Europa
Paralipomena
Paralipomena

De Fransen ergeren

Om de Britse ziel te peilen is er geen geschiktere plaats dan de pub. De onze heet The Red Lion. Hij is drie- à zeshonderd jaar geleden uit plaatselijke steen opgetrokken, rondom een sindsdien brandende haard, en iedere eeuw heeft het hare bijgedragen. Het ensemble is gestold in een tijd-ruimtekromme waarbinnen het de jaren vijftig blijft, met een paar anachronismen. ‘s Winters schept het contrast van koud hemelwater Buitenspubs de archetypische behaaglijkheid Binnenspubs. Nu, in mei, staat de voordeur open.
In The Red Lion discussieer ik over de Brexit met Steve, die tot sluitingstijd de plek vormt waar de buitenwereld organisch overgaat in de bar. Hij wil de Europese Unie heel beslist verlaten. ‘Indertijd zijn we lid geworden van een markt met negen leden,’ zegt hij. ‘Niet van een politieke unie met achtentwintig leden. Zijn het er achtentwintig?’
Napoleon mag dan geschimpt hebben dat de Britten een natie van winkeliers zijn, anders dan de verlichte Fransen, die immers dag en nacht filosoferen – de Britten zelf vinden dat geen belediging. Ze zijn dol op markten, er is wekelijks een boerenmarkt in Brede en de meeste andere dorpen in de omgeving. Ze hebben gewoonlijk een gezonde verhouding met geld. Niet toevallig zijn de Engelsen ook de uitvinders van het marktkapitalisme. (Maar laat ik niet naïef zijn: in de City wordt grof en onverantwoord gespeculeerd.)
‘Wat mij ergert aan de Blijvers,’ zeg ik tegen Steve, ‘is dat ze net doen alsof ze weten wat de toekomst brengt. Het Armageddon breekt aan en dat is de schuld van het racistische Britse gepeupel. Linkse kwaliteitskranten, The Guardian voorop, klinken alsof ze de belangenvereniging van aandeelhouders zijn.
‘Wat wil je,’ zegt Steve. ‘Labour is ieder contact met zijn basis kwijtgeraakt. Die Corbyn is een ouwe trotskist. Al hun intellectuelen, journalisten, noem maar op, hebben het lot van de arbeiders ingeruild voor die idiote politieke correctheid.’
‘Ja,’ zeg ik, ‘politieke correctheid vind je in Brussel ook in overvloed. Die is namelijk gratis. Maar ze verhult nauwelijks de neoliberale aard van de EU. Ik denk dat veel zogenaamde gewone mensen daar dwars doorheen kijken.’
De Europese Unie… Op televisie zie je haar kardinalen, die zalven en dreigen in de kathedraal van Onze Lieve Vrouwe van de Politieke Correctheid.
Ik pak mijn glas, dat zojuist door de barmeid met 0,568 liter bitter is gevuld. ‘Eigenlijk mag deze maat niet van Brussel,’ zeg ik. ‘In de supermarkt staat er op een pint melk dat je nul komma zoveel van een liter koopt. Dat is toch belachelijk?’
Minzaam glimlachen de primaten van Europa naar het volk. Ze bewonderen elkaars purper.

Ik weet weinig van economie en krijg de indruk dat hetzelfde geldt voor economen. Maar ik verafschuw de bemoeizucht van een Europa dat Engeland minder Engels probeert te maken. Ik ben tenslotte de zoon van een vader die zich in voor-Europese tijden persoonlijk gekwetst voelde door de overgang naar het tiendelige pond. ‘Vergeet niet, zoon, dat het hier een postume overwinning van de Corsicaan betreft.’ Ik hoor het hem nog zeggen, een van zijn onnavolgbare uitlatingen. Iedere normalisering in de verzameling afwijkingen die tezamen het Verenigd Koninkrijk vormden was een verslechtering, meende hij, zelfs een verbetering.
‘Misschien moeten de Vertrekkers verwijzen naar de Glorious Revolution,’ zeg ik. Mijn vader beschouwde dat als de enige acceptabele revolutie in de wereldgeschiedenis.
‘Ben je gek. Revoluties zijn hoogst on-Engels, dat weet je toch?’
Dat is onloochenbaar waar: Britten zijn geneigd tot de status-quo en hebben een grondige afkeer van nutteloze en radicale veranderingen. Dat is iets voor Fransen en andere heethoofden. Edmund Burke, de achttiende-eeuwse denker aan wie de uitvinding van het conservatisme wordt toegeschreven, hoewel het woord nooit door hem is gebruikt, heeft de Britse mentaliteit omschreven als ‘geloof in de van oudsher verzamelde rede’, die de lateren een ‘geëerfde wijsheid’ verschafte. In zijn ogen waren utopisten gevaarlijke gekken, die, misleid door de fantast Rousseau, in zoiets onzinnigs als de natuurlijke goedheid van de mens geloofden. Met ontzetting aanschouwde hij het bloedbad van de Franse Revolutie: ‘Wij hebben onszelf tot nog toe niet verfijnd tot wilden. Wij zijn geen bekeerlingen van Rousseau. Onze wetgevers zijn geen krankzinnigen.’
Ik nader inmiddels de bodem van 1,704 liter amberkleurig inzicht. ‘Steve,’ zeg ik, ‘de Glorious Revolution was een revolutie zonder bloedvergieten en herstelde juist een traditionele toestand…’ Meer bepaald de toestand waarin het Parlement en de Engelse Kerk, met haar protestantse leer en katholieke liturgie, opnieuw een democratisch evenwicht creëerden. Dat gebeurde in 1689, toen het Parlement vreesde dat de katholieke koning James II zich iets te veel goddelijk recht toe-eigende. De rest moet u zelf maar bij elkaar googelen; in elk geval belandde de Hollandse stadhouder, gehuwd met de protestantse dochter van James II, op de troon, iets wat mij nog altijd met gepaste trots vervult.
‘Wat heb je nu aan het Continent,’ mompelt Steve tegen de ingedommelde tapkranen.

Het wordt zo langzamerhand tijd voor een vraag die menig continentaal op de lippen brandt: zijn die Britten niet behoorlijk xenofoob?
Ze zijn in elk geval minder xenofoob dan je op basis van de opflakkering van – vooral – anti-Poolse hooligansentimenten zou concluderen. Veel stellen die alles bij elkaar niet voor, hoe beschamend ze ook zijn. Uiteraard roepen de Blijvers nu dat ‘racisme’ het logische gevolg is van de Brexit, maar dat is om twee redenen onzin: de Brexit is, althans voor een paar procent, het gevolg van hooligansentimenten, niet omgekeerd, en Polen zijn tot nader order leden van hetzelfde ras als de hooligans in kwestie.
Maar vooral Labour beschuldigt Vertrekkers, en dus impliciet een groot deel van de arbeidersklasse, bijzonder snel van racisme. Hetzelfde Labour bulkt van de antisemieten, maar dat is een ander onderwerp (ook al is het eigenlijk hetzelfde).
De Britten racistisch? Uit recent onderzoek blijkt dat driekwart best vluchtelingen wil opnemen, desnoods ook in de traditioneel als kasteel beschouwde eigen woning. Nee, de Britse xenofobie is subtieler dan goed waarneembaar is vanaf het continent, dat je hier op heldere dagen vanaf de toren van de kerk kunt zien liggen.
Een kenmerkend verhaal is het volgende: natuurverenigingen maken zich zorgen over de toestand van de boshyacint, die zulke schitterende blauwe tapijten weeft in de voorjaarsbossen. De soort wordt bedreigd door de Spanish bluebell, een iets donkerder variant, die de inheemse dreigt te verdringen. Eerst de Armada en nu dit weer! Wat het verraadt is de atavistische Britse angst voor de invasie, begeleid door de gedachte dat er van het continent weinig goeds valt te verwachten, hooguit wijn en goedkope rookwaar, en ook is het niet onprettig er soms aan een zonnige kust te liggen.
En er zijn altijd nog de Fransen die ons hier zorgen baren. Je weet nooit wat die achterbakse Galliërs willen, een sentiment dat pakkend wordt uitgedrukt door mijn favoriete boektitel: 1000 Years of Annoying the French van de historicus Stephen Clarke. Ik weet niet of Clarke een Vertrekker is; in elk geval drukt die titel het gevoel van de Vertrekkers compact uit.

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Benno Barnard?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans