fbpx


Actualiteit, Binnenland
regeringsvorming

De Khattabi-affaire: wat voorafging en wat kan volgen

Initiële regeling van 1983 had problemen kunnen voorkomen



Met de indiening van de kandidaturen – gisteren, 4 juni, was de laatste dag – is een nieuwe aflevering begonnen van de benoeming van de twaalfde rechter bij het Grondwettelijk Hof, een ambt dat sinds 1 november vacant is. Zoals bekend kreeg de door Ecolo voorgestelde Zakia Khattabi in twee Senaatszittingen niet de vereiste twee derde van de stemmen om rechtsgeldig ter benoeming te kunnen worden voorgedragen, en besliste ze wijselijk haar dagen verder in de Kamer van Volksvertegenwoordigers te…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Met de indiening van de kandidaturen – gisteren, 4 juni, was de laatste dag – is een nieuwe aflevering begonnen van de benoeming van de twaalfde rechter bij het Grondwettelijk Hof, een ambt dat sinds 1 november vacant is. Zoals bekend kreeg de door Ecolo voorgestelde Zakia Khattabi in twee Senaatszittingen niet de vereiste twee derde van de stemmen om rechtsgeldig ter benoeming te kunnen worden voorgedragen, en besliste ze wijselijk haar dagen verder in de Kamer van Volksvertegenwoordigers te slijten.

Over deze onverkwikkelijke kwestie – zoals Roan Asselman schreef, verdient het Grondwettelijk Hof beter – is het hier al meermaals gegaan. Toch bleven enkele aspecten weinig of niet belicht.

Van acht jaar …

Zo moeten we vaststellen dat het parlement het pad naar het trammelant rond Khattabi zelf heeft geplaveid, bij de uitvoering van het Sint-Michielsakkoord over de vierde staatshervorming (1992-1993).

Wanneer in 1983 het Grondwettelijk Hof, toen nog Arbitragehof genoemd, werd opgericht, besliste de wetgever dat de helft van de twaalf rechters ervaren juristen en de andere helft ervaren parlementsleden moeten zijn. In de aanwezigheid van oud-parlementsleden in het rechtscollege galmt het tot dan toe geldende ‘dogma’ na, dat het parlement zelf over de grondwettigheid van wetten oordeelt.

De Arbitragehofwet van 1983 bepaalde dat men ten minste acht jaar lid van de Kamer of de Senaat moet zijn geweest om tot ‘parlementair’ rechter te kunnen worden benoemd. Acht jaar, dat was twee volle zittingperiodes.

… naar vijf jaar

Met het Sint-Michielsakkoord kwam een einde aan het ‘dubbelmandaat’, de onzalige toestand waarin een Kamerlid of senator tegelijk lid was van een deelstaatparlement. De burgers verkiezen de leden van de deelstaatparlementen sindsdien rechtstreeks en apart. Het was niet meer dan logisch dat toen beslist is het ambt van ‘parlementair’ rechter bij het Arbitragehof ook voor gewezen leden van een deelstaatparlement open te stellen.

Minder logisch en doordacht was het om bij die wetswijziging de minimale parlementaire ervaring van acht op vijf jaar te brengen. De ‘Sint-Michielspartijen’ (de christendemocratische en socialistische regeringspartijen, de groenen en de Volksunie die het akkoord vanuit de oppositie steunden) riepen daarvoor de gelijkschakeling in met de ervaring waaraan sinds 1983  de zes ‘juridische’ rechters moeten beantwoorden. Die moeten gedurende ten minste vijf jaar een hoog ambt hebben bekleed in het Hof van Cassatie of de Raad van State, of hoogleraar aan een universiteit zijn geweest.

Liberaal verzet

Alleen de liberalen waren het daar niet mee eens. Terecht wezen zij erop dat een magistraat of hoogleraar die vijf jaar ervaring slechts kon hebben opgedaan nadat hij/zij in het Hof van Cassatie, de Raad van State of een universiteit enkele trappen van de hiërarchie had beklommen, en dus méér dan vijf jaar rechtspraktijkervaring had. En niet ten onrechte stelden zij dat, zeker voor iemand die geen juridische opleiding heeft gehad, vijf jaar parlementair leven onvoldoende is om de praktijkervaring op te bouwen die je van een rechter bij het Arbitragehof/Grondwettelijk Hof mag verwachten. Eigenlijk zou tien jaar nodig zijn, zeiden de liberalen.

De Sint-Michielspartijen bleven doof voor die argumenten en stemden de liberale amendementen weg. Indien dat niet was gebeurd en de vereiste parlementaire ervaring op acht jaar behouden of op tien jaar gebracht was, had Khattabi met haar zes en een half jaar parlement op de teller niet eens kandidaat-rechter kunnen zijn.

D’Hondt

Opdat de arresten van het Grondwettelijk Hof op een zo breed mogelijke maatschappelijke consensus zouden steunen, moeten de twaalf rechters van het Grondwettelijk Hof de brede samenleving vertegenwoordigen. Zoals in andere gevallen – de raad van bestuur van de VRT, bijvoorbeeld –, gaat men ervan uit dat de partijpolitieke samenstelling van het parlement de beste afspiegeling is van die brede samenleving en hebben partijen het ‘constitutionele gewoonterecht’ één of meer kandidaten te mogen voorstellen. Hoeveel en in welke volgorde, hangt af van de politieke krachtverhoudingen en wordt ‘berekend’ met het stelsel- D’Hondt, dat ook gebruikt wordt om bij parlementsverkiezingen de zetels te verdelen.

Dienvolgens droegen vanaf 1983 drie van de zes Nederlandstalige rechters een christendemocratisch, twee een socialistisch en één een liberaal rugnummer. Toen in 1996 Louis-Paul Suetens (CVP) overleed, kwam het vacante mandaat, conform de gewijzigde krachtsverhoudingen, volgens het ‘voorstelrecht’ toe aan het Vlaams Blok. Bleek toch wel dat die vermaledijde partij niet onder de toepassing van die constitutionele gewoonterechtsregel viel (en nog altijd niet valt)… Na enig getouwtrek en menig achterkamergesprek, stond de CVP ‘haar’ mandaat af aan de VLD, die daarvoor Marc Bossuyt voorstelde.

‘Cordon constitutionnelle’

Anders dan rond het Vlaams Belang, ligt rond de N-VA en de groenen geen cordon constitutionnelle. Toen Bossuyt in 2014 zeventig jaar was geworden en op emeritaat moest gaan, kon de N-VA ter opvolging de ervaren juriste Riet Leysen naar voor schuiven. Eerder al hadden Agalev (2000) de jurist Luc Lavrysen en Ecolo (2001) gewezen parlementslid Jean-Paul Snappe laten voordragen als rechter bij het Grondwettelijk Hof. Snappe is eind oktober met emeritaat gegaan; volgens het ‘constitutionele gewoonterecht’ kan Ecolo dat mandaat behouden.

Voor de groenen houdt dat recht kennelijk in dat ze om het even wie kunnen voorstellen, als hij of zij maar aan de formele benoemingsvoorwaarden voldoet. Voor verscheidene andere partijen is dat kennelijk niet het geval: zij weigerden de kandidatuur van Khattabi te steunen.

Het is weliswaar al eens gebeurd dat een door een partij voorgestelde kandidaat bij de geheime stemming niet de vereiste twee derde van de stemmen kreeg, maar in 2007 ging het met (de door sommigen als te conservatief beschouwde) Mia Deschamphelaere (CD&V) om de tweede voor te dragen kandidaat (het parlement moet twee kandidaten voordragen om de koning in de waan te laten dat hij kan kiezen wie hij benoemt; in de feiten is de eerste voorgedragen kandidaat de ‘echte’ en de tweede de ‘nep’).

Precedent of accident?

Nu voor het eerst een ‘echte’ kandidaat is wandelen gestuurd, is weliswaar de rechtsstaat niet in gevaar, zoals Ecolo-covoorzitter Jean-Marc Nollet vooraf waarschuwde, maar toch de gewoonterechtelijke regel geschonden dat een partij ‘haar’ kandidaat mag voorstellen. Is daarmee een precedent geschapen of ging het om een eenmalig accident de parcours? Volgende week vrijdag (12 juni) weten we meer, wanneer de Senaat stemt over de voordracht van Thierry Detienne, de nieuwe kandidaat van Ecolo die acht jaar Kamerlid (en vijf jaar Waals gewestminister) is geweest.

Het ziet ernaar uit dat Detienne wel twee derde van de senatoren achter zich krijgt. Volgens mediaberichten zou ook de N-VA hem steunen, wellicht meer uit koele berekening dan uit warme overtuiging. Want wanneer straks een jurist André Alen, de huidige voorzitter van het Grondwettelijk Hof die op 25 september 70 jaar wordt, moet vervangen, heeft de N-VA het ‘voorstelrecht’.

Oog om oog

Nu is het weliswaar minder evident bezwaren aan te voeren tegen de kandidatuur van een praktijkjurist dan tegen een (gewezen) parlementslid, maar toch… Indien het toch zou voorvallen dat door de tegenstem van de N-VA ook de voordracht van Detienne kapseist, zouden sommige partijen wel eens in ‘oog om oog’-verleiding kunnen komen wanneer over de voordracht door de N-VA moet worden gestemd.

In de Kamer, die voor de opvolging van Alen aan de beurt is, hebben de PS, de groenen en de PvdA-PTB voldoende stemmen om de totstandkoming van een tweederdemeerderheid te verhinderen. Ook vanuit dat oogpunt kan de stemming van 12 juni in de Senaat niet zonder belang zijn

Voordracht door deelstaten

In de Senaatsvergadering van 15 mei waarop de voordracht van Khattabi voor de tweede keer verworpen werd, stelde Karl Vanlouwe (N-VA) vast dat ‘zelfs bij de benoeming van rechters in het Grondwettelijk Hof’ de deelstaten ‘lijnrecht tegenover elkaar staan’. Sommigen zeggen dat ‘de ene taalgemeenschap de kandidaat van de andere taalgemeenschap moet volgen, of de rechtsstaat is in gevaar’, aldus Vanlouwe. Hij deed daarom het ‘constructief voorstel’ de wet te wijzigen en voortaan de deelstaten de voordracht te laten doen, zodat ze zelf bepalen wie ze naar het Grondwettelijk Hof sturen.

Opmerkelijk is dat die – in zekere zin ‘confederale’ – regeling in het oorspronkelijke wetsontwerp stond dat de rooms-blauwe regering-Martens in 1983 bij de Senaat indiende. Volgens het ontwerp zou de Nederlandse taalgroep van de Senaat de Nederlandstalige rechters bij het Arbitragehof voordragen en de Franse taalgroep de Franstalige (de Kamer doet pas sinds de wetswijziging van 1993 in toerbeurt met de Senaat de voordracht).

Vanderpoorten

De Senaatscommissie voor de Grondwetsherziening aanvaardde de regeling zonder discussie. Tijdens de bespreking in de voltallige vergadering (5 mei 1983) stak er echter tegenwind op. De Vlaamse liberaal Herman Vanderpoorten vond dat, ter wille van ‘nationale opdracht’ en de ‘pluralistische samenstelling’ van het Arbitragehof, de voordracht door de voltallige Senaat en met een tweederde meerderheid moest gebeuren. De socialisten, de Volksunie en het FDF waren het daar niet mee eens, maar de rooms-rode meerderheid keurde het amendement van Vanderpoorten goed. De Vlaamse socialisten stemden tegen; de Waalse PS had, net als de Volksunie en het FDF, vóór de stemming uit protest de zaal verlaten.

Aangezien er intussen geen senatoren meer worden verkozen en de Senaat, afgezien van zijn tien gecoöpteerde leden, uit vijftig deelstaatparlementsleden bestaat, zou het volstaan om de initiële regeling van 1983 te herstellen om de deelstaten, via hun vertegenwoordigers in de twee taalgroepen van de Senaat, de voordracht van de rechters bij het Grondwettelijk Hof te laten doen. Een onderwerp voor de zevende staatshervorming?

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.