fbpx


Politiek, Vlaamse Beweging

De koning pleegt een staatsgreep

Hoe de Vlaamse socialisten Belgisch werden (3)



De socialisten krijgen op het einde van de Eerste Wereldoorlog beslissende steun uit onverwachte hoek: van de Belgische koning. Albert I maakt zich zeer ongerust. Door de Oktoberrevolutie van 1917 komen in Rusland de bolsjewieken aan de macht. Op 17 juli 1918 vermoorden de communisten tsaar Nicolaas II, zijn vrouw en zijn vijf kinderen. Over de lijken wordt zwavelzuur gegooid. De Duitse keizer Wilhelm II treedt af en vlucht naar Nederland. Op 11 november tekenen de oorlogvoerende partijen een wapenstilstand…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De socialisten krijgen op het einde van de Eerste Wereldoorlog beslissende steun uit onverwachte hoek: van de Belgische koning.

Albert I maakt zich zeer ongerust. Door de Oktoberrevolutie van 1917 komen in Rusland de bolsjewieken aan de macht. Op 17 juli 1918 vermoorden de communisten tsaar Nicolaas II, zijn vrouw en zijn vijf kinderen. Over de lijken wordt zwavelzuur gegooid. De Duitse keizer Wilhelm II treedt af en vlucht naar Nederland. Op 11 november tekenen de oorlogvoerende partijen een wapenstilstand en is de Eerste Wereldoorlog achter de rug. Theoretisch althans. In Duitsland woedt de Novemberrevolutie. Alle Duitse vorsten in de deelstaten treden af, voorop de koning van Beieren. Extreemlinkse opstanden teisteren het land. Een Raad van Volkscommissarissen roept in Berlijn de republiek uit.

Linkse revolutie?

Koning Albert voelt de bui hangen. Ook Karel Eduard von Saksen-Coburg und Gotha is afgetreden. Vele familieleden zitten in zak en as. In het verwoeste België telt men één miljoen werklozen, op een bevolking van 7,4 miljoen. En werkloosheidsuitkering bestond toen nog niet. Ook in ons land is het gevaar van een linkse, republikeinse revolutie niet denkbeeldig. De koning zit met zijn familie in het West-Vlaamse kasteel van Loppem en besluit bliksemsnel te handelen. Nog dezelfde avond van 11 november 1918 roept hij een aantal zorgvuldig uitgekozen politici naar zijn kasteel, mensen waarvan hij weet dat ze zijn plan zullen steunen.

De regering die tijdens de oorlog in het Franse Le Havre verbleef, wordt aan de kant geschoven. Albert I installeert een nieuwe regering van katholieken, socialisten en liberalen, haast allemaal nieuwe figuren die tijdens de oorlog in België waren gebleven – zoals de koning zelf. Conservatieve katholieke boegbeelden zoals graaf Woeste krijgen niet eens een uitnodiging voor overleg. Het parlement komt er niet aan te pas.

De ‘staatsgreep van Loppem’

Aan het hoofd van de nieuwe regering benoemt Albert I een absolute nieuwkomer, Léon Delacroix, een katholiek die aan de ULB had gestudeerd. De man heeft geen enkele bestuurlijke ervaring, behalve enkele jaren als gemeenteraadslid in Elsene. Maar hij is stafhouder van de advocaten bij het Hof van Cassatie, de officieuze ‘advocaat nr.1’ van België. Door hem te benoemen verwerft de koning alvast de stilzwijgende acceptatie door het juridische milieu van wat een heuse putsch zal worden. Om de positie van Delacroix te versterken krijgt die de titel ‘Eerste Minister’ mee. Dat is een nieuwe vondst van de koning. Voordien werden de opeenvolgende regeringen aangeduid met de naam van de minister van Binnenlandse Zaken. De ambtsbenaming ‘Eerste Minister’ of ‘Premier’ bestond nog niet in België.

Een grondwetswijziging – toen en nu – vindt plaats in twee fases. Eerst bespreekt men het ontwerp in het parlement besproken. Dan worden de Kamers ontbonden en vinden nieuwe verkiezingen plaats, uiteraard volgens het geldende, ‘oude’ systeem. Het nieuwgekozen parlement moet de nieuwe grondwet met een tweederdemeerderheid aanvaarden vooraleer die in werking kan treden. Koning Albert lapt de grondwet aan zijn laars. In zijn troonrede voor de Kamers kondigt hij namens de regering de invoering van het Algemeen Enkelvoudig Stemrecht aan en nieuwe verkiezingen, meteen volgens het nieuwe systeem.

De conservatieve katholieken, aan wie Albert I volledig voorbijgaat, spreken van ‘le coup de Loppem’, de staatsgreep van Loppem, juridisch en politiek gezien niet onterecht. De verkiezingen van 1919 vinden plaats onder het nieuwe systeem, hoewel dit ongrondwettelijk is. Het nieuw verkozen parlement voert dan post factum een grondwetswijziging door om de situatie alsnog min of meer te regulariseren…

De vrouwen worden vergeten

De socialisten protesteren niet, want ze halen zonder slag of stoot meteen het algemeen stemrecht binnen, waar ze decennialang voor hebben gestreden. Maar Anseele en de zijnen laten een lelijke steek vallen. Ze keuren mee het algemeen stemrecht voor mannen goed, niet voor vrouwen. Ze vrezen dat stemrecht voor vrouwen de dominante positie van de katholieken zou versterken, want in hun ogen stonden de vrouwen te veel onder invloed van de clerus. Onthou dit, als men u nog eens komt vertellen dat ‘links’ altijd al voor vrouwenrechten was.

Als zoethoudertje krijgen de vrouwen in 1920 stemrecht voor de gemeenteraadsverkiezingen, met uitzondering van geregistreerde prostituees en veroordeelde overspeligen… Voor pooiers en overspelige mannen geldt deze beperking niet. De eerste Belgische parlementsverkiezingen waarbij ook vrouwen kunnen stemmen vinden pas in 1949 plaats. Nederland was ons voorgegaan in 1922, maar ook bv. Albanië, Armenië en Azerbeidzjan.

De socialisten kregen nog een ander cadeau van koning Albert I: de schrapping van het stakingsverbod uit het strafwetboek. En Edward Anseele, de doodgraver van het Vlaamsvoelende socialisme, wordt in 1918 minister van Openbare Werken, in 1925 minister van Spoorwegen en PTT, in 1930 minister van Staat. Een mooie Belgische fin de carrière, ware er niet in 1934 het faillissement geweest van zijn prestigeproject, de Bank van de Arbeid. Vele arbeiders raakten al hun spaarcenten kwijt. (Nvdr. Zie hierover de bij Uitgeverij Vrijdag verschenen Anseele-biografie van de hand van Eric Bauwens.)

De Vlamingen worden vergeten

En, we zouden het bijna vergeten, net zoals de vrouwen kregen ook de Vlamingen een been toegeworpen: de vernederlandsing van de Gentse universiteit. De koning kondigt die aan in zijn troonrede van 1918. De reden is dat Albert I goed gezien heeft dat er naast de socialisten nog een tweede groep met staatsgevaarlijk potentieel rondloopt: de tienduizenden Vlaamse frontsoldaten die na de Wapenstilstand naar huis zijn teruggekeerd, verbitterd en gefrustreerd. Ze delen hun vreselijke ervaringen met familie en vrienden. Maar  het Hof neemt hen veel minder serieus dan de socialisten.

Dat had natuurlijk alles te maken met de verkiezingsuitslag van 1919. De katholieken verliezen 26 zetels en eindigen op 73. Nog net voor de socialisten die zo maar even 30 zetels vooruitgaan en met 70 volksvertegenwoordigers de katholieken naar de kroon steken. Koude douche ook voor de liberalen die op 34 zitjes eindigen (- 11). De gloednieuwe Frontpartij (officieel het Vlaams Front) haalt er met de steun van de Daensisten vijf binnen.

Flamingant, maar staatsgetrouw

Nu was de vernederlandsing van de Gentse universiteit – nota bene in 1817 opgericht door koning Willem I van de Nederlanden – een belangrijk programmapunt van de Frontpartij. Maar de manier waarop ze wordt gerealiseerd, verraadt de echte Belgische intenties: de Vlaamse Beweging de pas afsnijden. Op de Vlaamse socialisten moest niet worden gerekend: de voldane Anseele toont na 1918 nog weinig interesse voor Nederlands universitair onderwijs, een zaak waarvoor hij zich vroeger wel had ingezet, weliswaar onder druk van Camille Huysmans en Vlaamsgezinde socialisten uit Antwerpen.

De zaak wordt gerokken, getrokken en uitgesteld. Pas in 1930 heeft Gent opnieuw een Nederlandstalige universiteit. En zelfs dan krijgen de socialisten nog een cadeautje. Een socialist wordt de eerste rector: de eminente prof. August Vermeylen (1872-1945), flamingant, maar absoluut staatsgetrouw.

 ‘Gevaarlijke boeken’

Meer aandacht gaat naar het virulente Belgische nationalisme. ‘Heel wat Franstaligen zien in de Duitse nederlaag een overwinning van de Latijnse beschaving op het Germaanse barbarendom’ (Jan Craeybeckx). Spectaculair is het verbod van de minister van Post en Spoorwegen, de Franstalige katholiek Jules Renkin, om ‘gevaarlijke’ Vlaamse boeken te vervoeren. Het betrof werken van o.m. Albrecht Rodenbach, Hendrik Conscience, Guido Gezelle, Stijn Streuvels en… August Vermeylen.

Op straat laten de belgicisten luid van zich horen. Ze eisen de aanhechting van Zeeuws-Vlaanderen, Maastricht en Nederlands-Limburg tot zelfs het Groothertogdom Luxemburg. Een beetje soelaas voor het rabiate Belgendom komt in 1920.België mag de zogenaamde Oostkantons (Eupen-Malmedy-Sankt-Vith) annexeren. Zo maar, zonder referendum of enige andere vorm van volksraadpleging. Nog in 1939 onthalen de belgicisten de Nederlandse koningin Wilhelmina bij haar staatsbezoek aan Brussel op de kreten ‘Maastricht! Maastricht!’

De gemiste kans van 1919

De Vlaamse socialisten hebben in 1918-1920 het momentum gemist. Weinig socialisten delen de visie dat sociale strijd en taalstrijd twee aspecten zijn van hetzelfde streven naar sociale rechtvaardigheid. Een van hen was August Balthazar (1893-1952), maar hij stond nagenoeg alleen. Een samengaan of een samenwerking van Vlaamse socialisten met de Frontpartij had duidelijk het verschil kunnen maken.

Wat stond dat na de Eerste Wereldoorlog in de weg? Twee factoren sprongen eruit: de confessionele (of levensbeschouwelijke) kloof en de degeneratie van het Vlaamse socialisme onder Anseele. Binnen de Frontpartij en vele andere Vlaamse formaties gold het ‘Godsvrede’-principe: over de grenzen van geloof en levensbeschouwing heen, moeten katholieken en vrijzinnigen samenwerken om een Vlaams minimumprogramma te kunnen realiseren. Dit pluralisme in wederzijds respect bleek wel te werken binnen het Vlaams-nationale kamp, maar niet of nauwelijks tussen Vlaamse socialisten en Fronters.

‘Biefstuksocialisme’

Ten tweede had het Vlaamse socialisme gaandeweg zijn culturele dimensie en zijn belangstelling voor rechtvaardigheid op taalgebied verloren. Anseele en de zijnen dachten nog alleen aan materiële aspecten. Tijdgenoot Cyriel Buysse (1859-1932) — gevierd Vlaams auteur, maar geen flamingant — typeerde deze tendens als ‘biefstuksocialisme’. Natuurlijk zijn er ook daarna nog belangrijke uitzonderingen geweest van overtuigde Vlaamse socialisten, zoals Camille Huysmans (1871-1968), Lode Craeybeckx (1897-1976) of Hendrik Fayat (1908-1997). Zij waren helaas minoritair in eigen rangen.

In grote meerderheid waren de Vlaamse socialisten door en door Belgisch geworden. De Gelijkheidswet van 1898, tot stand gekomen precies een jaar na de dood van Edmond van Beveren, had toch alles geregeld, of niet soms? Neen, helemaal niet. De Gelijkheidswet, waaraan talrijke socialisten hebben meegewerkt, heeft het talenprobleem in België niet opgelost. Ze was slechts een principiële erkenning. De praktische uitvoering ervan is tergend langzaam verlopen, in vele etappes, met alle vertragingsmanoeuvres die men kon bedenken. Veelal stonden de Vlaamse socialisten erbij en keken ernaar. Op een officiële Nederlandse tekst van de Belgisch grondwet hebben we moeten wachten tot… 1967.

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.