fbpx


Geopolitiek
Nick Krekelbergh en Alexander Demoor

De gedeelde ruimte van Rusland en Oekraïne: heeft Poetin dan toch ergens een punt?



Poetin

Het rommelt in het oosten en de propagandamolens draaien overuren. In een artikel, dat luistert naar de weinig aan de verbeelding overlatende titel Poetin gelooft dat Oekraïne Russisch is. Dit is waarom dat geschiedkundig een grove misvatting is, meent journalist Mick Van Loon op basis van historische argumenten te kunnen aantonen waarom Oekraïne en Rusland twee totaal verschillende naties zouden zijn. Volgens hem beroept Poetin, die in juli 2021 in een opiniestuk stelde dat de Russen en Oekraïners samen één volk zouden vormen, zich op drogredenen om een gedeelde geschiedenis te construeren. Helaas trapt hij hierbij zelf in een aantal kapitale denkfouten en begrijpt hij niet dat West-Europese opvattingen over taal, cultuur en natievorming niet zomaar naar het oosten te transponeren zijn. Poetin heeft namelijk niet per sé gelijk om te stellen dat Rusland en Oekraïne tot dezelfde natie behoren. Maar beide landen behoren wel tot hetzelfde geografisch en cultureel continuüm, dat stellen Nick Krekelbergh en Alexander Demoor in deze vrije tribune.

 

Historische hineininterpretierung

Om zijn punt te maken, gebruikt de journalist de nodige historische hineininterpretierung, afgestemd op wat het westerse lezerspubliek graag wil horen. Het contrast tussen beide naties is simpel: Rusland is een homogeniserende en ‘Aziatische’ monoliet, terwijl Oekraïne van in het begin ‘Europees’ en ‘multicultureel’ zou zijn geweest. Een dna dat naadloos aansluit bij het beoogde lidmaatschap van de Europese Unie.

Om het ‘meer Europese karakter’ van Oekraïne in de verf te zetten, doet hij de aanspraak van Rusland op het middeleeuwse Kievse Rijk als deel van de Oost-Slavische vorstendommen van de Roes’ (waartoe ook Russische steden als Rostov, Novgorod, Smolensk en Ryazan behoorden) af als vorm van onterechte culturele toe-eigening door Moskou, dat in de zestiende eeuw naar legitimatie in de orthodox-christelijke wereld zocht. Het moderne Oekraïne zou zijn oorsprong vinden in het Pools-Litouwse Gemenebest, terwijl de wortels van Moskou eerder Mongools en Tataars zouden zijn. Gemakshalve gaat hij voorbij aan de Kozakkenopstand tegen de Polen in 1648, geleid door Bohdan Chmelnnytsky, vader van de Oekraïense natie, en het Verdrag van Perejaslavl (1654), waarbij de Russische tsaar als soeverein werd erkend in ruil voor bescherming. Een militaire campagne die werd uitgevoerd samen met de Krim-Tataren.

Oeridentiteit

Opvallend hierbij is dat de vooronderstelling van een Oekraïense oeridentiteit, die men zogezegd ‘vanaf den beginne’ haarfijn zou kunnen onderscheiden van de omringende Rutheens-Russische identiteiten, wordt geschraagd door de term Kyjivska Roes’. De auteur maakt zich door het expliciete gebruik van een contemporaine Standaardoekraïense vorm, die nergens als dusdanig wordt verduidelijkt, in feite schuldig aan een vorm van taalkundige manipulatie.

De middeleeuwse stadstatenbond die zich rond Kiev als politiek centrum had gevormd duidde zichzelf namelijk aan als Roeskaja Zemja of ‘Land van de Roes’’ in de eerste zinnen van de twaalfde-eeuwse Nestorkroniek, het omvangrijkste dynastieke stichtingsrelaas van de Oost-Slaven. Kyjivska Roes’ is daarentegen een Oekraïense vertaling van het Russische Kijevskaja Roes’, een begrip dat werd geponeerd door negentiende-eeuwse academici in de context van de kritische geschiedschrijving over het eigen verleden die toen wereldwijd in ontwikkeling was. De Oekraïense vorm vond dus pas later ingang.

Eurazische ruimte

Inderdaad was Moskou aanvankelijk een relatief kleine buitenpost die door samenwerking met de Gouden Horde in de veertiende eeuw groot is geworden. Onder Ivan IV Grozny wist het Groothertogdom Moskou zich uiteindelijk tot een groot Russisch tsarenrijk te ontwikkelen, waarbij de stad Moskou als economisch en administratief centrum komaf wist te maken met twee belangrijke rivalen, namelijk het Tataarse Kazan in het oosten en het meer Europees georiënteerde Novgorod in het westen.

Dat juist Moskou in de loop van de late middeleeuwen kwam bovendrijven, verklaart het hybride Eurazische karakter van de Russische cultuur: orthodox-christelijk maar met Mongools-Tataarse wortels. Indien dit rijksvormende proces vanuit Novgorod was opgezet, was er misschien sprake geweest van een meer Europees en volgens sommigen ook meer burgerlijk-democratisch Rusland. Was dit vanuit Kazan gebeurd, dan zorgde dit eerder voor continuïteit met het islamitische khanaat van de Gouden Horde en mogelijk ook aansluiting bij het Ottomaanse Rijk.

160 etniciteiten

Volgens de auteur heeft Vladimir Poetin weinig begrip van het multi-etnische karakter van Oekraïne, dat niet alleen verbonden zou zijn met Rusland, maar ook met het Zwarte Zeegebied en Midden-Europa. Dat lijkt onwaarschijnlijk aangezien Rusland zelf ongeveer 160 etniciteiten kent. De auteur geeft vooral zelf blijk van onvoldoende inzicht in het multiculturele karakter van de Noord-Eurazische ruimte waar zowel Rusland als Oekraïne deel van uitmaken. Interacties tussen Slavische, Rutheense, Finoegrische en Mongools-Turkse bevolkingsgroepen, alsook Europese invloeden, hebben de Groot-Russische ruimte gemaakt tot wat ze is, en dat is ook het geval voor Oekraïne.

Zowel de steppes van zuidelijk Oekraïne als van zuidelijk Siberië maakten in de twaalfde eeuw deel uit van dezelfde Turkische Koeman-Kiptsjak federatie, terwijl in het noorden de dichter beboste gebieden in handen waren van de Roes’. Oekraïne en Rusland vormden ook het bevolkingsreservoir van waaruit de Magyaren en Bulgaren naar het westen doorstootten, om daar machtige rijken te vormen die aan de basis zouden liggen van het moderne Centraal-Europa.

De taal is gans het volk?

De auteur haalt ook de Oekraïense taal aan, die volgens hem reeds lang voor het tijdperk van Taras Sjevtsjenko (ca. 1830) werd gesproken. De oostelijke tak van het Slavisch omvat het Russisch en zijn “Rutheense” verwanten Witrussisch, Oekraïens en de verschillende talengroepen die als Rusyn worden aangeduid. Zij ontwikkelden gemeenschappelijke innovaties ten opzichte van de andere Slavische talen, om zich vervolgens opnieuw van elkaar te gaan onderscheiden, zoals dat trouwens overal ter wereld met talen gebeurt onder invloed van allerlei complexe factoren.

Het is dan ook een dooddoener om te stellen dat de gesproken dialecten die aan de wieg stonden van de Oekraïense standaardtaal al bestonden voor 1830, wat zelfs niemand in Rusland zal ontkennen.  Met dit soort truïsmen overschaduwt de auteur juist de voortdurende interactie tussen de sprekers van deze talen. De meeste Russen, Witrussen en Oekraïners kunnen elkaar nog steeds goed verstaan als ze praten in hun eigen moedertaal. De subtiele verschillen in uitspraak en grammaticale vormen zijn uitvergroot in hun huidige standaardisaties, maar niet in de gesproken varianten. Meer nog, er ontwikkelden zich kleurrijke mengvormen zoals het Soerzjyk (tussen het Oekraïens en het Russisch) en het Polesisch (tussen het Oekraïens en het Witrussisch), zoals wij in Vlaanderen de veelbesproken tussentaal kennen. Eén volk zijn de Russen en Oekraïners dan misschien niet, wel zijn het duidelijk twee loten aan een gemeenschappelijke stam.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Nick Krekelbergh en Alexander Demoor

Krekelbergh is aardwetenschapper, verbonden aan UGent, Demoor is linguïst