een eigen identiteit los van de taalgroep waartoe men behoort. Noem het gerust een Brussels nationalisme.’ Geen ‘Vlaamse’ lijsten meer, maar ‘Nederlandstalige Brusselaars’ die een plaats krijgen op (tweetalige) Brusselse lijsten. Als ze braaf zijn tenminste, anders mogen ze niet zoals bijvoorbeeld Bert Anciaux en Luckas Vander Taelen overkwam. Volgens De Roover kunnen de taalgemengde lijsten ook een voordeel zijn. ‘Als de Nederlandstalige kiezers allemaal enkel een naamstem uitbrengen op de Nederlandstalige kandidaten, kan dat meer Nederlandstalige verkozenen opleveren.’
Is het een goede zaak dat de Nederlandstaligen worden ingekapseld in de Brusselse partijen? Wat betekent dat voor de verhoudingen in Brussel? Voor de gewestverkiezingen maakt dat weinig uit, daar is er een vaste vertegenwoordiging voor de Vlamingen/Nederlandstaligen. Het probleem is wel dat er lijsten kunnen ontstaan met ‘nep-Nederlandstaligen’. Je hebt als Nederlandstalige veel minder stemmen nodig om in het parlement van het Brusselse gewest te worden verkozen. Een voorbeeld daarvan is Sophie Brouhon die verkozen is op de sp.a-lijst voor het Brussels Parlement. Een Belgische gekheid is dat ze nooit terug kan. Eens verkozen op een Nederlandstalige lijst, altijd Nederlandstalig. De echte vraag is, zal er ooit een Nederlandstalige via die Brusselse lijsten het federale parlement halen?

[Kader]

Randgevallen

Hoe zit het in de Vlaamse rand? Dat is een vraag die VIVES (Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving, KUL) kan beantwoorden. Wout Frees en Bart Maddens vergelijken de uitslagen van negentien Vlaamse gemeenten in de Rand rond Brussel met de vorige uitslagen tot en met 1976. Per verkiezing en per gemeente werd onderzocht welke lijsten als Nederlandstalig, Franstalig of tweetalig beschouwd konden worden en hoe de evolutie in hun stemmenaantal is.
Volgens de VIVES-analyse stijgen de Nederlandstalige lijsten in de negentien gemeenten in 2012 licht van een stemmenaandeel van 75,5% naar 78,9%. De Franstalige lijsten halen ongeveer evenveel stemmen als in 2006. Bekeken over de hele bestudeerde periode blijft het percentage Nederlandstalige stemmen ongeveer status-quo rond de 77%. De tweetalige lijsten, die in 1976 nog bijna 10% haalden, zijn in 2012 verwaarloosbaar klein geworden. Die stemmen lijken te gaan in de richting van de Franstalige lijsten: zij stegen in 36 jaar tijd ongeveer 5 procentpunten (van ongeveer 15% naar ongeveer 20%).
In de dertien Vlaamse Randgemeenten zonder faciliteiten blijven zowel de Nederlands- als de Franstalige lijsten ongeveer status quo. Er is een zeer lichte stijging van de Nederlandstalige lijsten (van 85,9% naar 88,5%). Bekeken op lange termijn zijn de electorale taalverhoudingen zeer stabiel: de Nederlandstalige lijsten halen rond de 87% en de Franstalige rond 12%. Er zijn ook opvallende uitzonderingen: Sint-Pieters-Leeuw en Zaventem. Daar hebben de Franstalige lijsten wél een aanzienlijke en systematische winst geboekt sinds 1976. Die tendens zet zich door in 2012. In Sint-Pieters-Leeuw zien we meer dan een verdubbeling naar ongeveer 22% in 2012 en in Zaventem naar ongeveer 20%.
In de zes faciliteitengemeenten zetten de Franstalige lijsten de stijgende tendens voort: zij stijgen van 59,3% naar 63,7%. Toch halen ook de Nederlandstalige lijsten meer stemmen dan in 2006: zij stijgen van 21,9% naar 28,5%. Dit is ten koste van de tweetalige lijsten, die dalen van 18,7% naar 7,8%. Bekeken op lange termijn hebben de Franstalige lijsten in de zes faciliteitengemeenten een enorme vooruitgang geboekt: van bijna 30% in 1976 naar bijna 65% in 2012. De tweetalige lijsten daarentegen lijken in vrije val: we noteren een daling van ongeveer 35% naar ongeveer 8%. Ook de Nederlandstalige lijsten vertonen een dalende trend op lange termijn, maar die lijkt in 2012 gekeerd.

[logo meer lezen]

De volledige studie is te vinden op www.econ.kuleuven.be/VIVES.

Pieter Bauwens

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Pieter Bauwens?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium