We komen uit een periode van francofone partijvoorzitters die op den duur altijd zwichtten al vroegen ze nooit iets. Wat mogen we verwachten van de jonge generatie die nu aan zet is?
Als we de huidige politieke impasse onder ogen nemen, en dan Maxime Prévot (CDH), Georges-Louis Bouchez (MR), Paul Magnette (PS), Rajae Maoune (Écolo) en François De Smet (Défi) eenstemmig horen verklaren dat ze bereid zijn tot een nieuwe staatshervorming in 2024, dan laat zich de strategische blunder van Charles Michel afmeten toen die tot elke prijs elke nieuwe communautaire dialoog de pas afsneed.
De vruchteloze danspasjes van de koninklijke informateurs die we na 26 mei hebben aanschouwd moeten logischerwijs uitlopen op vervroegde verkiezingen, en die zullen de gapende kloof tussen zuid en noord alleen nog verdiepen: de bekende ‘twee democratieën’ waar Bart De Wever het over heeft.

Het koninkrijk kan enkel overleven ten koste van een nieuwe afkalving, en Vlaanderen wenst die in het teken van het van confederalisme te plaatsen.
Wij zeggen duidelijk Vlaanderen en niet alleen de N-VA, want het moet worden herhaald dat die confederale gedachte in de negentiger jaren werd gelanceerd door de toenmalige CVP-minister-president Luc Van den Brande, en vervolgens in 1999 door het Vlaamse parlement goedgekeurd.

Kaarten met zijn vieren

Altijd gaan er wel Waalse stemmen op die een confederaal systeem met vier regio’s bepleiten. Met name doen de directeur van het Institut Jules Destrée, Philippe Destatte, en de linkse essayist Claude Demelenne dat.
En dan mag die redenering pragmatisch lijken, ze zondigt door naïviteit en aandoenlijke openhartigheid. Vlaanderen is inderdaad niet langer bereid financiële ondersteuning te geven aan een Wallonië dat, meent men daar, niet weldoordacht heeft omgesprongen met de middelen tot herstel die de regionalisering bood. Men stelt er een sterk links gekleurd beleid aan de kaak dat verworven rechten vrijwaarde, liever dan innovatie en privéinitiatief te bevorderen. Na 2024 zullen de financiële transfers vanuit Vlaanderen – zo’n zeven miljard per jaar –* progressief afnemen.
Voor Claude Demelenne kan alles, maar dan ook álles gesplitst worden. Maar net hier geeft hij blijk van een gebrekkige realiteitszin als hij daar direct aan toevoegt: Het gevoeligst ligt natuurlijk de sociale zekerheid. Bij een splitsing zonder meer zal de minst rijke regio, Wallonië het zwaar krijgen. Dat is vanzelfsprekend onhoudbaar. (…) Er zal in nieuwe solidariteitsmechanismen moeten worden voorzien.
Men kan zich makkelijk het glimlachje voorstellen dat Vlaanderen opbrengt bij de lectuur van die regels. En ook de commentaar: jullie willen dus onafhankelijk worden, maar wel met onze centen!

Liefde van één kant?

Zou Claude Demelenne die randbemerking in Le Soir van 6 maart 1981vergeten zijn: 70% van de Franstaligen voorstander van de wederzijdse bijstand die 55% van de Vlamingen weigeren? Of ook de uitspraken die Bart Somers deed, toen in 2003 als partijvoorzitter van de Open VLD: Het zou ondenkbaar zijn de Vlaamse economie frontaal te pakken door deze op een lineaire manier de inspanningen voor de CO2reductie te laten dragen, terwijl het verouderde industriële apparaat van het zuiden des lands verhoudingsgewijs sterker vervuilt dan het onze dat aan de spits staat van de schone technieken. Er is geen sprake van dat wij een Vlaamse financiële inspanning zouden aanvaarden in ruil voor schone Waalse lucht.**
En om terug te komen op die mogelijkheid van een confederalisme met zijn vieren: dat lijkt van meet af aan een hersenschim.
Vlaanderen heeft ten slotte altijd weigerachtig gestaan tegenover een statuut van Brussel als volwaardig gewest. Van begin af aan heeft het zijn instellingen laten samensmelten tot een ‘Vlaamse Gemeenschap’ en heeft het deze ondergebracht in Brussel, van welke stad het zijn officiële hoofdstad heeft gemaakt. Bedoeling was vanzelfsprekend de Nederlandstalige Brusselaars van wieg tot graf te omkaderen.
Het confederalisme dat Vlaanderen voorstaat is er een met twee staten – Vlaanderen en Wallonië – die samen Brussel beheren.
Wat dit laatste betreft was Bart De Wever duidelijk: Inzake persoonsgebonden materies kiest elke inwoner van Brussel vrijelijk – los van zijn taal of afkomst – tussen Vlaanderen en Wallonië. De Brusselaars kunnen dus kiezen voor het Vlaamse of het Waalse pakket wat betreft personenbelasting, gezondheidszorg, sociale zekerheid, jeugdbescherming, immigratie en integratie, en stemrecht voor het Vlaamse of Waalse parlement. Die keuze is niet definitief, en na een wachttijd kan men er een andere maken.***
Men kan zich makkelijk voorstellen welke aanlokkelijke voorwaarden Vlaanderen ongetwijfeld zou aanbieden. Wij zullen Brussel kopen! liet Gaston Geens zich ooit ontvallen.

Arme Philippe Coburg

Wat nu België aangaat: dat wordt teruggebracht tot zijn simpelste gedaante. Een lege schelp die Vlaanderen al snel overbodig zal achten.
Ja, zoals men ziet hebben Vlamingen en Walen een diametraal tegengestelde kijk op de toekomst van het Koninkrijk. Maar één ding staat vast: de ontmanteling van deze pseudostaat is een onontkoombaar proces.
Als, en alles wijst daarop, de kiezers naar de stembus teruggeroepen worden voor het eind van de winter, dan komt het erop aan ervoor te zorgen dat de Grondwet breed herzien kan worden, zodat er zonder dralen nieuwe communautaire onderhandelingen kunnen beginnen.
En mochten deze op een totale blokkering uitlopen, dan rest de vorst niets anders dan de ondertekening van de overlijdensakte van het Koninkrijk. Om met François Perin te spreken: Hij wordt op non-actief gezet, ter oorzake van het schrappen van de functie.
_____________
(noten van de vertaler)
* Een geflatteerde schatting: er zijn berekeningen die zowat het dubbele aangeven.
** Terugvertaald uit het Frans want ik heb niet de oorspronkelijke tekst, en kan dus niet instaan voor de elegante zwier waarmee Somers dit misschien heeft gezegd – waarbij men zich mag afvragen of de man überhaupt graag heeft dat men zijn woorden in herinnering brengt.
*** Ook terugvertaald.

Advertentie

vertaling Marc Vanfraechem